Rood-gele banier op huis
De Middeleeuwen terug in Montblanc

Barcelona - Montblanc

We gaan moe op weg, en het is nog lastig Barcelona uit te komen. Het weggetje langs Tibidabo is razend druk.

We rijden via erg mooie weggetjes naar het zuidwesten, en naarmate we verder van Barcelona komen wordt het rustiger.

In Montblanc, een Middeleeuws stadje, geheel ommuurd, vinden we een hostal waar we zelfs een heel appartement kunnen krijgen voor een bijzonder aangenaam prijsje.

Er is een Middeleeuws feest aan de gang: we hebben 's avonds van alles te zien.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag 1 mei 2012

We slapen uit: oh, wat ben ik moe!

We ontbijt bij Dino Pan, en dan pakken we in. Als we weg willen is Ernst z'n fototoestel kwijt. We zoeken overal: alles wordt weer uitgepakt, we kijken onder het bed, tussen de lakens, en doorzoeken de hele kamer. We informeren bij de Dino Pan, waar ze niets hebben gevonden. We vragen de hostaleigenaar of hij een fototoestel heeft gevonden. Die belooft niet alleen dat hij hem zal opsturen als hij gevonden wordt, maar hij biedt Ernst zelfs aan dat hij camera mag hebben!

En zoals dat gaat in dat soort gevallen, vindt Ernst hem in de "verkeerde" broekzak ;-)

OK, we kunnen op weg. We rijden eerst naar de haven. Bij het Monument al Colon, het monument voor Columbus (die trouwens de verkeerde kant op kijkt: naar het oosten), is van alles afgezet, en is volop brandweer en politie. De lift waarmee je naar boven in dat monument kunt, voor het uitzicht, is vastgelopen, lezen we later. Wat ben ik blij dat ik daar niet in zit!

Dan rijden we via de Ramblas. Daar maken we mee dat we door een agent worden aangespoord om door te rijden, als het stoplicht al lang en breed op rood is gesprongen.

Ons doel is de Plaza Catalunya, waar Ernst bij de el Corte Ingles een nieuw fototoestel wil bekijken, en, bij een goede prijs, kopen: het toestel dat hij nu heeft begint ten onder te gaan aan de tand des tijds (en aan het meeslepen op de motor).

Bij de Plaza Catalunya is het heel erg druk: er is geen kans om hier de stoep op te rijden. Even verder is een complete straat afgezet, en daar achter is een enorme demonstratie. Ernst wil er omheen rijden, maar de demonstratie is veel langer dan hij dacht.

Dan rijden we terug via de andere kant, en uiteindelijk kan hij de motor neerzetten en houd ik de wacht. Niet veel later komt hij terug: El Corte Ingles is dicht, het is 1 mei...

Op de foto trouwens een GoCar: een elektrisch huurautootje dat je meeneemt op een route langs allerlei bezienswaardigheden, en dat je van alles vertelt over de plekken waar je rijdt.

 

Dan begint de zoektocht naar het weggetje langs Tibidabo.

De Becker wil ons hier het liefst via de ringweg sturen; dat is blijkbaar het gemakkelijkst. Ernst heeft daar geen zin in en gaat op z'n gevoel af.

Zo nu en dan probeer ik in te brengen dat mijn gevoel iets anders zegt dan het gevoel van Ernst. Dat moet ik niet doen: ten eerste heeft hij meestal gelijk, en ten tweede raakt hij er bij elke gelegenheid dat hij gelijk heeft van overtuigd dat hij altijd gelijk heeft. En dat is lastig bij die zeldzame situaties dat ik gelijk heb ;-)

Maar tenslotte rijden we over de steile Avinguda del Tibidabo, en zien we zelfs twee van de blauwe trams die naar Tibidabo rijden tegelijk, de Tramvia Blau.

We zitten op de goede weg, dat is duidelijk ;-)

 

We komen langs de eindhalte van de blauwe tram. Het is daar heel druk met overstekende mensen. Maar verderop is het rustig, hier langs de Carrer de Manuel Arnus.

Manuel Arnus was een fabrikant die hier in 1903 dit huis heeft laten bouwen, in "modernista" stijl. Het huis heet Casa Evarist Arnus, of el Pinar.

De architect was Enric Sagnier i Villavecchia.

In Barcelona kun je volkomen toevallig langs dit soort plekken komen, en dat is natuurlijk de allerleukste manier.

 

De Carrer de Manuel Arnus komt uit op de Carretera de les Aigües, een erg mooi smal weggetje langs een bergwand, van waaruit je over Barcelona kunt uitkijken.

Van daaruit rijden we via smalle straten naar beneden; als ik het me goed herinner komen we zelfs via onverharde paden. In ieder geval: uiteindelijk komen we terecht op de BP-1417, de Carretera de San Cugat, waar we gisteren ook over reden. Alleen deze keer is het druk, absurd druk!

Er komt een bocht waar alle automobilisten moeten wachten. De tweewielers mogen door, maar worden gemaand voorzichtig te doen.

 

Vanaf dat moment rijden we kilometers lang langs geparkeerde auto's. Ht verkeer wordt zo geregeld dat af en toe mensen naar beneden mogen rijden, en af en toe mensen omhoog. Wij tweewielers mogen er dus tussendoor.

Uit die geparkeerde auto's komen uiteraard voetgangers. Die lopen omhoog, naar Tibidabo. 1 mei is blijkbaar de dag om naar Tibidabo te gaan! Uren staan ze er voor in de file, en na het parkeren moeten ze dan ook nog minstens een uur lopen!

De mensen die hier lopen hebben het doel in ieder geval wel alvast in het oog. Dat scheelt.

Als we voorbij Tibidabo zijn wordt het minder druk, maar toch is het heel erg uitkijken: er is veel tegemoetkomend verkeer voor zo'n smal bochtig weggetje, en er zijn veel fietsers en wandelaars.

Er zijn dan ook geen foto's, tot we in Molins de Rei de snelweg oversteken.

 

Op de rotonde waar je overkomt als je daar de A-2 oversteekt, zien we deze auto, die z'n crosser op de aanhanger heeft meegenomen. Vlakbij Barcelona zijn er talloze mogelijkheden om met je motor de paden op, de lanen in te gaan.

 

Na veel dwalingen (wat er op de kaart als een smal weggetje uitziet blijkt hier in de buurt van Barcelona soms bijna een snelweg te zijn), komen we uit op de BV-2421.

We zijn dan direct uit de industriegebieden waar we doorheen gedwaald zijn.

We worden door La Palma de Cervelho geleid, zonder enige aanduiding of we nog goed zitten, en komen uit op wat weer de doorgaande route lijkt. Erg mooi: bochtig, door heuvelig of bergachtig gebied. Als je op de kaart kijkt lijkt alles volgebouwd, maar in werkelijkheid is dat beslist niet het geval.

Hier kijken we aan tegen huizen van Corbera de Llobregat, hoog bovenop een loodrechte rotswand gebouwd.

 

De BV-2425 blijft een verrassend mooi weggetje. Dat is maar goed ook: de stemming tussen ons tweeën is niet bepaald op een hoogtepunt. Vermoeienis, vergissingen en tegenvallers zoals de drukke 1 mei en de El Corte Ingles die na al die moeite dicht bleek maken dat de misverstanden die toch al zo gemakkelijk in de communicatie sluipen, zich nu van vrijwel elke uitgesproken zin meester maken.

Ik weet lange tijd niet zeker of we op de juiste weg zitten, maar wacht het gewoon af: het weggetje is sowieso de moeite waard. Het blijkt ook nog eens de juiste weg te zijn!

Zo komen we in de buurt van Gelida, en kunnen we opeens zien dat we hoog rijden. Voor ons ligt de vlakte die gevormd is door de rivier de Anoia.

In een paar haarspelden dalen we af.

 

Vlak voor Gelida slaan we linksaf, de C-243b op. Dat weggetje loopt niet door de vlakte van de Anoia, maar net wat hoger, tegen de flanken van het berggebied waar we net uitkomen.

We rijden door bos, met af en toe zicht op de vlakte rechts van ons.

In een bocht met bomen zie ik links een restaurant waar je buiten kunt zitten, Bar-restaurant Les Fonts. Dat lijkt me een uitstekend idee, om daar een beetje bij te komen, met een uitgebreide lunch.

We zitten er onder moerbeibomen, krijgen erg lekkere wijn (Blanc de Blancs van de Penedes), en het eten is lekker.

Anderen eten calçots! Daar had ik natuurlijk naar moeten vragen! Later zie ik op het bord buiten dat de calçots worden aangekondigd met een telefoonnummer erbij. Ze staan niet op de kaart, maar je moet ze van te voren bestellen. Waarschijnlijk had ik ook geen kans gemaakt als ik er naar had gevraagd, houd ik mezelf maar voor ;-)

 

We rijden verder over de C-234b, een erg mooie weg.

Tijdens dit eerste stuk zien we weinig van het uitzicht over de vlakte van Anoia dat rechts achter de bomen verscholen moet zitten, maar de bochten compenseren dat ruimschoots.

 

Vlak na de bochten op de vorige foto verdwijnt het bos aan de rechterkant van de weg, en opent zich het uitzicht. En wat voor uitzicht!

Je hebt van hier uit een prachtig zicht op Montserrat, dat letterlijk "gekartelde berg" betekent. Je ziet hier geïllustreerd waarom.

Montserrat is des te indrukwekkender omdat het een heel klein berggebiedje is temidden van een veel lager gelegen gebied.

 

Het landschap opent zich verder: vanuit de bergrug zijn we nu het wijngebied van de Penedes binnengereden.

Montserrat blijft steeds indrukwekkend op de achtergrond zichtbaar.

 

Tenslotte rijden we dan echt in de vlakte die door de rivier de Anoia en haar zijrivieren wordt gevormd. We rijden tussen de druiventrossen die ooit wijn uit de Penedes zullen worden.

 

We rijden een poosje parallel aan de snelweg.

In zo'n geval ben ik bijzonder dankbaar dat we niet behoren tot al die mensen die over die snelweg razen, maar zo'n lekker weggetje tot onze beschikking hebben. Maar wat zou ik graag zelf rijden...

 

We komen per ongeluk terecht op een industrieterrein voor Sant Sadurni d'Anoia.

Maar we vinden de juiste uitgang...

 

We komen uit bij een rotonde met een beeld; ik denk dat het twee Zwaluwen zijn. Ik vind het mooi!

 

Hier zie je ze van de andere kant.

 

De weg is aangenaam, ook al rijden we hier niet meer door de bergen.

We steken de C-15 over, en rijden bij Sant Quinti de Mediona langs de fabriek van BCN Peptides, wat een beeld vol contrasten geeft: eeuwenoude olijfbomen op de voorgrond; een moderne fabriek waar peptiden (die bestaan uit aminozuren, endorfine is een van de vele peptiden) worden gemaakt.

 

De BV-2136 waar we nu over rijden wordt mooier en mooier.

 

We zijn hier in de buurt van het Castell de Mediona, het kasteel van Mediona, dat meer dan 1000 jaar oud is. We hebben het niet gezien...

 

We rijden hier afwisselend door bos en door landbouwgebied. Dat landbouwgebied staat dan meestal vol druiven: we rijden hier nog steeds door de Penedes.

 

Hier in Sant Joan de Mediona is een motor op een muur geschilderd.

De rest van de voorstelling kan ik niet goed duiden. Er staat "50" bij, en verder misschien wijnvaten?

 

Een stukje voor Llacuna kun je een kerkje boven de bomen zien uitsteken. Het is de Esglesia de Sant Pere de Vilademager, dat bij het Castell de Vilademager staat.

Van het kasteel zijn alleen nog wat ruïnes over, maar het kerkje, dat oorspronkelijk Romaans is, staat er dankzij latere restaurantie nog prima bij.

Hier vlakbij is trouwens een camping: Camping Vilademager. Als je daar je tentje hebt staan kun je gemakkelijk naar dat kasteel en kerkje klimmen.

 

Even later rijden we La Llacuna binnen, met z'n Esglesia de Santa Maria.

 

Een stukje voorbij La Llacuna komt de weg uit op de C-37, die we linksaf slaan (rechtsaf kom je in Igualada).

De C-37 kennen we al van een vorige keer; het is een heerlijke weg!

Hier rijden we tussen de gele bloemen. Ik weet nooit of het om Koolzaad of Mosterd gaat! Ik geloof dat je Mosterd pas in het najaar ziet bloeien (dan zou dit dus Koolzaad zijn), maar weet het niet zeker.

 

Wat het ook is, het doet het prachtig hier. Het maakt het bovendien nog eens extra zonnig, wat geen kwaad kan na die vele bewolkte dagen die we achter de rug hebben!

 

Vlak voor Querol zien we dit bordje naar de Eglesia de Sant Jaume de Montagut.

Deze streek zit vol kastelen met bijbehorende kerkjes!

 

Ook Querol heeft z'n kasteel en z'n kerk.

Links zie je hier de Esglesia de Santa Maria van Querol, en rechts de ruïne van het Castell de Querol, waarvan eigenlijk onvoortselbaar is dat er nog iets van overeind staat.

 

Even verderop kun je de muren van de ruïne beter zien: er is geen enkel dwarsverband meer, alleen wat hoge muren.

 

Ook rechts, aan de overkant van het dal van de rivier de Gaya, zien we een kasteel liggen. Het stikt er hier van!

Ik geloof dat dit de Torre de Pinyana is, een kasteel waarvan alleen nog één toren overeind staat.

Langs de rivier de Gaya staat de hoogste concentratie Middeleeuwse kastelen van Catalunya.

 

Dat dit weggetje niet alleen perfect is vanwege al die kastelen onderweg laten deze motorrijders zien: je komt vrijwel geen verkeer tegen, en als je al verkeer tegenkomt zijn dat vaak medemotorrijders, die weten hoe perfect dit weggetje is!

 

Behalve kastelen kun je hier meer moois zien, in de buurt: hier zijn de borden naar het Monsterio de Santes Creus. Het is een klooster uit oorspronkelijk de 12de eeuw, dat erg rijk is geweest, en dus een imposant gebouw is.

We hebben het niet bezocht. Het nare van een bezoek aan dit soort kloosters, is dat het je met de neus op de feiten drukt: veel kloosters hebben zich tijdenlang als uitbuiters van de bevolking gedragen. Ze werden steenrijk terwijl de mensen in de omgeving honger leden. Dit soort kloosters zijn dan ook meestal ooit in brand gestoken door een woedende bevolking.

 

Verderop een beeld dat je nog steeds vaak ziet in Spanje: om een uur of 6 wordt er gewandeld. En zo'n wandeling gebeurt vaak via de weg die daar altijd voor werd gebruikt, ook al is het inmiddels van een pad een echte weg geworden. Vaak zie je rond een uur of 6 mensen lopen, kilometers verwijderd van het dichtstbijzijnde dorp.

Dan weet je dat het de tijd is van de paseo.

 

Even voorbij El Pont d'Armentera zien we deze palm. En als je een palm ziet, voel je de zon nog eens extra...

De naam van het dorp slaat op het feit dat je hier de Rio Gaya oversteekt.

 

De C-37 wordt nu kaarsrecht, maar in de verte zien we als lokkertje al de Sierra de Roquerole, die achter Montblanc ligt.

In het spiegeltje zie je het heuvelachtige gebied waar we uit komen.

 

In Spanje kun je je opeens in Amerika wanen, nadat je eerst urenlang over kronkelige weggetjes hebt gereden.

 

De C-37 steekt een hoogvlakte over, tot aan El Pla de Santa Maria.

Vlak voor dat plaatsje begint de Ruta de les Barraques de Pedra Seca, letterlijk de route van de barakken van droge steen.

Die route brengt je langs vreemde bouwseltjes, van op elkaar gestapelde stenen ("droog" dus), die in pyramidevorm of als een koepel zijn gebouwd. Ze werden, begrijp ik, voor van alles gebruikt, bijvoorbeeld als schuilplaats of om water op te slaan, voor de druiven die hier al lange tijd geteeld worden.

Op een prachtige site, Wikipedra, Barraques de pedra seca, zijn ze in kaart gebracht, met beschrijvingen erbij. Ze zijn specifiek voor Catalunya.

 

We mogen tenslotte van de rechte weg af, en rijden op El Pla de Santa Maria af.

El Pla de Santa Maria heeft een oud Romaans kerkje, de Esglesia de Sant Ramon de Penyafort, uit de 12de en 13de eeuw. Dat staat net buiten het dorp: we zijn er langs gekomen maar hij staat niet op de foto.

Het kerkje op de foto is de Santa Maria, veel jonger, uit de 18de eeuw.

 

Als om te illustreren dat we van de lange rechte weg af zijn, verdwalen we, en komen in het centrumpje van El Pla de Santa Maria terecht.

Hier komen we uit bij de Santa Maria zelf.

 

In dit straatje is mooi te zien dat veel huizen hier in Renaissance-stijl zijn versierd.

Het huis direct achter de overstekende elektriciteitskabel is voorzien van schilderingen die de simpele raamomlijstingen veranderen in hele ornamentele, en verder zijn er, net als op het huis achter het zijsteegje, allerlei geometrische versieringen aangebracht.

 

Uiteindelijk komen we terecht op de TP-2311 die we eigenlijk moesten hebben.

Die steekt de snelweg weer terug over, naar het noorden dus (in principe is het ook via het zuiden om mogelijk om binnendoor in Montblanc te komen vanuit El Pla de Santa Maria, maar deze weg is net iets korter).

Eerste plaatsje als we voorbij de snelweg zijn is Cabra del Camp.

Ook Cabra del Camp heeft een kerk die de Santa Maria heet (uit de 18de eeuw, is deze).

 

Dit basktenen gebouwtje in Cabra del Camp is van de landbouwcoöperatie: het Sindicar Agricola. En binnen die coöperatie gaat het om de afdeling wijnbouw: Seccio de Vinicultura.

Modernista in Cabra del Camp.

 

Een bord geeft aan dat we het wijngebied binnenrijden dat Conca de Barbera heet.

Het zijn vooral witte wijnen en cava's die hier vandaan komen. Geproduceerd door coöperaties zoals we die zagen in Cabra del Camp.

 

We slaan linksaf, de T-231 op, en zien even later Barbera de la Conca voor ons liggen.

 

In de schaduw verstopt lopen hier twee kleine meisjes. Ze lopen gelukkig goed in de berm, maar ze laten nog maar eens zien dat je in Spaanse dorpen erg voorzichtig moet zijn!

 

Dit is het gebouw van de wijncoöperatie van Barbera de la Conca. Er zit een winkel in waar je de wijn kunt kopen, en ze hebben een website: Cooperativa Barbera.

Het is een Celler Modernista, wijnkelders in de stijl van Gaudi en z'n tijdgenoten.

Er zijn meer van die modernista coöperaties: er is zelfs een Ruta de las Bodegas Modernistas die je kunt volgen.

 

De weg wordt dan weer tamelijk recht; achter ons zie je Barbera de la Conca op z'n heuvel liggen.

 

Dit bord vertelt dat we in de buurt komen.

Het Monestir de Poblet, het klooster van Poblet, ligt ten zuidwetsen van Montblanc. Het wordt hier al aangekondigd.

Het is dan ook een erg beroemd klooster, dat je onder leiding van een gids kunt bezoeken.

 

En dan rijden we Montblanc binnen.

We zijn hier eerder geweest, en weten dus dat het een bijzondere plaats is: op de plek waar je hier binnenrijdt zie je daar niets van!

Montblanc heeft z'n oude stadsmuur, inclusief poorten, nog geheel intact. Doordat het oude gedeelte van Montblanc op een heuvel ligt, is dat extra indrukwekkend: die muur stijgt uiteraard mee.

De legende vertelt dat het hier is, aan de voet van de muur van Montblanc, waar Sint Joris (San Jordi op z'n Catalaans) de draak heeft verslagen. En als je weet dat San Jordi de belangrijkste heilige van Catalunya is (Johan Cruijff smolt de harten van alle Cataloniërs toen hij zijn zoon Jordi noemde), snap je dat Montblanc een geschiedenis heeft (nou ja, een legende dan) om trots op te zijn.

Die legende is trouwens pas in 1987 "ontdekt". Iets zegt me dat het Toerismebureau hier een hele slimme zet heeft gedaan ;-)

 

Het verwondert ons dan ook niet als we, wanneer we langs de muren rijden, mensen zien die Middeleeuwertje spelen.

Hier zie je trouwens hoe prachtig die muren en poorten zijn!

 

We rijden langs de muur tot we bovenaan zijn, en dan zet Ernst de motor bovenaan neer, en gaat lopend op onderzoek uit. We weten namelijk van een vorige keer dat Montblanc lastig is: de helft van de stegen heeft trappen, van de rest loopt de helft dood, dat is zo ongeveer de situatie ;-)

Ik blijf hier boven wachten.

Als hij terugkomt heeft hij een plek gevonden voor vannacht: Fonda Bohemia Riuot heeft een kamer of een appartement: wat we maar willen.

 

Wanneer we de straten inrijden, naar het hostal, zien we dat de kinderen voor de poort niet de enigen zijn die hier in Middeleeuwse kledij rondlopen: heel veel mensen zijn verkleed.

We zijn terechtgekomen op de laatste dag van de Setmana Mediaval, de Middeleeuwse weken, verzucht onze hostal-eigenaar: twee weken lang wordt Montblanc Middeleeuws.

Op de achtergrond zie je weer de stadsmuren met poorten, die in het kleine Middeleeuwse Montblanc nooit ver weg zijn.

Op de hoek zie je trouwens onze herbergier. Als je de site van het hostal bekijkt, zie je direct het schilderspalet. Hij en z'n vrouw schilderen beiden. Je ziet niet alleen door het hele hostal hun schilderijen hangen, maar de kamers hebben ook allemaal een eigen sfeer gekregen. Ze hebben met minimale middelen hele leuke kamers weten te maken: dit is het tegenovergestelde van logeren in zo'n goedkoop credit-card-hotel. Je slaapt er voor dezelfde prijs, met oneindig veel meer karakter.

 

Niet iedereen is verkleed. Er zijn veel kinderen en jongeren in Middeleeuwen-tenue, maar hier zie je toeschouwers die er niet aan mee doen. We hoeven ons niet totaal ontheemd te voelen, zoals in Limburg met carnaval ;-)

 

We hebben een heel gesprek met de herbergier, en als ik hem tenslotte vertel dat ik graag 3 nachten wil blijven (ik ben moe, het voelt hier aangenaam, we moeten maar eens goed uitrusten, bedenken we), mogen we voor de prijs van een gewone kamer een heel appartement.

Dat blijkt een enorme kamer te zijn met slaapgedeelte, woongedeelte met bank en eettafel, keuken, douche en wc. Dit is perfect om uit te rusten!

We installeren ons op ons gemak, en ik lees voor het eerst sinds deze vakantie m'n digitale krant via de Wifi van het hostal, aan onze eigen eettafel.

Dan zwerven we Montblanc in, en als je door Middeleeuws Montblanc zwerft kom je al snel uit op het marktplein. Daar is, hoe kan het anders, een Middeleeuwse markt aan de gang. We installeren ons op een terrasje, en bekijken de mensen.

 

Er valt natuurlijk van alles te bekijken op zo'n Middeleeuwse markt!

Deze Middeleeuwse moeder bijvoorbeeld, die haar Middeleeuwse dochtertje vereeuwigt met een digitale camera.

Of het mini-riddertje dat alles liever van boven wil bekijken.

 

Het publiek is ademloos... Ze kijken naar de smid (die verderop te zien is).

 

De kraampjes worden bemand door mensen die spullen verkopen die je in de Middeleeuwen kon kopen, of die ambachten uitvoeren die in de Middeleeuwen werden uitgevoerd.

Hier een "monnik" aan het werk. De bril lijkt misschien een anachronisme, maar eind 13de eeuw werd er al een bril gemaakt in Italië, en monniken waren uiteraard de eersten die er gebruik van gingen maken. Waarom is hier wel duidelijk ;-)

 

Niet alleen de mensen in Montblanc zijn verkleed als Middeleeuwers; ook de huizen zijn dat.

 

Van de ambachten die er te zien zijn trekt de smid uiteraard het meeste bekijks.

Hij wordt volop gefotografeerd (en dat is in tegenstelling tot de bril toch wel een echt anachronisme ;-).

 

Op de werkbank zie je het smeedwerk dat de smid hier ter plekke heeft gemaakt.

Op het bordje bordje betekent "Ruta dels oficis" handlesroute. Tijdens de Setmana Mediaval is er een route door Montblanc die zo heet (waar je de ambachten tegen zult komen). Je komt dan, volgens de site van de Setmana mediaval onderweg dit soort bordjes tegen waarop steeds een woord staat. In dit geval "enclusa", aambeeld. Dat staat hier aangegeven met "paraula clau", sleutelwoord.

En als je die woorden verzameld hebt, kun je een beloning ophalen.

 

Hier zie je het spreekwoord in werkelijkheid: als je niet meer ijzers in het vuur hebt, zul je een poosje pauze moeten houden van je werk, en moeten wachten tot het smeedwerk waar je mee bezig was weer voldoende heet is geworden.

 

De monnik heeft in de gaten dat hij op de foto komt, en kijkt op van z'n miniatuur die hij met een heel dun penseeltje aan het schilderen is.

 

Dan wordt het tijd om op zoek te gaan naar een plek om te eten: we verlaten ons plekje op een terras langs de markt, en dwalen door de straten van Montblanc.

Die straten zijn vaak in trapvorm: hier hoeven geen borden te staan "verboden voor auto's"; dat is hier al lang op een natuurlijke manier geregeld.

 

We lopen als vanzelf omhoog, en komen terecht op het hoogste punt van Montblanc: de ruïnes van de burcht, de Pla de Santa Barbara.

Lang voor hier een kasteel werd gebouwd was dit een Kelt-Iberische nederzetting, met kleine, rechthoekige huizen met stenen basis, en pakhuisjes voor graan. De Carthagers zijn hier daarna gekomen, die op hun beurt weer verdreven werden door de Romeinen. En nog weer later werd hier een kasteel gebouwd met de stenen van de huizen uit de Kelt-Iberische tijd.

Je hebt vanaf die plek uitzicht op de Santa Maria la Mayor, een kerk duit de 12de eeuw, waarvan de bouw lange tijd heeft stilgelegen, en die pas in de 16de eeuw is afgebouwd. Uit die tijd komen de pinakels die op de foto staan.

Het leuke is dat je op de achtergrond de bergen ziet waar Montblanc tegenaan schurkt (en natuurlijk eigenlijk deel van uit maakt: vandaar al die trappen).

 

De zon gaat onder. Het wordt koud en donker.

 

Op het informatiebord staat uitgelegd dat het kasteel hier in ieder geval in 1170 al stond (er zijn documenten uit die tijd die dat bevestigen), en dat Montblanc in de 13de en 14de eeuw zo groeide dat het centrum zich verplaatste naar het stadje om het kasteel heen, in plaats van binnen het kasteel. De stenen van het kasteel (die dus al van de Kelt-Iberische huizen kwamen) werden gebruikt voor de huizen in het stadje.

 

Dit huis staat niet in de lijst met bezienswaardige huizen van Montblanc, maar ik vind het het mooiste huis van Montblanc.

Het is een typisch voorbeeld van een oud huis in Montblanc, met z'n rij ramen met boogjes op de bovenste verdieping en z'n overstekende dak.

En er woont iemand die met heel veel respect voor de bouwers van vroeger zijn eigen toevoegingen aan het huis maakt: een enorme wijnrank van ijzer, een rond raam met zonnestralen, een soort overdekt balkon op de hoek. En dan is het ook nog eens geelgepleisterd, in mijn lievelingskleur dus.

 

Onze zoektocht naar een restaurant blijkt onverwacht lastig: de restaurants die we tegenkomen zijn zonder uitzondering dicht, en de tijdelijke Middeleeuwse taberna's die op allerlei plekken zijn ingesteld zijn alleen overdag open.

 

In de winkelstraat is te zien hoe de winkeliers proberen nog iets te verdienen aan de Middeleeuwse weken. Deze fotograaf maakt op de ouderwetse manier foto's die je dan kunt kopen. Dan kun je jezelf in ridderuitrusting op de schoorsteenmantel zetten.

 

Hier zie je hoe prachtig de muren en de poorten van Montblanc zijn gerestaureerd, maar interessanter zijn eigenlijk het beeld en het metalen bord waar de pijl naar wijst. Op dat bord staat:

Ciutat Gegantera Montblanc 2006

Waarschijnlijk heeft iedereen wel eens gehoord van de feesten met reuzen, Gigantes y Cabezudos in het Spaans (Castiliaans), Gegants i Capgrossos in het Catalaans, en Erraldoi eta Buruhandiak in het Baskisch. Die feesten zijn er in Catalunya, Baskenland en rond Valencia.

Er bestaat een vereniging die die traditie probeert in ere te houden, en de kwaliteit te stimuleren: de Agrupacio de Colles de Geganters de Catalunya. Die kiezen elk jaar een stad uit die het jaar daar op belangrijke zaken rond die Reuzenfeesten mag organiseren, en in 2006 was dat Montblanc. Zo'n gebeurtenis is het uiteraard om er dit monument aan te wijden!

 

Maar ook de restaurants buiten de stadsmuren zijn dicht.

We strijken tenslotte neer in een bar aan het Plaza Mayor waar de Middeleeuwse markt was, die we eerst links hadden laten liggen omdat het er niet erg aangenaam uitzag.

Het eten is er inderdaad niet best (maar de kok heeft dan ook vrij vandaag): patatas bravas die geen patatas bravas zijn, maar gewoon frites uit een diepvrieszak, maar de mensen zijn er vriendelijk, en we hebben iets te eten.

 

En dan is het tijd om terug te lopen naar ons appartement, dat hier vlakbij is.

Het blijft een mooi beeld, die Middeleeuwers in dit Middeleeuwse stadje.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: