Houten bord met kaart in relief van de Sierra Nevada
De Sierra Nevada in hout

Laujar de Andarax - Guadix

Vanuit Laujar de Andarax trekken we de Sierra Nevada in, over onverharde paden. Die zijn hier overal te vinden, voor de bosbouw.

Aan de overkant van de Sierra Nevada ligt Lacalahorra: een dorpje van niks met een bijzonder kasteel.

Tenslotte strijken we verderop neer in Guadix, waar een woonwijk van grotten is, Hobiton. Daar slapen we in zo'n grot.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Vrijdag, 17 mei 2002

Ontbijt in onze vaste bar.
De baas kan zijn arm niet goed gebruiken, dus ik voel me een beetje bezwaard bij het bestellen van de zumo de naranja (die wordt altijd vers geperst), want zijn vrouw is er nog niet.

Aan de muur een poster van de "bodega" van Laujar, waar de wijn van iedereen die hier land met druiven heeft, wordt gemaakt. Eén piepklein fotootje van het prachtige oude witte huis; veel foto's van de technische apparatuur, waaronder vier enorme roestvrijstalen vaten, met alle medewerkers ervoor poserend.

De bar verkoopt dan ook vino del pais y tapas variadas.

 

Deze keer lopen we langs de mercado omhoog, komen bij een met onkruid overwoekerd trappensteegje, langs een plek waar gebouwd wordt, en dan zien we iets waarover we tegelijkertijd "ons hotel" zeggen.

Een enorm, hier en daar nog witgekalkt gebouw, van drie verdiepingen, met binnenplaatsen en vleugels.
Het lijkt op een verlaten klooster.

 

Het dak is volledig ingestort, de vloeren zijn voor het grootste gedeelte verdwenen, alleen de muren zien er nog tamelijk intact uit.

Het hotel ligt bovenaan het stadje aan de voet van zijn eigen dal: een enorme tuin dus, helemaal met onkruid (bloemen!) overwoekerd, en hier en daar nog een oude olijf of sinaasappelboom.

De perfecte setting voor romantische zielen! Maar hier hebben we toch een miljoen euro of zo voor nodig, em er een eenvoudig hotel van te maken.

*Red. Tja wie van ons moet ooit dat ondernemersplan bijelkaar verzinnen, dat lukt nooit, staatslotje kopen dus maar.

Thuis kom ik er achter dat het El Convento de San Pascual Bailon is, dat er een reddingsactie op touw is gezet, en dat er in december 1996 een dag is geweest met 1200 liter regen per vierkante meter, en dat er toen nogal wat van het klooster bezweken is (waaronder de koepel).

 

Verder lopend, bovenaan het stadje blijvend, komen we bij een mirador met uitzicht over de hof van Eden van gisteren, nu vanuit een hoger standpunt.
Van hieruit zijn er geheimzinnige bordjes met Salidad, Uitgang. Staat hier de uitgang van het stadje aangegeven?

We volgen de weg een stukje, maar zien niets bijzonders. En als we een route naar het hostal lopen, om straks met de motor te kunnen kijken, stuiten we op trappen en onmogelijke hoeken in steile straatjes. Nou ja, dan maar de Sierra Nevada in.

*Red. Sommige steegjes zie ik mezelf nog niet eens indraaien, laat staan de roadrunner met zijn snavel en koffers.

Ik heb de tanktassen naar de motoren gebracht, en wacht tot Ernst met alle zware spullen aan komt zeulen. Naast het hostal het Ayuntamiento, het gemeentehuis, een lief gebouw van drie verdiepingen met een balustrade voor elke verdieping, en een klok erboven, die we vanaf ons balkon hebben horen en zien luiden.

*Red. Een prachtig staaltje smeedwerk, met niet zoals hier gewoon een kantel klok maar een hamerwerk, rustplaats voor zwarte spreeuwen en verdwaalde mussen, totdat...

Er komt een bestelautootje aangereden, vol enorme lege jerrycans achterin.
Die worden allemaal gevuld met het bronwater uit de leeuwekopjes, door de twee mannen uit de auto, en vervolgens worden die loodzware dingen allemaal achterin gezeuld.

Tenslotte komt Ernst met de spullen, en wordt er door twee bestelautootjes toegekeken hoe ik de motor achteruit zeul en wegrij (eentje was zelfs speciaal zo gaan staan dat hij met een galante glimlach en bijbehorend gebaar een stukje achteruit kon rijden om plaats voor me te maken).

Op weg dus, de Sierra Nevada in. Bijna aan de westkant van het stadje hebben we een bordje gezien met "Sierra", rechtsaf.

Dat voert door een stukje Laujar dat we nog helemaal niet hebben gezien, met een markt (kraampjes strak tegen de huizen in de straat aangeplakt): Laujar is groter dan we dachten.

 

Maar dan zijn we Laujar uit en rijden we over een asfaltweg in haarspelden die alweer een onontwarbaar lint vormen.

 

Laujar ligt aan onze voeten, het uitzicht wordt steeds adembenemender, en precies op het moment dat de weg de Sierra in gaat, en we willen stoppen om even visueel afscheid te nemen, is er een mirador waar je een halve cirkel aan uitkijkplek hebt.

 

Van hier uit kun je Laujar prachtig overzien, met de nieuwe huizen in aanbouw rechts, ons hotel (het imaginaire dus) recht onder ons, links daarvan tussen de witte huizen de kerk, en helemaal links het dal met de watervallen.

Nu kunnen we toch nog zien waar de Salidad uit het dorp naar toe ging! Er loopt een weg daar, zo'n beetje boven de kerk, dat klopt. Hij komt niet uit op deze weg, maar op een rechthoekige structuur. Geen fabriek, maar wat dan?

Het is de begraafplaats! Salidad wijst je niet op de uitgang van het stadje maar op de uitgang van je leven!

 

De weg loopt nu de bergen in. Een tijdje lang hebben we rechts nog uitzicht op het watervallendal (maar dan ver voorbij het punt waar wij zaten), waar we een enorm lange watergoot zien, een rechte lijn die af en toe om een rots heen buigt.

*Red. Echt een hele rare ervaring, eerst denk ik nog "hee daar loopt een heel mooi slingerweggetje, op bijna 1 hoogte da's lekker makkelijk met de GSsen" maar dan zie ik dat het bijna haakse hoeken maakt om de vouwen van de berg, en zie ik er een schaduwtje onder, het is dus waarschijnlijk 1 van de vele Moorse Aquaducten, gewoon nog in gebruik zo te zien...

 

Dan een haarspeld naar links, en de weg verandert in een onverhard bospad-achtig iets.
De begroeiing is eerst wat je in Frankrijk maquis noemt, thijm, salie, rozemarijn, stekelige geurende struikjes. Er groeien meer dan 2100 plantensoorten in de Sierra Nevada...

 

Dan worden het alleen maar struiken, met enkele witte rozen, en nog hoger rijden we door een naaldbos.

 

Het is allemaal prima te doen met de GSsen met TKC's, geen moeilijke situaties. Het is bijna niet voor te stellen dat je op deze manier steeds hoger en hoger de Sierra Nevada in klimt.

 

Dan staan er een paar grote auto's aan de kant van de weg. Ik moet er links langs, aan de afgrondkant (nou ja, een miniatuur soort van afgrond dan), en ook dat doe ik alsof het niks is (nee Ernst hou je kop: het is wel iets).

*Red. Ik zeg niets ?

 

De auto's blijken van een aantal houthakkers te zijn: even verder zijn ze bezig een enorme boom dwars over de weg te takelen, maar als ze ons aan zien komen maken ze de ketting los en kunnen we tussen takelwagen en boom doorrijden.

 

Ze groeten allemaal uitbundig. Ernst ziet hoger tussen de bomen nog iemand die de armen uit zijn lijf probeert te zwaaien.

*Red. Heerlijk die Spanjaarden gewoon elkaar goeiendag wensen zonder dat je elkaar kent.

 

We komen twee keer een berghut tegen, en de weg gaat nog steeds door. Een paar keer zijwegen, maar de bordjes Casa privada maken duidelijk dat we gewoon rechtdoor moeten blijven aanhouden.

Dan komen we op een T-splitsing: links of rechts? Volgens mijn kaart is er een weg die links terugbuigt naar het zuiden, en moeten wij nog hoger waar we nogmaals op een T-splitsing terecht moeten komen, waarvan de linkerweg naar de weg naar La Calahorra loopt, en de rechterkant helemaal naar het oosten, naar het einde van de Sierra Nevada.

Toch maar eerst even kijken, maar links blijkt inderdaad na een poos weer naar links af te buigen en te dalen, dus weer terug. Wat wel weer leuk is, is dat er een stuk met geulen is, waar ik, de ervaringen met geulen met andere banden indachtig, strak doorheen probeer te sturen: de GS had altijd erg de neiging om te vallen als ik per ongeluk een beetje uit zo'n geul stuurde.

Op de terugweg rij ik achter Ernst aan en zie ik niks door het stof, ook geen geulen, en merk ik er ook niks van met de TKC's. Echt een ongelofelijk verschil!

*Red. Dat zeg ik toch Wonder Banden, dat zijn het, echte Wonders om wielen.

Rechts dus, omhoog, al snel weer een T-splitsing en dan kiezen we links.

 

Het naaldbos is verdwenen: we zitten hier boven de boomgrens van de Sierra Nevada. Het allermooist is dat het nog steeds onverhard is, dat het prima gaat, en dat we dus onverhard echt heel hoog in de bergen zitten.

 

Een soort uitkijkpunt, betonnen platen met kraan, waar we even wat eten en kijken.
Een enorm dal voor ons, met links in de verte een wit dorpje. Ik kan op de kaart zien waar dat is, ik zie zelfs het witte weggetje er langs lopen: Bayercal.

 

Als we verder rijden, rijden we als het ware tegen de kammen van de Sierra aan, langs de bovenkant van het dal, om aan de overkant te komen.

 

Dat betekent bocht bocht bocht steeds verder de bergen in, dan een waterval (of bescheiden beekje) van één van de vele stroompjes die samenkomen in de rivier lager in het dal, en dan bocht bocht bocht steeds verder naar links terug, om de berg heen, en dan herhaalt het zich weer.

Zelfs hier zie je nog sporen van terrassenbouw, en van irrigatiesystemen vanuit de beekjes.
Spanjaarden lui?
Over een paar duizend jaar bekeken hebben ze echt ongelofelijke prestaties neergezet.

 

*Red. Ik stop om het watervalletje vast te leggen, en zie daar weer een geultje met water lopen, een Aquaduct van aangestampte grond hier en daar versterkt met een stukkie plestik, ik klim dus even naar de aftakking om te kijken hoe ze het water in dat geultje krijgen, ook daar gewoon aarde en stenen, ik klauter voorzichtig over het randje ernaast en wil om een mooie uitsnede te maken een stap weer achteruit... Verdomme, maar goed dat er ook een boom staat waar ik me aan vast kan grijpen... Laat je niet verleiden door een fototoestel.

 

En verder gaat het weer, volgens de beproefde hoe kom ik een stukje verder langs het dal methode, en zo nu en dan zien we de witte toppen van dichtbije bergen, en het besef wat een voorrecht het is hier te rijden dringt steeds dieper door, we rijden nu al meer dan 40 km onverhard, hoog in de Sierra.

 

*Red. De boeren hebben zich ook aan de steile omstandigheden aangepast, geen trekker met grote wielen, maar een rupsvoertuig, dat ze met een busje over de weg naar de akker brengen, wat een gedoe, hotsebotsen met zo'n veel te zwaar beladen busje om zo'n stenige akker om te kunnen ploegen, nee boeren hier is niks voor mij.

 

En dan zijn we langzamerhand echt aan de overkant van de berg gekomen, en we dalen weer, we komen weer in het naaldbos, en als spiegelbeeld van de weg omhoog komen we ook hier houthakkers tegen.

 

Tenslotte verandert de weg in eentje van losse stenen, en zien we beneden ons het lint van een geasfalteerd weggetje liggen. In een serie haarspelden dalen we af. Langzaam, omdat ik zo steil op losse stenen niet echt durf te vertrouwen op goed kunnen remmen ondanks de TKC's, maar ondanks dat zijn we in belachelijk korte tijd beneden, en zien we voor het eerst sinds 50 km weer asfalt. Dit was echt ongelofelijk.

*Red. Was de weg van Delft naar Utrecht ook maar zo, da's nagenoeg net zo ver...

 

We rijden nu op het weggetje dat van Bayarcal naar het noorden loopt. Heel smal mooi weggetje.

Dat weggetje komt samen met een ander wit weggetje (vanuit Bayarcal vanuit de oostelijke Alpujarras (de zuidkant van de Sierra Nevada), het andere weggetje vanuit de westelijke Alpujarras), om samen op weg te gaan naar de enige pas zo'n beetje (afgezien van eentje veel verder oostelijk, waar de Sierra Nevada veel lager is), dwars door de Sierra Nevada, de Puerto de la Ragua.

 

Vanaf het moment dat de weggetjes samenkomen kennen we de weg nog van een vorige keer, echt superasfalt met superbochten, en vanaf het moment dat je naar beneden gaat een superuitzicht over de vlakte van Lacalahorra.

*Red. Heerlijk blazen is dat op een bekende weg denk ik nog en ik moet zeggen, het is weer waanzinnig, ik ga nog even op het plekkie staan waar ik de vorige keer vastlegde hoe prachtig die weg zich langs de bergwandslingerd, om daarna aan de inhaalrace te beginnen.
Maar helaas de vernieuwing heeft ook hier toegeslagen, want naar beneden word het al snel een hele brede Racebaan, en is er effe niet zo veel meer aan, al die leuke bochten vervangen door een zacht meanderende brede asfaltrivier, gelukkig ligt de oude weg er nog wel, want na verloop van tijd zie ik hem toch na een bergruggetje van beneden weer aansluiting zoeken op de nieuwe.
De volgende keer dus toch maar rechtsaf na het begin van de rivier.

 

Dat LaCalahorra heeft een absurd kasteel , dat je vrijwel meteen al ziet liggen: bovenop een heuvel, met vier ronde torens met een ronde koepel afgedekt, een heel massief ogend geheel.

De vorige keer hebben we vanuit de verte oh en ah geroepen; deze keer gaan we d'r naar toe.

Dus linksaf het plaatsje in, maar eerst eten. Daartoe volgen we de bordjes naar El Castillo, want daar zijn vast wel horeca en souvenirwinkels enzo in de buurt.
Maar in plaats daarvan komen we meteen al na het eerste bordje op een modderpad terecht, en even later zijn we het plaatsje uit, en rijden we op een geitenpad richting kasteel.

 

Omkeren dus maar even om te eten, en we vinden een straat met twee kerken (waarvan één zonder dak, woonplaats voor een absurde hoeveelheid duiven), het kasteel hoog op de achtergrond als je de straat uitkijkt, en een bar-café-restaurant-hostal, Hostal Manjon waar we de motoren voor neer zetten.

 

Het is al een uur of vier, maar niemand vindt het vreemd dat we nog een complete maaltijd willen: er zitten dan ook nog meer mensen te eten. Eén van de heerlijke dingen van Spanje: het maakt echt geen zak uit wat voor tijd het is, eten kan altijd.
Op de binnenplaats een echt tafelvoetbalspel: die bestaan dus nog steeds.

*Red. Tja en de klim over de Sierra Nevada heeft zoveel plaatjes opgeleverd dat ik effe moet overtanken, ik vraag even of ik wat stroom mag prikken en na het eerste stopkontakt waar niks inzat, lukt het toch om wat stroom aan de muur te ontfutselen, en kunnen we even over ons schouder terugkijken naar al die uitzichten van net, de baas staat af en toe stiekum mee te kijken vanachter de de dranken koeler.
Als ik naar de WC ga zie ik waarom de baas me net zo vreemd aankeek, vanwege het heerlijke weer hadden we sunblock opgedaan, en al dat achter Syl aanstuiven over die zandpaden, heeft ervoor gezorgd dat er een hele zandkoek op de Sunblock zit geplakt, maar waar de zonnebril zat dus niet, een heel weird masker...

 

In het zaaltje naast ons hangt een tegeltableau van het castillo, zo ongeveer op de plaats waar we het echte castello zouden zien als de betreffende muur er uit was (nou ja, eigenlijk meer als wanneer je naar buiten zou lopen).

 

In dat zaaltje staat een Spanjaard het plafond te schilderen, met behulp van een kratje op een stoel op een wankel tafeltje, maar ik moet toegeven: hij is niet gevallen.

Toen we aan kwamen rijden keek de baas nogal fronsend naar Ernst en zijn motor, maar nu we wegrijden komt iedereen buiten staan om te kijken, en te zwaaien. Adios!

 

Terug naar het geitepaadje dus, dat via een aantal haarspelden omhoog naar het kasteel loopt.
Bij de derde haarspeld heb ik het idee dat als ik het hier al haal ik bij de volgende wel om zal donderen, en met die koffers die toch al allebei met plakband aan elkaar hangen zie ik dat niet zitten. Ik parkeer de Roadrunner dus, en loop de rest (Ernst wil me achterop, maar dat weiger ik uiteraard!).

Ik neem de weg recht naar boven, voor zover mogelijk (het is hier en daar echt veel te steil), en kom volledig buiten adem boven: Stuurman heeft voor de eerstkomende weken wel weer voldoende lichaamsbeweging gehad.

*Red. Strontvervelend zo'n zelfstandige dwarsligger

 

Ik moet zeggen dat het toch wel eventjes slikken was, toen ik daar bovenop *twee* motoren zag, en die andere was niet de één of andere woeste KTM of zo, maar een Guzzi Nevada ;-)

 

De Duitser van die Guzzi en wij, kwamen alleen helaas tot de conclusie dat het castillo op slot was. Binnen de massieve muren schijnt een totaal onverwachte elegante renaissance binnenplaats te zijn, maar die is alleen op woensdagochtend te bezichtigen.
Zelfs de Canon kon via het sleutelgat geen glimpje van het interieur opvangen.

*Red. Nee veel meer als een volgend hek zat er helaas niet in :-( Was wel even lachen daar in de Gierende wind, ik zie de Duitser voor de deur staan ook nog moe van de klim zo te zien, en ik zeg: "Sag mir nicht das sie die schluessel vergessen haben?" Hij kijkt helemaal verbaasd om met moet onbedaarlijk lachen samen komen we bijna over de bulderende wind heen, maar echt lukken wil dat niet. Wat een storm hierboven zeg je word bijna uit je jas geblazen.

In mijn boekje staat trouwens dat de "keeper of the key" een dochter heeft die aan de doorgaande weg een restaurant heeft in een soort nagebouwd castillootje, en we zagen dat restaurant inderdaad liggen. Misschien dat je via haar op andere tijden dan woensdagochtend toch binnen kunt komen, maar de Duitser en wij namen de zaken zoals ze waren, en besloten dat we wie weet wel een andere keer terugkomen en wie weet ook niet.

Ik zag hem terugrijden op z'n Nevada, petje af!

 

*Red. Terwijl ik zijn moedige terugtocht vastleg zie ik iets heel absurds, er loopt beneden zomaar een Hazewindhond, net als op die Gobelins met jacht taferelen die je vaak in dit soort kastelen ziet hangen, en als de Guzzi bijna beneden is komt er ook nog een zwarte lang geschreden, je waant je helemaal terug in de middeleeuwen, de hnden verdwijnen een tijdje later in het helemaal beneden gelegen dorp...

 

*Red. Terwijl ik zijn moedige terugtocht vastleg zie ik iets heel absurds, er loopt beneden zomaar een Hazewindhond, net als op die Gobelins met jacht taferelen die je vaak in dit soort kastelen ziet hangen, en als de Guzzi bijna beneden is komt er ook nog een zwarte lang geschreden, je waant je helemaal terug in de middeleeuwen, de hnden verdwijnen een tijdje later in het helemaal beneden gelegen dorp...

 

Op de terugweg moest ik verdomme nog een keer aan Ernst vragen om een stukje te rijden, want het was zo achterlijk hard gaan waaien dat ik mezelf niet overeind kon houden.

 

En onderweg naar beneden natuurlijk steeds achterom kijken, want het kasteel is ook van hier uit gezien geweldig.

 

Maar ja, de stukjes plastic die we her en der in de bochten vinden bewijzen dat niet alle motorrijders het er hier zonder kleerscheuren van af brengen.

 

We gaan op weg naar Guadix, niet via de snelweg, maar via witte (-: weggetjes door de "Marquesado de Zenete" , een streek rondom LaCalahorra, aan de voet van de Sierra Nevada, vlak, met overal oude ijzermijnen.
Wanneer we op weg gaan hebben we aan de ene kant de besneeuwde Sierra Nevada, en aan de andere kant het Castillo van Lacalahorra om naar te kijken

Een kaarsrechte weg naar Alquife , met uitzicht op Minas del Marquesado, een verlaten dorp bij een verlaten mijn .

 

Bochten naar Lanteira en Jerez del Marquesado, een brug over een ravijn daar, en dan blijkt de weg opgebroken, zodat we kilometers lang door het zand rijden.
De wegwerkers vinden het geen enkel probleem dat we hier rijden. Had ik nog zo gezegd dat ik alleen nog maar asfalt wilde zien vandaag...

*Red. Ja wat was dat lullig, je had het nog niet gezegd dat je wel genoeg stof gehapt had, of het was weer een stofboel, op een gegeven moment (en dat snap ik nog steeds niet) komen we bij een Graafwerktuig dat weer bezig is het zandbed weer weg te halen, hij is bezig het hele zandbed weg te halen, en precies als wij hem van de achterkant bereiken haalt ie ook het laatste stukkie weg :-(
Hij had ons duidelijk niet zien aankomen, eerst maakt ie nog gebaren zo van "dat lukt je toch wel" maar een kuil van een meter inrijden zou nog wel lukken, maar eruit, zeker met de Roadrunner zie ik niet zo zitten, dus weer met handen en voeten duidelijk maken dat me dat niks lijkt, en hij maakt met wat grootse gebaren van zijn reuzenschep, aan de andere kant een provisorische oprit uit de kuil die hij voor mij groef.
Na een kilometer of tien ligt er gelukkig kersvers asfalt dampend op de eerste banden te wachten.

 

Wanneer we in de buurt van Guadix komen staat ons nog een verrassing te wachten: een landschap met vreemd gekleurde rotsen, met Utah in de verte.

 

Wanneer we langs de eerste huizen van Guadix roept Ernst iets naar me. Hij heeft een bordje gezien naar Barrio nog-iets (ben vergeten wat precies; barrio betekent wijk), en volgens hem moeten we daar naar toe.

*Red. Barrio Viejo (Oude wijk) ik had iets vreemds gezien in de verte lings naast de weg...

Ik vind het prima, en rijd achter Ernst aan die een voor mij onverklaarbare route rijdt, maar dan zien we opeens groene heuvels met overal witte schoorstenen er uit stekend, en hier en daar halfronde uitbouwtjes.

 

We stappen af om één en ander tot ons door te laten dringen. Een paar jongetjes en meisjes blijven op afstand naar ons kijken; eentje laat zijn voetbal af en toe naar de motoren rollen en bekijkt dan snel even de tellers enzo.

Overal spelen kinderen, de was hangt buiten, er zijn paadjes tussen de heuvels (en hier en daar ook straten: wij zijn via een straat gekomen), waar mensen lopen, iedereen kent elkaar.

Ik wist dat hier grotwoningen waren, nog steeds in gebruik (al sinds heel erg veel eeuwen), maar die had ik me altijd voorgesteld als een loodrechte rotswand met een deur erin op begane-grond-hoogte. Dit is iets volslagen anders.

We zien wel een rotsachtig iets, met een enorm wit huis er bovenop (daar zijn we niet geweest, geen idee wat het is), maar verder is het juist allemaal met gras begroeid, ronde heuvels, met overal dus die witte schoorstenen.

Enigszins beduusd rijden we nog een stukje door de wijk (is heel uitgebreid), en komen dan, min of meer per ongeluk, weer in het "normale" gedeelte van de stad, nou ja, het hele oude gedeelte dan, met het Alcazaba, het Moorse kasteel.

*Red. Ik vraag me nog steeds af wat er nou ouder is...

Ik besef opeens dat ik eigenlijk helemaal niet meer weet waar ik naar toe op weg ben, en stop.

We moeten iets te eten en te slapen vinden, dat is duidelijk. Ik heb gelezen dat je in zo'n grotwoning kunt slapen, dat er een hotel is of zoiets, maar ik heb geen enkel idee waar.

Terug dus maar weer ;-)
Er zijn bordjes naar een Museo de cueva , een grottenmuseum, en die volgen we maar bij gebrek aan enig ander idee.

We komen op een pleintje uit, met een kerk, en daar tegenover een winkel met ansichtkaarten en aardewerk enzo, en daarnaast het museo.

"Museo abierto?", is het museum open?, vraag ik aan de vrouw in het winkeltje, en die antwoordt dat het dicht is, maar dat ik haar eigen huis mag bekijken, achter de winkel ;-)
Ik geloof dat ik toen naar habitacion vroeg, en toen werd er een man naar voren geschoven die een grotwoning had waar we in konden slapen.

Het was om de hoek, hij zou het wel even laten zien. En zo liepen we met hem mee naar ons huis voor vannacht.

 

Voor de deur hetzelfde vliegengordijn als iedereen in Spanje heeft, van een rood-zwart-wit geweven stof.

 

Binnen een keukentje met alles er op en er aan (incl magnetron), een prachtige badkamer,

 

en dan een halfrond poortje met gordijn naar de volgende kamer, een zitkamer met open haard, weer een halfrond poortje naar slaapkamer één, met gouden bed met turquoise sprei, en weer een halfrond poortje naar de laatste slaapkamer, de mooiste volgens de man, met een gouden bed met knalroze sprei.

De bedden zijn voorzien van kussens met ruches, de lampen zijn allemaal van goudkleurig metaal, muziekinstrumenten aan de muur, we zijn hier in zigeunerland ;-)

In Andalucia wonen heel veel zigeuners, maar al honderden jaren geleden hebben die hun zwervend bestaan moeten opgeven: Spanje is het enige land waar alle zigeuners in gewone huizen wonen, maar ze wonen nog steeds vaak in wijken bij elkaar. Dit is zo'n wijk.

 

Onze gastheer reikt nog niet eens tot mijn schouder, en de poortjes zijn dan ook niet helemaal op Ernst-hoogte; bij de terugtocht door de kamers stoot hij een gordijn met rails en al naar beneden. Geeft allemaal niks, vindt onze gastheer, die net bezig is om precies te laten zien waar je de lichten aan en uit kunt doen (heel attent: in elk gangetje tussen twee kamers schakelaars voor de volgende en de vorige kamer).

Het is hier altijd 20 graden, zomer of winter, vertelt hij, heel aangenaam.

Wanneer we weer buiten zijn en ik heb verteld hoe mooi ik het huis vindt, en dat we er graag willen slapen, geeft hij mij de sleutel. Met z'n drieën lopen we naar de winkel, waar paspoortgegevens worden opgeschreven, en als blijkt dat we niet genoeg cash meer hebben zegt hij dat het geen enkel probleem is, dat komt mañana wel. Hij wil ook geen paspoort als borg: hij vertrouwt ons.

Alsof dat nog niet genoeg is, laat hij ons de grot achter de winkel zien, zijn eigen huis, met als mooi detail een voorraadkast in de vorm van een minigrot-in-de-grot.

 

We installeren ons in ons nieuwe huis, en lopen naar beneden, richting oude stad, op zoek naar iets om te eten. Onderweg steeds scootertjes, richting bar *met* passagier, en de andere kant op weer zonder: sommige jongetjes zijn taxichauffeur voor andere jongetjes ;-)

*Red. Het is een waar knetter festijn, ook een heleboel crossbrommertjes die hun best doen naar boven te komen tussen al deze heuvels.

De bar hier is echt alleen om te drinken, dus lopen we verder. Beneden aangekomen kijken we of we de ingang van het Alcazaba kunnen vinden, dat hoog boven de huizen ligt en van waaruit je een heel mooi uitzicht over de grottenwijk moet hebben.

Je kunt dat Alcazaba bereiken via een jezuietenklooster, blijkt (een seminarie geloof ik, nou ja, zoiets), maar dat is dicht.

Even verderop het Palacio Peñaflor, waar je zo binnen kunt lopen: het wordt verbouwd. Een binnenplaats met slanke zuilen, een balustrade rond de eerste verdieping, en als we daar een kijkje nemen blijkt de plaatselijke muziekschool daar te huizen. De tuin één en al ruïne.

 

Verder naar beneden, en dan staan we voor de kathedraal. Een enorm ding, nauwelijks te overzien omdat de huizen er dicht omheen staan. Een voorkant met overal beelden en zuilen en versieringen.

*Red. Een en al suikerwerk, de Baroque heeft hier kennelijk hoogtij gevierd, ten koste van de plaatselijke burgerij want de rest is behoorlijk troosteloos. De beelden die op de foto in onze boekjes ontbreken staan nu weer in hun nisjes, wat een nog absurder contrest vormt met de halfdode stad met leegstaande en in elkaar donderende huizen er omheen...

Maar geen bar...

Verder lopend komen we aan de rand van de oude stad, die van de nieuwe stad is gescheiden door een enorm vlak leeg zanderig terrein: daar is vast overdag de markt.
Die steken we over, en dan zitten we in een stoffig Spaans provinciestadje, totaal anders dan de grottenwijk, totaal anders dan de oude stad: flats en veel verkeer ;-)
Maar wel *met* bars en restaurants.

In het restaurant dat we uitkiezen zijn we de enigen (het is wel Spaanse etenstijd: 10 uur). De baas spreekt Frans, en dan is het toch echt heel veel gemakkelijker om te vertellen hoe lekker het eten is. Hij geeft ons een folder van een cueva-hotel, bij ons om de hoek zie ik ;-)
Het is van een Fransman die met een Spaanse is getrouwd, Jean y Julia . (die van ons heet trouwens Cueva de Maria : de vrouw van het winkeltje).

We lopen terug, en mijmeren onderweg over de grottenwijk.

"Tolkien is hier geweest", zegt Ernst opeens: "We zitten hier in Hobbiton".

En verdomd, de afgeronde groene heuvels, de afgeronde uitbouwtjes, de schoorstenen, het klopt allemaal precies. En niet alleen dat!

Zigeuners zijn klein, echt stukken kleiner dan wij: onze gastheer is geen uitzondering, de meesten komen niet verder dan mijn schouder. De levensstijl van Andalucia is bovendien heel erg geïnspireerd door die van de zigeuners: elk excuus dat daarvoor gebruikt kan worden betekent een feest (en anders doe je het zonder excuus).
Feest betekent dansen, eten en drinken.
Iedereen in Andalucia eet en drinkt de hele dag door, een drankje met tapas, olijven met sherry, vleesballetjes in saus met een paar glazen vino, een biertje met een racione queso, in eindeloos veel variaties.

Geschiedenis interesseert ze niet echt: de Alcazaba's verkruimelen onder hun ogen (hier in Andalucia zijn nog steeds een aantal grotten met heel oude en bijzondere rotstekeningen waar je een emmertje water meekrijgt om er tegenaan te gooien omdat ze anders zo vaag zijn ;-).
Het land hier is één en al vruchtbaarheid, het is hier gewoon hobbiton, en niet anders ;-)

*Red. En alle kinderen lopen hier ook op blote voeten, je hoeft helemaal niet naar Nieuw Zeeland om Hobbiton te gaan bekijken, je kunt gewoon in Guadix kijken waar de verhalen door geïnspireerd zijn, want achter de Sierra Nevada ligt Almeria een heel Grote stad met nog heel veel Moren (de donkere Zuiderlingen) en het sterft hier ook van de bordjes Minas Zus en Minas Zo.
Heel erg leuk om te zien waar de schrijver van mijn lievelingsboek zijn inspiratie vandaan haalde, de Hobbits lopen hier af en aan, met hun gedrongen bouw en het buikje dat getuigd van het goede leven, en allemaal even vrolijk en goedgemutst, het enige wat ontbreekt is de Pijp, want ook de pony's zijn er...

Die nacht slapen we in ons gouden bed onder een roze sprei met frutsels (het is ijskoud trouwens, die 20 graden moet met wat korrels zout worden genomen, het lijkt meer op 16) in onze hobbitwoning...

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: