Renaissancehuis met lage vierkanten toren
Casa de las Torres in Ubeda

Ubeda - Velez Blanco

Eerst bekijken we Ubeda bij daglicht: een Spaanse stad vol Renaissancepaleizen.

Dan trekken we de Sierra de Cazorla in, helaas allebei nogal ziek.

We komen bij in de Sierra Segura, en rijden dan door naar Velez Blanco, een wit stadje met prachtig kasteel.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag, 21 mei 2002

Wakker worden in een hemelbed, en naar de wc lopen over een eeuwenoude tegelvloer. Wat wil een mens nog meer?

 

Ontbijt!
Hier in het parador is de gebruikelijke ellenlange tafel met alles wat je je maar in kunt denken aan vers fruit, warme beenham, eieren in allerlei vermommingen, broodjes, enzovoort enzovoort.

 

Ik heb gek genoeg niet zo'n trek, en maak tostada's met olijfolie en tomatenpulp, daar ben ik verslaafd aan geraakt hier.

 

Eerst nog eventjes Ubeda bekijken: daar hadden we gisteravond helemaal geen tijd voor.
Het parador ligt meteen aan het meest indrukwekkende plein. Haaks op het parador staat de Iglesia San Salvador, met een hele gebeeldhouwde voorkant.

 

Rechts wordt het plein breder,

en daar staat onder andere het Casa de las Torres (zie foto bovenaan de pagina). Dit is een huis met een soort woontoren van drie verdiepingen. Die bouwvorm is middeleeuws, en was eigenlijk flink ouderwets in de zestiende eeuw, toen dit palacio werd gebouwd. Het Palacio van een aartsconservatief dus ;-)

 

We dwalen via een zijstraat weg van het plein, en komen nu in een volledig intact Middeleeuws straatje.
Hier zijn alleen maar kleine huisjes, allemaal witgestuct, en met enorme houten deuren waar je aan kunt zien dat ze echt zo vijfhonderd jaar oud zijn.

De palacio's aan het plein waren allemaal van natuursteen, net zoals de kerk, en helemaal tiptop gerestaureerd, maar deze eenvoudigere huizen zijn allemaal wit en soms netjes bijgehouden; soms op instorten staand.

Het straatje loopt door tot aan de rand van de oude stad, met een balustrade, waarvandaan je een enorm uitziocht hebt op de vlakte beneden en de bergen aan de overkant.

Links een oude school die is gekraakt oid. Rondom de school een groot stuk braakliggend terrein.

 

We wandelen over dat terrein naar waar de oude stad weer begint met witte huisjes.
Uit het eerste huisje klinkt muziek. Het erf is volgestouwd met gitaren, autowrakken, stoelen en banken, een kippehok, een paar honden, konijnen, een formuis, en hier en daar wat bloembakken. Hier wonen zigeuners, in wat eigenlijk het allermooiste gedeelte van Ubeda is ;-)

 

Verderop wordt een palacio gerestaureerd. Het is echt een enorm contrast hier, tussen de grote prachtige palacio's (als ze eenmaal gerestaureerd zijn met informatieborden en al), en de rest van de huisjes waar de oude stad uit bestaat.

 

De route heb ik vanochtend al ingetekend op de kaart (ideaal, helemaal uitgevouwen op de tegeltjes), dus het enige wat nog moet gebeuren voor we kunnen vertrekken is de spullen ophalen.

Ik mag wegens invalide rug koffie drinken op het terrasje tegenover het parador, terwijl Ernst zich in het zweet werkt.

Daarbij nog even een prachtige observatie: er komt een groep Duitse dames aan (het stikt hier van de Duitse dames trouwens, allemaal van het middelbare type, geïnteresseerd in cultuur, en soms voorzien van ook cultureel doende Duitse heren).
Ze willen graag koffie drinken, maar als de bareigenaar ze naar een tafeltje leidt wijzen ze dat resoluut van de hand. In Spaanse bars zijn consumpties (iets) duurder als je ze aan een tafeltje consumeert dan aan de bar (wat ik voor dit incident trouwens nog niet wist). Maar ze willen niet naar binnen naar de bar, want daar is het weer veel te mooi weer voor.

En zo drinken drie dikke ouwe Duitse taarten met een zuur gezicht hun kopjes koffie staand op de stoep, zomaar een paar eurocent winst ;-)

 

En als we uit het parador lopen maken we nog even een toneelstukje mee dat voor de voordeur wordt opgevoerd (zodat wij het décor vormen).

 

Vertrek uit Ubeda, waarbij we nog een stuk door de oude stad rijden: echt ongelofelijk veel is hier nog precies als vier á vijf eeuwen geleden, afgezien van het feit dat wij er doorheen rijden.

Een stuk over de rode weg naar het noordoosten, de N322, die al snel door bergachtig terrein loopt, inclusief bochten.

Af en toe een echt vuurrood stuk land rechts, wat bij nader inzien bedekt blijkt te zijn met klaprozen. Het vreemde is dat het echt akkers lijken, helemaal scherp afgescheiden van niet-rode velden er omheen. Zouden hier klaprozen worden geteeld?

Links weer zo'n wit dorpje boevnop een punt-berg: Iznatoraf (ja, heet echt zo, komt niet uit een strip of zo), met kasteel .

 

We draaien van de N322 af bij dat plaatsje, rijden links evenwijdig aan de rode weg, en steken hem dan over, de JH 7048 op, de Sierra de Cazorla in.

Die Sierra bestaat uit de bergen rond de oorsprong van de Rio Guadalquivir. Wij dalen van de hoogvlakte waarin we reden, via een smal weggetje door het bos met aan weerszijde enorme hoge grillige bergtoppen, af naar de Guadalquivir.

Ik voel me niet lekker: misselijk. Geen probleem: ik rij gewoon wat slomer.
Dat is maar goed ook, want tot vier keer toe dendert er een vrachtwagen de hoek om, die echt de hele weg in beslag neemt. De vierde keer zijn het er twee achter elkaar, en ze letten totaal niet op. Wegwerkzaamheden verderop, en dit is dan het "pas op, wegverkeer"...

Bij de sluizen voor het embalse (hier een enorm embalsa) een terrasje in de schaduw van de bomen, met een mannetje in zo'n karretje met ijs en kas limon en water en chips.

Ernst voelt zich ook niet lekker: die spinazie van gisteren, of dat ei er in, dat was het niet helemaal...
We zitten een beetje wazig voor ons uit te kijken, genieten een beetje van de zwaluwen over het water, maar de radio van het buurterras zorgt ervoor dat we toch tamelijk snel weer opstappen.

 

Verder over de A319, dat we nog van een vorige keer kennen. Bochten bochten bochten, en dan zie je op een gegeven moment rechts weer zo'n adelaarsnest dorp, Hornos .

De vorige keer gingen we op de T-splitsing links; nu rechtsaf, naar Hornos toe.

Eigenlijk jammer, want de vorige keer vroeg ik me af hoe ze al dat bouwmateriaal die berg op hadden getakeld, en nu komen we er achter dat je via een eindeloze serie haarspelden aan de achterkant gewoon helemaal boven blijkt te komen ;-)

In Hornos worden we met open mond nagestaard: GSsen zijn hier zeldzaam. De weg is nog smaller geworden, en aangezien we het embalsa, en daarmee de Guadalquivir, achter ons hebben gelaten, gaan we nu weer omhoog, bocht na bocht na bocht na bocht.
Allebei in een niet al te beste conditie.

Het is hier nog steeds helemaal dicht bebost, het is heerlijk rijden als je je goed voelt, de bochten houden niet op.

We komen twee vrachtwagens tegen, waarvan eentje met schapen aan boord, en zodra ze een plekje zien gaan ze aan de kant, echt heel erg aardig.

 

Dan bereiken we het hoogste punt (zo'n 1400 meter hier), en komen we van de Sierra de Cazorla terecht in de Sierra de Segura . We rijden hier over de kammen van de bergrug, via een vrij rechte weg, met links en rechts de kale hellingen, grijze korrelige rots, hier en daar heide, wat plukjes gras en wat struiken.

Het fototoestel is inmiddels definitief kapot: geen foto's meer hier...

We voelen ons inmiddels allebei verschrikkelijk brak, en kijken uit naar een plekje om te gaan liggen. Een schaapherder met schapen en geiten aan onze linkerhand.
We rijden nog een kwartier door, en dan is er een plekje met links een vervallen gebouw, en rechts een helling met precies de juiste ligplekjes.

Daar liggen we dan te wachten tot de ergste misselijkheid verdwijnt.
Er is hier, als je nagaat hoe smal het weggetje is, nog redelijk veel verkeer. De vrachtwagens die ons doorlieten rijden uiteraard na een half uurtje voorbij, en we zien tot drie keer toe een ambulance, en verder rijdt er toch zo'n beetje elke vijf minuten wel een auto. Dit is dus alweer een perfecte plek voor een hotel!

 

(Foto van de website van Pontones)
Maar helaas voelen we ons op dit moment niet echt in staat daarover te fantaseren.
We vallen in slaap, en worden wakker door de schapen die langs ons lopen. Wij rijden 25 km in een kwartier, die schapen lopen een kilometer of 5 per uur, ehhh, hmmm, misschien tijd om weer eens op te stappen...

Het is echt zonde dat we ons zo brak voelen: de Sierra de Segura is heel erg groot, en echt fantastisch mooi. We dalen af naar Pontones , en rijden dan omhoog via duizelingwekkende haarspelden, hebben een enorm uitzicht terwijl je zo'n beetje recht beneden je de weg omhoog ziet kronkelen langs wat een loodrechte wand lijkt, en het gaat maar door, het gaat maar door.

Hier kun je, zowel verhard als onverhard, wekenlang dwalen.

Vanuit Pontones weer omhoog, nog steeds over de A317, langs Santiago de Espada, een pas over, en het enige wat we kunnen bedenken is hoe zonde het is dat we ons zo ziek voelen. We komen terug, beloofd!

En dan, nadat er al uren geen einde aan de bergen leek te komen, zijn we in Puebla de Don Fabrique, en op de kaart heb ik al gezien dat dat dorp aan de rand ligt van de Sierra de Segura.

 

We rijden mu de vlakte in, over diezelfde A317, die hier kaarsrecht door een oneindig graanveld loopt.
De graanvelden hier hebben ooit Isabella in staat gesteld haar enorme legers van eten te voorzien, en diezelfde graanvelden gedijen hier nog steeds.

In de verte zien we bergen, van de Sierra de Maria , en aan de andere kant van die bergen ligt Velez Blanco , ons doel voor vandaag.
Het absurde is dat die bergen maar niet dichterbij lijken te komen, naar ons gevoel rijden we uren terwijl die bergen even ver weg blijven.

We rijden door een dorpje van drie huizen in het graan, wat een afschuwelijk afgelegen plek om te wonen!.

Uiteindelijk komen we natuurlijk toch in die bergen terecht, Spanje is een wonderlijk land, maar uiteindelijk gehoorzamen zelfs de bergen hier aan de natuurwetten, en na een weg omhoog door het bos, over de Passato de Maria, slaan we linksaf naar Velez Blanco.

 

Het is het spreekwoordelijke Andalusische witte stadje, met kromme en steile straatjes waar wij doorheen rijden, steeds maar zo'n beetje gokkend wat de hoofdstraat zal zijn. Een overdekte markt, zijstraten met trappen, en dan een piepklein pleintje met bar-hotel (foto van de bar van de website).

Ik stap af, haal de helm van mijn hoofd, probeer m'n haar er uit te laten zien, en stap naar binnen.
De tv staat aan, ze kijken hier naar stierenvechten.

Achter de bar een hele kleine man: hij komt met zijn hoofd net boven de bar uit.
Ik vraag hem naar habitacion voor dos personas. Hij moet dat even vragen zegt hij, en verdwijnt naar achteren.
Even later komt hij terug, vergezeld van een vrouw die twee maal zo groot is als hij, en die me toeschreeuwt: "No, no".

Enigszins verbluft wil ik afdruipen, en dan schreeuwt ze: "No gruppo". Ik probeer te vertellen dat we maar met z'n tweeën zijn, dat we geen groep zijn, maar ze blijft me kwaad toebijten "No gruppo".

De man vertelt me intussen dat er verderop een hotel is, dat ik daar maar naar toe moet.
Zou hier ooit een groep motorrijders de boel kort en klein geslagen hebben?

We stappen weer op, en nog geen twintig meter verder is er een hotel. Ik weer afstappen, haar weer goed, en naar binnen lopen, maar daar is niemand: alleen maar kamers, alles is leeg.
Als ik naar buiten kom wijzen een man en een vrouw die daar staan naar de bar: dit is het hotel dat bij de bar hoort.

Ik vertel dat het vol is, maar dat is niet zo, zeggen ze, ik moet naar de bar ;-)
Terwijl ik ze duidelijk probeer te maken dat we daar al zijn geweest komt de man van de bar naar ons toelopen, die zich duidelijk schaamt, en uitlegt dat we verder moeten doorrijden, en dat er na een paar honderd meter nog een hotel is.

Ok, weer opstappen dan maar.

We rijden het stadje zo'n beetje uit. De weg daar loopt langs een helling; rechts staan wat huizen, waaronder een hotel, Hotel Velad Al-Abyadh . Weer afstappen, weer haar goeddoen, en verdomd, ze hebben een kamer ;-)

We voelen ons gebroken, maar gaan toch nog maar even in de bar zitten om wat te eten.
Ik krijg queso met superlekkere versgebrande amandelen, en Ernst de jamon die aan het plafond hangt. Een biertje erbij, een barman die kijkt of we ons wel plezierig genoeg voelen, en eindelijk betint dat brakke gevoel een beetje weg te ebben.

 

Het is hier heerlijk! Een bar met de meest exotische whiskies, een verschrikkelijk aardige barman, overal paardentuigen aan de muur, zelfgemaakte asbakken van geglazuurd aardewerk, met een figuurtje dat het logo van het hotel is (plaatje van de website van het hotel).

We zijn te moe om naar het kasteel te lopen dat hier boven het stadje uittorent. Morgen, voordat we echt op de terugweg zijn...

 

Share:

© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: