binnenplaats
De binnenplaats van Asylet

Oslo

Het regent, en niet zo'n beetje ook. De hele dag lang.

We zien vandaag dan ook vooral veel café's van binnen; in Oslo is dat beslist geen straf.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Zondag 4 september 2011

Het regent in Oslo. We beginnen onze dag daarom in de kroeg: Asylet.

Asylet zit aan de Grønland: midden in het "multiculturele" gedeelte van Oslo, het meest populaire gedeelte dus om uit te gaan.

Asylet zit in eenzelfde soort gebouw als Politiker'n waar we gisteren waren: een oude boerderij.

Volgens mij is dat een specialiteit van Oslo, althans, ik ken zulke café's niet van andere steden: een houten gebouw rond een binnenplaats, van binnen ook alles van hout, een eeuwenoude boerderij uit de tijd dat Oslo nog een dorp was, al die honderden jaren bewaard gebleven, aan alle branden ontkomen. Prachtig!

 

Binnen zijn nog een soort kamers te zien, zodat er besloten ruimtes zijn. In een van die ruimtes, met een enorme vuurplaats, zit deze man met z'n notebook mooi anachronistisch te wezen.

 

Hier is ook zo'n prachtige binnenplaats, waar je met mooier weer buiten kunt zitten.

 

We wandelen vrijwel droog naar Middelaldenparken, het Middeleeuwse Park van Oslo, waar de ruïnes liggen van een kerk, Mariakirken, de kerk van Maria.

Het is een erg mooi gezicht: ruïnes tegen een achtergrond van kranen uit de haven.

Dit is de plek waar Oslo is begonnen: hier was het eerste dorp, de eerste nederzetting. Met kerk uiteraard.

Dit is het startpunt van een aantal pelgrimsvoetpaden.

De Mariakirken was de kerk van de Noorse koning (het heette toen nog geen Noorwegen), van vroeg in de 12de eeuw tot 1542. De Mariakirken lag naast de Kongsgården (de tuinen van de koning): het was de koninklijke kapel.

Oorspronkelijk stond er een simpele houten kerk (in de 11de eeuw). Rond 1100 werd die houten kerk vervangen door een stenen kerk. Rond 1200 werd er een toren bij gebouwd.

Nog weer honderd jaar later werd de kerk opnieuw gebouwd, in baksteen. In 1523 brak er brand uit in de kerk, en al in 1542 was de kerk in zo'n erbarmelijk slechte staat dat hij niet meer herbouwd werd: deze ruïnes liggen hier al vanaf die tijd zo bij!

 

We dwalen door de stad, maar moeten op een gegeven moment echt gaan schuilen voor de regen.

Gelukkig is het in Oslo nooit moeilijk om een café in de buurt te vinden.

 

Als we bij de Akerselva komen zien we hoe hard het geregend heeft: hij is compleet buiten z'n oevers getreden.

De Akerselva is een riviertje met een eigen website. Terecht: hij vormt eigenlijk het hart van Oslo, Oslo's groene long.

De Akerselva loopt van noord naar zuid, en verdeelt Oslo dus in oost en west. Ten oosten van de Akerselva ligt Grünerløkka; ten westen ervan Oslo centrum (en aan de benedenloop Grønland). In Grünerløkka noemen ze de rivier de Akerselva; in Oslo centrum noemen ze hem de Akerselven.

Heel generaliserend kun je stellen dat ten westen van de Akerselva het rijke, saaie Oslo ligt, en ten oosten van de Akerselva het arme, bruisende Oslo.

Langs de rivier zijn parken: je kunt langs de gehele rivier wandelen (die op veel plaatsen watervallen heeft). Erg mooi is ook dat er van oudsher allerlei fabrieken zaten, in bakstenen gebouwen, en dat die gebouwen voor een groot deel zijn behouden, en omgetoverd zijn tot woon- of werkruimte. Månefisken, een oude watermolen die omgetoverd is tot restaurant/receptieruimte, is een mooi voorbeeld.

 

We eten 's avonds bij een Italiaans restaurant, Trattoria Popolare. Geen pizzeria, maar een "echt@quot; restaurant met overheerlijk eten.

 

Ernst maakt hier handig gebruik van de enorme spiegel.

 

De keuken is open: je kunt precies zien hoe de koks te werk gaan.

 

Bij Trattoria Popolare hoort een van de "Mikrobryggeri"-en die Oslo rijk is: Schouskjelleren Mikrobryggeri. Die bezoeken we na onze maaltijd.

Het zit in het grote complex waar ooit een enorme brouwerij zat. In Oslo is veel industrieel erfgoed liefdevol gerestaureerd, en vaak is het in gebruik genomen door er een plek van te maken voor startende bedrijven. Het levert erg mooie "gedoetjes" op.

 

Het is een echte mikrobryggeri: ze brouwen echt zelf bier. Je kunt de koperen vaten wel bekijken, maar je kunt er niet bij.

 

We nemen allemaal een verschillend bier, en eindigen al bierproevend en kletsend de avond.

 

Als we terug naar huis lopen gebeurt er nog iets bijzonders.

Het is inmiddels droog, maar door de enorme regenbuien liggen er diepe plassen. Als we op de brug over de Akerselva lopen, rijdt er een auto door zo'n plas, en het water spat hoog op, over ons heen. Wouter maakt een gebaar van "Wat maak je me nou?".

In de auto zitten donkere mensen, Somaliërs, denk ik, een stuk of vijf. De auto remt hard, en stopt. Ernst gebaart ons snel door te lopen: het ziet er niet erg betrouwbaar uit allemaal.

Een man stapt uit en loopt naar ons toe. Ik blijf staan. Hij zegt iets in het Noors dat ik niet kan verstaan, maar Wouter natuurlijk wel. Hij biedt z'n excuses aan dat hij de plas niet had gezien!

Het is heerlijk als je je eigen vooroordelen op die manier in duigen ziet vallen, en geconfronteerd wordt met het feit dat ook jij niet vrij van vooroordelen bent. Oslo is daar een uitstekende stad voor!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: