Warm cafe-interier met glas in lood en houten koelkastdeuren
De warmte van een Spaans café

Hotel des Voyageurs bij Mende - L'Arboc

We rijden via de snelweg naar de Pyreneeën, steken die over via de Col d'Ares in de mist, dalen af en komen in de stromende regen, we komen bij in een Spaanse bar.

Dan verdwalen we, en worden gered in Manresa, hebben nog even een lekkere droge weg, en rijden dan maar richting kust om een plek te zoeken om droog te slapen.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Zaterdag, 11 mei 2002

Ontbijt in de bar, met de baas aan één van de tafeltjes. Drie vrouwen, een nieuwsgierige blonde (die de enveloppen die met de post mee gaan tegen het licht houdt om te zien wat voor soort inhoud ze bevatten), een ijverige donkerharige (die voortdurend van alles aan het opruimen is, terwijl eigenlijk alles al schoon is), en een dikke donkere, die zich voornamelijk bezighoudt met het bespreken van andere mensen.

Volgens Ernst zijn het drie zusters, en ze lijken inderdaad eigenlijk verdacht veel op elkaar, en op de baas ook trouwens: het sprookje van de vader en de drie dochters, dat is het hier.

*Red. De vader hoorde ik om Nutella vragen, en ik dacht eerst nog dat ie een klant was die zat te ontbijten, maar toen de Nutella die hij had gekregen Jam bleek werd duidelijk dat ie echt zijn best doet die vreemde snoeshanen die zijn etablishement bezoeken het naar de zin te maken :-)

Ernst vraagt om een oeuf brulé, en ze begrijpen verdomd wat hij bedoelt (dat hoor je ze met elkaar bespreken: hij zegt un oeuf brulé, maar hij bedoelt een roerei).

 

We ontbijten dus met stokbrood en een enorm bord, tot de rand toe gevuld met roerei.

*Red. Heerlijk eindelijk weer eens echt goed gevuld aan de dag beginnen, zo'n eiwit ontbijt vind ik toch het ideale reisvoedsel, heb je de rest van de dag niks meer nodig, en kun je lekker BochtenBochtenBochten

Inpakken en vertrekken, en zoals gewoonlijk is het weer stralend weer.

 

De route zou via Carcassonne door de Pyreneeën gaan, in de buurt van Andorra, maar gezien de berichten van "neige en Catalan", sneeuw in Catalonië, lijkt dat niet zo slim.

We gaan daarom richting Perpignan, la Catalane , en zitten al snel op de snelweg naar Millau . Een snelweg met echte (snelle) bochten, en een fantastisch uitzicht over de kale bergen en causses, kammen, van de Cevennen .

*Red. Helaas blijken die bochten zo uitnodigend dat de touratech tanktassen toch een tekortkoming blijken te hebben voor langharige jongedames, het klitteband met in de jaren toegevoegde haren blijkt niet opgewassen tegen de zuigkracht van de langsrazende wind, en flop daar schrikt iemand zich helemaal de pleuritis als er haar iets tegen de borst stuit, maar gelukkig heb ik de gaffertape nog steeds bij me, is echt een essentieel onderdeel van de reis uitrusting, samen met ijzerdraad en het zwitserse mes...

De weg blijft zo aangenaam tot een stukje voor Beziers, waar er af en toe één rijstrook per rijrichting is, waardoor er files ontstaan. Vooral die aan de andere kant zijn enorm lang, maar wij kunnen redelijk eenvoudig inhalen, en er blijkt maar weer eens dat vrijwel alle Fransen voor je opzij gaan, niet alleen in files op de snelweg.

*Red. Soms voel je je gewoon bezwaard, want je wilt de tegenligger niet laten schrikken waardoor je je voorligger dus onwijs lang met zijn wiel tegen of over de rand van het asfalt laat rijden, ach na een tijdje vergeet je onze belachelijke veiligheidsregels en pas je je aan aan je gastheer, en begint het grote genieten...

 

De N9 gaat door Béziers, en daar rijden we het centrum in om even iets te drinken in een bar tegenover een overdekte markt. Het was hard nodig om even bij te komen, want rijden in deze drukte is vermoeiend.

De klanten wensen ons allemaal een goede reis, en we gaan weer verder (de wc hier was trouwens één van de allerruimste die ik ooit ben tegengekomen: de hele lange gang ervoor maakte er deel van uit, heel absurd).

*Red. Inclusief een nepklimplant die zogenaamd door het raampje naar binnen aan het groeien was, en een nepsanseferia op een prachtig oosters tafeltje, en dat alles in een heel erg schemerig wc gebeuren, je zou verwachten smoezelig, maar nee wel heel erg oud maar netjes onderhouden.
En dat kleine mannetje dat kaart kwam zitten lezen mogen we ook niet vergeten, echt prachtig om te zien, nog geen 5 jaar en al helemaal op reis, en net als Syl niet weg te slaan bij de kaart, ook niet als moeder zich schaamt voor haar spruit, maar hij zit niet in iemands weg, en wie zijn wij om hem zijn toekomst plannen te dwarsbomen ;-)

 

Vanaf Narbonne is het weer snelweg, en als we tanken blijkt er een café te zijn waar je steak haché kunt krijgen met frites. We hebben even geen trek in McDonalds, dus dit is ideaal.

Uitzicht op de Middellandse Zee in de verte, en heuvels daarvoor, en boven die heuvels, in de lucht, een absurde hoeveelheid roofvogels die tegen de wind in vliegen, en dan aan de andere kant van het restaurant weer terugzeilen, om aan de raamkant weer opnieuw tegen de wind in over de heuvels te vliegen.

Havikarenden, veel mooier in het Engels: Bonelli's Eagles, blijkt na lang bestuderen van vogels en vogelgids: hopeloos, die roofvogels, al zie je ze van vlakbij, dan is het nog moeilijk te besluiten wie ze nou zijn.

En dat vreemde groepsgedrag van ze, daar heb ik nog nooit iets over gelezen.

*Red. Ja heel vreemd net of ze grootgebracht waren door Kauwtjes ;-)
Nog mooier was die echt franse familie die er ook zat te schransen 6 karaffen wijn gingen er doorheen... En Route maar weer ? Ach ja eigenlijk zijn wij absurd politiek over gecorrigeerd...

Bij het afrekenen vraagt de waard of ik zelf even op het bord wil kijken wat ie ook alweer voor de steak haché wilde hebben ;-)

We buigen ons van de zee af, naar Perpignan , en nemen dan de N9 verder, richting Barcelona. dat gaat wonderwel in één keer goed (is nooit echt vanzelfsprekend als je dwars door een stad heen moet, ook al blijft het wegnummer hetzelfde).

 

Afslag Céret nemen we, de Pyrenee¨n in.

Meteen een mooi weggetje, de D115, langs een rivier, door de bergen.

Na Amélie-les-Bains Palada (dit soort namen daar zijn ze in Spanje zo mogelijk nog verzotter op dan in Frankrijk, let maar op, hoewel dit wel een kroonjuweeltje is) begint het te miezeren.

Na Prats-de-Mollo begint het hard te regenen, en wordt de weg heel smal.

We rijden de Col d'Ares op, de pas van de Griekse god van de oorlog, en dan zitten we in hele vette dikke mist, plus regen, en ik kan echt geen hand voor ogen zien.

Met de noppenbanden voel ik nu elke korrel in het asfalt, zo lijkt het, en ze wobbelen mee met elk hobbeltje waarvan er hier duizenden zitten, en ze glijden door geulen en kuilen. Een paar keer voelt het aan alsof ze echt definitief gaan wegglijden.

En dat allemaal voor iemand met superhoogtevrees, die een pas aan het rijden is met onbekende afgronden naast zich terwijl ze nog geen halve meter voor zich uit kan zien.

Die iemand heeft daar grote moeite mee, kan ik wel zeggen, hele grote moeite. Die iemand sputtert voortdurend in zichzelf: "Shit, verdomme, ik zie niks, waar is de weg, verdomme die kutbanden vertrouw ik voor geen cent, waarom heb ik Ernst die er op laten leggen? Verdomme, shit, ik wil dat het stopt, NU, ik wil dat het plat en vlak is en stopt met misten en regenen, NU. Waarom luistert ook nooit iemand naar me verdomme".
Enzovoort enzovoort, en ondertussen zweet ze zich door die kuthaarspelden heen die steeds maar weer opduiken terwijl ze ze niet aan zag komen, en af en toe is er dan ook nog een tegenligger op de verkeerde plaats, wat doet ze hier eigenlijk op vakantie, waarom zit ze niet gewoon thuis met een lekker glaasje whisky of zo?

Het lijkt uren te duren, en dat is waarschijnlijk ook zo, in het slakkentempo waarmee ik door die haarspelden kruip.
Het is bovendien net zo als toen ik ooit een bergwandeling maakte met mijn broertje: toen het omhoog ging hoopte ik maar dat eindelijk, eindelijk, eindelijk dat punt zou komen dat het naar beneden ging, en toen dat punt aangekomen was bleek dat nog veel moeilijker en zwaarder en hopelozer en in dit geval glijeriger en ellendiger te zijn dan omhoog. Hoe kon ik ooit zo stom zijn om dit te wensen? Waarom kan het niet gewoon alleen maar omhoog gaan? Belachelijk dat ze dat nog steeds niet voor elkaar hebben gekregen in al die duizenden jaren, verdomme.

Tenslotte komt dan toch echt het moment waar ik al lang niet meer in geloofde, namelijk dat we onder de mist vandaan rijden. We rijden nog steeds wel in de stromende regen, en mijn oorspronkelijke vertrouwen in de TKC's heeft een enorme knauw gekregen, terwijl het toch al tamelijk wankel was, omdat mijn vorige TKC's mij na een kilometer of honderd een total-losse GS hebben opgeleverd.
Zonde van deze prachtige bergweg!!!

*Red. Pfftttt, zonder die TKC's was dit nooit zo'n mooie beleving geweest, dan stond er, het regende, en het was grijs, wat een saai stuk weg is dat zo zonder die prachtige uitzichten. De TKC's hebben er tenminste een beleving om nooit te vergeten van gemaakt, TKC's Rule

In Ripoli linksaf via de C17 naar Vic ; de weg wordt rechter, en komt dan af en toe door een dorpje. Het komt echt bij bakken naar beneden nu, en overal om ons heen is de lucht loodgrijs tot zwart.

 

We stoppen bij een bar in Montesquiu. Ernst probeert zichzelf aan de koffie te warmen, er ontstaan plassen om ons heen, en op de TV is een spaghettiwestern te zien, een slechte kloon van Sergio Leone, the Quick and the Dead, met nagesynchroniseerde cowboys en vrouwelijke held, hoogstwaarschijnlijk opgenomen in het gebied waar wij naar toe op weg zijn, helemaal droog en zinderend van de warmte.

*Red. Echt een prachtige bar, die van ver voor de oorlog stamde, met van die practige IJskastdeuren met zo'n zware sluitgrendel erop, die had Krouwel vroeger ook, alleen was het hier een hele batterij van die deurtjes, en dan die betegelde bar...

Maar de sunny side is: we zijn in Spanje! We spreken Spaans, nou ja, de mensen om ons heen spreken Spaans, en wij zeggen "Olla" als we ergens binnen komen en bestellen een cafe solo en een cafe con leche, en zeggen adios als we weer weggaan.

Want weggaan moet op een gegeven moment, de loodgrijze buitenlucht weer in, waar het nog net zo hard regent als toen we binnenkwamen. De gehele klandizie kijkt ons medelijdend na (onder het zeggen van adios natuurlijk).

 

Na Vic slaan we af naar Manresa ; op mijn zwaar verouderde kaart een geel weggetje; nu een snelweg, blijkt. Die gaat verder naar Lleida, maar dat staat niet op het stukje van de 1:400.000 kaart dat nu in het kaartvak van mijn tanktas zichtbaar is. In de regen even die kaart er uit halen is geen optie. Onthouden dus: een 1:miljoen kaart van Spanje, voor het rijden van grote afstanden.

In Manresa er af dus. Als ik naast de weg op de kaart sta te turen stopt er een man in een auto, en vraagt waar we naar toe willen. Igualada dus.

Hij rijdt wel voor, zegt hij (allemaal in het Spaans uiteraard), en dan rijden we kriskras door Manresa, dit hadden we echt nooit gevonden. Tenslotte stopt hij, en legt mij uit dat ik bij de tweede stoplichten rechtaf moet, en dan zal alles goedkomen.

Ik zeg dat ik alles begrijp, en bedank hem uitvoerig, en dan rijden we weg en zie ik bij de *eerste* stoplichten een bordje met Igualada rechtsaf, shit dan had ik hem zeker toch verkeerd begrepen, en dan volg ik het bordje.

Helemaal verkeerd, zie ik dan: we zijn hier al eens geweest, en toen was het ook zo hopeloos te vinden hier, alles zit heel raar in elkaar, met onder en over elkaar heen lopende wegen enzo.

*Red. Ja een soort Utrecht in het kwadraat waar ze onder langs de Gracht ook nog een weg hebben aangelegd, waar we nu dus op terecht zijn gekomen ;-(

Maar onze redder in de nood is achter ons aan gereden, haalt ons in, en roept dat hij weer voor ons uit zal rijden, tot een punt waarop we niet meer fout *kunnen* rijden. Langs allerlei kleine straatjes en illegale rijrichtingen komen we vrij snel op de weg naar Igualada, waar hij rijdend afscheid neemt.

Echt helemaal geweldig, en we zijn er nogal perplex van: waarom stopte hij, toen we daar nog maar net aan de kant stonden? Doet zomaar een vreemde opeens zoveel moeite voor ons? Gewoon ongelofelijk, Spanje is een mysterie, maar wel een heel erg mooi mysterie.

*Red. Ja dat witte autootje met B 2447 op zijn nummerplaat kwam als door de goden gezonden, Muchas Gracias !
Een heel raar gevoel zo volledig vertrouwen op iemand die je eigenlijk niet verstaat, en die je opeens weer inhaalt, en je dan nog veel ingewikkeldere kruipdoorsluipdoor laat rijden om weer op de goede kant van de goede brug uit te laten komen...

 

De weg naar Igualada (de C37) blijkt een heerlijk slingerend weggetje, en intussen is het zelfs een beetje droog geworden.

"Wat zou het lekker zijn als de weg ook droog was he", merkt Ernst op, en verdomd, nog geen twee minuten later rijden we op een droge weg, in de zon!
Tsja, ik weet het, Spanje is een mysterie, maar het blijft je verbazen, en het blijft geweldig.

In Igualada zelf begint het te regenen, en we beseffen dat de route die ik had uitgezet, over erg veel kleine witte weggetjes, niet haalbaar is met dit weer.

 

We rijden naar de kust, besluiten we, zoeken een hotel, en zien morgen wel verder.

De C15 naar Villafranca del Penedes wordt het, ook weer zo'n prachtig bochtig bergweggetje, maar in de stromende regen, in het donker, kun je daar veel minder van genieten. In Villafranca draaien we de N340 op. richting Tarragona .

In Villafranca zelf waren we geen enkel hotel tegengekomen, alleen eentje op een industriegebied met heel veel sterren en een zwembad en fitnessgedoe, duur en lelijk, dus waren we maar doorgereden.

*Red. De Springer Harley voor de deur zei eigenlijk meer dan het hele grijze betongeval zelf...

Maar in L'Arboc, dat we binnennrijden, vinden we bordjes naar een hotel. Er staat zelfs iemand buiten, om te vragen of we een kamer willen, te vertellen dat er inderdaad ruimte is, en dat we gebruik kunnen maken van de parking. Gered!

In de lift naar boven, met de man die met de bagage helpt, weet ik "lluvia" te zeggen, "regen". daar is hij het geheel en al mee eens. "Mañana lluvia?", vraag ik, morgen regen? Morgen zal het af en toe zon, af en toe regen worden. Nou ja, altijd beter dan dit.

Wanneer we de uitleg over waar de kamer is niet meteen begrijpen verschijnt er een hotelgast die zowel Frans als Spaans spreekt, en zo komt alles op zijn pootjes terecht.

In de eetzaal, met twee tv's, op twee verschillende kanalen (beide met voetbal, maar verschillend voetbal dus), zit een groep Duitsers, en een paar tafels zijn gevuld met Spanjaarden.

De uiensoep die ik bestel blijkt een vissoep te zijn (jaja, we zijn in Spanje, het land waar ze overal vis door doen), maar de olijven en worstjes en gebakken eieren en brood en in olijfolie gebakken patatten, en vooral ook de witte wijn, smaken allemaal uitstekend.

In de kamer is geen verwarming, en de hete kraan van het bad geeft alleen lauw water. Ernst is helemaal verkleumd, en slaapt met al zijn kleren aan. Hij krijgt het gewoon niet meer warm...

*Red. Dat blijft een probleem, een goede regebroek voor iemand met echt lange benen ;-(

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: