Voorspelbaarheid, onzekerheid, de misverstanden: autisme en voorspellende hersenen 4

regels voor het prikkelarme uurtje in de supermarkt

 

Goed, autisme heeft dus te maken met het feit dat de wereld voor autistische breinen inherent onvoorspelbaar is (zie deel 1 van deze serie). Helaas blijkt dat een bron van misverstanden, die je onder andere ziet bij degene die deze nieuwe theorie onder de aandacht brengt: Peter Vermeulen.

Een aantal van die misverstanden zal ik hier onder de loep nemen, in de hoop dat we er dan af zijn!

Misverstand 1: Prikkelarm is niet nodig

regels voor het prikkelarme uurtje in de supermarkt
Niet nodig?

Het gaat niet om prikkelarm, maar om voorspelbaarheid, meldt Peter Vermeulen (zie het interview met hem in Trouw). Op zich zit daar iets in. Wanneer je zelf muziek opzet die je kent en waar je van houdt, zijn dat weliswaar prikkels, maar ze dragen eerder bij om je tot rust te laten komen dan dat ze stress veroorzaken.

Het probleem is dat Peter Vermeulen in de voorbeelden die hij geeft er van uit gaat dat alles wat hij ziet als voorspelbaar, voor iedereen voorspelbaar is. Zo vindt hij een prikkelarm uurtje in de supermarkt, zonder muziek, onzin, want die muziek is, denkt hij, voorspelbaar. Waar wat je koopt in de winkel ligt moet hetzelfde blijven; alleen dat is belangrijk, zegt hij.

Dat klopt natuurlijk niet. Die muziek is wel degelijk onvoorspelbaar. Autistische hersenen kunnen onmogelijk precies voorspellen wat voor muziek het is. Ze zullen je bewustzijn dus steeds doorgeven: “hier klopt iets niet”. Voor de hersenen van Peter Vermeulen is die muziek prima voorspelbaar. Zijn brein zal zeggen: “Oh, muzak, ja, dat klopt wel ongeveer”, en hij heeft er dan zelf geen last van.

Kortom: wat wel of niet voorspelbaar is voor je hersenen, verschilt van persoon tot persoon. Wanneer je algemene maatregelen neemt, ontkom je dus niet aan “prikkelarm”.

Misverstand 2: Je kunt je brein leren niet te reageren op onvoorspelbaarheid

Misschien nog erger is het misverstand dat Peter Vermeulen gelooft dat je een autistisch brein kunt leren wennen aan onvoorspelbaarheid. Hij gelooft dat het een kwestie is van leren. In feite denkt hij dus dat autistische breinen gewoon niet goed hebben geleerd hoe onvoorspelbaar de wereld is.

Zo neemt hij ze mee naar allerlei verschillende café’s, waar je bediend wordt of juist zelf je drankje moet halen. Hij zegt daarover:

“Ik kan geen script bedenken of er is wel een uitzondering voor. Dat is ongemakkelijk, dat is onzekerheid, dus in het begin doen mensen met autisme dat niet graag. Maar het feit dat ze weten dat er meerdere scenario’s zijn, maakt dat ze beter voorbereid zijn op variaties. Daardoor krijgen ze minder voorspellingsfouten. “

Impliciet zegt hij eigenlijk dat autisten gewoon te weinig de wereld in zijn gegaan, en dat ze daardoor niet afleren autistisch waar te nemen. Maar zo zit het natuurlijk niet in elkaar.

De essentie van autisme is nou juist dat je brein precies werkt, en dat daardoor afwijkingen van de (precieze) verwachtingen aan je bewustzijn worden doorgegeven.

Voor Peter Vermeulen zelf werkt zijn brein zo dat als hij weet dat de procedure in elk café net weer een beetje anders is, zijn brein niet van alles aan zijn bewustzijn doorgeeft wanneer hij een café binnenkomt. Autistische breinen zitten zo in elkaar dat ze alle afwijkingen van de precieze verwachtingen naar het bewustzijn doorsluizen, in hoeveel verschillende café’s ze ook zijn geweest.

Kortom: een autistisch brein blijft reageren op iets dat afwijkt van de voorspelling, op iets dat ‘niet klopt’, hoe vaak iemand ook ervaren heeft dat de wereld inherent onvoorspelbaar is.

Dit is echt een erg naar misverstand, want het suggereert dat wie autistisch is, gewoon niet voldoende “de wereld” in is gegaan. Het misverstand zegt in feite twee dingen: autisme is verkeerd (want je moet er iets aan doen om het minder te maken), en ouders en/of autisten zelf hebben niet voldoende gedaan om hun autisme te verminderen.

Misverstand 3: Wie autistisch is kan niet goed omgaan met onzekerheid

“Wie autistisch is, kan niet omgaan met onzekerheid”, lijkt een nieuwe mythe over autisme te worden. Die mythe wordt beslist ook gevoed door de theorie van het voorspellende brein. Die zegt tenslotte dat je bewustzijn door het onbewuste deel van je hersenen steeds wordt belast met meldingen dat er iets niet klopt, dat er iets in de wereld niet is zoals je brein dat voorspeld had. Dan lijkt het alsof autisme een kwestie is van niet kunnen omgaan met die onzekere wereld.

“Het trefwoord is onzekerheid” stelt Peter Vermeulen. Dat roept het beeld op dat wie autistisch is, niet met onzekerheid om kan gaan.

Het lastige is dat “onzekerheid” meestal in een heel andere betekenis wordt gebruikt.

De ‘onzekerheid’ in de theorie van het voorspellende brein gaat over het feit dat de wereld zich aan wie autistisch is, steeds anders voordoet dan het brein had voorspeld. Het gaat hier om het onbewuste deel van de hersenen.

Onzekerheid bij het waarnemen

“Onzekerheid” in het normale spraakgebruik is een gevoel van het bewuste deel van je hersenen. Je bewuste deel beseft dat het zich geen voorstelling kan maken van hoe iets zal verlopen, of hoe je je in een bepaalde situatie zou moeten gedragen. Daar voel je je onzeker door.

schematische afbeelding van onzekerheid in het bewuste deel van het brein
Onzekerheid

Het is duidelijk dat autisme en onzekerheid veel met elkaar te maken hebben. Het verband tussen autisme en onzekerheid is dat je, als je autistisch bent, per definitie in veel gevallen onzeker bent: onzeker over wat er van je wordt verwacht, onzeker hoe het zal zijn in een situatie. Jouw brein maakt zich precieze voorstellingen van hoe je je zou moeten gedragen, of hoe het er – bijvoorbeeld – op een feestje aan toe zal gaan. Dat zorgt er voor dat voor jou veel meer situaties onzeker zijn dan voor andere mensen.

Het betekent dus dat wie autistisch is, veel meer onzekerheid ervaart dan neurotypici.

Het is niet zo dat autisme betekent dat je niet goed met onzekerheid kunt omgaan, maar dat je veel meer onzekerheid ervaart. Waarschijnlijk kun je er dus veel beter mee omgaan dan neurotypici: die ervaren veel minder vaak onzekerheid.

Er zijn nog meer misverstanden, zoals dat de theorie van het voorspellende brein alles zou kunnen verklaren. Daarover een volgende keer meer.

Het eerste deel van deze serie: Autisme en voorspellende hersenen.

4 gedachten over “Voorspelbaarheid, onzekerheid, de misverstanden: autisme en voorspellende hersenen 4

  1. Hey hoi ik ben een beginnende motorrijder met lichte pdd nos verschijnselen.

    Na jouw stukjegelezen te hebben over onzekerheid ben ik eindelijk verlost van je hebt geen zelfvertrouwen alsof het iets is wat je eigen schuld is sociale situaties schat ik verkeerd in en dat heeft niks met zelfvertrouwen te maken. Ik ga mezelf nooit meer schuldig voelen dat ik voel wat ik voel. Bedankt daarvoor groetjes Max eigenaar deauvillent650v geweldige autistische motor

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

 

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.