Brug, toren en kerk
De Donau in Regensburg

Tiefenbach - Regensburg - Tiefenbach

Via een erg mooie binnendoorroute rijden we naar Regensburg.

We brengen lange tijd door in de dom, waar we nog een kleine privé-rondleiding krijgen, en verkennen dan de stad.

Regensburg ligt schilderachtig aan de Donau (waar de Regen in de Donau stroomt), en vanaf de oevers heb je zicht op het prachtige silhouet van de stad.

De stad zelf is uitermate plezierig en levendig. En mooi.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Donderdag 4 juli 2013

Ik heb uitstekend geslapen, en voel me eindelijk weer lekker.

Vandaag, besluiten we bij het ontbijt, gaan we naar Regensburg. Ernst fabriceert een route die over kleine weggetjes gaat.

We vertrekken in zuidoostelijke richting, via kleinere weggetjes, en steken de B22 over. Het is bewolkt maar droog.

Het landschap is plezierig glooiiend, met afwisselend bos en akkers.

 

Het is een heerlijk landschap om al rijdend tot rust te komen, om te mijmeren.

Elk landschap heeft z'n eigen steming, en dit landschap van de Oberpfalz roept rust op, vrijheid in je hoofd, je voelt dat je weer kunt ademen. Het is een ideaal landschap om afstand te nemen tot alle muizenissen van je dagelijkse leven.

 

We komen een bord tegen dat meldt dat de weg is afgesloten vanwege werk aan de weg.

Op de motor gaan we in zo'n geval vaak kijken of we er niet misschien langs kunnen. In erg veel gevallen is dat het geval.

Dat er aan de weg wordt gewerkt is duidelijk...

 

Maar als we deze graafmachine tegenkomen is duidelijk dat het hier stopt.

Vaak willen de wegwerkers wel plaats voor je maken, maar in zo'n geval vind ik dat niet kunnen: die mensen moeten hun werk kunnen doen. Wij zijn hier alleen maar voor ons plezier en moeten die mensen dus niet in de weg rijden.

We keren (en wat ben ik in zo'n geval blij met mijn V7 waarbij ik zo gemakkelijk met m'n voeten bij de grond kan).

 

We maken een omweggetje via een smallere weg, en komen een eind verderop weer op de weg die we volgden.

Dat Duitse asfalt is wel erg plezierig rijden, zeker als het droog is, zoals nu.

M'n Guzzi V7 bevalt me extreem goed. Bij elke bocht besef ik hoe ik me er op thuis voel.

 

Er zijn hier veel "snelle bochten", zoals ik ze altijd noem: bochten waar je op hoge snelheid doorheen rijdt, zonder dat je ook maar even je gas hoeft los te laten of op een andere manier je snelheid moet verlagen.

Op een weg met snelle bochten kun je met één snelheid rijden, zonder ooit te remmen of te accelereren. Dat maakt dat alles, ook al gaat het snel, rustig aanvoelt. Op die manier rijden kun je veel langer volhouden dan wanneer je voortdurend moet remmen en gasgeven. Heerlijk.

 

Schwarzhofen, waar we hier binnerijden, ligt aan het riviertje de Schwarzach.

Hier in Schwarzhofen zijn er een aantal visvijvers gevormd in dat riviertje.

 

Het is dan wel bewolkt, maar warm. Ik rij in spijkerbroek plus leren jack: heerlijk koel.

Dan rij je wel extra voorzichtig, en dit soort landschappen, met ruime bochten die je goed kunt doorkijken, zijn dan ideaal.

 

Dat golvende landschap biedt heerlijk lome bochten.

Het bos ziet er lekker sappig groen uit.

 

De weg waar we op rijden is al niet breed, maar we slaan vlak na Altenschwand af naar een nog veel smaller weggetje.

Op de een of andere manier vind ik die altijd het leukst.

 

We klimmen door het bos, en komen bovenop terecht.

Het weggetje zit vol reparatiestrepen. Hier rij je echt in het landschap, en nauwelijks op een weg.

 

We komen zo bij een prachtig verstilde plek met boerderij-met-kapelletje, in Kölbdorf.

Het kappelletje heeft zo'n typische uivormige toren. Dat soort uivormige torens zie je vaak bij katholieke kerken in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië(ik neem aan uit de tijd dat de Ottomanen hier hebben gezeten).

 

Het hout voor de winter ligt al hoog opgestapeld.

 

Tenslotte komen we uit bij de rivier de Regen, die hier in de richting van het westen stroomt.

We volgen hem naar het westen rijdend, met de rivier aan onze linkerhand.

Het is een mooie, heel rustig stromende rivier.

 

Aan de overkant zien we heel schilderachtig Stefling liggen, met hoog boven alles uit Schloss Stefling, dat in de dertiende eeuw is gebouwd.

Het is echt een prachtig gezicht, de huizen van Stefling aan het water, en die burcht daar boven.

 

Even voorbij Stefling steken we de Regen over.

We volgen de Regen nu aan de andere kant. Eerst naar het westen, en dan buigen we met de Regen mee naar het zuiden.

 

In de bocht naar het zuiden komen we het bord tegen dat ons vertelt dat we nu de Landkreis Regensburg binnenrijden.

Ons doel voor vandaag komt in de buurt.

 

De Regen is een verrassend mooie rivier.

Aan weerszijden zijn er bomen, met open plekken daartussen. Hij is verre van recht, en mag z'n natuurlijke gang gaan.

In het water liggen enorme keien, vaak begroeid.

Er loopt een wandel- en/of fietspad langs: dan ben je nog dichter bij de rivier als wij.

Ik speur naar IJsvogels en Waterspreeuwen: daar is het hier een perfect terrein voor.

 

Soms steekt de weg een bocht van de rivier af, en verdwijnt hij even uit het zicht, zoals hier, bij Heilinghausen.

Voor het gebouw van de Freiwillige Feuerwehr Heilingshausen, de vrijwillige brandweer, staat een meiboom.

 

De weg blijft die rivier volgen, en we krijgen hem af en toe te zien.

Op een gegeven moment wordt het landschap weidser: er is steeds minder bos.

 

Er komt een einde aan de ydille als we Regenstauf binnenrijden: we zitten dan volop in de bewoonde wereld.

In het huis waar we hier langs rijden zat ooit, zo vertelt het opschrift, een Bräustubl, een caféétje dat zelf bier brouwde.

 

Dit is de hoofdstraat van Regenstauf, met weer zo'n uivormige toren.

Rechts zit trouwens een winkel met "Trachten", Beierse dirndljurken en Lederhosen: we zijn hier in Beieren, tenslotte.

 

Als we Regensburg binnenrijden, is dat op een onverwachte plek: in het bos, met nergens bebouwing.

We rijden nog steeds vlak langs de Regen. In Regensburg stroomt die uit in de Donau.

 

We dalen af via een prachtig smal straatje, door het bos.

Aan de muurtjes en het verkeer is te zien dat we echt in een stad rijden, maar het is de vreemdste binnenkomst in een stad die ik ken.

 

Op de plek waar de Regen in de Donau stroomt, heeft de Donau drie armen, die even later weer bij elkaar komen. Er worden daardoor twee eilandjes in de Donau gevormd.

De oude binnenstad van Regensburg ligt ten zuiden van de Donau. Vanaf het meest zuidelijke eiland loopt een oude brug, alleen voor voetgangers, naar de binnenstad. De Steinerne Brücke.

Mijn plan was om de motoren op dat eiland in de buurt van die brug neer te zetten: je loopt dan zo naar de binnenstad, en hebt direct uitzicht op het silhouet van de oude stad.

Er is van alles opgebroken, en Ernst had niet goed begrepen wat ik van plan was. Hij veronderstelt dat de weg naar de binnenstad hier is afgesloten, en dat we een andere route de binnenstad in moeten hebben. Hij keert om. Soms zou het handig zijn als we communicatie op de motor zouden hebben...

Hier rijden we op het eiland, met een arm van de Donau naast ons.

 

Na een zwerftoch waarbij we naar mijn gevoel alle buitenwijken van Regensburg zijn doorgereden, komen we uiteindelijk dan toch echt in de oude binnenstad aan.

We zijn aangekomen op het plein bij de Dom van Regensburg.

Er is een soort van motorparkeerplaats, met vooral veel scooters, en we zetten onze motoren daar neer.

 

De Dom is gotisch: hoog, enorm hoog.

In zo'n enorme ruimte bekijken we eerst wat details, om ons niet verloren te voelen.

Dit is zo'n detail: een Maria met baby, met gouden zonnestralen er omheen. Daarop rode harten van de een of andere edelsteen.

Op elk hart een spreuk over Maria. De spreuk rechstonder zegt bijvoorbeeld: "Du bist voll Gnad", je bent vol genade.

Zoals overal in katholieke kerken waar een Mariabeeld is, staan ook hier veel kaarsjes te branden. Die Mariaverering begrijp ik altijd wel. Maria is de figuur van de troost: iedereen die leed meemaakt kan zich voorstellen dat zij kan troosten. Zij heeft immers absurd veel leed te verwerken gekregen toen haar zoon zo extreem wreed aan dat kruis stierf.

 

Een ander detail is een aandenken aan de priesters die hier tijdens de oorlog zijn omgekomen.

Ik ben dan benieuwd naar hoe, naar aan welke kant ze stonden (Hitler was de katholieken niet bijster goed gezind, maar de katholieke kerk heeft destijds wel vaak de kant van Hitler gekozen, iot opportine overwegingen).

 

Hier is een kijkje naar de ruimte met het altaar.

De dom is heel hoog en ruim, en heeft een ongelofelijke hoeveelheid gebrandschilderde ramen (ik bedenk me opeens dat ik niet weet of het nou glas-in-lood ramen zijn of gebrandschilderde of een combinatie daarvan).

De kleuren zijn prachtig. Het is ook een overweldigende hoeveelheid ramen: we zien er hier slechts enkelen.

Ik heb het even opgezocht. De kleuren van het glas komen door het brandschilderen. Glas in lood slaat op de manier waarop met die stukkken glas éé raam is gemaakt. Het is dus een combinatie van beide.

 

Hier het altaar dichterbij.

Een van de opleidingen die Ernst heeft gevolgd is die voor goud- en zilversmid. Met zijn ogen zie ik een ongelofelijke hoeveelheid vakmanschap. Maar mijn eigen ogen zien hier toch vooral ook de rijkdom die de katholieke kerk wist te vergaren.

Boven het altaar zie je nog weer een paar ramen. De foto doet geen recht aan de kleuren, maar toch kun je je goed voorstellen hoe briljant die zijn. Als je je dan bedenkt dat die jaren vele honderden jaren oud zijn, is dat toch wel overdonderend.

 

Het midden van de kerk wordt gesteund door enorme pilaren, en aan die pilaren hangen beelden, hoog boven ons hoofd.

Ook aan de zijkant hangen beelden, en op allerlei plekken zijn er kapellen. Rechts zie je een Mariabeeld in een nis in zo'n kapel, met Jezus aan de muur er voor.

In de hoogte zie je weer die prachtige ramen.

 

Aan de zijkant is een deur naar een ruimte met de toiletten, waar ik dankbaar gebruik van maak.

Aan het andere einde van de gang zit een winkeltje en de toegang tot de Domschat.

Het opschrift is zo mooi verdeeld over de deur en de muur dat we besluiten een kijkje te nemen.

 

Er ligt een met de hand geschreven bijbel, uit 1993, geïllustreerd.

Ik ben benieuwd of echt die hele bijbel zo is geschreven (zoals monniken vroeger deden), of dat het alleen deze twee pagina's zijn.

Tijd is onbetaalbaar geworden in vergelijking met eeuwen geleden...

 

Vanuit de deur met het halve opschrift kom je in een gewelfde ruimte.

Overal zijn schilderingen: op de gewelven, aan de muur.

Dat vind ik een van de leukste kanten van katholieke kerken: de beeldenstorm heeft daar vaak niet huisgehouden.

 

De schatten zijn uitgestald in een aantal donkere ruimtes, waardoor de schatten goed kunnen worden uitgelicht.

Dit is een miniatuur bordje, in zilver. Ik vraag me altijd af wanneer de loep ook alweer was uitgevonden, als ik dit soort miniatuurtjes zie, en of ze daar al gebruik van konden maken toen dit werd gefabriceerd.

 

Er is een verzameling kruisen, en als je de rijkdom daarvan ziet (goud, robijnen en andere edelstenen) begrijp je wel iets van de woede van de beeldenstormers: die was natuurlijk ook gericht tegen de excorbitante rijkdom van de katholieke kerk.

 

Dit kruis vond ik veel mooier. Het is zonder edelstenen, en het goud is zo fijn bewerkt dat het nauwelijks meer blinkt.

In het midden een afbeelding van Jezus aan het kruis (ik dacht dat daar een relikwie in zat - een van de mij minder aansprekende aspecten van de katholieke kerk: die obsessie voor lichamelijke resten van Jezus en heiligen vind ik nogal afstotelijk).

 

Dit is het oudste kruis uit de verzameling.

Het is van hout, klein, en van houtsnijwerk met een ongelofelijke mate van detail voorzien.

Er is een voorstelling in 3-D uitgesneden. Het is ongelofelijk dat iemand dat allemaal met de hand heeft gedaan.

 

Er zijn ook een aantal tekeningen te zien van de dom in andere tijden.

Hier zie je goed dat de dom vroeger veel kortere torens heeft dan hij nu kent (foto's van de buitenkant van de dom staan verderop op deze pagina).

De ingang is precies hetzelfde, en de rest van de gevel ook, maar in plaats van de daken van de torens is er nog een verdieping bovenop gekomen, en daar bovenop staan hele spitse daken.

 

De tekening binnen laat ramen zien die niet gekleurd zijn.

Dat is vreemd, want de gebrandschilderde ramen komen dan wel uit verschillende tijden, maar de oudste zijn erg oud.

 

Dit is de dom zoals hij nu is, in miniatuur.

 

Er is een grote verzameling mantels (ik weet de officiële naam zo gauw niet) voor bisschoppen en kardinalen.

Daarbij valt ook weer het handwerk op: deze is van boven tot onder geborduurd.

 

Dat borduurwerk tot de kunsten behoort zie je aan dit kleine stukje van zo'n mantel.

Een voorstelling in de hemel is hier in 3-D geborduurd.

 

Weer terug in de Dom pak ik een folder, en kom er dan achter dat er een raam is met Petrus (in een heel heldere diepe kleur groen) dat het oudst is.

Met de folder in de hand probeer ik dat raam te vinden, en dan komt er een man van de kerk bij ons staan die begint te vertellen.

Eerst vertelt hij over de ezelstoren, en wenkt me naar buiten te komen door een zijingang.

Daar kun je een stukje van de Eselsturm zien, de ezelstoren, een van de weinige restanten van de tijd dat de dom Romaans was.

De legende gaat dat de bouwmeester van de dom en die van de Steinerne Brücke een weddenschap met elkaar hadden afgesloten wie het eerst klaar zou zijn. De bouwmeester van de Steinerne Brücke wilde die weddenschap zo graag winnen dat hij een pact met de duivel sloot.

De duivel zou er voor zorgen dat de Steinerne Brücke het eerst af zou zijn; in ruil daarvoor kreeg de duivel de eerste zielen die de brug zouden oversteken.

De Steinerne Brücke was daadwerkelijk het eerst af, en de legende wil dat de bouwmeester drie kippen als eerste de brug over liet steken. Kennelijk werden die in die tijd al geacht een ziel te hebben.

Maar dat is niet het einde van het verhaal: de bouwmeester van de dom was zo teleurgesteld dat hij verloren had, dat hij zich van de Eselsturm gestort heeft. Hier, op de plek waar we op de foto staan, is hij dood gevonden.

De Eselsturm dankt z'n naam trouwens ook aan een legende: er is een trap zonder treden, die in een spiraal omhoog loopt, en dat zou zijn geweest om ezels naar boven te kunnen laten lopen. Dat klopt niet: de afmetingen zijn daar ook veel te klein voor. Kennelijk werden er toen soms dat soort trappen gebouwd (er bestaan er meer; nergens hebben ooit ezels gelopen).

 

Hij vertelt ons ook verhalen over sommige beelden die op allerlei plekken in de kerk te zien zijn.

Hier zie je bijvoorbeeld Sint Christofoor, die Jezus op z'n schouders nam om hem naar de overkant van de rivier te brengen. Jezus leek onderweg zwaarder en zwaarder te gaan wegen. Christoffer merkt dan op dat de hele wereld niet zwaarder had kunnen wegen, waarop het kind zegt: "Je had niet alleen de hele wereld op je schouders, maar ook degene die de wereld heeft gemaakt."

 

Twee beelden zijn vooral beroemd: de lachende engel, en het beeld er tegenover, van Maria.

Het is de engel Gabriel, in 1280 gebeeldhouwd, die Maria het blijde nieuws komt vertellen.

Er zijn bijna geen beelden bekend van engelen die lachen. Deze doet dat heel duidelijk: zijn gezicht past helemaal bij de term "het blijde nieuws"

Onder z'n jurk uit zie je (hier niet op de foto) z'n blote voeten.

 

En hier is het oudste raam van de Dom, met Petrus, in volle glorie.

Het komt uit plusminus 1320, en het is ongelofelijk dat kleuren in glas zo goed kunnen blijven.

Onze gids vertelt ook nog dat alleen de zon de kleuren zo kan doen schitteren. Kunstlicht, hoe fel ook, kan dat niet, terwijl de zon ook al is hij geheel bedekt door wolken, de kleuren helemaal tot hun recht kan laten komen.

 

Aan de andere kant zijn nieuwe gebrandschilderde ramen, op plaatsen waar de oorspronkelijke ramen compleet verwoest waren.

Het ziet er een beetje uit als een Hindoeïstische god, en onze gids vindt het erg vreemde ramen.

Ik geef hem gelijk, maar ik vind het ook wel wat hebben om op deze manier te benadrukken dat alle godsdiensten uiteindelijk op hetzelfde neerkomen: Doe goed.

 

Dan neemt onze gids ons mee naar de uitgang.

Daar is, nogal verstopt, een klein beeldengroepje in een nisje.

Dat zijn de duvel en z'n ouwe moer, vertelt de man ons.

Ik kan niet goed zien wat de beelden precies voorstellen (het was niet beter te zien dan op deze foto). M'n reisgids zegt dat rechts van de ingang de grootmoeder van de duivel is afgebeeld, en links de duivel zelf. Misschien heb ik het dus niet helemaal goed begrepen, en hebben we hier alleen de oma van de duivel op de foto.

 

Dit is hem,. onze gids.

Hij heeft voor ons nog een boekje over de dom opgezocht, dat eigenlijk voor kinderen bedoeld is, maar het is het enige wat hij gratis kan uitdelen, vertelt hij.

Dit was echt heel erg leuk om mee te maken, en alleen omdat we met de folder in de hand aan het zoeken waren.

 

Aan een van de muren hangt een Jezus met echt haar aan het kruis.

De legende gaat, zo heeft de gids ons verteld, dat de dag des oordeels aanbreekt wanneer het haar tot op z'n knieën is gegroeid. (makkelijk, zegt de gids: als het gaat groeien knippen we gewoon z'n haar).

 

Als we afscheid hebben genomen lopen we nog eenmaal door de kerk.

Op allerlei plaatsen, heeft de suppoost ons verteld, zijn kleine beeldjes van dieren te vinden.

We vinden inderdaad zo'n beeldje: een varkentje.

Het loopt naar beneden langs een nis waar je nog de restanten van een fresco op kunt zien zitten.

 

Hier is het varkentje in detail: met veel liefde gemaakt.

We vinden ook nog een hondje, maar dit varkentje is de allerleukste.

 

Op het plein voor de Dom kunnen we hem eindelijk goed in z'n geheel bekijken.

Er zitten mensen op de trappen, er is een plein voor waar erg veel mensen lopen, en aan de overkant zijn een aantal terrassen, waarvan we er eentje uitkiezen: Haus Heuport.

De gevel is typisch gotisch, met hoge spitse ramen, en hoge spitse daken: alles wijst ver naar boven.

 

Regensburg ligt in Beieren: bij een lunch in Beieren hoort bier.

En uiteraard serveert Haus Heuport (dat inderdaad Hooipooit betekent, waarover later meer) bier dat in Regensburg wordt gebrouwen: Bishofshof.

Van achter ons glas bier kunnen we de voorbijgangers bekijken die op hun beurt de Dom bekijken en op de foto zetten.

Zelfs wielrenners stoppen om een foto te maken (hoe bijzonder dat is weten we: we wonen aan de Mergellandroute waar elk weekend honderden fietsers langs komen die het gevoel hebben dat ze aan de Tour de France meedoen, en geen seconde tijd willen verliezen).

 

Ernst kijkt nog even hoe het staat met onze motoren, die aan de zijkant van dit plein op een motor/scooterparkeerplaats staan.

Ze staan daar naast elkaar tussen de scootertjes. Het ziet er naar uit dat Regensburg een stuk veiliger is dan Amsterdam of Maastricht, wat geparkeerde motoren betreft.

 

Op de lunchkaart staan allerlei Regensburgse specialiteiten.

Ik kies "6 Regensburger Bratwürstl auf Kraut mit Händlmaier's Hausmachersenf & Kipferl " (6 Regensburger worstjes op zuurkool met huisgemaakte mosterd van Hädlmaier en een broodje), en Ernst gaat voor iets on-Beiers: Thaise noedels met soja, kip en een scherpe chilisaus.

 

Terwijl we van onze lunch genieten (het is erg lekker, de bediening is erg vriendelijk, en het is niet duur terwijl er geen betere lokatie denkbaar is in Regensburg) hebben we zicht op de hordes toeristen die over het Domplein lopen, fietsen of in een toeristentreintje rijden.

 

Na de lunch zwerven we het oude centrum in, dat vooral uit winkelstraatjes bestaat.

Regensburg weet wel hoe je aantrekkelijke winkels voor toeristen kunt maken: er is heel veel handwerk te zien, heel veel betere souvenirs, en veel antiek-achtige zaken.

Er is een enorme speelgoedwinkel met speelgoed van vroeger, bijvoorbeeld.

Wie smelt er niet weg bij dat hobbelhondje op de voorgrond?

 

Bijna nog mooier is het formuisje met pannetjes. Ik zou zo'n fornuis in het groot zo in de keuken willen hebben.

Ik kan me vaag herinneren dat ik vroeger een speelgoedfornuisje hebt gehad waarop je echt piepkleine pannenkoekjes kon bakken, met blokjes die je als brandstof moest gebruiken. Deze zouden het dus ook best echt kunnen doen.

 

En speciaal voor Ernst is deze foto, met een autootje dat via een draadje op afstand was te besturen.

Er zitten groene en rode pilonnetjes bij, zodat je de auto daartussen kunt laten slalommen.

 

Aan nostalgie geen gebrek hier:

Hier is een platenwinkel, en met z'n tweeën bleken we alle platen uit de etalage ooit zelf te hebben gehad (en Ernst heeft die van hem nog steeds, uiteraard).

 

Hier zijn we in de Wahlenstrasse, waar de Goldene Turm, de Gouden Toren, staat. Ooit stonden er zestig van dit soort torens in Regensburg.

Het waren torens zonder enig doel, of althans, het doel dat ze hadden was laten zien hoe rijk en machtig de bewonders van het huis waren. De Duitse term er voor is Geschlechterturm, iets als familietoren, lijkt me.

Deze werd gebouwd in 1260, en is nog steeds de hoogste woontoren ten noorden van de Alpen.

Door die toren zou je bijna vergeten naar de huizen te kijken: de oude binnenstad van Regensburg is echt erg mooi bewaard gebleven.

 

Ook de straat van de toen is een winkelstraat met de meest onwaarschijnlijke spullen te koop.

Er is bijvoorbeeld een winkel die gespecialiseerd is in metalen raamdecoraties (althans, ik denk dat het dat is).

 

De Wahlenstrasse komt uit op de Kohlenmarkt, waar deze fontein staat.

Hij staat op een aangenaam plekje in de schaduw van bomen.

 

Aan de Kohlenmarkt staat het Neues Rathaus, dat uit de Barok stamt (nieuw is dus tamelijk relatief hier).

De toren die erbij hoort is - lijkt mij - zo'n zelfde woontoren als de Goldener Turm. De toren hoort bij het Altes Rathaus.

In de kelder zit een restaurant met de toepasselijke naam Ratskeller.

 

Direct naast het nieuwe raadhuis zit het Altes Rathaus.

De oudste gedeelten van dat gebouw stammen uit het midden van de dertiende eeuw: het kan dus met recht oud worden genoemd.

De erker die je ziet (met een steunbeer) is een erker voor de Reichssaal, de gotische rijkszaal, waar de Rijksdag plaatsvond.

De kleur geel komt niet door verse zandsteen, maar is stucwerk. Ik vind het een erg mooie kleur.

 

De deur naar de toren van het Altes Rathaus is prachtig.

Het mannetje rechtsboven de deur heeft een steen in z'n hand: hij kan 'm elk moment laten vallen, zo ziet het er uit.

Het mannetje links, met helm op, heeft zo'n stok aan een ketting in z'n hand met aan het uiteinde een bol met metalen pinnen (heet dat niet een Goedendag?).

Afschrikwekkende stenen bewakers dus.

 

Het opschrift op dit huis luidt:

In diesem Hause führten dr. Phill. Melanchton und dr. Joh. Eck während des Reichstages im Jahre 1544 ihr berühmtes Religionsgespräch.

Dat gesprek ging over Luther, die toen z'n ideeën ontwikkelde. Eck was fel tegen Luther, en werd weersproken door Melanchton. Het doel van het gesprek was vrede tussen katholieken en protestanten. Erg goed liep dat gesprek niet...

Het resultaat was dat katholieken hun privileges hielden, maar dat protestanten hun geloof mochten belijden zonder gevaar voor vervolging. Maar van enige toenadering is het op die dag niet gekomen.

 

Als je de Kohlenmarkt uit loopt kom je op een driehoekig plein: Haidplatz.

Haid komt van heide: dit was een veld net buiten de stad, lang geleden: zoals je kunt zien staan de gebouwen er al sinds lange tijd.

Ook hier zie je weer zo'n woontoren.

In het grijze gebouw, met de toren, zit Hotel Goldenes Kreuz, en het bijzondere daarvan is dat het er al zo lang zit dat het Karel de Vijfde tot z'n gasten kan rekenen.

 

Aan de Haidplatz zit ook Altstadthotel Arch, met café Noah, waar dit buiten is gehangen: racisten worden hier niet bediend.

Met de extreem-rechtse moorden die in Duitsland hebben plaatsgevonden in het achterhoofd vind ik dat uitermate moedig: een pluim voor dit hotel!

 

We zwerven verder door de stad, en komen via de Fischgassel terecht op de Fischmarkt. Daar vinden we een winkel met keramieken decoraties voor in de tuin.

Het is opvallend in hoeveel tuinen in dit gedeelte van Beieren je dat soort dingen ziet: dat is blijkbaar een noord-oost-Beierse hype.

In Regensburg kun je ze groot inslaan.

Ze hebben allerlei keramiek: Keramik Werkstatt Kueffer.

 

We gaan even binnen kijken, en worden direct getracteerd op deze vogelhuisjes.

Het is dat het zo lastig is om dit soort dingen op de motor mee te nemen...

 

De vogels zelf zijn ook niet vergeten.

Ik vind ze prachtig ;-)

 

De winkel zit direct naast de werkplaats, en je kunt zo naar binnen kijken of lopen.

De keramiekmeester is een vrouw, zoals je ziet.

 

De Fischmarkt loop parallel aan de Donau (de vis kon dus bijzonder vers zijn), en als we even verder lopen zijn we bij de Steinerne Brücke aangekomen.

Aan de stadkant daarvan is een toren, waar je onder door loopt.

Oorspronkelijk waren er drie van dat soort torens: aan weerszijden een en eentje in het midden. Alleen deze, aan de zuidkant, is nog over.

 

De Donau is behoorlijk breed hier.

Dit is dus een van de armen; we lopen hier naar het eiland tussen die armen.

Links is de oude binnenstad, aan de zuidkant van de Donauarm; rechts is het eiland.

 

Hier kijk je door de bomen door naar de noordelijke kant van de tweede Donau-arm.

Aan de zuidkant ligt dan wel de oude binnenstad; dat houdt niet in dat de noordkant nieuw is: Regensburg is aan beide zijden van de Donau oud.

 

Vanaf halverwege, op het eiland tussen de beide armen van de Donau, is de Stenen Brug afgesloten. Hij loopt helemaal door tot de andere kant van de Donau.

Borden geven aan wat er allemaal gerestaureerd gaat worden en hoe je kunt komen waar je naar toe wilt.

Er zijn hier trappen waarmee je op het eiland kunt komen.

 

We dalen via de trappen af en vinden een bankje met perfect uitzicht op de stad.

Hier zie je links de brug, in 11 jaar gebouwd, tussen 1135 en 1146, en toen al lopend over de beide Donau-armen. Dat was inderdaad een prestatie waarbij je je kunt voorstellen dat er een pact met de duivel voor was gesloten ;-)

Aan het einde zie je de toren van een paar foto's hierboven. En links daar achter zie je de twee torens van de Dom.

 

Aan de andere kant van de brug heb je nog beter zicht op de Dom.

Bijna halverwege het dak zie je een lichtgekleurde toren, die zo'n beetje midden in dat dak eindigt. Dat is de Eselsturm, de Romaanse toren die is blijven staan uit de Romaanse tijd.

Je ziet hier ook mooi dat de Donau behoorlijk stroomt.

 

Midden op de brug is een beeld, het Bruckmandl: het Bruggenmannetje.

Het huidige bruggenmannetje is niet zo oud (uit 1854), maar het vervangt een veel ouder bruggenmannetje (uit 1446), dat daar is neergezet toen de stad vrij werd, en niet meer eigendom van de bisschop was.

Het oude bruggenmannetje bestaat nog steeds, en slijt z'n oude dag lekker binnenhuis, in het Historisch Museum van Regensburg.

 

Deze huizen staan op het eiland (en als je goed kijkt zie je een waterrad).

Moet je je voortsellen: je woont hier midden in het groen, met water aan weerszijden van je huis, en tegelijkertijd woon je vlak bij de oude binnenstad: je woont letterlijk midden in Regensburg!

Je kunt aan het voorste huis trouwens mooi zien hoe hoog de Donau kan komen.

 

Als je terug loopt naar het zuiden, en omhoog kijkt bij de poort, zie je drie beelden.

Het middelste beeld houdt een kip in z'n handen: het slaat op het verhaal van de bouwmeester die de duivel bij de neus had, door hem de eerste drie zielen te beloven van wie over de brug zou lopen in ruil voor het winnen van de weddenschap met de bouwmeester van de Dom.

Hij liet eerst drie kippen over de brug lopen.

De middelste man is dus de bouwmeester van de brug.

 

Dit huis staat in de Goliathstrasse, en de straat is in dit geval naar het huis genoemd: vroeger zat hier een herberg Goliath.

De herberg zat in een patriciërshuis met toren (je ziet de toren er rechts boven uit steken; hij is lang niet zo hoog als die van de Goldener Turm of die van het stadhuis).

Op het huis is, om de naam eer aan te doen, een schildering aangebracht met David en Goliath.

Dat is een van de leuke dingen van Regensburg: om elke hoek kan weer een verrassing zitten.

 

Even verderop, in de straat met de mooie naam Unter den Schwibbögen, stuiten we op deze natuursteen bij een toren en boog.

Deel van een oude stadsmuur denken we eerst.

Maar het gaat om iets nog ouders: het zijn de resten van de muur rond een Romeinse legioenvesting, Castra Regina. Eigenlijk hebben de Romeinen deze stad dus haar naam gegeven.

De Porta Praetoria is van 179 na Christus.

 

En als je de moeite neemt om af en toe omhoog te kijken zie je de mooiste dingen aan de gevels hangen ;-)

Dit stelt een mannetje voor die opgegeten dreigt te worden door een vis.

 

We hebben zo uitgebreid gelunched dat we geen echt avondmaal meer nodig hebben. Dat maakt het mogelijk, bedenkt Ernst, dat hij als diner bij Haus Heuport een van de "ijsjes" neemt die hij op de kaart had zien staan.

Het blijkt om een enorme ijsbeker te gaan, in een glas, met brokken chocola er in.

Ik heb voor een Gazpacho gekozen, en zo zitten we hier nog een keertje, met uitzicht op de Dom.

 

Het is heel wonderlijk als er opeens een auto tussen de terrastafeltjes doorrijdt. En nog wonderlijker wanneer die auto het restaurant binnenrijdt.

Maar de naam Heuport blijkt echt te slaan op een poort waar hooiwagens onderdoor konden rijden: je kunt hier met de auto komen (hoewel ik vermoed dat alleen de eigenaar en sommige leveranciers dat voorrecht hebben).

 

De toiletten zijn binnen, en als je daar naar toe gaat zie je hoe enorm het binnen is.

Je komt op een soort overdekte binnenplaats, en links gaan grote trappen naar boven (ergens daar boven zijn de toiletten).

Rechts is nog weer een open binnenplaats.

 

Als je langs de trappen omhoog loopt kun je hier en daar naar binnen gluren.

Er zijn een aantal eetkamers waar je in klein gezelschap chique kunt eten.

 

Dit is die binnenplaats.

Er is een bar, en vooral veel open ruimte.

Een auto kan hier inderdaad met gemak naar binnen rijden.

 

Uiteindelijk sleuren we ons van het terras vandaan, naar de motoren.

Er zit een briefje op het stuur van een van de motoren: we hebben een boete gekregen omdat we buiten een parkeervak hebben geparkeerd.

Ik zie nu inderdaad een witte streep op het trottoir, maar we hadden de motor tussen twee scooters neergezet, en ik had totaal niet op eventuele strepen gelet.

Het is volslagen onduidelijk hoe je zou moeten betalen en wat je geacht wordt te doen. We besluiten het briefje dan ook maar voor kennisgeving aan te nemen. We hebben de boete inmiddels thuisgestuurd gekregen: 45 euro :-(.

 

We rijden het domplein af. Aan het einde daarvan, vlak naast de Dom, staat het Museum St Ulrich.

Het gebouw was oorspronkelijk een kapel, voor de vorsten van Regensburg, en op dit moment wordt het gerestaureerd.

De dansende misdienaars op het doek waarmee het stof van de verbouwing wordt tegengehouden, zijn geen misdienaars, maar zangers van de Regensburger Domspatzen, een jongenskoor.

Het bestaat sinds 975, en is dus meer dan 1000 jaar oud.

Er hoort een lagere school bij en een gymnasium, en op beide scholen wordt uiteraard extra aandacht gegeven aan muziek.

 

Hier kun je ze horen zingen: Ubi Caritas.

Ze zingen hier in de Dom (ik neem aan dat het gaat om een inwijding), tijdens het uitdelen van de hostie. Er zitten mooie beelden van de Dom tussen.

 

We rijden het domplein verder af.

Hier in Regensburg is overal wel weer een bijzonder gebouw te zien.

Dit is de Klosterkirche St Joseph der Unbeschuhten Karmeliten uit 1660.

Dat woord, Unbeschuhten Karmeliten, betekent trouwens Blootvoetse Carmelieten. Het is een orde waarvan de monniken en nonnen dus inderdaad geen sokken en/of schoenen droegen.

 

Dit gebouw staat op de hoek van Am Brixener Hof (links) en de Schwarze Bärenstrasse (de voetgangersstraat)

Het staat niet in de lijst van de "1000 Denkmalen" van de stad, maar volgens mij mag het er best bij. Bij de Jugendstil misschien?

 

Ook als je de oude binnenstad uit bent blijft Regensburg mooi.

We rijden hier over de Weissenburgstrasse, de grote weg die leidt naar de middelste van de drie grote bruggen over de Donau.

 

En dan zijn we Regensburg uit, en rijden we door een landschap met slingerende wegen en aangename bochten.

We rijden anders dan op de heenweg: niet meer langs de rivier de Regen, maar dwars door het Beierse boerenland.

 

De weggetjes die de iGo kiest zijn prachtig, maar erg dikbezaaid met benzinepompen zijn ze niet bepaald.

Mijn Guzzi geeft aan dat de reserve is ingetreden, maar dat doet hij al, weet ik, als de tank 14 liter leger is dan vol. Aangezien vol 22 liter is, hoef ik me geen zorgen te maken.

De SuperTenere van Ernst heeft ook zo'n 22 liter aan boord, maar is een stuk minder zuinig dan mijn Guzzietje. Voor mij een plezierige gedachte (zolang hij nog rijdt hoef ik me geen zorgen te maken), maar ik begin hem langzamerhand toch wel voor Ernst te knijpen.

Hij vertelt me achteraf dat hij er ook bezorgd om werd. Dat wil iets zeggen: ik ken niemand die zo vaak zonder benzine stil is komen te staan als Ernst, omdat hij altijd het idee heeft dat er nog zat benzine is om thuis te komen zonder te tanken.

Maar zoals je ziet: we hebben precies op tijd een pomp gevonden. Ernst tikt bijna 22 liter af. Ik veel minder ;-)

 

We rijden hier, zoals je ziet, op Pösing af, een stukje ten westen van Cham.

De uivormige toren die je ziet is van de Sankt Vitus.

Hier steken we de Regen over.

 

Even later rijden we over het marktplein van Stamsried.

De beeldengroep heet de MarienSäule, de MariaZuil. Maria staat bovenop, en is omringd door heiligen.

 

Hier zie je nog net een stukje van de Mariazuil van de andere kant, op het marktplein met - uiteraard - de plaatselijke kerk (met uiendak), en de meiboom.

Ik krijg het idee dat meibomen iets katholieks zijn: in Mheer en de dorpen om ons heen in Zuid-Limburg hebben we ze ook. Zouden de Protestanten dat hebben afgeschaft?

 

Dit vond ik een mooi beeld onderweg: een gehucht met schuren en oude, traditionele boerderijen, waarvan sommige daken volledig bedekt zijn met zonnepanelen.

Mooi symbolisch voor Duitsland ook, met z'n hang naar traditie (waardoor veel bewaard is gebleven) en tegelijkertijd z'n liefde voor zonne-energie.

 

We rijden hier door Rötz.

Je ziet hier wel heel mooi hoe katholiek dit deel van Duitsland is: naast me staat een levensgrote Jezus in een glazen kast.

 

Het wordt langzamerhand donker. Als je via smalle weggetjes van Regensburg naar Tiefenbach rijdt is het nog een behoorlijk eind.

We weten dat we bijna "thuis" zijn als we de aankondigingen van de Tiefenbacher Live-Nacht.

 

En dan zijn we thuis!

Dit wordt onze laatste avond in Gasthof Russenbräu, en deze keer doen we het zonder avondmaal: we zitten vol van de lunch en het ijs cq Gazpacho.

We drinken wijn in het café, en dan slapen we voor de laatste nacht in ons verstelbare bed. Ik zou hier weken kunnen doorbrengen ;-)

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: