Sylvia bij snackbar
Lunch in Zweden

Lund (Zweden) - Oslo (Noorwegen)

Vanuit Lund rijden we afwisselen via lieflijke landelijke weggetjes met romantische houten huzen en kerkjes, en bredere, eindeloos lange, vrijwel rechte wegen door het bos.

We eten onderweg bij een van de vele kiosken, waar je simpel kunt eten, binnen of aan picknicktafels buiten.

We schieten bijna ongemerkt enorm op. Zo hard schieten we op, dat het mogelijk blijkt om door te rijden naar Oslo.

Het laatste gedeelte van de route vandaag blijkt bovendien ongekend mooi.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Vrijdag 2 september 2011

Ik word wakker met een enorme koppijn. Ernst wordt erg traag wakker, kan niet direct opstaan, en ik moet opstaan en kan in het uiterst krappe kamertje nergens zitten. Ik verhuis daarom naar de luie stoelen in de ontbijtruimte, en wacht daar met een boek.

Ik krijg hier enigszins vrede met de plek waar we zitten: 's morgens, in de zon, valt alles enorm mee. Gisteren was dit typisch zo'n plek waarop je niet meer begrijpt waarom je niet lekker thuis bent gebleven: de nacht moeten doorbrengen in een veel te duur veel te klein kamertje in een soort van container-hotel op een industrieterrein is niet bepaald iets om je op te verheugen als je op reis gaat.

De televisie vertoont het nieuws, waardoor ik kan wennen aan Zweeds om me heen horen. Talen verschillen erg wat "aangenaamheid" in het gehoor. Zweeds is een bijzonder prettige taal om naar te luisteren. Alles werkt er op dit moment aan mee om weer zin te krijgen in de reis.

 

Het ontbijt is prima, en de prijs van het hotel blijkt in plaats van de 1600 kronen die ik gisteren van het meisje meende te verstaan 1060 kronen te kosten, wat beter te verteren is (maar belachelijk vergeleken met wat die heerlijk Duitse Gasthauser kosten).

Maar de zakelijke efficiëntie hier is een soort culture shock als je net uit gemütlich Duitsland komt!

 

Maar het blijft lastig om het echte vakantiegevoel vast te houden als we onze route vandaag beginnen op het indsutriegebied van Lund. Dag dag, Ibis hotel Lund!

 

Handig van het hotel is dat het vrijwel direct ligt aan de weg uit Lund die we willen hebben: de 108.

Erg landelijk begint die weg niet ;-)

 

Aan het eerste stuk van de weg wordt gewerkt. We mogen niet sneller dan 70, waar we ons netjes aan houden omdat in Zweden de boetes hoog zijn.

Het is erg lastig vol te houden, omdat we erg weinig verkeer tegenkomen. Deze tegenligger is een aangename afwisseling.

 

Vlak voordat de 108 eindigt op de 104 slaan we rechtsaf, om even verderop de 104 over te steken. We zitten onmiddellijk in landelijk Zweden.

Dit is het eerste dorp waar we doorheen komen. Je spreekt dat niet uit als Sint Harrie, maar als Stora Harrie (waarbij je de o als oe uitspreekt): Groot Harrie. Er bestaat dan ook een Klein Harrie, Lilla Harrie, waar we borden naar zien.

 

Dit is het kerkje van Stora Harrie.

Het kerkje is heel oud: uit 1200!. De toren is er in ongeveer 1400 erbij gezet.

De kerk zag er in die tijd niet zo uit als nu: professor Carl Georg Brunius heeft de kerk in 1851 gerestaureerd, op een manier die niet echt recht deed aan het oorspronkelijke uiterlijk. Maar je moet toegeven: wat hij er van heeft gemaakt is erg mooi.

Binnen schijn je nog runen uit de tijd van de Vikingen te kunnen zien, en Middeleeuwse fresco's (we zijn niet binnen geweest).

 

Het is een aangenaam weggetje door golvend boerenland, met boerendorpen.

 

Hier zijn we in Eslöv. Links zie je een bakstenen gebouw met opschrift Markab.

Het is een oude destileerderij, waarover in 2010 nog trots werd geschreven dat hij voor altijd behouden zou blijven, maar die in 2012 in brand is gestoken, op een moment waarop het sowieso de vraag was of hij misschien afgebroken zou worden voor een nieuwbouwproject.

 

Dit gebouw staat in het gehucht Öslöuml;v. Er naast staat het houten geraamte van een molen (hier niet te zien).

 

We rijden hier door het gehucht Hasslebro, waar een elektriciteitskabel de weg oversteekt, en handig gebruik maakt van een boomstronk.

Ook hier weer is het beeld passend bij Zuid-Zweden: een huis in zwart-wit vakwerk en houten schuren in donkerrood.

 

Hier rijden we door Stockamüllan, waar een industriemuseum zit dat in vrijwel precies zo'n gebouw zit als het huis hier rechts op de foto.

Links zijn mensen bezig het dak te repareren van een huis dat aan de onderkant vakwerk is, met de bovenste helft in hout.

 

Even verderop, in Billinge, zien we dit huisje: het prototype van het Zweedse houten huisje. Veel Zweden die in de stad wonen hebben zo'n huisje voor weekenden en vakanties: de huisjes worden liefdevol verzorgd.

 

We volgen de 13 tot die scherp naar links afslaat: daar rijden we rechtdoor, via de 108.

Je rijdt daar langs een bos aan de linkerkant. Daar komen we deze medemotorrijder op z'n Harley tegen.

 

Even verderop komen we een van onze eerste bordjes voor overstekende elanden tegen, wat natuurlijk altijd een leuk gezicht is.

We reden eenmaal vanuit Noorwegen Zweden in, in de vroege ochtend (het was nauwelijks donker geworden en we hadden niet in de gaten hoe laat het was). Toen hebben we een aantal elanden gezien, waarvan eentje met jong. Het is dus wel deglijk mogelijk dat er een eland oversteekt (al maak je overdag niet veel kans).

Maar wat de zin van die bordjes is ontgaat me eerlijk gezegd altijd: als er eentje vlak voor je oversteekt begin je sowieso niets meer, en als er eentje oversteekt op een punt dat je nog iets kunt doen moet je daar sowieso op zijn voorbereid, wel of geen bordje.

 

We slaan rechtsaf op de 21, en dat blijkt een snelwegachtige weg te zijn. Tot nu toe heb ik mijn van te voren op de kaart ingetekende route gevolgd, en op de kaart was niet te zien wat voor weg dit was.

Ernst haalt me in en wijst: zijn GPS slaat af, waar mijn route deze weg nog heel lang volgt. Het is natuurlijk veel leuker om de GPS te gaan volgen nu!

Zo rijden we even later door het gehucht Hyllstofta, waar we rechtsaf slaan, een smal weggetje in.

 

Op een gegeven moment wordt het weggetje onverhard, erg goed rijdbaar onverhard.

We rijden door prachtig Zweeds boerenland, golvend, met weiland, bos, en hier en daar een boerderij.

 

Tenslotte verandert de grusväg weer in een verhard weggetje.

Zo'n onverharde weg is het mooist rijden, omdat je dan het meest lijkt te horen bij het landschap waar je doorheen rijdt, maar ook dit is erg mooi. Dit is Zweden zoals mijn beeld van Zweden is: heel rustig, golvend, bos en boerenland, met af en toe zo'n houten huis.

 

We rijden heerlijk lang door dit vergeten land, rijden dan onder een snelweg door, en komen uit in de bewoonde wereld, in de vorm van een dorp, Hjälmsjö, dat vrijwel is opgeslokt door Örkeljunga

 

In Örkeljunga draaien we de 24 op, die lang, saai en recht is. Aan weerszijden van de weg is dennenbos: deze weg hoort bij dat andere beeld van Zweden, dat beeld waarin je urenlang over rechte wegen rijdt zonder dat het uitzicht op dennenbos ooit verandert.

Maar uiteindelijk verandert het uitzicht wel: we komen in Växtorp aan, er zijn stoplichten en huizen, en langs de weg zien we bij een benzinepomp een houten kiosk.

Het is veel groter dan het hier lijkt: aan de achterkant is een enorme ruimte waar je binnen aan tafels kunt zitten, met ook nog een zaal voor feesten en partijen. De keuken bedient zowel de ruimte binnen als het loket waar ik sta te wachten.

De specialiteit in Zweden bij dit soort eettentjes is Korv, wordtjes in alle soorten en maten. Bij die worst krijg je dan mos, oftewel aardappelpuree, of met strips: patat. En op de worst kun je naast curry natuurlijk ook senap, oftewel mosterd krijgen.

Ik ben blij dat ik die woorden nog in m'n geheugen heb zitten, want het taalgidsje voor Zweeds zit diep weggestopt in de koffer, en de mensen die bedienen spreken geen woord Engels. Bovendien is het extra leuk om te proberen je in het Zweeds verstaanbaar te maken!

Ik kies uiteraard voor de mos: patat kan ik thuis wel krijgen.

Een oud dametje helpt me. Je kunt hier desnoods een fles water met een credit-card betalen, wat erg handig is: we hoeven geen Zweeds geld te pinnen.

 

We moeten onze jassen aanhouden, maar eten wel heerlijk in de zon, aan onze picknicktafel.

Tanken, en dan gaan we weer verder over de lange rechte wegen.

 

We rijden via de 24: zo'n brede weg, geen snelweg, maar wel met het gevoel dat de snelweg oproept: dat je van A naar B rijdt, dat het er niet toe doet waar je rijdt, dat je afgesloten bent van de wereld naast de weg.

Hier ben je ook vaak letterlijk van die wereld afgesloten, via hekken die elanden tegen moeten houden. Begrijpelijk, dat wel.

We zijn dan ook blij wanneer we vanaf die eindeloze weg Laholm in rijden.

We verlaten Laholm bovendien via een smallere weg. Die momenten moet je goed opslaan, in Zweden ;-)

 

De smallere weg duurt niet lang: hij brengt ons naar de 117, die ons op dezelfde manier als de 24 deed in de richting van Halmstad brengt.

Wat ook maakt dat deze wegen zo snelwegachtig aanvoelen, is dat alle bochten en hoogteverschillen er uit zijn gehaald, en dat links afslaan verboden is. Er zijn hier en daar wel kruisingen, en er zijn erg veel veel maximum snelheids borden.

De weg heeft soms een middenberm en soms dubbele rijstroken. Als er dubbele rijstroken zijn mag je er 100; normaal mag je 90, maar vaak is het lange stukken voortsukkelen met 80 of 70.

 

We missen de binnendoorroute om Halmstad die ik van plan was. Het binnenrijden van Halmstad biedt geen soelaas: we blijven rijden over die brede weg, en steken zo de Nissan over.

Van de 24 komen we terecht op de 26, die het dal van de Nissan volgt.

 

Na verloop van tijd wordt de weg mooier.

De Nissan krijgt hier de vorm van een stuwmeer, een stukje ten noorden van Oskarström.

 

Eindeloos lang volgen we de 26, en tenslotte slaan we in Gislaved linksaf, de 27 op.

Er verschijnen rotsen tussen de dennen, maar nog steeds blijft de weg kaarsrecht: hij is tussen de rotsen uitgehakt.

 

Als we even na Rosenlund een groepje motorrijders tegenkomen is dat een welkome afwisseling.

 

Maar er komt een einde aan het rijden over de 27! Een tukje voor Borås slaan we af, en de wegen worden smaller, vooral wanneer we onder de snelweg door zijn.

Hier rijden we weer door Zweeds boerenland. Ik weet niet precies wat het is, dat ik zo'n gedoetje als hier zo prachtig vind: rode houten schuren en dan zo'n Amerikaanse limousine er naast. Zweden houden van Amerikaanse auto's: je vindt op allerlei plaatsen automuseumpjes, en die staan vaak vol met van die enorme Amerikaanse auto's uit vroeger tijden. Maar je ziet he": je hoeft helemaal niet naar zo'n mudeum; je kunt gewoon de kleine weggetjes nemen.

 

De weg golft letterlijk door het landschap. Hier rij je opeens op een heel andere manier door die donkere dennebossen van Zweden.

 

Onderweg zijn er van die prachtige houten huisjes om te bewonderen. Wie zou daar nou niet willen wonen?

 

Dit stuk binnendoor duurt lekker lang. Er zijn bochten om te genieten, er zijn die houten huizen, en behalve dennen zijn er hier ook berkenbossen ter afwisseling.

 

Onderweg is zelfs het bushokje in Zweedse stijl.

We volgen nu de 42, heel lang. Het binnendoorrijden is weer afgelopen.

Bij Trollhättan steken we de Göta Älv over (de rivier de Göa), die onderdeel is van het Göta kanaal.

 

Het begint hier al flink noordelijk aan te voelen. We zijn hier bij Stigen, in de buurt van Färgelanda.

Het laatste stukje van deze weg is prachtig: een echt scheurstukje, met bochten en al. Ik zie een paard met veulen, kijk beter, en dan blijkt het een eland te zijn! Ik hoop dat Ernst hem op de foto heeft (helaas niet).

We komen dan uit op de 172, die we naar rechts moeten volgen. De dichtstbijzijnde stad naar die kant ligt heel erg ver weg, terwijl vooral de Supertenere erg hard aan verse benzine toe is. Wat nu?

We besluiten linksaf te gaan, naar Färgelanda.

Aan de andere kant van het stadje vinden we een benzinestation, de Preem, met een worstenkiosk waar je kunt zitten er bij.

We houden pauze en eten Zweedse worstjes, terwijl we kijken hoe de jeugd van Färgelanda met hun crossmotoren hier hun hangplek hebben.

Ernst stelt voor om door te rijden naar Oslo, en ik ben volkomen verbaasd als ik hoor hoe dicht we daar bij in de buurt zitten (240 kilometer): het stuk dat we door Zweden moeten is volgens mij minstens zo lang als we door Duitsland hebben gereden; kunnen we dat echt in één dag? Dat blijkt het geval te zijn!

We sms-en Wouter om hem te waarschuwen dat we vanavond vrij laat aan zullen komen, en stappen weer op.

 

Het is inmiddels echt avond aan het worden: het licht staat prachtig laag.

 

Waar mijn ingetekende route hier mooi binnendoor ging wijkt de GPS van Ernst daar van af: we rijden kaarsrecht door naar Ed, en rijden dan via een smallere weg die aan de westkant van het Stora Le loopt.

Die weg is fantastisch! Een enorme aanrader! Tot aan die weg was ik aan het mopperen op die GPS, maar hij heeft volkomen gelijk.

Er is vrijwel geen stuk te vinden dat recht is, je rijdt bocht in bocht uit, en ondertussen golft de weg ook nog eens op en neer. Alle mogelijke verkantingen die je je maar kunt voorstellen kom je hier tegen, en vaak zijn de bochten blind door de hoogteverschillen: het is een rollercosterweg, en we komen maar éé tegenligger tegen.

Onderweg zijn er steeds borden naar het Tresticklan nationale park. Wat zal dat een prachtige plek zijn!

 

De weg weet van geen ophouden (toegegeven, hier is een stukje recht!), en daar zijn we alleen maar blij mee. Deze weg hoeft van mij niet meer te stoppen!

Hier zie je wat huizen, maar je rijdt vrijwel de gehele weg lang door het niets, geen huizen, geen dorpen, alleen maar bos, rotsen, water, de weg en jij.

 

Maar er komt wel een einde aan de weg.

Als troost staat er een bordje dar Noorwegen nog maar 3 kilometer ver weg is.

 

We rijden in de richting van Noorwegen en steken 3 kilometer verder de grens over, althans, dat nemen we aan: er is niets te zien.

Al snel in Noorwegen slaan we rechts, en ook dat is een erg mooi weggetje (maar de rollercosterweg staat op eenzame hoogte!).

Er zijn veel combines op de weg, gelukkig goed verlicht.

Ons weggetje komt uit op de 21 die we in noordelijke richting volgen, en bij Stromfoss slaan we linksaf, de 124 op. naar Rakkestad.

Onderweg komen we erg veel waarschuwingen tegen voor overstekende elanden, en dat is een moeizame wetenschap, als je door het donker rijdt. Het is intussen gestopt met regenen. Ik kan alleen maar hopen dat de elanden onze lampen goed zien, en keurig wachten met oversteken.

In principe is het hier mooi: er zijn veel bochten, er zijn rotsen. Maar het is nu echt helemaal donker geworden.

Vanuit Rakkestad rijden we naar Askim, dat er uitziet als een soort schone industriestad: de fabrieken lijken elke dag gepoetst te worden hier.

Dan volgen we de E18 naar Oslo (vanaf het punt waar hij ophoudt snelweg te zijn).

In Oslo stuurt de Becker ons op onnavolgbare manier door tunnels en snelwegachtige wegen, maar het is Ernst die op een gegeven moment stopt en zich herinnert hoe we moeten rijden. De Becker kon het niet vinden!

 

En dan zijn we er, en het is niet eens veel later dan 11 uur!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: