De mens is een sociaal dier (en hoe zit het dan met autisme?)

De meiden wordt gehaald

Over altruïsme, sociaal gevoel bij mensen, en dan vooral de biologische kant daarvan bestaan zoveel misverstanden dat ik hier in sneltreinvaart wil uitleggen hoe dat in elkaar zit. En dan neem ik natuurlijk meteen het misverstand mee dat wie autistisch is niet sociaal zou zijn.

De mens is een sociaal dier. Dat lijkt een open deur, maar er zijn nogal wat mensen die tegen die mededeling in opstand komen. Fundamentalistisch gelovigen bijvoorbeeld, die het een gruwel vinden om de mens een van de vele diersoorten te noemen. Of mensen die vinden dat een maatschappij alleen maar met keiharde controle kan worden ingericht, omdat mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen.

Maar de mens is een sociaal dier, en daar moet je met de inrichting van de maatschappij rekening mee houden.

Mei-den halen

Samenwerken om de meiden te halen

De mens als dier

Dat de mens een dier is, dat hoef je eigenlijk niet te bewijzen: het is een kwestie van beschouwing. Wanneer je de mens als dier beschouwt kun je mensen op dezelfde manier bestuderen als je dieren bestudeert, met de methoden en technieken uit de biologie. Daar doe je geen theologische (of anti-theologische) uitspraak mee: je kunt de mens ook beschouwen als elektron of als watermolekule, wanneer je bijvoorbeeld wilt voorspellen hoe een grote menigte mensen in geval van brand de weg via nooduitgangen naar buiten vindt. De kwestie van de fundamentalistisch-gelovigen kunnen we dus terzijde schuiven: we beschouwen hier gewoon dat gedeelte van de mens dat je biologisch kunt bekijken, en of je daar de gehele mens mee te pakken hebt of niet doet niet ter zake.

Evolutie

Sommige mensen denken dat evolutie zoiets betekent als “het recht van de sterkste”, dat mensen met elkaar concurreren, elkaar op leven en dood zouden bevechten als ze zich als het dier gedragen dat ze zijn. Dat is niet zo: evolutie betekent iets anders.

Evolutie houdt in dat genen in een organisme (bacterie of mens, het werkt hetzelfde voor alles waar DNA in zit) dat genen heeft met de uitwerking dat er meer nakomelingen van komen dan gemiddeld, vanzelf zal toenemen.

Genen (die uit DNA bestaan) beïnvloeden fysieke eigenschappen en gedrag. Wanneer die fysieke eigenschappen of dat gedrag er toe leidt dat er meer nakomelingen komen (met die genen), dan neemt het percentage van die genen in de bevolking dus toe.

Dat is evolutie, heel simpel uitgelegd.

Altruïsme en evolutie

Kinderen

De eerste vorm van altruïsme waarvan je overduidelijk kunt zien dat die `werkt’, dat wil zeggen dat nakomelingen meer kans krijgen om te overleven, is wanneer ouders altruïstisch zijn ten opzichte van hun kinderen.

Er zijn eigenlijk twee strategieën: investeren in veel nakomelingen, en dan al je energie steken in zoveel mogelijk nakomelingen krijgen, of investeren in een paar nakomelingen, en dan al je energie er in steken dat die volwassen worden en zelf ook nakomelingen krijgen.

Het is overduidelijk dat mensen genetisch gezien die laatste strategie hanteren. Altruïsme ten opzichte van de kinderen is dus ingeprogrammeerd.

Samenwerken

Bij zoogdieren en bij vogels zie je qua samenwerking ook twee verschillende strategieën. Sommige dieren, zoals Olifanten, leven in groepen. Ze beschermen elkaars jongen, geven hun jongen de gelegenheid om met elkaar te spelen, geven kennis aan elkaar door, en profiteren daar allemaal van. Hun genen hebben als het ware het prisoner’s dilemma overwonnen (waarbij de beste uitkomst is als beiden altruïstisch handelen, terwijl de uitkomt dat de ene altruïstisch handelt en de ander niet, beter is voor degene die egoïstisch handelt dan voor degene die altruïstisch handelt).

De andere strategie is solitair zijn. Dan zoek je elkaar alleen op om te paren. De rest doe je alleen.

Het lijkt me voor iedereen duidelijk welke strategie bij mensen in de genen zit: die van de olifanten. We wonen in gemeenschappen, en hebben zelfs scholen opgericht om kennis door te geven en kinderen de gelegenheid te bieden met elkaar te spelen.

Mensen zitten dus zo in elkaar dat ze samenwerken.

Onbaatzuchtigheid

Die onbaatzuchtigheid gaat verder dan alleen bij de mensen die je direct kent. Zo zit het bijvoorbeeld bij iedereen ingebakken dat je iemand wilt helpen die in nood is. Dat zit er genetisch in.

Dat is evolutionair te verklaren. Mensen die dat soort gedrag vertonen worden door anderen als betrouwbaar ingeschat, en zullen dus zelf ook eerder geholpen worden. Het is, evolutionair gezien, van voordeel.

Egoïsme?

Waar komt dan het egoïsme vandaan, is de vraag. In een samenleving die bestaat uit mensen die graag samenwerken, die onbaatzuchtig zijn, is het natuurlijk gemakkelijk om daar misbruik van te maken. Ook dat is het prisoner’s dilemma: de gevangene die weet dat de ander zal samenwerken kan profiteren door niet samen te werken. Dat gaat ten koste van de ander.

Evolutionair gezien is het daarom logisch dat er ook mensen bestaan die egoïstisch handelen, die profiteren van anderen. Alleen wanneer die de meerderheid gaan vormen stort alles in elkaar. Hele samenlevingen verdwijnen dan. Daardoor zijn mensen door alle tijden heen gemiddeld gesproken blijven samenwerken.

Systeem

Het grote probleem van onze tijd is dat het systeem waarin we leven uit gaat van egoïsme bij iedereen. Daardoor wordt dat egoïsme gestimuleerd, en daardoor stevenen we met z’n allen af op het instorten van de samenleving.

Gelukkig is nog steeds de overgrote meerderheid van de mensen ingesteld op samenwerken, op onbaatzuchtig zijn. Het is echt de hoogste tijd dat de samenleving daarop wordt ingericht.

En autisme dan?

Misschien krijg je nu het idee dat autisme dus werkelijk een afwijking is, omdat sociaal doen en autisme niet echt bij elkaar horen. Dat zit anders.

Samenwerken betekent dat je gebruik maakt van de verschillen in mensen. Dat zie je al aan de enorme hoeveelheid beroepen die we kennen.

Ook voor goed samenwerken zelf heb je verschillende mensen nodig. Aan de ene kant van het spectrum heb je neurotypici, die goed zijn in sociale banden smeden en houden, bijvoorbeeld door te gekoven dat iets waar is omdat de meerderheid dat zegt. Aan de andere kant van het spectrum heb je autisten, voor wie rechtvaardigheid, eerlijkheid en betrouwbaarheid belangrijker zijn. Ook dat zijn aspecten van samenwerking, van sociaal zijn.

We hebben dus beiden nodig, als sociaal dier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.