PISA, autisme, en een pleidooi voor neurodiversiteit

Vlinder

PISA test 15-jarigen over de hele wereld op hun kennis en vaardigheid van lezen en schrijven, wiskunde en natuurwetenschappen. Op het eerste gezicht heeft dat niets te maken met autisme en een gebrek aan diversiteit. Dat klopt. Het huidige PISA heeft daar niets mee te maken. Maar het PISA van de toekomst wel.

De OECD wil dat de PISA test in de toekomst 15-jarigen zal testen op “de vaardigheden voor de 21ste eeuw”. Op dit moment zijn onderzoekers voor de OECD aan het bekijken hoe die vaardigheden precies gemeten kunnen worden.

Dat vaardigheden in wiskunde, natuurwetenschappen, lezen en schrijven niet meer voldoende zijn, motiveert Andreas Sleicher van de OECD als volgt: “Google weet alles, met feitenkennis onderscheid je je niet meer. De wereld beloont je voor iets anders: voor wat je met die kennis kunt doen.”

In de ogen van Andreas Schleicher zijn zachtere competenties, zoals aanpassingsvermogen, creativiteit, volharding en empathie, veel belangrijker dan de hardere competenties die PISA nu meet.

Er zijn een aantal problemen met dat idee.

Vlinder
Hoe meer diversiteit hoe beter

1.- Denkfout

“Google weet alles”, zegt Andreas Schleicher. Maar dat is natuurlijk niet zo. Google laat je snel zien wat andere mensen hebben geschreven of gezegd over een bepaald onderwerp. Dat is geen kennis; dat is een verzameling woorden, waar je kennis van zou kunnen proberen te maken.

informatie over vaccinatie, via Google
Google “weet” ook misinformatie

Om kennis te proberen te maken van de verzameling woorden die Google je biedt, heb je niets aan sociaal-emotionele ontwikkeling. Integendeel in feite: hoe meer je je mening baseert op je relaties met anderen, hoe gemakkelijker je te overtuigen bent door een stortvloed aan meningen die Google over je uitstort.

Hoe autonomer je denkt, hoe onafhankelijker je van anderen bent in je ideeën, hoe minder empathisch je misschien zelfs bent, des te meer zul je geneigd zijn om zelf te gaan onderzoeken wat waar is en wat niet.

Om te kunnen oordelen wat de waarde is van wat Google je vertelt, heb je dus nodig: kritisch nadenken, onafhankelijk denken, autonoom opereren. Dat zouden scholen dan, de redenering volgend, op z’n minst ook moeten aanleren.

Die vaardigheden voor de 21ste eeuw die PISA wil gaan meten, zijn dus in de eerste plaats bijzonder eenzijdig.

2.- Verschraling

eenvormige bomen
Monocultuur

Scholen willen dat hun leerlingen goed scoren op PISA tests. Landen willen hoog scoren in PISA, en het beleid zal er dus op gericht zijn dat scholen hun curriculum zo inrichten, en hun leraren zo instrueren, dat leerlingen hoog zullen scoren in PISA tests.

Wanneer dat leidt tot inspanningen om leerlingen wiskunde, natuurwetenschappen en taal bij te brengen, leidt dat er toe dat leerlingen die daar minder goed in zijn, uit het systeem vallen, in de richting van speciaal onderwijs.

Wanneer PISA gaat testen op sociale en emotionele vaardigheden, zal er een profiel ontstaan van hoe leerlingen zich horen te ontwikkelen. Leerlingen die zich sociaal-emotioneel anders ontwikkelen, zullen (nog veel meer dan nu) ook uit het systeem vallen: ze scoren onvoldoende op waar PISA op test.

Door met PISA op dat soort vaardigheden te testen, ontstaat er dus een heel eenzijdig beeld van wie als “goede leerling” geldt.

3.- Autisme

Het beeld dat Google van autisme heeft

Autisme betekent dat kinderen zich niet, zoals gebruikelijk, eerst sociaal-emotioneel ontwikkelen. In plaats daarvan beginnen ze hun denken te ontwikkelen, en pas veel later komt de sociaal-emotionele ontwikkeling daarbij.

Autistische kinderen vallen nu al vaak “uit het systeem”, omdat ze anders zijn dan gemiddeld. Met PISA dat test op sociaal-emotionele ontwikkeling zal dat in nog veel sterkere mate het geval zijn.

Wanneer PISA zich gaat richten op sociaal-emotionele vaardigheden, zal er daarom een explosie ontstaan van diagnoses autisme: veel meer kinderen vallen dan buiten wat als `normaal’ wordt gezien.

Diversiteit

Tapas bar met enorme keuze
Diversiteit in tapas

Steeds weer blijkt dat diversiteit in een team van mensen leidt tot slimmere oplossingen, tot een beter resultaat. Welke vorm van diversiteit, dat lijkt er niet toe te doen: een verschillende achtergrond, verschillende karakters, welke vorm van diversiteit je ook neemt, het werkt positief.

Je hebt dus diversiteit nodig, voor de 21ste eeuw. Diversiteit op het gebied van hoe kinderen zich ontwikkelen, heet neurodiversiteit: ontwikkeling hangt samen met de manier waarop je hersenen werken.

Diversiteit stimuleer je niet door alle leerlingen te gaan scoren op bepaalde vaardigheden. Diversiteit stimuleer je door te erkennen dat elk kind zich op een eigen manier ontwikkelt, dat elk kind sterke punten heeft, en aspecten waar het extra hulp bij nodig heeft.

Dat kun je niet testen; dat kun je alleen kapot maken met testen.

Laten we dus stoppen met het stellen van normen, en beginnen met het vieren van diversiteit: iedereen is verschillend, en juist *dat* moeten we stimuleren en ondersteunen!

Wat Pisa zou moeten proberen, is meten hoe scholen er in slagen om de diversiteit van leerlingen te ondersteunen, en verder te ontwikkelen.

Een gedachte over “PISA, autisme, en een pleidooi voor neurodiversiteit

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.