Kasteel
De Aljaferia, het Moorse kasteel van Zaragoza

Zaragoza

We bekijken de oude kathedraal van Zaragoza, de Seo, van binnen: de kerk zelf en het museum met tapijten en schilderijen.

Dan zwerven we door de stad, op zoek naar de Aljaferia, het Moorse kasteel van Zaragoza. We vinden het, het is een indrukwekkend sprookjeskasteel, maar het is helaas vandaag dicht.

Daarna verkennen we de rest van de stad: ook in het nieuwere gedeelte zijn veel mooie Aragonese en Modernista huizen te bewonderen.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

zondag, 3 mei 2009

Het ontbijt is in een soort kelder. Prima verzorgd verder, met een uitgebreide keus.

De twee andere gasten daar blijken ook Nederlanders te zijn. Dat is lastig: je kunt dan niet ongegeneerd de gasten bespreken.

Uit recalcitrantie gaan Ernst en ik Spaans met elkaar praten, wat het grote voordeel heeft dat we dat flink oefenen zo, en bovendien is het natuurlijk erg leuk als de dames de indruk wekken dat ze inderdaad geloven dat we Spaans zijn (wat op zich erg vreemd is: Hollandser dan ik kun je er moeilijk uitzien).

Erg Spaans is verder dat er in de ontbijtzaal twee tv's staan opgesteld, uiteraard op verschillende kanalen. De MotoGP in Jerez wordt aangekondigd. Die moeten we vandaag proberen ergens te bekijken!

 

Zoals we gisteren aan de oude dame in de basilica beloofd hebben, lopen we vanochtend naar de oude kathedraal, de Seo.

De buitenkant van de kathedraal bestaat voor een groot deel nog uit de muren van de moskee die hier ooit stond, maar aan de binnenkant kun je daar niets meer van zien: binnen zie je een gotische kathedraal, met hoge gewelven.

Aan de zijkanten en de achterkant zijn heel veel kapellen, met hun eigen ornamenten rond de ingang. Heel wisselend van tijdperk en kwaliteit. Vaak barok, en suikertaartachtig, en soms juist heel ingetogen.

Ook rond het middengedeelte zijn beelden, altaren en schilderijen: je hebt heel veel te bekijken in deze kerk.

Er is een plattegrond online van de Seo.

De volledige naam van de kapel waar ik naar wijs is de Capilla de Santa Elena, de Nuestra Señora del Carmen o del SantĂ­simo Sacramento. Spanjaarden zijn niet kinderachtig met namen!

 

Het kleine jongetje op de foto kijkt naar het Altar del Santo Cristo, in de Capilla del Santo Cristo: de kapel van de heilige Christus.

Ik ben niet kultuurhistorisch onderlegd, en kan alleen op m'n gevoel afgaan als ik iets zie. Deze jezus, met de twee Maria's aan weerszijden, vind ik indrukwekkend. Ingetogen, op een manier waarop het je er aan herinnert dat vergeving, mededogen, het aanvaarden van het feit dat de wereld niet perfect is, en oneindig veel meer van dat soort moeilijk te beschrijven houdingen en gevoelens, in ieders leven belangrijk zijn.

Ik ben op geen enkele manier gelovig, maar sommige Jezusbeelden, en sommige Mariabeelden weten bij mij wel dat soort zaken op te roepen, die voor mij een essentie in m'n leven zijn.

Als een beeld dat soort gedachten bij me oproept, kan ik het alleen maar bewonderen; of dat kultuurhistorisch veantwoord is, daar heb ik geen idee van.

 

De kathedraal biedt ook onderdak aan een Tapijtenmuseum.

De tapijten zijn voor het grootste gedeelte Vlaams: dat was in vroeger dagen *de* plek om je tapijten te bestellen als je flink veel geld had, en aan geld had de katholieke kerk over het algemeen geen gebrek.

Ik heb niet zoveel met tapijten (ze roepen hoogstens "knap hoor" op, en ik weet dat ik ze daar onrecht mee aandoe), maar er zijn ook schilderijen, en een aantal daarvan vind ik wel weer prachtig. Veel van die schilderijen kwamen trouwens, net als de tapijten, uit Vlaanderen.

Op dit schilderij bijvoorbeeld zie je, zo komt het op me over, een schilder aan het werk die net iets geleerd heeft over perspectief, en nu zijn uiterste best doet om dat zo veel mogelijk in z'n schilderij te gebruiken.

En het geeft natuurlijk een aardig inkijkje in het leven van vrouwen uit die tijd: baren, zogen en schoonmaken, dat was het zo'n beetje.

 

Aan dit drieluik kun je goed zien dat schilderijen in vroeger tijden de functie van stripverhaal hadden: hier wordt het leven van Jezus beschreven in de vorm van een stripverhaal.

Ideaal voor analfabeten (en in de katholieke kerk beschikten ook mensen die wel konden lezen niet over de bijbel: dat was voorbehouden aan pastoors en anderen met een officiële functie binnen de kerk).

Dit drieluik is vol detail: je kunt er uren naar kijken (waarvoor ik het geduld niet heb. Ernst helaas weer wel; na zo'n drieluik ben ik al gauw zalen verder dan hem; hopeloos).

 

Hier een detail uit het drieluik. Ik had gelukkig voldoende geduld om dit detail wel op te merken.

Maria zit met baby Jezus op schoot, met een bewonderende monnik die knielt ervoor.

Eén borst van Maria is ontbloot: ze staat op het punt om Jezus bortsvoeding te geven. Het babietje Jezus kijkt lachend en geïnteresseerd naar de monnik, een beetje cynisch, zou ik bijna zeggen. Bijna also hij nu al weet: "Ja ja, jullie monniken, jullie doen zo vroom, maar er zijn maar bitter weinig van jullie die zich ook echt gedragen volgens wat ik voorsta."

Maria's melk spuit uit haar borst, in een straaltje, precies in het oog van de monnik.

Erg herkenbaar voor wie ooit een baby de borst heeft gegeven: vooral in de eerste weken kan de melk er inderdaad uit spuiten, al wanneer je de baby hoort huilen. Alle kleren, de dekbedovertrekken, voortdurend kleverig van de zoete melk.

Je beseft dan opeens dat dat één van de gebieden is waarin de wereld er preutser op is geworden. Je hoort nooit iets over dat probleem; elke vrouw heeft waarschijnlijk het idee dat ze een vreemde afwijking heeft.

Het kleine detail uit dit drieluik laat zien dat het een probleem van alle vrouwen, van alle tijden is. Prachtig!

 

Ook deze Jezus, geboeid met touwen, vond ik erg mooi. Theatraal, zoals in Spanje veel "normaler" is dan we in Nederland gewend zijn.

Theatraal en intens, en levensecht.

 

Als we de kathedraal uit lopen is het plein naast de kathedraal vol mensen: er is een zondagse rommelmarkt hier.

Je hebt hier nog even een goed beeld van de zijkant van de kathedraal. Het "vierkante" gedeelte, het meest rechts op de foto, is afkomstig van de moskee die hier stond: zo bouwden de Moren hun moskeeën. Je zou het zo als gebouw van nu kunnen verkopen! De stijl is ongetogen en sober, met veel aandacht voor verhoudingen en simpele versieringen.

De meer versierde gedeeltren zijn van later tijd. Dat gedeelte is Romaans, in Mudejar-stijl: Moorse bouwmeesters hebben deze muren opgerich, en hun kennis zit in de versieringen in baksteen, de bogen,de tegeltjes en het "kantwerk".

 

Hier zie je die gevel nog eens van dichterbij. Het is onvoorstelbaar dat die rechthoekige gevel, van de oude moskee, uit de vroege Middeleeuwen komt. En daarnaast is hij gewoon heel erg mooi!

Bovenaan het iets nieuwere stuk zie je hoe er met baksteen wordt versierd, in de Mudejar-stijl, en hoe er tegeltjes worden gebruikt.

Verderop zie je de Lonja (waarbij je ziet dat ze gekeken hebben naar die zijgevel van de Seo ter inspiratie), en een toren van de Basilica van Nuestra Señora del Pilar.

Daar is het grote plein: hier lopen we over een kleiner plein aan de zijkant van de Seo.

Tussen al die mensen speel ik Waar is Wally...

 

Op de markt zelf is diversiteit het toverwoord. Je kunt er van alles vinden: CD's, Afrikaanse beelden, memoralia aan de communistische tijd; je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het hier op de zondagsmarkt vinden.

Dit beeld (zowel het beeld zelf als de foto eigenlijk) roept verwarrende gedachten op: je ziet het kolonialisme helemaal terug in dat beeld van die zwarte man met een pakje van de kolonialisten aan. Voor wie zou het gemaakt zijn? Voor kolonialisten destijds? Zouden die graag zo'n klein zwart mannetje met een wit pakje in de woonkamer gehad hebben, om ze er aan te herinneren hoe superieur ze zelf waren?

Of is het iets dat mensen in Europa nu graag kopen? Het idee kunst in huis te hebben, voor weinig, en met toch ook een beetje die gezellige superieure zelfbevestiging?

Je zou dat soort dingen willen vragen aan de man die tegen de muur staat geleund, maar afgezien van het feit dat hij hier staat om z'n brood te verdienen, je zegt dan zo gemakkelijk precies het verkeerde: het is zo lastig dit over dit soort dingen te praten zonder misverstanden op te roepen, en bovendien is de kans groot dat hij alleen Spaans spreekt, en dan zijn dat soort gespekken lastig...

 

Dan lopen we naar het hotel, om de MotoGP te gaan kijken. Als we de receptie binnenlopen, waar een soort lounge aan vast zit, met luie banken en luie stoelen, zien we dat de tv daar al op het juiste net staat.

We krijgen van het meisje bij de receptie de afstandbediening, en aanwijzingen over hoe hem te gebruiken, en kunnen dan de tv geheel naar onze eigen wensen instellen. Zo kijken we grandioos comfortabel naar de MotoGP, met z'n tweeën, in heerlijke stoelen om in weg te zakken.

Behalve een gebruiksaanwijzing voor de afstandbediening en de TV, krijgen we ook een gebruiksaanwijzing voor het espresso-apparaat: we mogen daar zelf (heerlijke) koffie mee maken.

Rossi wint, Lorenzo valt, en Pedrosa wordt ondanks problemen met z'n Honda (je ziet de achterkant op en neer springen bij remmen) tweede.

 

Hier een kijkje in een van de kamers. Niet groot (onze kamer is nog kleiner), maar luxe.

 

We lopen naar buiten: op zoek naar de Aljaferia.

Ik moet hier een bekentenis doen: normaal gesproken draag ik op motorvakanties altijd m'n wandelschoenen, en dan heb ik wat slippers bij me voor 's avonds. Maar nu heb ik in plaats van m'n wandelschoenen, m'n cowboylaarzen aangetrokken. Waarom? God mag het weten. Misschien omdat ik die gekocht heb voor ik m'n motorongeluk kreeg, in een tijd dus, waarin ik lichamelijk nog fit was, en waarin m'n hoofd nog razendsnel kon denken.

Die cowboylaarzen, daar kan ik wel op lopen, maar al heel snel krijg ik dan blaren.

Voor die slippers geldt hetzelfde: daar heb ik na gisteravond en vanochtend ook al blaren door.

Gevolg is dat ik eigenlijk nauwelijks kan lopen, terwijl ik perse die Aljaferia wil bereiken, en die ligt een heel eind weg.

We vorderen langzaam, met alle tijd om onderweg van alles te bekijken.

Zoals deze deur, die op zich al prachtig is (wat is het lang geleden dat er zoveel aandacht aan één deur kon worden besteed), maar die extra bijzonder is door de Chinese toeristen: de deurkloppers zien er daardoor opeens China-achtig uit.

 

We lopen via een van de voetgangersstraten, de Calle de Alfonso I, naar de avenue die de oude binnenstad scheidt van de nieuwe (nieuw is tamelijk relatief hier, zoals wel vaker in Spanje). Die avenue loopt evenwijdig aan de Ebro (en aan de lengte van het enorme Plaza del Pilar).

Dit gebouw staat op de hoek van die winkelstraat en die avenue, de Calle del Coso.

Het is een typisch Aragonees gebouw. Je ziet in veel dorpen en stadjes in Aragon dit soort huizen: overhangende dakgoten, met houten balken die prachtig gedecoreerd zijn. De gietijzeren balkonnetjes en de gietijzeren lantarenpalen ervoor maken het helemaal af.

Ik hoop dat dit soort appartementgebouwen hier nog eeuwen blijven staan, en dat ze niet stuk voor stuk vervangen worden door het type gebouwen dat er naast staat!

 

Een stukje verderop stuiten we op dit rode witte-fietsenplan.

Het is wel mooi hoe ik achteraf, terwijl ik dit verhaal opschrijf, besef hoe ik mezelf hier voorbij holde.

Aan mijn motorongeluk heb ik een licht hersenletsel overgehouden. Dat houdt in dat ik langzamer denk dan ik gewend was, en het is verbazingwekkend hoe veel problemen dat oplevert, en hoe lang het duurt voor ik m'n gedrag daar op heb aangepast.

Hier zie je bijvoorbeeld de situatie dat ik fysiek vermoeid was, met de blaren op m'n voeten liep, van plan was om naar de Aljaferia te lopen die een eind uit de stad ligt, een rij fietsen signaleer die onderdeel vormen van een soort witte-fietsenplan, en dan doorloop, zonder te bedenken dat ik daar voor me de oplossing voor m'n probleem zie.

Ik ben zo gewend dat ik snel kan denken, dat ik in zo'n geval niet besef dat ik even de tijd moet nemen om na te denken: voor ik het in de gaten heb ben ik alweer verder gelopen.

 

Een stukje verderop, aan de Plaza del Roque aan de Calle del Coso, zien we een kerk, weggedrukt in een hoekje: de Iglesia de la Manterïa.

Een barokke kerk, overblijfsel van een klooster dat hier ooit stond.

 

En vlak daarna, aan de Calle del Coso, dit enorme Aragonese gebouw met torens en bogen en overhangende daken.

De Calle del Coso is de grens tussen de oude binnenstad en de nieuwe, en dit gebouw staat aan de nieuwe kant. Je ziet hoe relatief dat woord "nieuw" hier is.

Er is een enorme afwisseling van bouwstijlen: er staan ook superlelijke jaren 70-gebouwen tussen, bijvoorbeeld. Dat maakt het misschien wel des te leuker: je loopt hier overduidelijk niet in een museum rond, maar in een hele levendige stad.

 

Een stukje verder, in de Calle Conde de Aranda, zie je dat mooi geïllustreerd: achter een half gesloopt pand doemt de Mudejar toren op van de Iglesia de San Pablo.

Een ook de schoorsteentjes met witte en blauwe tegeltjes van het donkerrode huis zijn natuurlijk een welkom beeld.

 

Lang niet alle gebouwen langs de Calle Conde Aranda zijn bijzonder, zoals je ziet, maar het geheel, met palmbomen en al, doet toch erg plezierig aan.

Het is warm. Gelukkig kunnen we in de schaduw lopen. M'n voeten doen ongelofelijk zeer. Er is geen bar open, en geen winkeltje te vinden waar we wat te drinken kunnen kopen.

Kortom, het is vandaag afzien in Zaragoza!

 

Maar tenslotte zijn we er dan, bij de Aljaferia. Het is een indrukwekkend kasteel.

Er is een Virtuele toer, en helaas is dat ook waar wij het mee moeten doen: het blijkt dicht te zijn!

Het heeft een rijke geschiedenis: het is gebouwd door de Moren, die er in de 9de eeuw mee zijn begonnen, en het in de 11de eeuw af kregen. Toen de Moren weg waren, heeft de Spaanse Inquisitie er haar intrek in genomen. De mensen van Zaragoza haden niet veel op met de inquisitie, trouwens: ze hebben, in de Seo, de hoofdinquisiteur vermoord.

Sindsdien heeft het eeuwen leeggestaan, maar het is weer gerestaureerd, en tegenwoordig huist het parlement van Aragon er in.

Je kunt het bezoeken, maar niet op zondagmiddag! Helaas ook niet op maandag, zeggen de bordjes met openingstijden: anders was het de moeite waard geweest om een dag langer in Zaragoza te blijven.

 

We lopen er omheen, en proberen nog via deze deur een glimp op te vangen van hoe het er binnen uitziet, maar worden direct weggejaagd.

We hebben nog gezegd dat we helemaal uit Nederland hier naar toe zijn gekomen om de Aljaferia van Zaragoza te bekijken, maar de desbetreffende meneer had een uniform aan en was onvermurwbaar.

Deze poort is op zich natuurlijk ook wel mooi, maar binnen is, weet ik, een Mezquita, en allerlei ruimten met Moorse bogen, Moorse versieringen, Moorse plafonds, enzovoort.

Heel jammer, maar niets aan te doen, en we weten nu helemaal zeker dat we nog een keer naar Zaragoza terug zullen komen.

 

Hier bij de Aljaferia is ook niets te vinden waar je wat kunt eten of drinken: we lopen weer terug, en dwalen nu een beetje door de zijstraten in plaats van door de hoofdstraat.

De politie van Zaragoza lijkt op Deauvilles te rijden, als ik deze motor goed heb gedetermineerd.

 

Een rond gebouw, dat kan niet missen: we lopen langs de Plaza de Toros, de arena van Zaragoza.

Het is een van de oudste van Spanje, en hij is geheel in geel met rood uitgevoerd.

Hij schijnt in 1764 in 70 dagen gebouwd te zijn. Daar kunnen de bouwmeesters van het Stedelijk in Amsterdam nog wat van leren!

De stijl heet NeoMudejar, en ik hou daar wel van ;-)

 

Dit is een van de ingangen van de arena, waarin je die herhaalde steunberen kunt zien, van de onderste bogen van de gevel.

In rood en geel, de kleuren van Spanje.

