Tenere op natte weg
Nat en grauw

Oslo - Uddevalla (Zweden)

Als we uit Oslo vertrekken regent het, maar op de grens met Zweden wordt het droog, en later op de dag rijden we zelfs over droge wegen.

In Uddevalla vinden we prachtig hotelletje in Pippi Langkous-stijl.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Maandag 5 september 2011

Wouter en Özlem vertrekken al vroeg naar hun werk; wij slapen uit, en maken ontbijt. Het regent.

We wachten nog een poos in de hoop dat het minder wordt, maar dat gebeurt niet. We vertrekken dus, nadat Ernst met hulp van de fietskaart van Wouter een route uit Oslo heeft uitgstippeld, via de Ekeberger Veien.

Oslo uit proberen te komen is lastig: je komt de ene rotonde na de andere tegen, die je, vanwege het feit dat alles hier snelwegachtig is, in vreemde richtingen moet nemen, en je bent er nooit zeker van dat je niet plotseling echt op de snelweg zit.

Maar ik zie bordjes naar Ekeberg, en nadat Ernst er een gemist heeft komen er toch weer bordjes, en zo komen we, na een tunnel, op de juiste weg terecht.

Oslo is nooit druk, dat is een groot voordeel.

De Ekebergsveien (die later de 152 wordt), is een aangename weg, met bochten en houten huizen, vrij druk. Maar het is kletsnat, het regent, en de weg is glibberig, mede door de vele breuklijnen door de vorst, en gladde reparatiestrepen.

We rijden verder binnendoor. Het zijn erg mooie wegen, met waarschuwingen voor elanden, rode houten schuren, houten huizen, meren en rotsen en bos, maar helaas is het kletsnat. Uiteindelijk komen we bij Spydeberg terecht bij de vreemde constructie die ik op de heenweg ook al zag: een tolpoort aan onze kant (en dus niet aan de andere kant). Voor motoren is het tarief trouwens 0 kronen.

Ernst keert om vanuit het idee dat we zo de snelweg oprijden. Ik weet zeker dat dat niet zo is omdat we hier op de heenweg langskwamen, dus we proberen toch uit wat er gebeurt. Er is geen rijstrook voor motoren, dus we kiezen de Autopas-route. Een kilometer of twee verder is er een rotonde. Rechts is de snelweg, en links moeten wij hebben, de 128. Dat moet je maar net weten, dat je, als je de 128 moet hebben, je gewoon niets van die tolpoorten moet aantrekken!

 

Askim. Het regent nog steeds. Als we de stad uit rijden ziet Ernst deze Askim Kro, in blokhutstijl. Het is inmiddels al voorbij 1/2 2: lunch!

Er werken Koreanen die geen Engels spreken; alleen Noors of Koreaans, waarbij ik verstek moet laten gaan. Ik moet dus alles aanwijzen, en de halve kip voor Ernst gaat goed maar mijn kaasomelet blijkt in een hamomelet veranderd. Geen probleem, en het is er lekker.

Bovendien, bij een wegrestaurant dat er zo prachtig uit ziet als deze Askim Kro zou je alles voor lief nemen!

 

We drinken na het eten koffie en bespreken de route. Het is een vreemd fenomeen, zo'n Noors houten huis, met Noorse kaart en houten inrichting, en dan een eigenaar die Koreaans spreekt ;-)

 

Vanuit Askim rijden we via de 124 door naar Rakkestad, op precies dezelfde manier zoals we heen zijn gekomen. Deze keer is het licht, zodat we zien waar we rijden, maar het is erg lastig rijden doordat de weg zo nat is. We kruipen vooruit, want je moet in de bochten gewoon echt langzaam.

Hier is een waarschuwing geplaatst voor een plek op de weg die een heel diepe kuil heeft overdwars, die geheel is volgelopen zodat je niet meer ziet hoe diep hij is.

 

Vanuit Rakkestad rijden we verder over de 124.

Als we bij Fossby zijn (vlakbij Aremark) is daar een benzinestation. We tanken, en overleggen. Een klein stukje verder zouden we linksaf moeten, een smaller weggetje op, om via die prachtige rollercoster-bochtenweg naar Ed te rijden, maar die rollercosterweg is met dit weer een ramp. We zouden er uren over doen, en het zou niet leuk zijn.

We beslisen om naar Halden te rijden, en van daaruit verder naar het zuiden te gaan.

Het eerste stukje is de weg opeens van asfalt met veel grit erdoor: niet meer glibberig, heerlijk! Helaas duurt dat maar kort.

In Halden nemen we de 22. Dit is die 22.

 

De 22 is een erg mooie weg, maar, zoals je ziet, hij lijkt op sommige plaatsen spiegelglad met nat wegdek (en helaas bleek het niet bij lijken te blijven, hier en daar).

 

De 22 is een weg die langs een langwerpig meer loopt. Er staan dan ook erg mooie huizen hier en daar, zoals dit witte houten huis met enorme veranda.

 

Er zitten prachtige bochten in de weg: ik blijf me maar voorstellen hoe je hier zou kunnen rijden als de weg droog zou zijn!

 

We rijden steeds verder naar het zuiden over de 22, en zijn nu het meer voorbij. Je rijdt hier in landbouwgebied in plaats van door bos.

En heel langzamerhand komen er stukken met lichte bewolking, in plaats van één donkergrijze lucht.

Het is erg aangenaam rijden: er zijn bochten, over het algemeen flauw (normaal gesproken geen aanbeveling, maar nu beslist wel). Je rijdt door golvend graanveld, weilanden, boerderijen en bos, en langs meren uiteraard.

 

Hier is het extra leuk om de huizen te bekijken. Er staan bijvoorbeeld veel van dit soort enorme houten boerderijen, uiteraard in donkerrood.

De velden zijn extreem nat. Ik zie paarden in een wei waarvan nog maar en paar stukken boven water zijn. Halve percelen met graan staan onder water. Er vormen zich nieuwe rivieren, op plekken die normaal gwoon droog zijn.

 

Of dit witte huis, ook van hout. Of het rode gebouwtje daar achter, waar je goed de ver overstekende verdieping kunt zien. Ideaal, want daaronder blijft het gemakkelijk droog, voor de opslag van hout bijvoorbeeld.

 

We rijden opnieuw langs een meer. Een veel kleiner meer dit keer, waar je met een grandioze bocht omheen rijdt.

 

En tenslotte zijn we bij de grens met Zweden aangekomen. De Riksgrense Sverige, op z'n Noors.

We rijden hier Västra Götalands Lån binnen.

Het wegnummer is in Zweden de 165.

 

Bij de grens met Zweden is het droog. Er is een winkeltje waar we koffie en chocola kopen (de koffie is gratis; een vreemde ervaring voor een paar Hollanders!), en buiten eten we de chocola en drinken we de koffie op picknickbanken.

Het is 5 uur: we waren nog net op tijd, want de winkel sluit om die tijd.

 

De 165 (die even later 164 heet) voert ons langs het Bullaresjön, een enorm meer.

 

Waar de weg wat verder van het meer loopt verschijnen er rotsen. Links zie je trouwens nog net een houten huis: er staan er hier veel van; altijd leuk om te zien.

 

Vanaf nu rijden we droog. Ook de wegen drogen op, heerlijk!

 

Als we verder zuidelijk komen, rijden we zelfs in de zon!

 

De wereld is inmiddels steeds bewoonder geworden: in plaats van hier en daar een los huis of boerderij, zien we nu af en toe een dorp.

Hier zie je het kerkje van Svarteborg, op een heuvel (of, preciezer, op een morene).

 

Hier rijden we door Dingle, langs een museum waarvan ik niet heb kunnen achterhalen waar het over gaat.

Aan het opschrift kun je al wel zien dat we inmiddels in Bohuslän zijn aangekomen.

 

Uiteindelijk komen we uit op de E6. De E6 is een snelweg, waar de oude E6 nog steeds naast loopt.

Het is alleen heel lastig om via die oude weg te rijden, omdat op rotondes steeds alleen de dichtbijzijnde plaats staat aangegeven; pas als je de juiste afslag hebt genomen komt er een bordje dat je weer op de oude E6 zit. De Becker heeft daar gelukkig geen problem mee.

Vreemd: je rijdt naast de snelweg, en toch is dit veel plezieriger. Wij zien de dorpen waar we langs komen; vanaf de snelweg zie je vrijwel niets.

Hier rijden we langs Håby Kyrka, het kerkje van Håby, uit 1700.

 

De zon schijnt in de avond prachtig door de wolken.

Hier op de foto kun je de snelweg zien waar we naast rijden, en het water op de achtergrond is een enorme inham vanuit het Skagerrak, Gullmarsfjorden, of Gullmarn.

 

Wat plezierig is, is dat er langs de snelweg af en toe een motel is. Want ik zie er behoorlijk tegenop om iets te vinden voor vanavond: hotels of iets anders is hier een spaarzaam goed, en vaak zijn ze zo duur dat het echt niet leuk meer is. En in het donker doorrijden zonder dat je weet dat je een goed adres hebt om naar toe te rijden vind ik een ramp.

Bij Uddevalla negeert Ernst de tunnel (de snelweg neemt een shortcut door de baai waar Uddevalla omheen ligt, de Byfjorden), en volgt netjes de Becker, via een soort van rondweg.

We kunnen daardoor een blik werpen op de havens van Uddevalla.

 

Als we Uddevalla zijn binnengereden zie ik opeens een houten huis, met in neon: Hotel Viking. Het lijkt een soort kruising tussen het huis van Pippi Langkous en een ouderwets Amerikaans motel van de goeie soort (vanwege het neon denk ik). Op de een of andere manier moet ik ook aan een kapiteinshuis denken, van een niet te groot schip, geen idee waarom.

Het is 1/2 7. Een beetje vroeg om al te stoppen met rijden, maar ik ben moe, en dit hotel lijkt te zeggen dat het een buitenkans is. Aan zo'n gevoel moet je natuurlijk altijd gehoor geven!

We stoppen, en ik ga vragen, en ze hebben kamers, en die zijn nog betaalbaar ook! En nog beter: ze hebben een kamer.

 

Als we eenmaal geïnstalleerd zijn, mogen we zelfs nog van kamer wisselen, naar eentje met één groot bed in plaats van de twee aparte bedjes die de kamer blijkt te hebben. En dan installeren we ons in de lounge, waar we van koffie en thee gebruik mogen maken, en en glas water krijgen (bier is er niet).

De eigenaar spreekt opvallend goed Engels. Dat blijkt niet zo wonderlijk te zijn: hij is een Engelsman, die voor z'n geliefde (de eigenaresse) naar Zweden is geëmigreerd.

Ernst zet de motoren neer naast het huis, en de hoteleigenaar is erg geïnteresserd omdat z'n broer ook motoren heeft. Dit is echt een prachtige plek!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: