Vogel en pilaren
Slechtvalk boven de Sagrada Familia

Barcelona

De leukste plek om lange tijd door te brengen, rustig, op een zondag in Barcelona, lijkt ons het Poble Español. Nico kent Spanje eigenlijk niet, en daar kun je gebouwen uit heel Spanje bekijken.

Het blijkt een bijzonder aangename plek: in de gebouwen zitten winkels en bars, zodat je heel Spanje ook kunt proeven Er is bovendien ook nog een beeldentuin en een museumpje met erg leuke dingen.

Je hebt er ook een grandioos uitzicht over Barcelona, en dat brengt ons op het idee om de Sagrada Familia van dichtbij te bekijken.

Tenslotte wordt het dan tijd voor afscheid: Nico vertrekt naar z'n conferentie. Het is onwezenlijk: we hebben voortdurend het gevoel gehad alsof we elkaar eigenlijk elke dag zien, en binnenkort zitten we weer duizenden kilometers van elkaar.

Voor 's avonds staat er nog een ontmoeting op het programma: met Ernst (ja, verwarrend) die in Barcelona is gaan wonen.

Dat wordt een erg mooie ontmoeting, met hem en z'n vrouw (al is het wel heel erg intensief, voor één dag!).

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Zondag 29 april 2012

Als we buiten komen blijkt de zon te schijnen. Een erg aangename verrassing (vanuit onze prima simpele hotelkamer hebben we alleen uitzicht op hoge muren rond een kleine binnenplaats: de lucht is vanuit ons raam niet te zien).

Als je de motor op straat moet parkeren is het toch altijd wel een geruststellend gezicht om hem te zien staan, de volgende ochtend ;-)

 

In de lobby hangt een luchtfoto van Barcelona, met een vreemde oriëntatie: de zee ligt aan de oostkant van Barcelona, en zit hier aan de onderkant.

De lange rechte straat die je vrijwel diagonaal ziet lopen van rechtsonder naar linksboven heet toepasselijk de Avinguda Diagonal.

De straat die vanuit de enorme rotonde iets minder schuin omhoog loopt naar links (iets schuin naar boven) is de Gran Via de les Corts Catalanes. Je ziet rond die straten erg mooi het strakke stratenplan van de Eixample, de negentiende-eeuwse uitbreiding van Barcelona.

Onder die Gran Via zie je, ongeveer in het midden va het Eixample-gedeelte, het rommelige stratenplan van de oude stad. Links daarvan zie je een lange straat die schuin omhoog loopt, van de haven schuin naar linksboven: de Avinguda del Paral-lel.

Links van de Avinguda del Paral-lel zie je een rommelig geheel, dat in werkelijkheid een tamelijk steile heuvel is: Montjuïc.

En tussen Montjuïc en de Avinguda del Parallel is een langwerpig stukje bebouwd: el Poble Sec, waar ons hostal zit.

Het heet Poble Sec omdat het, toen het pas was gebouwd, zo arm was dat er geen waterleiding was: het droge dorp. Het is nu een bijzonder aangename woonbuurt met veel bars en terrassen. Het ligt op loopafstand van het veel drukkere oude centrum: het is ideaal om hier een hostal te hebben!

 

Ik vraag de jongen bij de receptie van Hostal Abrevadero naar het desayuno, het ontbijt, en hij laat niet alleen zien waar je dat in het hostal kunt doen (ziet er prima uit, maar het is in een ruimte zonder ramen), maar geeft ook de tip dat je hier vlak in de buurt perfect kunt ontbijten bij de Panaderia Dino Pan. Dat doen we: daar is een terras, in de zon.

Can Eusebio, waar we gisteren tapas aten, is gesloten: alles is nu overgenomen door plekken waar je kunt ontbijten.

Het is een bakkerij waar je binnen ook koffie, belegde broodjes en vers geperst sinaasappelsap kunt halen. Ik ga binnen in de lange rij staan, en alles wordt met verbazingwekkende efficiëntie afgehandeld. Wat je hier ziet is nog maar een klein deel van ons uitgebreide ontbijt.

 

Nog een foto van Nico, omdat hij hier (helaas slechts voor de helft), met een typsiche Nico-blik op staat: scherp nadenkend!

We stellen een plan de campagne op voor vandaag. Mijn voorstel is om niet de oude stad van Barcelona in te gaan, maar naar El Poble Español te lopen, dat tegen Montjuïc aan ligt. Het is een openlucht-architectuurmuseum, waar je gebouwen van alle streken van Spanje ziet. Het lijkt me een stuk rustiger dan de oude stad, met veel meer mogelijkheden om te zitten, en te kletsen, want dat is vandaag toch het belangrijkste. Nico is ooit wel in Spanje geweest, maar daar heeft hij geen bewuste herinneringen van: hier kun je "Spanje in één dag" doen ;-)

 

El Poble Español ligt laag op Montjuïc, aan de oostkant (het verst van de haven). Ons hostal ligt in de Carrer de Vila i Vila, veel meer in het westen (veel dichter bij de haven dus).

We lopen dus door Poble Sec, op weg er naar toe.

Onderweg komen we langs woonstraten, langs bars en terrassen, en langs winkels, zoals dit supermarktje.

Tot zijn verbazing ziet Nico daar paprika's te koop, uit Californië, voor een prijs die een fractie is van de paprika's die hij in Californië zelf kan kopen. Hij mijmert over het importeren van paprika's uit Spanje naar Californië, die eerst zelf uit Californië naar Spanje zijn geëxporteerd, en dan voor een blijkbaar veel lagere prijs worden verkocht dan waar die arme inwoners van San Francisco ooit paprika's voor kunnen kopen...

Het is sowieso een vreemd verschil, tussen Spanje en de VS: in Spanje koop je je groenten in dit soort winkeltjes, of op de markt (vaak een overdekte mercado). In San Francisco kun je in het centrum ook naar de "Farmer's Market" gaan, maar daar is alles extra duur, in vergelijking tot wat je in de mall kunt kopen. De goedkoopste plek waar je je eten kunt kopen in Europa, de markt, is iets chiques geworden in de VS.

 

Hier zie je een van de vele barretjes van Poble Sec: Bar Ramon (op nummer 9 van de top 10 van Barcelona, volgens de lijst van de link).

 

Als we een eind door Poble Sec hebben gelopen, en aan de voeten van Montjuïc staan, heeft Ernst het idee dat we daar al omhoog moeten; ik wilde eigenlijk verder onderlangs lopen.

We lopen het laatste stukje daarom bovenlangs, en beklimmen de trappen van het MNAC, het Museu Nacional d'Art de Catalunya.

Daar zijn erg mooie dingen te zien, weet ik uit m'n reisgids (Spanje, een reisgids, van Rik Zaal). Zo zijn bijvoorbeeld heel veel fresco's uit de Romaanse kerkjes in de Pyreneën hier naar toe gebracht, lang geleden, om ze te behoeden voor verval (dat is maar goed: in de burgeroorlog die volgde zijn veel van die kerkjes beschadigd).

Maar het is veel te mooi weer vandaag om een museum binnen te gaan: we lopen door. Het gebouw van het MNAC is zelf trouwens ook leuk om te zien: een echt protserig paleis.

De brede straat die je ziet leidt naar de Plaza de España, waar de Gran Via de Avinguda del Paral-lel kruist. De brede straat zelf is de Avinguda de la Reina Maria Cristina, die als een soort oprijlaan van de Plaza de España naar het MNAC loopt, precies zoals het bij een paleis hoort.

De twee torens in de verte aan weerszijden van die oprijlaan heten de Torres Venecianes, de Venetiaanse torens.

 

Nog voor we binnen kunnen bij El Poble Español kunnen we al een glimp opvangen van de beeldentuin.

Ik vind dit een prachtig beeld, deze vrouw die op haar zij in het gras ligt. Rechts in de schaduw slaapt nog een beeld, dat helaas minder goed te zien is.

Het is een beeld van Xavier Garces.

 

We lopen aan de andere kant weer naar beneden, en gaan daar in de bescheiden rij staan.

We doen het zonder audioguide, beslissen we: we gaan gewoon wat rondslenteren hier.

 

El Poble Español heeft een on-line plattegrond waarop je van alle gebouwen een fotootje kunt zien, met informatie over de herkomst.

Voor deze poorten hoefde ik dat niet op te zoeken: dit is een poort van Avila, een stad die een stadsmuur heeft die nog geheel intact is. Dit is de Puerta de San Vicente.

Als ik het goed heb begrepen is de ruimte bovenin de poort ingericht als disco, door Xavier Mariscal: The One.

 

Je komt dan uit op het grote plein, het Plaza Mayor. Zo'n Plaza Mayor vind je in heel veel steden en dorpen in Spanje, maar de huizen die hier rond het plein staan, komen uit allerlei verschillende gedeelten.

Het torentje dat je achter het muziekhuisje ziet, komt bijvoorbeeld van een replica van een kerkje uit Gerri de la Sal, waar we gisteren doorheen zijn gereden. Het huis rechts daarvan, met de overhangende bovenverdieping, komt net als het witte huis uit Cantabrië, aan de noorkust van Spanje, rond Santander.

Het huis rechts is het enige huis van heel Poble Español dat uit Madrid komt.

 

We lopen straten in: de Carrer Caballeros en de Carrer Principe Viana.

Het huis links komt uit Soria (dat zo'n beetje halverwege tussen Madrid en Pamplona ligt). Het huis met het boogje dat de straat oversteekt komt uit Navarra (de streek rond Pamplona). Aan de overkant staat een huis uit Molinos de Duero, in Castilla y Leon.

Het leuke is dat er in die huizen vaak winkels zitten die producten uit die streek verkopen. Je krijgt echt een beetje gevoel voor waar je loopt.

 

Deze toren, in mudejar (de stijl van de Moorse (Islamitische) bouwmeesters na de Reconquista, toene ze dus in opdracht van de katholieke heersers bouwden) staat in Utebo, vlakbij Zaragoza, in Aragon, en hoort bij een kerk met de naam Iglesia de Nuestra Señora de la Asunción.

Ik houd van Aragon, onder andere omdat je er zoveel mudejar vindt. Tarazona en Teruel bijvoorbeeld hebben een aantal van dit soort torens; je vindt ze op veel meer plaatsen.

Mudejar werd gebouwd van ongeveer de 12de tot de 16de eeuw. Het kenmerk is eigenlijk dat er heel simpele materialen werden gebruikt (baksteen, keramische tegels, hout en pleisterwerk), waarmee een rijke geometrische versiering werd aangebracht, die door z'n simpelheid eigenlijk nooi verveelt. De Amsterdamse school heeft beslist veel inspiratie opgedaan uit de Mudejar!

 

Een eindje verderop is een glaswinkel met erg mooi dingen.

De ruimte waar ze in zitten is een kerk: de Iglesia de las Carmelitas uit Alcañiz, Aragon.

Die hoge, lichte ruimte doet het goed voor dit glas: gekleurd, abstract.

Behalve dat er hier in veel gebouwen streekproducten worden verkocht, worden er ook allerlei ambachten uitgevoerd, liefst ook per streek. Het leuke is dat het niet een kwestie is van goedkope souvenirs verkopen: hier kun je echt mooie dingen krijgen, die met de hand worden gemaakt.

 

Het is maar goed dat we zo weinig ruimte hebben op de motor: het is zo verleidelijk om een aantal van dit soort onderzetters mee te nemen.

Maar wat moeten we er mee? We gebruiken nooit onderzetters...

 

Er naast kun je de glasblazers aan het werk zien.

 

En het resultaat kopen of bewonderen.

 

Erg mooi zijn ook hun mobiele installaties. Dit lijkt een stormram, gericht op een huisje. Ze zijn met heel veel gevoel voor detail in elkaar gezet van heel dunne draadjes. Dit valt helemaal niet mee te nemen op de motor.

 

Nog meer. Heel erg mooi!

 

Verderop blijken we toegang te hebben tot een museum voor moderne kunst, van de Fundacio Fran Daurel.

In de hal is de glijbaan voor rolstoelgebruikers de grootste attractie voor de kinderen.

We waren eigenlijk van plan om vandaag buiten te blijven, maar dit is een klein museumpje: we gaan een kijkje nemen.

 

Je mag er geen foto's maken, en dat heeft Ernst, behalve deze van voor de ingang, dan ook niet gedaan.

Het is erg leuk! Erg afwisselend, met schilderijen, beelden, foto's, tapijten, keramiek, en tekeningen. Het is moderne kunst uit Spanje. Er zit veel bij dat erg de moeite waard is.

Dit schilderij bijvoorbeeld, The big fish eats the small one van Curro Gonzalez. In elk vakje is een dier uitgespaard. Sommige vallen direct op, naar andere moet je lang turen, en in het echt (heel groot) zie je steeds nieuwe dieren opdoemen.

Zijn website is trouwens heel erg de moeite waard: er is heel veel te bekijken, al was het maar alleen deze Broma Infinita.

Deze geit van Picasso kun je ook in dit museum bewonderen. Ik houd van het leven dat Picasso aan zo'n geit weet te geven.

Het schilderij rechts op de achtergrond is eng bevreemdend, met Bush tussen witte, schaars geklede meisjes, Menu.

 

Als je weer buiten komt sta je op de Plaça Aregonesa (hoewel het gebouw dat je ziet uit Navarra komt: je raakt geografisch toch wel flink in de war hier).

De terrassen beginnen al open te gaan.

 

Als we door een steeg lopen klinkt er opeens, in het Nederlands: " Goeiemorgen, komen jullie niet even binnen kijken?".

De verkoper binnen (wijn, olie, azijn, ham, van alles) heeft in Nederland gewoond, maar is naar z'n familie in Barcelona gegaan. Hij is erg vrolijk. Ik hoop dat we een aanzet hebben gegeven tot een goeie verkoop: het loopt niet bepaald storm dit seizoen, zegt hij.

Spanje in recessie; ik hoop dat de toeristen er juist op af zullen komen: alles wordt alleen maar goedkoper tenslotte, en je helpt de Spanjaarden er mee.

Ik koop een reep turron die Nico in z'n rugzak neemt zodat ik 'm niet in m'n handen hoef te dragen en die we beiden later vergeten: ik hoop dat de familie in San Francisco 'm lekker vond!

 

We komen terecht in de Andalusische buurt, en als we Flamenco horen uit een patio met terras, beslissen we dat het de hoogste tijd is voor een pauze.

Het is, vertellen de bordjes, een patio uit Cordoba. Je hebt patio's in heel Andalucia, maar Cordoba staat er nog eens extra bekend om: patio's met tegels en bloemen.

Deze heeft zo'n tegeltableau waar ik met alle graagte m'n hele huis vol mee zou willen hangen.

Je ziet hier ook de dakpannen die Spaanse daken zo Spaans maken: heel simpel halfrond, en dan meestal om en om, over elkaar heen, bol en hol gelegd (hier liggen ze in één enkel laagje).

 

We drinken koffie, en bekijken de kaart.

Het is niet, zoals dat volgens mij in Nederland het geval zou zijn, een tourist-rip-off. Je kunt er lekker eten voor prima prijzen. We beslissen ter plekke dat het eigenlijk best al tijd is voor een lunch.

We verdelen een aantal tapas, en Nico en ik nemen Ajo blanco, een koude soep van brood, knoflook, amandelen, water en olijfolie, met druiven. Het hoort natuurlijk eigenlijk bij nog veel warmer weer, maar hier, met de zon op een Andalusische patio in Barcelona, smaakt hij ook prima.

 

De patio stroomt vol. In het begin zaten we er samen met een tafel vol Fransen en met twee Engelse meisjes die in tegenstelling tot alle anderen in de zon probeerden te zitten (ook al hadden hun gezichten al veel te veel zon te verwerken gehad); halverwege de maaltijd waren alle tafeltjes bezet.

Dit Spaanse gezelschap fotografeerde het tegeltableau omstandig, althans, de mannen van het gezelschap. Eentje barstte zelfs los in Flamenco, maar dat was maar even.

 

We zwerven verder, en komen langs een leerwerkplaats: Sañudo, Artesania en Cuir (de website doet het niet op het moment dat ik dit schrijf; misschien is dat tijdelijk...).

Wie is er niet gecharmeerd van zo'n ladenblok met zo'n tableau van gereedschappen er boven?

 

Ze hebben een Escher nagemaakt, geheel van individuele stukjes stug leer.

 

En hier hangt het verhaal van Pinokkio (had zijn vader niet ook een werkplaats in leer, of was het hout?), geheel in leer.

 

Of deze vogelkop, van leer!

We weerstaan de neiging om riemen of tassen te kopen, en lopen door.

 

Dit is de buitenkant. Heel erg mooi!

 

We komen ook terecht in een goud-en zilversmidwerkplaats, met winkel, waar ze erg mooie dingen hebben.

 

En dan zwerven we wat door de straatjes. Hier is weer die mudejar toren uit Utebo, bij Zaragoza in Aragon.

Het huis daarachter is een "typisch" huis uit Torralba de Ribota, vlakbij Catalayud, ook in Aragon (en ook in mudejar).

 

Op veel plekken staan sinaasappelbomen, met zowel sinaasappels als bloemen er aan (dat is een erg aangename eigenschap van sinaasappelbomen: de vruchten doen er zo lang over voor ze zich goed hebben ontwikkeld dat de volgende generatie bloemen er dan al weer aan zit). Sinaasappelbloesem ruikt heel erg lekker.

Het straatje inkijkend zie je een geel huis dat een kopie is van een huis op de Plaza Mayor van Albarracin, een plaatsje dat heel schilderachtig steil ligt aan een enorme kloof. We zijn er een keer geweest toen de straten leeg waren omdat er net een feest met stieren achter de rug was. Dat was een unieke kans om door die straten te lopen zonder tussen drommen toeristen te zitten. Albarracin ligt ook in Aragon, in de buurt van Teruel.

En ook het huis daarna komt uit Aragon. Aragon is een provincie met een verleden als machtig koninkrijk: het is dan ook logisch dat er hier zoveel huizen uit Aragon zijn te vinden.

 

Deze trappen zijn de "Grades de Santiago". Dat bordes zelf, en de huizen aan weerszijden ervan komen uit Galicië, het uiterste noordwesten van Spanje. Het zijn bouwwerken van graniet, en je kunt aan de huizen vaak zien dat ze niet tegen de zon beschermen, zoals de huizen in de meeste andere delen van Spanje, maar tegen de regen.

Op de achtergrond zie je weer de mudejar toren uit Aragon, en de kerk die je ziet komt ook uit Aragon: het is de Iglesia de las Carmelitas uit Alcañiz, waar de glaswerkplaats een plek heeft.

Dit is eigenlijk een heel absurde plek, waar je van het regenachtige uiterste noordwesten direct Aragon binnenloopt.

 

Op het Plaza Mayor staan huizen uit alle windstreken door elkaar. Het huis hier links is bijzonder omdat het het enige huis in het hele Poble Español is dat uit Madrid komt.

Dit soort galerijen, waar je beschermd zit en loopt tegen zon of regen. zie je terug in Plaza Mayors door heel Spanje. Het zijn erg aangename plekken om te eten of te drinken op een terras en naar mensen te kijken!

 

Aan de rand van El Poble Español heb je een grandioos uitzicht over Barcelona.

Ernst heeft z'n uiterste best gedaan om de Torre Agbar niet op de foto te krijgen. Het lijkt op het eerste gezicht een glazen fallus-symbool (en gooide dan ook hoge ogen bij de Most Phallic Building Contest), maar het is eigenlijk erger: het gebouw is een soort grote replica van een roestige kogel.

Dat prestigegebouw huisvest het gemeentelijk waterleidingbedrijf van Barcelona. Nu Spanje financieel in de problemen zit heeft die kogel een extra symboolwaarde: met dit soort prestigeprojecten zuigen banken en machthebbers samen de Spaanse bevolking uit.

Maar goed, dit is allemaal een terzijde om te verklaren dat de Sagrada Familia niet op de foto staat: die werd tegelijkertijd met de Torre Agbar verborgen. Dat zicht op de Sagrada Familia deed ons besluiten die van dichtbij te gaan bekijken.

 

Ernst heeft even een kogel gefotoshopt naast de Torre Agbar.

Waarom iemand als symbool voor de stad een kogel heeft gewild is me een raadsel!

 

De gemakkelijkste manier om daar te komen is de metro.

Ik zie er tegenop, het absurde systeem in Nederland met de OV-chipkaart in m'n hoofd (hoe krijg je het als toerist voor elkaar om in Nederland je weg te vinden in het openbaar vervoer?), maar alles blijkt hier zichzelf te wijzen.

Je kunt heel simpel een tienrittenkaart kopen, die je dan met z'n drieën kunt gebruiken: de laatste stopt steeds die kaart in de hekjesautomaat, en er loopt steeds één iemand door het hekje. Perfect. Met zo'n OV-chipkaart hadden we er alledrie één moeten kopen...

Er is bovendien niet alleen perfecte uitleg overal; er is ook nog een meneer van vlees en bloed die toeristen als ik kan uitleggen hoe alles werkt en welke lijnen je het beste kunt nemen naar een bepaalde bestemming (erg handig, want hij weet precies op welke overstapstations je heel ver moet lopen en op welke je juist gewoon naar de overkant kunt gaan).

 

Ik kan zelfs nog zitten in de metro, en Nico staat er bij als iemand die dagelijks in de metro door Barcelona staat ;-)

 

We stappen uit vlakbij de Sagrada Familia.

We staan aan de achterkant, en bekijken hem eerst uitgebreid vanaf de overkant van de straat.

Het lijkt er op dat er maar een kleine rij staat, om naar binnen te gaan, en ook al zie ik het niet zitten om in de hoogte te klimmen binnenin, ga ik tickets kopen bij het loket: Nico en Ernst kunnen dan omhoog, terwijl ik de Sagrada Familia gewoon beneden van binnen kan bekijken. Maar helaas, aan de achterkant is de ingang voor groepen. Je kunt er dus zo in, zonder wachten, als je in een groep bent!

De rij om aan de voorkant binnen te kunnen, als niet-groep, begint net om de hoek. We hebben het nog een poosje geprobeerd. Na een minuut of twintig is Nico vooraan nog even gaan vragen wat een kaartje kostte, en toen besloten we dat de combinatie van uren wachten en een vette prijs betalen ons te ver ging: we zijn uit de rij gedeserteerd.

 

We lopen het park in waar je een erg mooi zicht hebt op de voorkant van de Sagrada Familia, vanaf een bankje, in de schaduw.

Er vliegen hier overal Monniksparkieten (door heel Barcelona trouwens, maar hier zijn er nog eens extra veel). Je hoort ze steeds, met hun vrolijke gekrijs, en heel af en toe zie je er eentje even vliegen, maar ze zijn volslagen onvindbaar tussen het groen van de bomen. Volgens mij verstoppen ze zich vooral graag in de palmen die hier staan.

 

Terwijl we daar zitten en proberen de Monniksparkieten in het oog te krijgen, zien we een Sperwer van achter de huizen aan komen vliegen, naar de torens van de Sagrada Familia.

Dat is op zich al een prachtig gezicht, maar hij wordt achterna gezeten door een andere vogel, een Slechtvalk!

Op deze foto zie je die Slechtvalk tussen twee roze lollipops die bovenop de torens staan van de Sagrada Familia. Ik vind het een prachtfoto!

Hij is ook heel herkenbaar: je ziet z'n silhouet erg mooi, en ook z'n witte borst plu keel valt heel mooi op.

 

Ik kies een wandeling uit naar een ander metrostation, maar de schaal van m'n plattegrond is bedriegelijk: in plaats van een minuut of tien duurt het een uur of anderhalf.

We lopen door de Eixample, met z'n statige huizen. Hier is het gemeentelijk conservatorium: het Conservatori Musical Municipal Barcelona.

 

We komen door een heel chique buurt, met peperdure hotels. Erg leuk: een mercado die gespecialiseerd is in bloemen (en het vreemde is dat er dan vlakbij die mercado direct ook veel bloemenwinkels zitten).

Tenslotte komen we dan inderdaad nog bij Casa Mila van Gaudi, en kunnen we, na een pauze waarin Ernst z'n knieën even kan ontlasten, de metro nemen naar ons Poble Sec.

"Thuis" strijken we neer bij Can Eusebio, onze vaste stek voor bier en tapas.

Dan is het tijd voor afscheid. Nico haalt z'n bagage op van onze kamer, en loopt naar de metro. Dit is heel vreemd, voor ons allemaal: we hebben met elkaar opgetrokken alsof we elkaar elke dag zien, en opeens neem je afscheid, en weet je dat je binnenkort weer duizenden kilometers van elkaar zult zitten.

Ernst zegt nog dat we misschien morgen even bij Nico langs kunnen, in het chique hotel waar z'n conferentie huist (en waar op dit moment de Europese top over de bankenkwestie vergadert, of zoiets), maar ik weet al dat dat niet zal lukken: hierna komt een ander hoofdstuk in onze tijd in Barcelona, dat ook al onze aandacht nodig heeft.

Ik vraag Hostal Abrevadero of we er twee nachten langer kunnen blijven. We zouden oorspronkelijk bij (andere) Ernst logeren, maar ik denk dat dat teveel wordt: we hebben een thuisbasis nodig, en deze plek is daar heel geschikt voor. Het kan, en dan probeer ik m'n tijd met Nico af te sluiten en over te gaan op de tijd met Ernst, die we kennen uit de tijd dat hij in Delft woonde.

 

Nu woont hij in Barcelona, met een vriendin die we nog nooit gezien hebben. Ik ben heel erg benieuwd, naar zijn vriendin en naar hoe hij woont!

Ik heb z'n adres en een routebeschrijving, waarin hij nog eens extra aangeeft dat het lastig te vinden is, en dat de route die hij aangeeft de enige manier is om er te komen, hoe onlogisch hij ook lijkt. Ik heb ook het betreffende stukje Barcelona in Google maps uitgeprint: ik heb me keurig voorbereid en heb alles bij me.

Maar Ernst (dit wordt verwarrend: hier gaat het over mijn Ernst) wil het simpeler: hij geeft de Calle Telegrafico op in de Becker, zonder het nummer, en rijdt op aanwijzingen van de GPS. Als we halverwege in die straat aankomen, dan moet het een fluitje van een cent zijn om bij het huis van Ernst (de andere dus) te komen. Zou je zeggen. Toch?

Maar Barcelona is, in tegenstelling tot Nederlandse steden, in 3-D gebouwd, ontdekken we hier ;-)

We komen uit bij een zeer steile trap (aan weerszijden: er loopt ook zo'n trap naar beneden), met een lift. De vraag is nu of we omhoog of omlaag moeten.

Ik ga het vragen bij een man die op een bankje zit; die weet niet goed hoe het hier zit met de nummering. Dan klim ik een eind omhoog, om te kijken of de nummers op- of aflopen, maar ook dat blijkt lastiger dan ik dacht: ik ben al 8 trappen opgeklommen en merk dan dat het gehele blok hetzelfde nummer heeft.

Als ik naar beneden loop roept iemand van heel hoog naar ons, vanaf z'n balkon. Ernst!

Hij roept ons een hele (ingewikkelde) routebeschrijving toe, hoe we bij hem kunnen komen. De man van het bankje heeft nu eindelijk ook kans om behulpzaam te worden: hij snapt waar we naar toe willen, en hij legt het ons nog een keer (en nog een keer, en een derde keer, voor de zekerheid) in het Spaans uit. Bij de Repsol naar rechts, dat is in ieder geval duidelijk ;-)

 

Het opvolgen van de aanwijzingen lukt wonderwel, en dan komen we helemaal bovenop.

We maken kennis met Marga, we bekijken het huis van Ernst en Marga, en we kletsen bij, we kletsen heel veel bij. En het klikt tussen Marga en ons. Het klikt heel goed.

Het is wonderlijk hoe gemakkelijk dat gaat als je zo ver van elkaar vandaan woont. Misschien is er een soort extra gevoel van urgentie, zodat je veel gemakkelijker alles zegt wat je elkaar wilt zeggen dan wanneer je elkaar elke dag zou kunnen zien.

Dan maken we een wandeling door het park waar ze aan wonen (dezelfde berg als waar we met de motor stonden, met die trappen, maar dan hoger, en zonder bebouwing), naar een mirador van waar je geweldig over Barcelona uitkijkt (vanaf het balkon van Ernst en Marga trouwens ook).

Je ziet hier links trouwens de Sagrada Familia, als ik het goed heb.

 

We eten heerlijk (heel slim klaargemaakt door Marga, om te voldoen aan onze lastige wensen op eetgebied).

Als we bedenken dat we maar eens moeten opstappen blijkt het al bijna 1/2 1 te zijn terwijl het voor ons gevoel een uur of 10 is. De tijd is absurd snel gegaan. Marga moet morgen weer vroeg op om naar haar werk te gaan.

We spreken af voor morgen: Ernst heeft dan vrij, en we gaan dan met z'n drieën een eindje rijden, in de ommelanden van Barcelona.

 

We rijden terug naar ons hostal, en de wereld tolt zo'n beetje voor me: dit is heel erg veel voor één dag!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: