Motor op bochtige weg
Daar was ooit het ijzeren gordijn

Brilon - Schopsdorf

Na een aangenaam ontbijt in Landgasthof Gruss vertrekken we via mooie smalle weggetjes door het Sauerland.

Via grotere wegen komen we in Beverungen, rijden door het Naturpark Vogler-Solling, komen uiteindelijk uit op de bochtige B243, de Harz in.

We lunchen in Clausthal-Zellerfeld en rijden dan via de Harz-Hohenstrasse naar het oosten.

We verlaten de Harz bij Hettstedt, rijden dan door Sachsen-Anhalt, steken de Elbe over via het pontje bij Aken, rijden door boerenland, en vinden onderdak in de Jerichower Landhof in Schopsdorf.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag 30 augustus 2011

De zon schijnt, de volgende ochtend, en we kunnen via onze terrasdeuren zo de tuin in lopen.

 

Ik kan heerlijk, in het zonnetje, de route voor vandaag uitstippelen.

 

Het ontbijt is erg lekker, en het kleine manneke is alweer van de partij. Z'n overgrootmoeder is er ook: het is hier een echt familiebedrijf. Ze doen dit nu 8 jaar, werken keihard, en met duidelijk plezier.

 

Tijd om te vertrekken.

Het is bewolkt maar droog.

 

Landgasthof Gruss zit direct aan een mooi weggetje, richting Hoppecke.

Het is een heerlijk weggetje: een perfect begin van de dag.

 

Na alle drukte door het Ruhrgebied gisteren is het een weldaad om door een landschap van graizge weiden en donkere bossen te rijden.

 

De weg is droog, de zon schijnt, en er zijn bochten.

Wat wil een motorrijder nog meer?

 

Het witte weggetje eindigt op de B7, en dan rijden we al snel Marsberg binnen, waar dit prachtige oude tankwagentje bij een benzinepomp staat.

 

Even verderop staat dit vakwerkhuis. Het blijkt, ontdek ik na enig uitzoekwerk, het portiersgebouw te zijn van de LWL-kliniek in Marsberg, een psychiatrische kliniek.

Wikipedia geeft een tamelijk afschuwelijke geschiedenis van deze kliniek: hij heette ooit de St Johannes Stift für Kinder- und Jugendpsychiatrie, en werd in de tijd van de nationaalsocialisten gebruikt voor een euthanasieprogramma. Er zijn 50 kinderen vermoord, en daarna is de kliniek gesloten omdat de bevolking van Marsberg in opstand kwam. Hulde voor de bewoners van Marsberg!

De kliniek heeft oorlogsslachtoffers verzorgd, en ze zijn op dit moment gespecialiseerd in kinderen met ADHD.

 

In Scherfede slaan we rechtsaf, de B58 op, en komen dan in Ossendorf.

Ossendorf is weer een sfeervol dorp.

 

Hier zie je de kerk van Ossendorf, de St Johannes Enthauptung (wat volgens mij toch echt onthoofding betekent), van de andere kant.

Ik had meteen na de kerk linksaf gemoeten, maar had aan de wegwijzer (waar alleen het eerstvolgende dorp op stond, zoals wel vaker gebeurt in Duitsland) niet afgeleid dat dat de weg was die we hadden moeten hebben. Pas toen we Ossendorf een stuk waren uitgereden besefte ik dat onze weg daar bij de kerk afsloeg.

We komen nu op de B241.

 

De B241 is een aangename weg. Je komt langs enorme boerderijen, dorpen met vakwerkhuizen, en tussendoor is er golvend boerenlandschap.

De weg wordt steeds mooier naarmate we Beveringen naderen. We klimmen.

 

Beverungen is een verrassing: het is een erg mooi stadje, vol oude huizen, sommige met trapgevels, andere van vakwerk, zoals het Rentmeisterhaus links.

 

Rechts, even voorbij het rentmeesterhuis is de burcht, de Burg Beverungen.

De burcht is in 1332 gebouwd, in 1632 bijna volledig verwoest, en in 1650 weer is opgebouwd. Je kunt goed zien dat hij Middeleeuws is, aan de verdiepingen die lager worden naarmate ze hoger zijn, en de ramen die per verdieping kleiner worden.

Ook deze burcht heeft een duister verleden: in 1933 zat er een SA-school in, volgens deze rondgang door Beverungen.

 

De B241 gaat na Beverungen in haarspelden omhoog, door bos.

We rijden hier door het Weserbergland, het land van de Rattenvanger van Hamelen, en het is hier bijzonder aangenaam rijden: bochten, bos, en weinig verkeer.

 

We nemen een smal weggetje, zonder aanduiding, naar links. Dat volgen we door het bos: erg leuk rijden.

Na veel bochtjes en kronkels komen we zo uit op de B497, die we een stukje naar het noorden volgen.

 

Dit witte huis met torentje ligt tegenover Schloss Neuhaus in Neuhaus im Solling. Het is vast een voormalig poortgebouw.

In Neuhaus im Solling slaan we rechtsaf, richting Silberborn.

Beide plaatsen zijn ruim, met veel groen, huizen met grote tuinen, en erg romantisch. Echte vakantieplekken.

 

De weg wordt smal, en leidt door het bos. We klimmen sterk. Het wordt koud.

We rijden hier de hellingen op van de Grosse Blösse, de hoogste berg (nou ja, berg: ruim 500 meter) van het Weserbergland. Het is hier moerassige veengrond, en je kunt aan de kou echt merken dat je hoger bent geklommen.

Tenslotte rijden we steil naar beneden, vrijwel recht, maar steil.

 

De weg komt uit in Dassel, dat een mooie stadje blijkt, met veel mooi bewaard gebleven gebouwen in de binnenstad.

 

Dan rijden we door Einbeck, en ook dat blijkt een sprookjesstadje te zijn.

De vakwerkhuizen zijn hier overal voorzien van beschilderd houtsnijwerk. Je waant je hier in een sprookje van de gebroeders Grimm: erg leuk-Duits.

 

Vanuit Einbeck rijden we via de L487 naar het noordoosten, richting Garlebsen.

Het is rustig en heerlijk rijden.

 

Garlebsen is een dorp vol grote vakwerkschuren.

Het heeft dan ook een inwonertal van wel 164 mensen ;-)

 

Net buiten Garlebsen zien we iets dat we vooral ten oosten hiervan veel vaker zullen zien: een gemeentelijke bloemenplukplaats.

Ik vind het een erg mooi idee: de gemeente onderhoudt hier bloemen bij de ingang van het dorp, op dezelfde manier zoals bij ons ook vaak allerlei perkjes worden bijgehouden, maar hier dienen die perkjes als plek waar dorpsbewoners bloemen kunnen plukken voor in huis.

Behalve bloemen staat er ook fruit, te geef. En er is zelfs gedacht aan een parkeerplek.

 

Even voorbij Garlebsen steken we de rivier de Leine over.

De brug is van zoveel verkeersborden voorzien dat het onmogelijk is om in de gauwigheid te bekijken of er wel motoren overheen mogen rijden. Maar als ik nu alles goed bekijk hebben we niets illegaals gedaan ;-)

 

We klimmen vanuit Billerbeck steil omhoog en rijden dan door landbouwgebied in prachtige zwiepers.

Aan die mooie bochten komt een eind als we de B445 opdraaien, die ons kaarsrecht naar de B64 brengt.

 

Via die B64 komen we terecht op de B243, die via een aaneenschakeling van prachtbochten naar Clausthal-Zellerfeld voert.

De weg is op veel plaatsen nat, en het is er vrij druk, maar dat neemt niet weg dat dit een prachtweg is.

We zijn in de Harz aangekomen!

 

Via deze superweg komen we aan in Clausthal-Zellerfeld. Het is een stad van grote, gekleurde houten huizen (met een technische universiteit; wat een stad om je studentenleven in door te brengen, met de wintersport naast je deur in het juiste seizoen!).

In het centrum zien we zo'n groot houten (rood) een hotel-restaurant, Tourenfahrer-partner: Hotel Goldene Krone. We stoppen er, zetten de motoren vast, en lopen naar binnen.

Binnen is het wat ik de "verkeerde chic" noem: stoelen van beige nepleer, alle balken weggewerkt achter gladde plafonds, lelijke achtergrondmuziek, en een tafel met lunchende zakenmensen.

Maar we zijn nou eenmaal binnen, en in een zijkamertje zitten we uit het zicht van die zakenmensen.

We hadden het kunnen weten: een Tourenfahrer-partner-hotel, dat is natuurlijk een hotel voor BMW-GS-rijders ;-)

 

Ernst nam een Clausthaler Bierbraten, die erg lekker was.

Wat ik nam weet ik niet meer precies; ik kende de term niet, dacht dat het iets uit de wang was, maar volgens de ober was het vlees van het dijbeen. Het staat niet meer op de kaart en wat mij betreft terecht: het was taai en rubberig. Maar het bier was erg lekker en de aardappeltjes ook, en met een deel van de aardappeltjes van Ernst, en de helft van z'n sperciebonen met spek, was mijn maag ook gevuld ;-)

En we zaten er warm en droog: het was intussen erg koud geworden, en we waren tamelijk verkleumd geraakt.

(Oh, en wat het bier betreft: bij een uitgebreide warme maaltijd, en wanneer je de tijd neemt, zoals we hier doen, is het effect van de alcohol wel verdwenen wanneer je weer opstapt!)

 

Het plein, de Marktpatz, waar het hotel aan staat is groot, met enorme houten huizen aan alle kanten.

 

Ook de Marktkirche zum Heiligem Geist staat aan het marktplein. Het schijnt een van de grootste houten kerken van Europa te zijn.

De kerk heeft z'n eigen website, waar alles over restoraties en nog nodige restauraties te vinden is.

 

Na de lunch is het nog steeds koud, en het is licht gaan regenen: we trekken de regenspullen aan.

We rijden naar het oosten over de B242, de Harz-Hochstrasse, die, zoals z'n naam al zegt, hoog dwars door de Harz voert.

 

In de buurt van Clausthal-Zellerfeld was er nog vrij veel verkeer. Het leuke is dat er hier meer motorrijders op de weg rijden dan automobilisten.

We zijn hier dus aan een stuk door aan het zwaaien!

Ze hebben gelijk, trouwens, die motorrijders: de Harz is heerlijk rijden. Een perfecte weg, mooie bochten, en relatief rustig.

 

Een stuk voorbij Braunlage, wanneer de B4 zich van ons heeft gescheiden, naar rechts, komen we een bord tegen dat aangeeft dat hier vroeger de grens liep tussen Oost- en West-Duitsland:

Hier waren Deutschland und Europa bis zum 12 December 1990 um 11.30 Uhr gezeilt.

Dit bord is een deel van de Brocken-Erklärung: op allerlei plaatsen in Duitsland vind je dit bord, en uiteraard staat er steeds een andere datum en tijd op.

Er is een boekje in pdf dat een overzicht geeft van al die plaatsen (met datum en tijd erbij, en met het wegnummer).

Als je langs zo'n bord rijdt, is het bijna niet te geloven dat het nog maar zo kort geleden is dat dat IJzeren gordijn er echt was, dat mensen in Oost-Duitsland eigenlijk gevangen zaten.

Voor wie zich een beeld wil vormen van hoe het er toen uitzag, is de site www.grenserinnerungen.de een aanrader. De plek waar we hier nu zorgeloos die voormalige grens over rijden is dichtbij Sorge.

Er is een erg mooi initiatief, om de gehele voormalige grens in stand te houden als één aaneengesloten natuurgebied: Grünes Band Deutschland. Zo kun je langs de voormalige grens lopen of fietsen.

 

Het wordt kouder. Het is droog: het druppelt zelfs niet meer, maar we rijden steeds onder donkeren wolken.

Ook in voormalig Oost-Duitsland is de weg van perfecte kwaliteit, en zijn er bochten: wat ben ik blij dat de weg droog was!

 

We rijden voornamelijk door het bos, maar af en toe komen we door een plaats, zoals hier door Tanne.

Je komt dan steeds die prachtige houten huizen tegen, vaak gekleurd, en veel huizen zijn aan de zijkant geheel met leisteentjes bedekt, zoals dit vakwerkhuis. Dat doet vermoeden dat het hier toch wel erg vaak regent!

 

Hier rijden we door Hasselfelde. Hier kun je mooi zien dat het huis aan de bovenkant van hout is, en dat het grootste gedeelte van de gevel met leisteen is bedekt.

Het levert een erg mooi huis op!

 

En hier komen we door Stiege, dat samen met dorpen met illustere namen als Elend en Sorge de gemeente Oberharz am Brocken vormt.

En ook Stiege staat vol houten huizen en vakwerkhuizen.

 

Op veel plekken kun je zien dat het hier een motorrijdersparadijs is.

Zoals aan dit bord, dat speciaal motorrijders waarschuwt voor "Sturzgefahr" in bochten, de komende 5 kilometer. Het bord waarschuwt vooral tegen het teveel aan de binnenkant van de bocht rijden waardoor je hoofd boven de strook van de tegenliggers zit. Een terechte waarschuwing, want dat zie je inderdaad vaak gebeuren.

 

Dit bord vertelt dat het dorp waar we hier binnen rijden, Siptenfelde 1050 jaar bestaat, om precies te zijn: van 13 tot 17 juli 2011 bestond het dorp 1050 jaar...

Op het moment van schrijven had de gemeente allerlei informatie over het 1050-jarig bestaan op de site.

 

En na Siptenfelde is er weer een bochtenfestijn. We rijden hier nog steeds over de B242, de Hochstrasse in de Harz.

 

Vlakbij Harzgerode komen we nog meer tekenen tegen die aangeven dat dit een motorrijdersgebied is: het OstHarzer MotorradTreffen wordt hier aangekondigd.

Dat vindt elk jaar plaats in de Schlosskeller van Harzgerode. Het treffen is, zoals je op deze beelden kunt zien, enigszins regenachtig verlopen...

 

Ik ben lang geleden, een paar jaar na de Wende, in voormalig Oost-Duitsland geweest, en toen wemelde het van de Trabantjes, maar dat is deze keer uiteraard veel minder het geval.

Gelukkig bestaan er nog liefhebbers, zoals deze in Königerode.

 

Tenslotte verlaten we de B242: we slaan linksaf, en komen terecht in Hettstedt. Het kondigt zich aan met een enorme hoeveelheid windmolens: Hettstedt staat in een windmolenbos, iets anders kun je het niet noemen.

Het gebouw dat je hier rechts op de foto ziet, met die vreemde ronde punt, is de Zuckerhut of Hexenturm (suikerhoed of heksentoren). Het is een van de torens van de stadsmuur die om heel Hettstedt stond, en hij stamt uit 1434. Tot 1900 diende de toren als gevangenis; waarschijnlijk komt het daardoor dat hij heksentoren werd genoemd: er ging het verhaal rond dat er vroeger vooral heksen in werden opgesloten (wat niet klopt omdat de toren pas in de tweede helft van de 19de eeuw voor het eerst als gevangenis in gebruik werd genomen).

De toren wordt nu gebruikt als kunstcentrum.

 

Ik rij voorop, op de kaart en mijn aantekeningen, en kom er niet uit hoe we Hettstedt moeten verlaten. Ernst gaat voorop rijden, maar ook de Becker blijkt de weg in Hettstedt niet te snappen. We rijden daardoor wel dwars door het centrum, en Hettstedt blijkt een stadje met een erg mooi bewaard oud centrum.

Hier zie je de Saigertor een deel van de stadsmuur die in 1537 tot toren werd omgebouwd. Z'n ui-vormige hoed heeft hij in de 18de eeuw gekregen.

Ik ben blij dat we hier verdwaald zijn, want ik had het oude stadscentrumpje van Hettstedt niet willen missen.

 

Maar ondertussen komt ook de Becker er niet meer uit.

Als we in een woonstraat stoppen om op de kaart te kijken, vraagt een man waar we naar toe willen.

We krijgen een zeer uitgebreide handleiding om op de juiste plaats de stad uit te komen, en de gebruiksaanwijzing blijkt te kloppen: dat is toch een mooiere manier om de weg te vinden dan via de GPS ;-)

Hier zie je trouwens mooi dat de constructie van het huis links vakwerk is.

 

We rijden Hettstedt uit via de Gerbstedter Strasse, een smal weggetje. De Becker herinnert zich hier weer hoe we verder moeten: Ernst rijdt voor.

 

Als we terugkijken zien we de windmolens van Hettstedt draaien.

 

En even later rijden we er zelf tussen.

Je ziet hier op heel veel plaatsen van die enorme windmolenparken. Ik kan er toc h niet echt warm voor lopen...

 

We rijden hier door aangenaam golvend landschap, landbouwgebied, met veel bochten. Overal zie je hier windmolens.

We zijn hier op kleine weggetjes gekomen die ik onmogelijk had kunnen vinden met m'n kaart.

In de buurt van Nelben steken we de rivier de Saale over.

 

We komen dan in Könnern aan, waar we op onnavolgbare manier doorheen rijden, steeds weer afslaand.

Als we de stad uitrijden en de spoorbaan oversteken zien we deze prachtige verlaten fabriek, de Malzfabrik Könnern, waar tot in 1989 bier werd gebrouwen.

Ik hoop dat het in z'n geheel bewaard wordt! Aan de antennes te zien is hij gekraakt ;-)

 

Via voornamelijk rechte wegen (met af en toe haakse bochten) komen we in Köthen terecht.

Köthen noemt zich "Bachstadt". Johan Sebastian Bach heeft hier namelijk van 1717 tot 1723 gewerkt als Hofkapelmeester voor de vorst Leopold von Anhalt-Köthen.

Het gebouw op de foto is het Schwerdtfegerhaus, een huis dat ene meneer Schwerdtfeger (wat een naam) in 1901 heeft laten bouwen.

 

We hebben al enige tijd de naam Aken op de borden zien staan, wat enigszins bevreemdend is, omdat het natuurlijk de Nederlandse naam is voor wat in Duitsland Aachen wordt genoemd. Maar er is dus ook een Duits Aken.

De toren die je hier ziet is de Köthener Torturm, die erg oud is: hij is in 1288 gebouwd (maar hij ziet er sinds 1551 uit zoals nu). Hij is prachtig gerestaureerd.

 

Vlak buiten Aken is een moerasbos, waar we via een smal weggetje doorheen rijden. We komen zo terecht bij het pontje over de Elbe.

Je moet hier betalen bij de kassa op het pontje, en niet, zoals bij ons, aan iemand die langskomt. Het is toch een beetje alsof dat soort dienstverlening er nog niet in zit bij de Oostduitsers ;-).

Maar we zijn blij met dit pontje: we hadden anders om moeten rijden om bij Dessau of Schönebeck via een brug de Elbe over te steken.

 

We rijden door Zerbst, dat ook weer een stadscentrum heeft dat prachtig intact is gebleven en mooi is opgeknapt.

Ernst stopt: hij heeft in z'n ooghoek een vreemd bord ontdekt: Göhring, Waffen, Raumschiessanlage.

Er zijn natuurlijk families die Göhring heten, daar kan niemand iets aan doen. En er zijn wapenhandelaars, en mensen die een schietruimte exploiteren, dat valt te begrijpen. Maar de combinatie doet toch erg naar aan...

 

Er waait een harde zijwind. We rijden over rechte stukken weg, met vreemd genoeg vooral appels en peren als straatbomen. Waar ze gevallen zijn, en er talloze autobanden overheen zijn gereden, geeft dat appelmoes onder je banden.

We zien ook veel kruisjes hier langs de weg,. om aan te geven dat er een dodelijk ongeluk is gebeurd. Af en toe worden we ingehaald door hard scheurende auto's, terwijl er ook automobilisten zijn die juist erg langzaam rijden: het is goed voor te stellen dat hier veel (inhaal-)ongelukken plaatsvinden.

 

De stadjes en dorpen onderweg hebben veel bewaard gebleven moois, maar het is vaak hard aan een opknapbeurt toe.

Dit is de Münchentor in Loburg, die nog in behoorlijk goede staat is.

We rijden hier door het Jerichower Land. Die naam stamt van een Slavische groep mensen die hier vroeger woonden (net zoiets dus als de huidige Sorben).

 

We misten in Loburg onze afslag naar links, en kwamen terecht op de Bahnhofstrasse. Tot onze verbazing konden we, toen we keerden, gewoon over het terrein van het station van Loburg terug naar onze afslag rijden.

Het station zag er uit alsof er een restaurant in zat, en het stond te koop. Blijkbaar functioneert het gebouw niet meer als stationsgebouw. Er wordt duidelijk nog wel in gewoond. Het is een prachtig gebouw!

 

Hier rijden we door Drewitz, waar een metaalbouwbedrijf zit waarvan de eigenaar erg creatief is: hij heeft een draak op de muur geschilderd. Ook opmerkelijk is dat het dak vrijwel geheel bedekt is met zonnepanelen: dat zie je ook in dit gedeelte van Duitsland erg vaak. Duitse huishoudens zijn langzamerhand self-supporting geworden wat energie betreft, dankzij het Duitse subsidiebeleid.

Op de achtergrond zie je de Dorfskirche van Drewitz.

 

De weg tussen Drewitz en MagdeburgerForth is kaarsrecht, maar het is een mooi gezicht als je vanuit het donkere bos het licht in rijdt.

Het waait hard, het is koud: we worden moe.

 

In Schopsdorf ziet Ernst een café/restaurant/winkel(koffie) met mogelijkheid tot overnachting, in een geel gebouw: Jerichower Landhof.

Ik ga vragen of er plek is, en de mevrouw meldt dat er nog één kamer is, met twee aparte bedden. Als ik enigszins teleurgesteld kijk meldt ze dat er *nog* een kamer is, met één groot bed, maar dat die nog schoongemaakt moet worden. Eigenlijk hoort dat door de schoonmaakster te gebeuren, maar die is al naar huis: ze wil ze graag voor me doen, zegt ze. Geweldig!

Hier op de foto zie je de deuren die naar de kamers leiden: een bijgebouw van de boerderij is verbouwd tot een aantal kamers, elk met een eigen voordeur.

 

Ernst parkeert de motoren op de binnenplaats, waarbij hij het niet kan laten wat sfeervolle foto's te maken, met de motoren naast het driewielertje van een van de kinderen hier, en naast een schattig vrachtwagentje met open laadbak.

Daarachter zie je de smidse, en het bord verwijst naar het café.

 

Hier de ingang van de smidse. De Jerichower Landhof is namelijk:

- een hotel,

- een dorpskroeg,

- een restaurant,

- een winkel met koffie en thee (met koffie uit Nederland: de dochter des huizes heeft in Nederland gestudeerd),

- een koffiehuis,

- een smidse.

En ongetwijfeld ben ik dan nog het een en ander vergeten.

 

Terwijl Ernst foto's maakt, begin ik alvast aan het bier op het beschutte terras op de binnenplaats.

Heerlijk: geen wind!

Het bier, Ur-Krostitser, komt trouwens bij Leipzig vandaan, zie ik.

 

Dan gaan we eten, binnen, in de dorpskroeg.

Ernst neemt een Russische vleessoep vooraf, en beiden nemen we een Schnitzel, die enorm blijkt te zijn. En heel erg lekker!

Het is de dochter (dezelfde als die van de koffiewinkel) die de scepter zwaait in de keuken, en daar is ze erg goed in.

 

Terwijl we eten stroomt de kroeg vol met mensen uit het dorp.

We leren hier dat je in dit gedeelte van Duitsland, als je een kroeg binnen loopt, bij iedereen met je knokkel op de tafel klopt. Dat gebeurt ook bij onze tafel.

Je wordt dan geacht terug te kloppen.

Het is een ideale verkorte vorm van een hand geven. Als je elkaar op die manier begroet hebt ben je bekenden van elkaar. Ik vind het een prachtige gewoonte!

Het zorgt er inderdaad voor dat je het gevoel hebt voor één avond deel te zijn van het dorp.

Het is trouwens, zoals je hier ziet, een prachtige sfeervolle dorpskroeg.

 

Als we naar onze kamer lopen, maken we nog mee dat de plaatselijke muziekvereniging gaat oefenen in het zaaltje naast de kroeg (want behalve een smidse, winkel, cafë, kroeg, restaurant en hotel is het hier ook *de* plek voor feesten en partijen, en repetitieruimte voor muziekverenigingen, uiteraard!

Het zijn trouwens jachthoorns waar ze op spelen: ik denk dat het om deze jachthoornblazers gaat.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: