Don Quichotte en Sancho Panza van Picasso
Castilla de la Mancha

Velez Blanco - Tuejar

Uiteraard verkennen we eerst Velez Blanco, met het kasteel, en gaan dan op weg naar het noorden, via de vlakten van La Mancha. Prachtig circuitasfalt op een prachtige circuitweg, en dan langs het sinistere stuwmeer van de Generalissimo, Franco dus (dat op dit moment misschien al een andere nlmenunaam heeft gekregen).

We eindigen in een klein dorpje, Tuejar.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Woensdag, 22 mei 2002

We voelen ons perfect, de volgende ochtend in hotel Velad Al-Abyadh. Geen spoortje meer over van de bedorven eieren/spinazie.

Na het tostada-ontbijt mogen we een kijkje nemen in de verzameling aardewerk van de bazin: zij heeft alle bekers, asbakken, servettenhouders, enzovoort gemaakt.

Het figuurtje dat overal op staat is afkomstig van prehistorische rotsschilderingen die je hier in de buurt in een grot kunt bewonderen. Dat is voor een volgende keer!

Eerst een wandeling naar het alcazar dat boven het stadje uittorent. Dat levert een steile wandeling op door steile straatjes, en het alcazar is dicht.

 

(van http://www.losvelez.com/velez-blanco.htm)

Het ligt op een heuvel die boven het stadje uittroont, en bestaat uit een rechthoekig gedeelte (het oude Moorse gedeelte) voorzien van kantelen, en een veelhoekig gedeelte dat in de zesteinde eeuw is gebouwd.

De muren zijn nog behoorlijk intact: dit is één van de mooiste alcazars van Spanje.

 

Het interieur is te bewonderen in het Metropolitan museum in New York: alles wat hier van waarde was is in de loop van de tijd verkocht aan antiekhandelaren.

Volgens mijn boekje kun je hier "Tio Perez" roepen, en dan komt meestal de gids wel tevoorschijn, maar vanochtend ligt die nog in zijn bed waarschijnlijk. Mijn boekje vermeldt zelfs de bar waar je hem kunt vinden als hij niet in zijn bed of in zijn kasteel rondhangt, maar we laten hem maar lekker met rust.

Je hebt hier natuurlijk een fantastisch uitzich over het stadje, met de rode halfronde dakpannen en het Moorse kromme stratenplan.

Wanneer we teruglopen ontdekken we een nieuw huis te koop, tegen dezelfde helling aangebouwd als ons hotel. En alweer fantaseren we over hoe dat zou zijn: hier wonen. Het is een bijzonder aangenaam plaatsje.

Tenslotte hijsen we ons dan toch maar op de motoren: de reis naar huis is begonnen :-(

 

Op de kaart staat een onverharde weg door de Sierra Maria, die we proberen te vinden. Waar hij zou moeten lopen vinden we niks; wel een smal asfaltweggetje waar we via een stukje onverhard op kunnen komen, en dat misschien in de goeie richting gaat.

Nergens staan bordjes.
Het weggetje is vol gaten, echt enorme gaten, en loopt op en neer: beekjes en riviertjes worden gewoon loodrecht overgestoken, zonder haarspelden of zo, en het asfalt/beton is hier en daar vrijwel helemaal weg.

Ik ga langzamer en langzmer. We moeten bovendien nog ergens de juiste weg naar rechts zien te vinden, en er lopen hier overal paadjes. Ik zie het niet zitten, dit lukt niet zo.

Terug dus, door Velez Blanco (we waren bovenlangs gereden, langs het alcazar, op weg hier naar toe).

Het blijkt markt te zijn, we kunnen halverwege niet meer verder. Allerlei Spanjaarden snellen op ons af, en beginnen mij hele ingewikkelde aanwijzingen te geven hoe we weer terug kunnen komen via die steile Moorse straatjes hier.

Wij kiezen voor de makkelijke manier en draaien gewoon om. De beste oplossing, vinden ze ook, zeggen ze breed lachend.

 

(van http://www.losvelez.com/velez-blanco.htm )

Zo rijden we *nog* een keer langs het alcazar, *nog* een keer langs het hotel, en *nog* een keer langs het te koop staande huis: het is duidelijk de bedeoeling dat we hier een keer terugkomen.

 

Vanuit de outskirts van Velez Blanco loopt een weggetje naar Las Cuevas de Moreno.

Je rijdt hier rechts van de Sierra Maria, en links staat op vrijwel elke bergtop een ruïne: de graanschuren hier zijn altijd behoorlijk het verdedigen waard geweest blijkbaar.

Rechts van ons, op een eenzame heuvel, ook een ruïne. Een prachtru├»ïe, je ziet er bijna letterlijk Morenspoken ronddwalen.

De kastelen staan nergens in mijn boekjes vermeld, en zijn ook niet op de kaart te vinden: het is hier gewoon de normaalste zaak ter wereld. Laten we hier maar in die ruïne gaan wonen, eigenlijk ;-)

We rijden door kaal landschap, heuvelachtig, met links de Sierra Maria, over een vrijwel kapot asfaltweggetje, en alles voelt goed. Ik ben alleen verschrikkelijk moe, echt verschrikkelijk moe.

Ernst biedt aan om de kaart te gaan lezen, en zo rij ik, voor het eerst tijdens deze vakantie, achter Ernst aan zonder nog enige idee te hebben waar we zijn.

We rijden de route die ik voor de heen weg had uitgedacht, die via witte weggetjes naar de Pyreneeë toe gaat.

 

(uit http://www.smart.co.uk/lostinlamancha/lm_index.htm)

Het gaat waaien, het gaat erg hard waaien: we rijden langzamerhand la Mancha, het land van Don Quichotte binnen,

 

en die windmolens stonden er niet voor niks.

La Parroquia, Zarcilla de Ramos, Doña Ines, de MU 504 volgen zonder al die tijd ook maar één tegenligger tegen te komen, soms een stukje door het bos, meestal door barren landscape, dan op de C415 (een gele weg op de kaart; een soort snelweg in de praktijk) linksaf naar Caravaca de la Cruz , met een enorm kasteel (we zoeken daar nog naar iets leuks om even uit te rusten, maar de oude stad is afgesloten voor alles behalve voetgangers; we gaan niet lopen sjouwen met helmen en tanktassen...).

Een pas op, haarspelden, en afdalen naar Mortalla.

Daar willen we een wit weggetje dat door de Sierra de los Alamos kronkelt nemen, en we vinden inderdaad iets dat de juiste richting op gaat, maar dat leidt tot een camping en loopt daarna dood naar een casa privada.

Het is geen straf om dat weggetje terug te moeten rijden: de bergen bieden hier beschutting tegen de wind en er zijn geen rechte stukken te vinden tussen de bochten.

Dan nemen we het alternatief, via de C3211, eerst een stukje recht en dan weer kronkelend door de bergen, naar Elche de la Sierra , en dan is er een stuk snelwegachtig iets om uit te rusten.

Vanaf Helin de CM412, en het waait en het waait en het waait.

Hier is weer elke berg van een ruïne voorzien: we zitten weer midden in een graanschuur.

In Almansa stoppen we om wat te drinken. Een bar met terras, overdekt met een doek.

Af en toe valt er een druppel, en tenslotte steekt er een zandstorm op, die gelukkig door een mede-terraszitter wordt gesignaleerd voordat onze ham en kaas vol zand zitten: hij haalt de plastic zijflappen naar beneden en maakt die vast: blijkbaar is dat nogal eens nodig hier, dat alle voorzieningen voorhanden zijn en de vaste klanten weten hoe één en ander werkt.

Er rijden hier nogal wat dure auto's rond. Een hele dikke Mercedes stopt aan de overkant, en de spreekwoordelijke Mercedesrijder stapt uit: rijkelijk voorzien van gouden ringen en kettingen, en een buikje.
En dan doet ie de deur van de bijrijder open en helpt een oud vrouwtje uitstappen: hij brengt zijn moeder thuis, die hier in een piepklein bovenhuisje woont.

Spanje? Ik zal het nooit begrijpen...

Wanneer we weer opstappen (inderdaad, nagezwaaid door de hele straat) is er geen zandstorm meer, maar het waait nog steeds enorm.

 

De N350 begint recht, maar dan is er weer een Sierra, en wanneer we langs het embassament de los Embarcaderos (een stuwmeer) zijn gekomen (na een heel schilderachtig plaatsje,

 

Cofrentes, met kasteel en al), rijden we opeens op een heus circuit, inclusief circuitasfalt.

We worden hier ingehaald door een R1, en klimmend scheuren we door de ene snelle bocht na de andere, met supergrip, dit zijn van die haarspelden waar je met minimaal 100 doorheen kunt, waarin je je voet moet optillen en moet uitkijken voor de cylinders.

Jezus, wat een bergen hier, in het achterland van Valencia! Rood- en oranje gekleurd, hoog en dreigend, en dan zo'n weg er doorheen. We hijgen een poosje uit bij een uitkijkpunt, waar zelfs de tanktassen bijna van de tafels waaien (wat de bochten extra "interessant" maakte trouwens, die wind).

Na Requena weer een wit weggetje.

De route die ik thuis oorspronkelijk voor de heenreis had ingetekend blijkt prima te rijden te zijn, over hele smalle weggetjes, door Sierra's en al. We draaien nu de CV391 op, langs Villar de las Olmos en Villar de Tejas del Remedio, een echt bergweggetje, en het wordt zelfs koud hierboven.

 

Afdalen naar Casas de Medina en dan via de CV 390 naar wat op mijn kaart nog als het Embassament del Generalissimo staat aangegeven, het stuwmeer van de generaal, Franco dus, en wat in het echt voorzien is van een ander, neutraal naambordje (geen idee meer hoe het nu heet).

Je daalt hier af via haarspelden door een donker woud naar dat embalsa, en treft dan een enorm verlaten somber fabriekscomplex aan: een oude wapenfabriek.

Het standbeeld halverwege de dam, met een plaquette dat dit het lievelingsstuwmeer van Franco was, hebben ze laten staan. Ik kan me de neiging voorstellen om alle sporen te willen uitwissen van zo'n man, maar het is natuurlijk juist heel erg goed als er een aantal van dit soort herinneringen overblijven: de man heeft tenslotte echt bestaan, en geschiedenis wis je niet weg.

Het is laat en we zijn moe. In Tuejar , een klein dorpje in de bergen, proberen we een hotel te vinden. Het dorpje/stadje inrijden levert een kerk op met een pleintje en een aantal bars, maar verder niets.

Maar de weg het stadje weer uit loopt gelukkig langs een hotel. Beneden een bar met enorme zaal, helemaal leeg, op de familie van de hoteleigenaar na. Alle kamers zijn leeg: we zijn uitermate welkom ;-)

Eten en bier drinken met de tv aan, en een tafel verder de hotelfamilie, en de zaal lijkt qua geluid alweer helemaal gevuld.

De terugweg is altijd triest, maar tot nu toe is alles gelukkig nog heel erg Spanje, en een vakantie van vier weken zou nog lang niet genoeg zijn om alles waar we vandaag langs zijn gekomen echt op je gemak te verkennen.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: