Zuidduitse huizen met uienkerktoren er achter
Stadsbeeld in Bad Tölz

Bad Tölz

Vandaag verkennen we Bad Tölz.

Bad Tölz is een prachtig Beiers stadje met, hoe kan het ook anders hier, nare herinneringen aan de tweede wereldoorlog.

We eindigen de dag in een Kroatisch restaurant met een prachtige eigenaar. We moeten nog steeds een keer terug, via Zwitserland, om hem een reep echte Zwitserse Toblerone te komen geven!

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Vandaag even een dagje bijkomen, te beginnen met het ontbijt.
Bad Tölz is, de naam zegt het al, een kuuroord, vooral erg in trek bij bejaarden (dat ligt ook aan de tijd natuurlijk: die hebben altijd vrij). Je kunt hier modderbaden nemen, je laten masseren, in allerlei baden plaatsnemen die goed zijn tegen allerhande kwalen, enzovoort.

 

We wandelen naar de rivier, de Isar (ken ik nog van mijn middelbare schooltijd: de Isar en de Neckar).
Je komt eerst langs wat winkels-voor-oude-dames, winkels voor religieuze beeldjes (ik moet toegeven dat ik in de verleiding kom een Jezus-en-Mariabeeldje mee te nemen), wat restaurantjes, en dan kun je beneden bij de rivier op een bankje je Brötchen opeten die je bij een bakker hebt gekocht.

 

De rivier stroomt snel, met helder water over kiezelstenen.
Eenden laten zich zijwaarts drijven (daar race-t weer een eend voorbij) naar een grindeilandje, en er hipt een Waterspreeuw, af en toe onder water, en af en toe te zien.

 

Aan de overkant van de weg een kunstwerk van de gezamenlijke smeden uit de buurt.

 

Aan de overkant van de rivier ligt het oude Bad Tölz (aan deze kant ligt het "Kurordt").

 

Je loopt meteen al tegen een groot huis aan dat van onder tot boven beschilderd is, met voorstellingen die de één of andere veldslag verbeelden.
Vandaaruit loopt de hoofdstraat door het oude stadje recht omhoog (waar wij gisteren bij die Italiaan aten); wij lopen rechtsom, om via de outskirts om het stadje heen te dwalen.

(van deze foto is een grotere versie beschikbaar)

 

Op een pleintje met uitzicht over de rivier, terrassen van restaurantjes, en verder een paar winkels met dure "Schmuck".

 

Klimmende straatjes, een als echte Milka-koe beschilderde Gummikuh (met paarse tank dus, met Milka er op) in een verloren hoekje, veel geraniums,

 

winkels met "Trachten", oftewel klederdracht, en dan verder omhoog, om het centrum heenbuigend.

Als we een drukkere weg willen oversteken en nog aan het kijken zijn wanneer we ons tussen de auto's kunnen wagen stoppen ze allemaal: Oh ja, het is hier Duitsland.

 

Een wandelpaadje langs een beekje door een bos, achterkanten van huizen met tuinen vol bloemen, die daarop uitkomen,

 

een pleintje met beschilderde huizen, en dan staan we opeens bovenaan die ene steile straat door het centrum.

 

In plaats van naar beneden lopen we eerst naar rechts, en komen uit bij de weg die zich om het centrum slingert.
Voor een kerk een beeld, van magere gebogen mensen. In april 1945 zijn hier nog mensen langsgekomen die naar Dachau werden afgevoerd. Je weet niet wat je dan moet zeggen.

 

De kerk op het plein even verderop is voorzien van uientorens.

 

Terug, en nu die ene hoofdstraat naar beneden lopen.
Hier zijn alle huizen (hoog, een verdieping of 3, 4) van onder tot boven beschilderd, met ver overhangende daken waarvan de onderkant versierd is met panelen in verschillende kleuren.

 

Weer wat te eten halen bij een bakker, en dat opeten op één van de vele bankjes die er staan, met prima zicht op de langslopende meute. Veel toeristen, maar ook veel "gewone" mensen. We voelen ons eigenlijk net zo bejaard als de doelgroep: we zijn moe!

 

Na een laatste blik op de klederdrachtenwinkel zetten we ons aan de terugweg.

 

Aan de overkant nog een omweggetje via het Fransiscaner klooster (waar ze "terug naar de stilte" middagen houden waar je tot rust kunt komen van de "stress van het jachtige leven") met een grote rozentuin met prieeltjes en bankjes.

 

Op de terugweg naar het hotel komen we langs een Joegoslavisch restaurant. Daar gaan we vanavond eten! Ernst valt in slaap in onze bejaardenkamer, en ik zit lekker op het balkon een boekje te lezen (het verhaal van de eerste dag heb ik aan de rivier geschreven; verder ben ik tijdens deze vakantie niet gekomen).

Om een uur of 6 maak ik hem voorzichtig wakker: tijd om te gaan eten.

De Joegoslaaf blijkt uit Kroatië te komen (uit Split), maar heeft al langer in Duitsland gewoond dan in Kroatië, dus daar is hij eigenlijk alleen nog maar op vakantie.
Het eten is heel erg lekker maar het mooiste is hier de baas, die met iedereen een praatje maakt. Als Ernst naar een gerecht vraagt meldt hij meteen dat für die Dame de Schnitzel mit Mozarella, waar ik al een oogje op had, erg geschikt is, en dat waar Ernst naar vraagt inderdaad echt eten für ein Herr is.

 

Er zijn hier veel mensen die heel erg geregeld komen eten, en het is bomvol, zowel de kelder (een gezelschap) als hierboven, en dat op maandagavond.

Hij vraagt uiteraard ook of wij terugkomen, en waar we dan naar toegaan.

Oh, die Schweiz? Ah, weisse Toblerone, dat is in der Schweiz lekkerder als wat je in Duitsland kunt kopen.
We moeten dus ooit terug, via Zwitserland, en hem op een paar repen witte Toblerone tracteren. We zeggen bij het weggaan maar "auf Wiedersehen in Split", en dat zou mooi zijn, heel erg mooi, vertelt hij.

Hij heeft ondertussen ook nog verteld hoe mooi Kroatië` is, en bij andere gasten die daar zijn geweest zien we hem met kaart en al vragen wat ze precies hebben gezien.
We zullen toch echt een keer die kant op moeten, via Bad Tölz!

De Kroatische witte wijn is bijzonder lekker, in ieder geval.

Weer "thuis" bel ik Pim, om te vragen waar zijn dorp zo ongeveer ligt, en dan teken ik de route uit voor morgen. Die hebben we heel lang niet gezien, veel te lang niet!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: