Baai
De baai van Portbou

Portbou

We rusten een dagje uit in Portbou.

We slenteren door de straten, kopen onze lunch bij elkaar in een supermercado, en klimmen naar de overkant van de baai.

We eten weer bij Riky, en hebben een heerlijk dagje.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Zaterdag 8 september 2007

We ontbijten op een van de terrassen aan de boulevard.

Er is, volgens de oude, norse, sloffige ober, alleen maar koffie en een bolleria (oftewel iets zoets-achtigs, zoals een croissantje met suiker), maar hij brengt uiteindelijk toch een bocadillo met ham, en hij lijkt zowaar na verloop van tijd een beetje te ontdooien.

We eten dat meevallende ontbijt bovendien buiten, met uitzicht op de zee.

 

We lopen de ramblas af (een erg groot woord als je die van Barcelona voor je hebt), en gaan de supermercado in die daar zit.

Wat opvalt is de ongelofelijke hoeveelheid sterke drank, en als je naar de prijzen kijkt is dat begrijpelijk: waar elders vind je 5-literflessen whisky Johnny Walker voor 12 euro? Ja, wat je hier op de foto ziet zijn flessen van 5 liter...

Spanje is misschien wel goedkoper dan Andorra, en zo'n stadje op een paar kilometer afstand van Frankrijk is natuurlijk *de* plek om een paar keer per jaar je voorraad alcohol aan te vullen, als je in Frankrijk woont.

Sterke drank slaan we niet in, maar wel het een en ander van de ook al in een enorme variëteit en voorraad aanwezige chocola, nootjes, en marsepein/nougeat (turron geheten). En water.

In een kleinere supermercado verderop (ook weer veel sterke drank, maar hier ook hele hammen, voor 70 euro) halen we brood en tomaten en zonnebrandspul (bij het uitpakken van de spullen merkte ik dat geen haar op m'n hoofd aan de mogelijkheid dacht dat het hier warm zou zijn...).

 

Het is zaterdag, en het strandje van Portbou is vol.

Veel scooteraars ook, en motorrijders, vaak met Franse nummerplaten.

De weg door Portnou is dan ook perfect voor een zaterdagmiddagritje.

 

Het strand(je) van grof zand ligt in het uiteinde van een baai.

Aan de zuidelijke zijkant van die baai zit de boulevard, en aan de overkant daarvan zien we een paadje lopen langs de rotsen, dat hier en daar toegang zou moeten bieden tot kleinere verscholen strandjes.

De kleinere strandjes zijn kiezelstrandjes, en je klautert van het ene naar het andere strandje via rotsblokken, en ik ben trots op mezelf dat ik dat allemaal weer een beetje kan (mijn motorongeluk is nog niet zo heel erg lang geleden).

En dan komen we een plek tegen met een bankje, in de schaduw van een paar dennen: het perfecte picknickplekje voor een paar oude van dagen.

Je hebt er uitzicht op de mensen op de strandjes en in het water, en op het jachthaventje links naast de boulevard, en af en toe is er een boot, of een helicopter (er is vaak een helicopter).

En rechts torenen de kerk en vooral het station torenhoog boven alles uit. Er zijn zelfs twee flats (al zijn ze niet hoog): het is lief van lelijkheid, Portbou, en in combinatie met die fotogenieke Middellandse Zee is dat verslavend.

 

Af en toe lopen er mensen langs ons pad, met meer stamina dan wij op zoek naar een privé-strandje.

Een vader met twee zoontje blijft bij ons hangen. Ze verzamelen pijnboompitten, waarvan ze er vooral veel voor hun op het strand liggende moeder willen verzamelen, zo maken we op uit de gesprekken.

Ernst biedt ze een plaats op ons bankje aan, maar daar hebben ze het te druk voor. De kant-en-klare nootjes-uit-een-zakje daarentegen kunnen ze niet weerstaan.

En zoals ons steeds weer zal verbazen, en vooral aangenaam verrassen, in Spanje, is hoe plezierig dat contact tussen kinderen en ouders hier verloopt.

Hier vind je geen ouders die voortdurend van alles verbieden en zeuren en klagen, en je vindt daardoor ook geen kinderen die jammeren en huilen en dwars doen. (nou ja, bijna niet...)

 

Als we teruglopen is het zo te zien de vaste tijd waarop de oude mannen en vrouwen van Portbou een wandelingetje langs de boulevard maken, en dan op een bankje gaan zitten om mensen te kijken en het nieuws van de dag met elkaar uit te wisselen.

Wij gaan op zoek naar een krant, besluiten we.

Portbou is niet groot. Behalve het boulevardje en het ramblasje zijn er twee straten met wat winkels (elke winkel, of er nou kleren of speelgoed of sigaretten verkocht worden, heeft flessen sterke drank in het assortiment), en een pleintje.

Maar nergens vinden we kranten.

In het hotel staat het oude mannetje van gisteren bij de receptie. Na wat gebarentaal snapt hij het: "Ah, prensa!".

Hij legt het voor de zekerheid een paar keer uit: de straat links nemen, en dan de derde rechts, daar komt het op neer. En we moeten snel zijn, zegt hij, want die winkel gaat om 5 uur dicht.

Zijn aanwijzingen opvolgend komen we uit op een pleintje met links de mercado, de overdekte markt. Ze zijn aan het sluiten, en we kunnen nog net een blik werpen op halve koeien en varkens.

Geen bladenwinkel...

Verderop, in de straat die op het pleintje uitkomt zit een tabakswinkel. Die heeft wel ansichtkaarten en flessen sterke drank, maar geen kranten.

We vragen daar naar de bladenwinkel, en krijgen weer te horen: teruglopen naar het pleintje, daar zit ie.

Weer terug naar dat pleintje, weer zoeken, en dan maar een andere straat proberen. Ernst vraagt het daar in een winkel met Mexicaanse sombrero's, fotorolletjes (ja echt!) en flessen drank, en dan wijzen ze hem opnieuw naar dat pleintje.

De enige winkel die daar zit is een juwelier. En verdomd, als je daar naar binnen loopt hebben ze behalve ringen en horloges ook kranten...

Dat illustreert mooi de moeilijkheden die je als toerist in Spanje tegen kunt komen: voor die mensen hier is het zo vanzelfsprekend dat de juwelier kranten verkoopt, dat ze niet op het idee komen dat dat voor iemand van buiten minder duidelijk is, en dat het daarom handig is om zoiets er even bij te vertellen.

Maar goed, mocht je ooit in Portbou op zoek zijn naar kranten, loop dan naar de juwelier!

 

Op diverse plekken staat iets in de zin van dat een zekere Walter Benjamin hier heeft geslapen of gegeten of iets gedaan heeft dat we niet kunnen achterhalen. Hier zie je bijvoorbeeld zijn foto op een gebouw.

Hij heeft in Portbou een einde aan zijn leven gemaakt, waarschijnlijk met morfine, kunnen we ook ontcijferen. Google levert op dat hij een Joods-Duitse cultuurfilosoof was, met een pessimistische filosofie (nogal voorstelbaar: hij leefde tijdens de opkomst van Hitler), en blijkbaar is het feit dat hij hier zelfmoord gepleegd heeft het bijzonderste wat er tijdens het hele bestaan van Portbou is gebeurd.

Het is ook heel vreemd dat op zo'n plek waarvan je zou zeggen dat er geen kwaad bestaat, zo'n historisch drama heeft plaatsgevonden. Hij had een inreisvisum voor de Verenigde Staten, in 1940, maar geen uitreisvisum voor Frankrijk, waar hij toen zat. Hij is de grens naar Spanje overgestoken, maar werd daar aangehouden en werd naar Portbou gebracht, en zou de volgende dag terug worden gebracht naar Frankrijk, waar Pétain aan de macht was. Dat zou dus het concentratiekamp betekenen.

Die nacht heeft hij, met een overdodis morfine, een eind aan zijn leven gemaakt.

De douanebeambten hebben toen de mensen met wie hij samen de grens waren overgestoken laten gaan. Kennelijk beseften ze voor de door van Walter benjamin niet wat een terugkeer naar Frankrijk voor dezemensen zou betekenen.

 

We nestelen ons met de Spaanse El Pais (De andere kranten die daar liggen zijn er allmeaal in twee versies: Castiliaans (wat wij Spaans noemen) en Catalaans.

Als we dat zien dringt opeens tot ons door wat een ongelofelijke hoeveelheid extra werk en geld het volhouden van tweetaligheid is) op een bankje op de boulevard, en proberen het nieuws te ontcijferen terwijl we naar de paseo-ende mensen kijken. Het is weer kinder-uitlaattijd.

Als het donker is geworden, en iedereen zo langzamerhand een terras of een eetzaaltje opzoekt, lopen we naar Ricky's bar, waar het nu, zaterdagavond, zowel buiten op het terras als binnen waar wij zitten druk is.

Overal spelen kinderen. Twee jongetjes staan bij de pooltafel, en duiken elke keer als een bal zo'n gat inrolt naar beneden, om te kijken waar de bal heen gaat.

De tv staat aan, uiteraard, en er is muziek, er zijn kinderstemmetjes, en er is gekloink van glazen. Het is een heerlijk-Spaanse (sorry, Catalaanse) avond.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: