Het dubbele empathie-probleem, autisme en voorspellende hersenen 3

twee mensen met vraagtekens

 

De predictive coding theorie o ver autisme heeft met waarnemen te maken, zou je zeggen. Het vorige deel van deze serie, Vanuit de details, heeft inderdaad nog steeds met waarnemen te maken: de wereld vol details zien, de wereld vanuit de details benaderen. Maar het gaat verder. Je kunt ermee verklaren dat er zoiets bestaat als het dubbele empathi-probleem.

Leren hypotheses op te stellen

abstract schilderij
Zonder betekenis

Stel dat je als baby op de wereld komt. De wereld is dan als een abstract schilderij: kleuren, lijnen, geuren, geluiden, alles zonder betekenis. Er is nog niet duidelijk wat bij wat hoort.

Heel langzamerhand leer je, als baby, daarin vormen te onderscheiden. Het onbewuste deel van de hersenen kan nu hypotheses gaan opstellen die de waarneming vormen. Steeds die bewegende dingen boven je als je in je wieg ligt, steeds de rand van je wieg, het water van je badje. Die dingen vormen zich in je hersenen, en die hoeven nu niet meer steeds wat er binnenkomt aan informatie te verwerken en te interpreteren, maar de beelden, of hoe iets voelt, zit al in je hersenen. Die leren langzamerhand in welke situatie ze wat kunnen verwachten.

Bij autistische babies zijn die hypotheses veel preciezer; ze onderscheiden veel meer verschillen en hun onbewuste geeft veel vaker aan hun bewuste door dat er iets niet klopt (zie deel 2). Ze zijn dus voortdurend veel meer aan het leren.

Gezichten

portretten van één persoon met verschillende emoties
Mensen zijn ‘moeilijk’

Autistische kinderen en gezichten

Stel je nu voor hoe het voor een autistisch kind is om naar mensen te kijken. Menselijke gezichten zijn extreem veranderlijk.Een autistisch kind krijgt dus steeds als het naar een menselijk gezicht krijgt van het onbewuste de ‘mededeling’ dat er iets niet klopt.

Bovendien vormt een gezicht voor een autistisch kind niet automatisch één geheel. Het bestaat uit verschillende delen die elk op zich bewegen. Het is dan ook logisch dat je naar iemands mond kijkt wanneer iemand praat: de mond beweegt mee met het geluid en de ogen niet.

Neurotypische kinderen en gezichten

Voor een neurotypisch kind voren de ogen de essentie van een gezicht. Ze bootsen vanaf dat moment gezichtsuitdrukkingen van hun ouders na en andersom.

Mensen

Nog weer later leren neurotypische kinderen dat zij niet de enigen zijn die dingen in gang kunnen zetten, die dingen willen: de gezichten horen bij mensen met een eigen wil, net als zij. Neurotypische kinderen leren dat uiteraard veel eerder dan autistische kinderen. Autistische kinderen leven veel langer in een wereld waarin zij de enige actor zijn, de enige die iets wil, iets in gang kan zetten.

Neurotypische kinderen leren er dus al op heel jonge leeftijd mee om te gaan dat anderen mensen iets anders kunnen willen dan zijzelf. Ze leren dan ook op jonge leeftijd te manipuleren, er voor te zorgen dat een ander wil wat jij zelf wilt.

Manipuleren

Zelfbeeld en relaties

kat kijkt in spiegel en ziet leeuw
Zelfbeeld

Ze leren het beeld te herkennen dat anderen graag van zichzelf overeind houden, Ze leren hoe ze zo kunnen reageren dat het in overeenstemming is met het zelfbeeld van anderen. Dat zelfbeeld, dat de hypothese is die hersenen hebben gevormd over wie je bent.

Autistische kinderen blijven de werkelijkheid waarnemen. Een zelfbeeld hebben ze nauwelijks; ze nemen steeds waar hoe ze reageren.

Zo ontwikkelen neurotypische en autistische kinderen zich heel verschillend. Neurotypische kinderen reageren op het zelfbeeld van anderen; autistische kinderen reageren op de werkelijkheid die ze waarnemen.

Neurotypische kinderen ontwikkelen op die manier ook hun eigen zelfbeeld, via wat ze te zien krijgen in de ogen van anderen, via hoe anderen naar hen kijken.

Wat ze daarbij ook leren is dat in gesprekken het belangrijkste bijna nooit wordt uitgesproken, maar onuitgesproken wel wordt vastgesteld: de relatie tussen de gesprekspartners. Voor autistische kinderen is het onderwerp van gesprek dat waar over wordt gesproken. en niets anders.

Empathie

En dan nu empathie. Empathie is een vaag begrip waar je van alles onder kunt verstaan. In de praktijk komt het er meestal op neer dat iemand die zichzelf empathisch vindt, er van uitgaat dat de ander is als zijzelf, en zich van daaruit voorstelt wat de ander denkt of voelt.

Neurotypici zien in de ander iemand met een zelfbeeld als zijzelf. Ze zien in de ander iemand die rekening houdt met hun eigen zelfbeeld, of, als de ander kwaadaardig is, dat zelfbeeld onderuit probeert te halen. Ze zien in de ander iemand die kan manipuleren. Ze zien in de ander iemand voor wie een gesprek onuitgesproken over de relatie gaat.

Neurotypische empathie

Over autisme wordt vaak beweerd dat het samengaat met een gebrek aan empathie. Laten we eerst bekijken hoe het zit met de empathie die iemand die neurotypisch is heeft voor iemand die autistisch is.

Stel je een autistisch kind voor, van een jaar of 8, in de supermarkt. Het kind is al radeloos van alle indrukken, van de geluiden en de mensen. Dan blijkt, bij het schap met chocola, dat precies die ene smaak van dat ene merk dat het kind altijd krijgt, op is. Het kind trekt het niet meer en begint te huilen en te schreeuwen.

huilend kind
huilen

Neurotypische omstanders interpreteren dat als: “Ze is verwend en probeert haar zinnetje door te zetten. Niet op reageren, daar wordt ze alleen maar nog meer verwend door.” Ze denken empathie te hebben, ze denken te weten wat er in het kind om gaat, maar het klopt niet.

Het dubbele empathie-probleem

Het is dus duidelijk dat er niet alleen een probleem is bij empathie vanuit iemand die autistisch is voor iemand die nuerotypisch is, maar ook andersom. Dat heet het “dubbele empathie-probleem”. De term is oorspronkelijk Engels: the double empathy problem), en is van Damian Milton, zie bijvoorbeeld https://reframingautism.org.au/miltons-double-empathy-problem-a-summary-for-non-academics/.

twee mensen met vraagtekens
Double empathy problem

Laten we een voorbeeld geven. Een neurotypische persoon (we noemen haar N) zegt in een gesprek: “Gisteren op het werk kwam ik weer in zo’n ‘leuk’ gezelschap van mannen terecht die vonden dat ik hun ‘grappen’ over vrouwen niet zo serieus moest nemen. Ik heb wel eens het idee dat de Neanderthalers nog steeds bestaan”. De autistische gesprekspartner (we noemen haar A) pikt uit dat gesprek een misverstand over Neanderthalers op en antwoordt: “Neanderthalers waren helemaal niet zoals mensen zich altijd voorstellen. Ze hadden grotere hersenen dan Homo sapiens. Ze waren heel sociaal en zorgden voor zieken. Wie gehandicapt was werd verzorgd. Het is echt fout om zo over Neanderthalers te praten”.

N zal zich gekrenkt voelen. Misschien zal N zeggen dat het haar helemaal niet om die Neanderthalers ging maar om hoe ze zich voelde tijdens die foute grappen, en dat ze graag wat meegevoel zou wille krijgen, maar waarschijnlijker is dat ze van A zal denken: “Die heeft toch ook echt totaal geen empathie.”

Voor N is het vanzelfsprekend dat een gesprek altijd ook over de relatie gaat. Voor N is het daarom vanzelfsprekend dat de ander zal reageren op de onderliggende boodschap: ‘Bevestig me in dat die mannen echt ver over de schreef gingen. Zeg me dat ik gelijk had.’

Voor A is het vanzelfsprekend dat er geen onuitgesproken boodschappen in woorden verpakt zitten.

Voor beiden is empathie: er van uitgaan dat de ander is als jij. Het is duidelijk dat dat van beide kanten een probleem met empathie oplevert.

Autisme en empathie

Het is dus niet zo dat er een probleem met empathie is bij autisme. Het is alleen zo dat empathie tussen iemand die neurotypisch is en iemand die autistisch is lastig is, voor beide kanten.

En van beiden is het verklaarbaar vanuit de manier waarop ze zijn opgegroeid, met autistische hersenen die voortdurend van alles naar het bewustzijn sturen dat ‘niet klopt’, of met neurotypische hersenen die het bewustzijn veel meer met rust laten.

Zo zwart-wit?

Is het dan werkelijk zo dat iedereen die neurotypisch is dat kind in de supermarkt verkeerd interpreteert, en dat iedereen die autistisch is de onderliggende boodschap niet door krijgt?

Nee, zo zwart-wit is het beslist niet!

Met name bij mensen die autistisch zijn, zie je vaak dat die heel goed kunnen worden in het leren verstaan van impliciete boodschappen. Het verschil met neurotypische mensen, is dat wie autistisch is die kunst niet intuïtief heeft geleerd. het is een bewust proces.

Vaak wordt het een tweede natuur, maar het blijft een bewust proces. Bewuste processen kosten veel energie. Zo is die kunst om impliciete boodschappen aan te voelen bij wie autistisch is, in feite een grote energieslurper.

Het eerste deel van deze serie: Autisme en voorspellende hersenen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.