Die herhaling, die er voor zorgt dat wat je ziet met elke stap een stukje verandert, zie je ook bij bijvoorbeeld Calatrava. Dat hebben Moorse bouwmeesters dus op een perfecte manier in Spanje geïntroduceerd (of, misschien beter, geperfectioneerd).

 

En hier de hoofdingang, met prachtig gebeeldhouwde stierenkoppen bovenaan, en met affiche waarop je kunt zien dat de arena nog steeds gebruikt wordt voor echte stierengevechten.

Als ik een stier was, en ik had de keuze tussen een leven als kistkalf in Nederland, vervoer in een vrachtwagen naar Italië, en daar een dood in het abattoir, of een leven in vrijheid met een enorm stuk grond om over te dwalen, volop beweging, en dan eindigen in de arena, dan wist ik het wel: ik zou gaan voor de vrijheid en een niet-fabrieksmatige dood.

Maar gelukkig ben ik geen stier...

 

We zwerven verder, op zoek naar eten en drinken. Moeizaam, vanwege de blaren.

Zoals je ziet is ook de "nieuwe" kant van de binnenstad een en al afwisseling. Niet alle gebouwen zijn even geslaagd, maar juist die afwisseling vind ik erg leuk.

Dit is de een of andere school.

 

Van deze poort was ik, toen we 'm tegenkwamen, echt overtuigd dat hij Romeins was. Niet zo vreemd ook, want er staan hier en daar nog Romeinse overblijfselen in Zaragoza.

Maar hij is niet Romeins, de Puerta del Carmen: hij is nep-Romeins, neoklassiek, eind 18de eeuw.

Het is een wonderlijk gezicht, naast die nieuwe ronde kerk.

Mooi is het niet, maar erg leuk.

 

We komen tenslotte bij El Corte Ingles, het enorme warenhuis van Spanje, waar airconditioning is, en eten en drinken.

En schoenen, bedenk ik nu, maar waarschijnlijk had ik zo'n pijn in m'n voeten dat ik er niet overheen zag om schoenen te passen. Stom!

Ernst vindt een nieuw fototoestel, dat hem tegen heel veel korting verkocht wordt (hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen is me eerlijk gezegd nog steeds een raadsel; het was hun laatste toestel geloof ik).

Als m'n voeten en m'n rest een beetje zijn bijgekomen lopen we langzaam terug, via brede avenue's. Dit is de Paseo de la Independencia.

Het bakstenen gebouw is het Edificio de Correos, het postkantoor, uit 1926.

Ook dit zou je NeoMudejar kunnen noemen, en ik vind het leuk, dat eerbetoon aan de bouwstijl van de Moren.

 

We vorderen nu heel langzaam. Na El Corte Ingles kan ik, eenmaal buiten, nauwelijks meer lopen. Op elk bankje dat we tegenkomen ga ik zitten, om m'n voeten een poosje rust te geven.

Gelukkig staan er veel bankjes in Spaanse steden.

Hier was geen bankje, in deze steeg, maar wel een terrasje. Een terras bij een hopeloze bar: onvriendelijk, vervelend, duur.

Maar er was schaduw, dat scheelde.

 

Dit is het beeld van Eduardo Jimeno Correas, en dat beeld leent zich natuurlijk erg om bij te poseren.

Zaragoza staat vol met beelden, en er zitten erg veel leuke tussen.

 

We komen ook nog deze stoffenwinkel tegen, waar stoffen te koop zijn waarover in Nederland creatievelingen alleen maar kunnen dromen.

Het is daarna helemaal op: we gaan naar het hotel, en komen onze kamer niet meer uit die dag of die avond.

We zijn toe aan ons bubbelbad, maar dat blijkt lek, heel erg lek ;-)

Nu terugkijkend zie ik hoe ik hier worstelde met die hersenen die niet meer werkten zoals ik gewend was: ik wist nog niet dat ik voor allerlei beslissingen echt de tijd moest nemen, ik was gewend dat ik gewoon instant wist wat ik moest doen, in allerlei situaties. Nu moet ik overal echt de tijd voor nemen.

Zo had ik kunnen beslissen om nieuwe schoenen te kopen. Om nog twee dagen in Zaragoza te blijven (op maandag zijn allerlei monumenten dicht, dat hadden we als uitrustdag kunnen gebruiken, en dan hadden we dinsdag de Aljaferia kunnen bekijken, en meer).

Maar ik nam de tijd niet om dat soort ideeën door te nemen.

Dit was dus onze laatste avond in Zaragoza.

Morgen gaat de reis weer verder, terwijl ik nu, terugkijkend, mezelf zie, en weet dat ik de tijd had moeten nemen...

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: