Bullying in een hypothetische casus, met excuses aan Kerkrade

Stel, de media staan vol van nieuwe bevindingen van het CBS: inwoners van Kerkrade zijn flink veel vaker crimineel dan inwoners van Nederland gemiddeld. Het is zelfs zo dat 40% van alle jongeren in Kerkrade wel eens in aanraking is gekomen met de politie.

Er zullen dan mensen komen (laten we ze groep A noemen) die zeggen dat er genetisch onderzoek gedaan moet worden, naar verschillen tussen mensen uit Kerkrade en anderen, want dat het heel goed zo kan zijn dat extreme impulsiviteit daar meer voorkomt, en wie weet is dat wel genetisch bepaald. Dan zou duidelijk worden dat het aan henzelf ligt.

Anderen (laten we ze groep B noemen) zullen wijzen op het feit dat Kerkradenaars een eigen cultuur hebben, dat ze katholiek zijn, dat er toch verschil moet zitten tussen hen en de rest van Nederland, dat Nederland beter af zou zijn wanneer Kerkradenaars zouden vertrekken naar het buitenland, dat Nederland toch al overbevolkt is, en dat Kerkradenaars niet moeten zeuren als ze nu gediscrimineerd worden of veel vaker door de politie worden gecontroleerd,  omdat ze het zelf over zichzelf hebben afgeroepen.
Dat Friezen bijvoorbeeld nooit problemen geven, dat dat toch wel opvallend is.

Kerkrade (uit Wikimedia commons)
Kerkrade (uit Wikimedia commons)

Allerlei mensen (groep C) laten zien wat er niet klopt aan die redeneringen. De framing van criminaliteit in de eerste plaats: alleen die criminaliteit wordt meegenomen die vaker voorkomt bij mensen die sociaal-economisch onderaan de ladder staan, want bijvoorbeeld fraude of belastingontduiking wordt niet meegerekend, tenzij het om uitkeringsfraude gaat. Wanneer je selectief die vormen van criminaliteit neemt die toenemen naarmate de sociaal-economische omstandigheden slechter zijn (wiet kweken bijvoorbeeld), is het een logisch gevolg dat Kerkrade, dat sociaal-economisch onderaan bungelt in Nederland, bovenaan komt te staan in de criminaliteitscijfers. Dat bouw je als het ware in.

Ze wijzen er op dat onderzoek naar genetische factoren onzin is, omdat de sociaal-economische status alle verschil volledig verklaart, en de samenhang tussen sociaal-economische klasse en dat soort criminaliteit zeer bekend is. Een extra factor is dus zelfs logisch gezien onmogelijk.

Dat Friezen, toen die het erg arm hadden, in de tijd van Pieter Jelle Troelstra, ook bekend stonden als `raddraaiers’, maar dat het Friesland nu voor de wind gaat, in vergelijking tot Kerkraders. Dat Kerkradenaars toen het ze economisch voor de wind ging, helemaal niet crimineler waren dan de rest van Nederland.

Ze wijzen er op dat het een valse vorm van framing is om inwoners gemeenten met elkaar te vergelijken, omdat dat suggereert dat je adres een causale invloed heeft op criminaliteit, terwijl de indirecte causale invloed al lang duidelijk is.

Ze wijzen er op dat de politie eigenaars van dure auto’s in Kerkrade vrijwel wekelijks staande houdt (dit gaat om een hypothetische situatie), en dat de politie jongeren die op een bankje hangen in Kerkrade elke avond staande houdt, uit preventieve overwegingen, en dat de cijfers over `in aanraking gekomen met de politie’ dus door het gedrag van de politie zelf tot stand zijn gekomen cq zijn uitvergroot.

Maar al die argumenten maken helemaal niets uit, voor A en B. Ze doen die argumenten al dan niet hardop af als politiek-correct, typisch grachtengordel, praatjes van linksige types, en blijven volharden in het ventileren van hun ideeën over wat er met de inwoners van Kerkrade zou moeten gebeuren.

Dat komt omdat A en B niet uit zijn op inzicht, niet op een oplossing, maar omdat ze uiteindelijk niets anders willen doen dan afgeven op mensen van Kerkrade. Ze hebben mensen nodig die ze `slechter’ vinden dan henzelf, en op wie ze ongeremd kunnen kankeren. Het is uiteindelijk niets anders dan bully-gedrag. Ik noem het bullying, en niet pesten, omdat pesten onschuldig klinkt. Het is in feite een vorm van geweld.

Willem Schinkel stelt in het artikel Wie-politieke-correctheid-zegt-staat-met-lege-handen dat er op deze rationele manier tegenin gaan, zoals groep C doet (waar ik zelf duidelijk toe behoor), eigenlijk niet mogelijk is. Je gaat, door er tegenin te gaan, mee in de framing. Dat ben ik mezelf ook steeds bewust, maar ik heb niets anders in handen.

Voor mij legt het artikel deze gang van zaken bloot, die steeds in allerlei verschillende vormen de kop opduikt.

En ik zou heel erg graag een andere mogelijkheid tot reageren hebben dan redelijke tegenargumenten te geven, waarin je in feite meegaat met de framing. Wat te doen tegen deze vorm van bullying?

6 gedachten over “Bullying in een hypothetische casus, met excuses aan Kerkrade

  1. Ik vind het ook leuk en fijn dat je niet uit ‘mijn’ wereld bent verdwenen, Sylvia.:)
    Ik heb diverse tikfouten gemaakt. Maar 1 woord wil ik heel graag corrigeren: in de tweede alinea, op de vijfde regel. Ik schreef ‘weldadig’. Het moet zijn ‘gewelddadig’. Het voorvoegsel ge was weggevallen en de tweede d verdwijnt dan automatisch bij de nieuwe betekenis van het woord.
    Nogmaals hartelijke groet, Conne

  2. Ha Sylvia,
    Fijn dat je dit stuk van Willem Schinkel hebt gedeeld. En ik ben blij dat Heidi het op haar beurt deelde op haar facebookpagina.
    Ik heb dat dikke boek van Willem Schinkel over sociale hypochondrie niet gelezen. Wel een paar goede recensies gevolgd. Maar in zijn boek ‘Over nut en nadeel van de sociologie voor het leven’ (160 pagina’s) geeft hij al een paar ideeën.
    Ten eerste verklaart hij de sociologie dood en biedt een nieuwe sociologie aan. De oude sociologie al altijd gebaseerd op in- en uitsluiten en is vooral gebruikt voor beleidsmakers. Zo zijn ook de beleidsstukken over integratie arbitrair.
    Het begrip moderniteit is sociologisch ook arbitrair. Sommige zogenaamde kenmerken waren al voor de oudheid zichtbaar. Schinkel verzint zijn eigen metaforen, maar wel zeer educatief en verantwoord. Hij gebruikt bij het begrip moderniteit het medium staal, als staalprincipe.
    Het staalprincipe, bijv. wolkenkrabbers, noemt hij de verticaliteit die in de moderniteit gehorizontaliseerd is. De muur, het ijzeren gordijn.
    Hij heeft het over de schizotopische thuisloosheid van de moderne mens die helaas nieuwe vormen van schizotopie produceert. Daar is hij de serie op dC mee begonnen, besefte ik later.

    Hij beveelt een persoonlijk archief aan als een associatiemachine en daarnaast etnografische studies van hedendaagse praktijken.
    Hij stelt dat je opties kunt presenteren die speculatief zijn, maar die een belofte dienen in te houden waarbij de abstracties waarin de complexiteit van de wereld gevangen wordt, in de toekomst misschien minder geweldadig kan zijn. (Zoiets, met toekomstbeeld van vrede heb ik van jou ook wel eens gelezen.

    Hij zegt veel meer mooie dingen, alhoewel ik het een paar keer moet lezen om te kunnen volgen.

    Hij roept op tot een ketterse praktijk waarin het abstracte beeld door een andere verbeelding vervangen wordt zonder de in abstractie gevatte ervaring volledig te verkiezen. Ketters werken binnen de traditie. Daarom vindt Schinkel dat zo’n sterk beeld. Ze bevinden zich NIET buiten de geschiedenis (dat laatste doen atheïsten wel). Ketters herinterpreteren een leer en blijven altijd in de buurt en dat maakt ze gevaarlijker dan heidenen. Ketterij is het oppakken en vervolgens verleggen van bestaande lijnen. Daarvoor is verbeelding nodig, tegen de krachtige beeldlijn. Sociologische ketterij ter vervanging van maatschappelijke relevantie.
    (Ik zie zelf wel mooie rolmodellen van ketters.}
    Om nog een voorbeeld te geven van zijn zeer mobiele, beeldende richtinggevers:
    Het ‘hier en nu’ ziet hij getransformeerd in een kunstmatige tuin. We leven in de tijd van de Broeikas. Het antropoceen tot terrein van tuinmimese en broeikastuin met producten voor de consumptie en niet voor permanent verblijf. De mens is meer kunstmens, geproduceerd op basis van kunstmest (bron van antropogene klimaatverandering, geëvolueerd tot artificiële intelligentie). Hij hoopt op verantwoordelijk rentmeesterschap van het Aardsysteem. Hij schrijft er een prachtig ideaal bij: Creëer een Tuin op Aarde, maar doe het zonder broeikas. En zie dat het goed is.

    Verder weet ik het niet. Ik merk steeds vaker dat het over macht gaat en over wel of geen vertrouwen hebben in de ander. Ik heb makkelijk praten. Ik bezit niet zoveel en ik hoef op mijn leeftijd ook niet op zoek naar werk.
    Ik denk wel dat het beeld van eerlijk delen bij degenen die moeten afstaan veel angst oproept. Neoliberaal beleid zal die angst alleen maar vergroten, neem ik aan.
    Hartelijke groet, Conne

    • Conne, dankjewel!
      Het idee van een ketter zijn spreekt me heel erg aan. Ik vind het een mooie metafoor, die je de weg kan wijzen in hoe te handelen.
      En de tuin zonder broeikas, dat wordt m’n ideaal. Letterlijk heb ik hem al, nu de rest van m’n leven nog in een tuin zonder broeikas veranderen 🙂
      En heel erg leuk om je zo weer te “spreken”!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *