Klein bootje, woest water, enorme rotsen en watervallen
De watervallen van Schaffhausen

ZugerSee - Oberwolfach (Duitsland)

Op weg naar huis dwalen we wat door Zwitserland, en bewonderen de watervallen van Schaffhausen.

Wanneer we doorsteken naar het Schwarzwald gaat het regenen, en dat blijft het doen tot we een hotel vinden in Oberwolfach.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Donderdag 23-9-2004

Sabine en Pim zijn al vroeg weg; wij mogen uitslapen, nadat ons is uitgelegd hoe we het huis uit kunnen komen en alles op slot kunnen houden.
Al koffiedrinkend en van het uizticht genietend zetten we een route uit. Ernst gaat deze keer voorrijden, op de kaart.

De huisbaas & buurman & tuinman is in de tuin bezig, en bekijkt het bepakken van de motoren.
Hij zegt iets in het Zwitsers-Duits wat ik niet goed versta. Ik loop naar hem toe om dat te zeggen en beter te kunnen luisteren wat hij zegt, en dan antwoordt hij in het Engels! Wat on-Zwitsers!

Hij wijst op de dreigende wolken, en vertelt dat die al een aantal dagen af en toe boven Zwitserland te zien zijn, maar dat er nooit regen uit komt. Dat bewaren die wolken voor Duitsland, zegt hij met een lachje waar enigszins leedvermaak in doorklinkt.
De wind blaast de wolken de juiste richting uit.

Waar gaat de reis naar toe?
Als hij hoort dat de reis naar huis gaat, via Duitsland, neemt hij iets terug: hij hoopt dat de wolken in ieder geval tot Luxemburg wolken zullen blijven ;-)

 

We rijden eerst weer omhoog naar bovenop Pim z'n berg, even afscheid nemen van het uitzicht, en slaan dan een andere richting op dan toen met Pim.
Ik herinner me een stukje over een dubbel betonbandenspoor, allerlei weggetjes met ingewikkelde verbodsborden die bleken te betekenen dat je daar door de week wel mag rijden, en we passeren boeren die ons toelachen, en, nog wonderbaarlijker: wandelaars die ons toelachen.
Zwitsers-in-een-dorpje zijn dus echt vriendelijk!

We stoppen af en toe bij een wegwijzer voor wandelaars, en dan kijkt Ernst op de kaart en sta ik lekker niks te doen en om me heen te kijken, en dan rijden we weer een stukje door een weiland, en dan dalen we weer af door een donkerebomenbos, en ook nu komen we weer op zo'n extreem bol weggetje terecht, en tenslotte komen we uit op een grote weg in de bewoonde wereld.

Het is intussen wat gaan miezeren: de wolken hebben zich niet helemaal aan de woorden van de buurman gehouden, en we hebben onze regenbroeken aangetrokken, wat bij mij nogal lastig gaat omdat het m'n winterbroek is die zich erg moeizaam over een vochtige leren broek laat aanhijsen.

In Baar is het wat zoeken, maar dan zitten we op de route die ons via allerlei kleinere wegen om Zürich heen zal brengen.
We zitten in een deel van Zwitserland dat flink bebouwd is: er zijn natuurlijk niet veel plekken hier die geschikt zijn om te wonen.
We rijden dus van het ene dorpje naar het andere, en dat betekent netjes 50 rijden, al was het niet omdat je opgesloten zit tussen anderen die dat ook doen, dan was het wel omdat je daardoor hebt gemerkt dat dat hier nou eenmaal de gewoonte is.

We weten bovendien nu dat kleine Zwitsertjes al vanaf hun 4de in hun eentje naar school lopen en weer terug. Ze krijgen dan reflecterende hesjes aan, en iedereen houdt er gewoon rekening mee.
We zien veel van die kleine Zwitsertjes, en heel veel klaar-overs, een functie die hier niet door moeders wordt vervuld maar door tien- tot twaalf-jarigen, die ons veelvuldig aanmoedigen tot gasgeven of wheeliën.
Andere klaar-overtjes zijn weer te druk in de weer hun voetstappen voor eeuwig in het net vers neergelegde asfalt te zetten om de kleutertjes of zelfs ons in de gaten te hebben. En alles gaat goed, en als je weet dat dat één van de redenen is om rustig te rijden daar, dan doe je dat zelf ook.

Om een uur of 1, net als de miezer in regen lijkt te veranderen en we in de outskirts van een stad rondrijden, zien we een McDonalds. Doen!
Het blijkt de lunchplek van "werkers", van mensen met een overall-beroep.
Ook een prachtige onwaarschijnlijke combinatie: een soort pizzabezorger-met-scooter, in wijde afzak-broek en wijd afzak-shirt, op gympen, die daar al mobieltjes-bellend samenkomt met een jongen (niet ouder dan 15) in donkerblauwe broek-met-vouw, spierwit overhemd, stropdas, en een keurige korte kop. Overduidelijk twee vrienden.
Ze hebben meteen sjans met twee meisjes aan het tafeltje verderop.

We komen nu in een minder druk gedeelte, over boerenweggetjes. Lekker op en neer ook.
Van te voren hadden we ons al afgevraagd wat die vlaggetjes op de kaart voorstelden, en dat bleken douaneposten te zijn. We passeren er 6 achter elkaar, en het allermooiste is dat we nergens iets hoeven te laten zien.

Na de eerste douanepost krijgen we een afdaling van 18&, en zo denderen we over een boerenpad naar beneden, en het gaat maar door, dit weggetje.
Zo slingeren we een aantal maal over de grens, en dan zitten we op de grote weg naar Schaffhausen, en nemen als echte bejaarden de route naar de Rheinfall , de watervallen.

 

We zetten de motoren op de speciale motorparkeerplaats, klimmen naar beneden (keurig via een trap), en dan zien we de watervallen (had ik nog nooit gezien).
Erg schilderachtig dendert het water daar naar beneden in een haakse hoek van de Rijn, over rotsen die al lang helemaal mooi zacht en glanzend zijn afgerond en gepoleist, met een brucht op de rots in de binnenbocht die alles overziet, en terwijl wij kijken ook nog een treintje dat over de brug achter de waterval rijdt.
Wit schuim, witte spraywolken daarboven, eenden in het water waar het weer tot rust is gekomen, wij op een bankje daar naar kijken, en ondertussen af en toe een bus die een bejaardenreisgezelschap uitbraakt (ik beloof ter plekke plechtig dat ik alleen nog maar in gezelschappen van maximaal twee mensen op vakantie ga).

De goeie tijd van het jaar, want het is zo rustig dat het toch een echt heus romantisch mijmerplekje is.

 

Nog eenmaal steken we de grens over, en dan zitten we in Duitsland en blijven daar voorlopig.
We zitten hier in het Schwarzwald , en ik rij achter Ernst aan. Het is een aaneenschakeling van lekkere bochten, en heerlijk landschap van zwarte dennebomenbossen en weilanden en riviertjes, maar helaas had de buurman in eerste instantie gelijk: de wolken laten hun regen in Duitsland definitief los.

Het is heel goed voor mij: aan de ene kant om te merken dat het steeds goed gaat, in de regen rijden, en aan de andere kant om mijn euforische Alpengevoel wat te temperen, want dat gevoel dat alles perfect gaat en je op je toppen over de toppen rijdt is gevaarlijk.

Bonndorf, Schluchsee , Neustadt.
Geraniums en lederhosen en heel veel houtsnijwerk.
Ik heb het niet koud: elektrisch vest. Maar moe word ik wel.
Vijf uur. Triberg . Ik stel voor om hier een hotel te zoeken om te kijken of het morgen beter weer is.
Maar Ernst heeft zich voorgenomen om van de kaart af te rijden voor we het voor vandaag gezien houden. Prima natuurlijk.

Triberg blijkt het stadje van de koekoeksklokken te zijn. Er is een koekoeksklokkenmuseum , een koekoeksklokkenpark, ergens staat de grootste koekoeksklok ter wereld , en drie op de vier winkels verkoopt koekoeksklokken ("das Haus der 1000 Klocken") .
Dat was de hele nacht wakker liggen als we hier een hotel hadden genomen, met overal van die koekoeksklokken...

We rijden verder en de weggetjes zijn prachtig maar het is zo zonde dat het zo regent. Dit moet een keer over.
Het is 6 uur, en ik heb mezelf beloofd dat ik bij het eerste hotel dat ik na 6 uur zie en dat me echt leuk lijkt ga stoppen, en daar gewoon blijf, of Ernst nou doorrijdt of niet.

 

OberWolfach . Eerste hotel, mwah. Tweede hotel ook in het stadje, mwah.
Stadje uit, langs een beekje, en links ligt een hotel vol geraniums , met Gästhaus, vol houten balkonnetjes met bloemen, en dat hotel, Hotel Hirschen, roept me toe: "Komm doch hier schlafen, komm doch hier schlafen".
En tot mijn grote verrassing stopt *Ernst*. Wil ik een keer obstinaat zijn, lukt het alweer niet!

Ik ga naar binnen, en vraag aan de bar (houten bar in ruimte met houten vloeren en houten tafels en houten banken en stoelen) aan een vrouw in klederdracht of er en kamer is voor ons.
Ze tuurt lang naar een scherm, en zegt dan dat er maar één kamer is, maar die wil ze me graag laten zien voor ik ja zeg, want het is niet zo'n mooie kamer: een tweesterrenkamer terwijl het een driesterrenhotel is.
De kamer blijkt in een huis ernaast, en is prima. Zij vindt de kamer maar niks omdat ie aan de weg ligt (met uitzicht op de beek!), vanwege het geluid (je hoort de auto's nauwelijks boven de beek uit, en er komen er maar heel erg weinig langs).

 

Prima dus!
We installeren ons, en gaan dan eten in het restaurant.
Op de deur naar het gebouw van het hotel zelf staat:

Willst du immer weiter schweifen?
Sieh, das Gute liegt so nah.
Lerne nur das Glück ergreifen.
Denn das Glück ist immer da.

Het eten is heerlijk, de atmosfeer perfect (geen muziek maar een heel erg lekker geroezemoes van iedereen die het hier naar z'n zin heeft), en de oude baas en zijn oude vrouw lopen rond om overal een praatje te maken en te vragen of alles goed is.
Alles is hier tot in de kleinste details gewoon prachtig. Het gebouw is nieuw (wat houten balken lijken moeten wel beklede metalen balken zijn gezien de overspanning), maar alles is met ongelofelijk gevoel voor detail aangekleed zodat je je helemaal in vroeger tijden waant, maar met alle comfort van nu (prachtige houten dubbele deuren naar de keuken die openzwaaien als er iemand voorstaat bv).

Duitsland heeft zo zijn hele aangename kanten!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: