Kerkje
Kerkje in noord-oost Oostenrijk

Passau - Piestany, Slowakije

Na een laatste blik op Passau vertrekken we, en volgen de Donau aan de noordkant.

Zo kom je in Oostenrijk, waar we eerst in glooiiend berglandschap rijden, en dan in een vlakker gedeelte komen, waar wijn wordt geteeld.

Dan rijden we Slowakije binnen, via een kleine grensdoorgang. Het is onze eerste kennismaking met Slowakije.

We proberen een gevoel voor dit prachtige land te krijgen, eten in een heel plezierig restaurantje, en vinden tenslotte in het donker een aangenaam hotel in Piestany.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag 29 augustus 2006

Eén van de leuke onderdelen van dit hotel is de ontbijtzaal, op de bovenste (6de) verdieping, met grote glazen ramen met uitzicht op de stad, waarvan je daken ziet, en de torens van de Dom.

En er is uitzicht over de Donau (en dus op de overkant, met het enorme kasteel en de gekleurde huizen, die me een beetje aan Nyhavn in Kopenhagen doen denken). (helaas zijn we de foto's van dat uitzicht kwijt).

Bovendien: de lucht is strak blauw!

 

Als we vertrekken is er toch weer bewolking, zodat we veiligheidshalve met de regenkleding aan wegrijden

 

We rijden de Donau over via een andere brug dan die we op de heenweg hadden. Deze brug biedt een prachtige blik op het kasteel aan de overkant van de Donau, de Veste Oberhaus, de vesting.

 

Even later zien we de vesting in onze achteruitkijkspiegels. We zijn weer op weg!

 

We rijden over de 388. Eerst rijden we langs de Donau, die hier al enorm breed is (en pas in Roemenie in de Zwarte Zee uitmondt).

Hier zie je eigenlijk alleen maar de wilgen rechts, tussen de Donau en de weg.

 

Obernzell , een klein stadje dat aan de binnenstad van Passau doet denken. Het was dan ook de Sommerresidenz van de bisschoppen van Passau.

 

En dan klimmen we omhoog. Lekkere bochten, droge weg.

 

Niet veel later zien we de borden die aankondigen dat we een kilometer later Oostenrijk zullen binnenrijden.

 

We rijden Oostenrijk binnen. De (zelfde) weg heet hier de 38.

 

Dit is een prachtige motorrijdersweg: omhoog, omlaag, veel bochten, soms door bos, soms door boerenland. Om je heen boerderijen en chalets.

 

De dorpjes hebben Gasthofen met nog meer geraniums dan die in Duitsland, lijkt het wel.

 

De boerderijen hebben enorme schuren.

Soms lijkt het alsof je over het erf rijdt.

 

Het is een heerlijke motorrijdersweg. Erg jammer dat het erg koud is, en dat de weg op veel plaatsen kletsnat is.

 

Er waait een erg koude wind, en het is maar 9 graden.

Maar de weg is fantastisch: Oostenrijks heuvelland,

 

Hotelletjes,

 

boerderijen met enorme schuren,

 

bos,

 

En mooie bochten.

 

Kilometers lang kun je de 38 blijven volgen, en die blijft steeds even mooi.

 

Overal geraniums, ook op begraafplaatsen.

 

Veel cafe's en restaurants onderweg. Deze maakte extra duidelijk dat motorrijders er welkom zijn.

 

Freistadt heeft een mooie oude binnenstad (aan het bord te zien helaas wel afgesloten voor motorrijders).

 

Na Freistadt rijden we nog steeds over de 38, die nog steeds erg mooi blijft, met nog steeds een snijdend koude wind.

Zoals je ziet valt er prima in te halen met een Tricker, vooral als je dat in een overzichtelijke bocht kunt doen.

 

De 38 heeft bijna overal; een groen randje op de Michelinkaart, en dat is geheel terecht.

 

Af en toe rij je door een dorp of stadje, zoals hier Gross Gerungs.

 

Af en toe rijden we een stukje in de zon.

 

En in de zon ziet Oostenrijk er nog vriendelijker uit.

 

Na Zwettl gaan de huizen er anders uitzien: tot nu toe kwamen we steeds door dorpjes met losse huizen; hier zijn de huizen even hoog als breed, en staan aan elkaar vast, allemaal gekleurd.

Het is vlakker hier.

 

Als we de brug oversteken tussen de Ottenstein Stausee en de Dobra Stausee zien we een burcht boven de bomen aan de overkant uitsteken: Schloss Ottenstein.

 

Na het slot gaat de weg verder door het vlakke land. Er zijn alleen nog flauwe bochten zo nu en dan.

 

Een kapelletje langs de weg: Oostenrijk is erg katholiek.

 

De huizen veranderen weer: één verdieping hoog, en dan het dak, langgerekt, met de lange zijde aan de straat, en aan elkaar. Overal worden druiven verbouwd: dit is een wijngebied.

 

Bij Horn moeten we een beetje zoeken naar de weg. De 38 gaat tot Horn, en we moeten daar de 45 hebben.

Vanaf die 45 zien we deze kerk, de bedevaartskerk van Maria Dreiechen.

 

Even later een kerkje met spitse torens.

Er vallen wat druppels, we rijden door, en rijden daardoor voor de bui uit.

De bui blijft ons in de vorm van een enorme loodgrijze wolk volgen.

 

Bij Pulkau rij ik even mis, en dan moeten we echt racen om de bui voor te blijven.

 

Elk dorpje heeft een eigen kerkje.

 

Het is vreemd om te zien hoe weinig bedrijvigheid er hier is, afgezien van de wijngaarden. Af en toe zie je een boerderij met planten in potten ervoor, te koop aangeboden. Een soort kleinschalig tuincentrumpje.

 

Waarschijnlijk komt alle wijn in Oostenrijk uit deze streek. Soms zijn de wijngaarden geheel ommuurd zoals hier.

 

Het straatbeeld is in vrij korte tijd veranderd van wat je uit Zuid-Duitsland bent gewend, naar hoe ik me Hongarije voorstel: lage huizen, witgekalkt of gekleurd.

 

Heel soms is er een Gasthof.

 

De huizen hebben een dikke laag kalk, en zijn meestal gekleurd, met brede witte randen om ramen en deuren.

 

Als er muurschilderingen zijn, laten die een scene zien die laat zien hoe wijn wordt gemaakt.

 

Soms zit er een deftig huis tussen, dat niet is gekalkt, maar van barokke versieringen is voorzien.

 

We zijn de bui zo ver vooruit gereden dat we een pauze kunnen houden, op een bankje bij een kerk. Heerlijk zonnetje.

Er heeft een dichter-priester gewoond, lezen we. Overal hangen Jezus-beelden hier: het is hier erg katholiek.

 

Laa an der Thaya heeft niet alleen een prachtige naam maar is ook een lief klein stadje.

 

Verder. Bij Staatz is er midden in het vlakke land opeens een bergje, met daarop een burcht met vesting: de ruïne van Staatz.

 

Van de andere kant is duidelijk dat er niet veel meer over is van de burcht.

Die ruïne wordt af en toe gebruikt als decor voor toneel gebruikt. Dat lijkt me prachtig.

 

Na dat ene bergje is alles weer vlak.

 

En nog steeds heeft elk dorpje z'n eigen kerkje.

 

Ik merk aan mijn reacties op fouten van medeverkeersdeelnemers (zoals deze vrachtwagen, die mij niet zag), dat ik m'n vertrouwen in mezelf in het verkeer weer voor een groot deel terug heb, na het  ongeluk. Ik schrik niet buitensporig, en raak niet in paniek.

 

In Poysdorf moeten we weer zoeken, en vinden we tenslotte via een steil en smal straatje onze weg weer terug (de eerste poging eindigde in een weiland).

 

Via golvend wijn- en akkerbouwgebied rijden we richting Hohenau.

 

We zijn nu dichtbij de grens met Slowakije, en rijden al de hele tijd vlak langs de grens met Tsjechië.

Het is net of je dat kunt zien aan de huizen. Het lijkt hier ook minder welvarend dan het gedeelte van Oostenrijk dat ik al ken.

 

Er zijn nog een paar kleinere plaatsjes waar we doorheen komen (met in dit plaatsje een lekkere vette Amerikaan).

 

En er is golvend akkerland.

 

In Hohenau is het zoeken: Slowakije staat niet aangegeven.

Tenslotte vinden we een weggetje dat de juiste richting op lijkt te gaan, en dan verschijnt er zowaar een bordje met Grensübergang.

 

We rijden op een smaller wordende weg, voor de helft opgebroken. Een rivier (de Morava ) met uitkijktorens om naar vogels te kijken, en heel erg veel muggen. Dat is helaas (voor vogelkijkers dan) het kenmerk van een goed vogelgebied: veel muggen.

 

Onderweg nog een prachtig kapelletje met mozaiek.

 

Dan rijden we langs het verlaten douanekantoortje van de Oostenrijkse kant van de grens.

 

Dan is er een brug over de Morava, één auto breed, met stoplicht. Aan de overkant ligt Slowakije.

 

In Slowakije: een smalle weg door het bos. Je zou denken dat niemand deze grens gebruikt, maar er zijn toch veel auto's.

Borden laten zien waar benzinestations te vinden zijn: het is blijkbaar goedkoper hier (en Oostenrijk is al zo goedkoop).

 

We zitten nu in een taalgebied waarvan we geen woord spreken (Slowaaks heeft het meest weg van Tsjechisch). Gelukkig zijn de letters niet Cyrillisch...

 

We komen terecht op een smalle weg door het bos.

 

Onderweg is voorlopig weinig te zien behalve het bos. We komen langs iets waarvan niet duidelijk is of het ooit varkensstallen waren, of misschien nog steeds, of een kazerne.

 

Volgens de kaart zouden we in Moravski Jan terechtkomen en daar linksaf moeten slaan. In werkelijkheid is er geen plaatsje te zien, maar de weg die we moeten hebben loopt er wel.

Borden zijn meestal drietalig, en soms in het Slowaaks en het Duits, zoals deze borden waarop loodsen te huur worden aangeboden, en pallets te koop staan.

 

Op de een of andere manier doet van alles hier "Oostblok" aan, maar er is moeilijk de vinger op te leggen wat dat precies is. Is het het gras dat stiekumpjes weer bezit probeert te nemen van het asfalt? Zijn het de palen met telefoondraden?

 

Of is het deze toren met verroeste borden? Iets onduidelijks waar iets met steenkool werd gedaan, en misschien nog steeds?

 

Zijn het de bermen met overgroeide greppels en betonplaten bij wijze van inrit? Is het het feit dat Moravski Jan op de kaart staat maar niet lijkt te bestaan, terwijl Sekule op diezelfde plek niet op de kaart staat maar wel lijkt te bestaan?

 

Zijn het de auto's die je tegenkomt?

 

Even later rij je dan weer over een perfect van strepen voorziene weg, tussen de populieren, en zou je je zo in Nederland wanen.

 

Tanken: de Tricker heeft bijna 6 liter nodig: hij was dus bijna leeg.

 

Kuty. Een bestrating van kinderkopjes die onder het asfalt zijn uitgekropen. Slowaakse auto's van wisselende kwaliteit. Ze rijden graag hard hier.

Hier en daar terrasjes en restaurantjes, geïmproviseerd, bij gewone woonhuizen.

 

Veel huizen maken een nieuwe indruk, en er wordt volop gebouwd.

 

We slaan rechtsaf, richting Senica. Het is een aangename weg, met bochten, wisselend in hoogte.

Het asfalt is pas nieuw, en soms is het juist aan reparatie toe. Er is veel mais aangeplant hier: blijkbaar zijn er veel varkens. Er staan grote boerderijen, soms als bouwval.

Een motorhotel annex -camping beginnen is hier overal mogelijk.

 

In Senica zien we dit prachtige voorbeeld van hoe een gewoon woonhuis is omgetoverd tot café.

 

De tuinen worden niet alleen voor groenten gebruikt; overal groeien ook bloemen.

 

De vrijstaande huizen die we hier overal zien zijn klein, maar hebben niets te maken met de woonkazernes die ik met het "voormalig oostblok" associeer.

 

In Senica moeten we rechtsaf, een stukje de grote weg naar Trnava op.

 

De 51 naar Trnava is lang en recht en saai.

 

Maar het is zulk heerlijk weer dat we voor het eerst deze vakantie de regenbroeken uit kunnen trekken, en de zomerhandschoenen aan.

 

In Jablonica zien we een groot paleis (of klooster?) met torentjes, in zwaar verwaarloosde staat. (de website heeft foto's van een overstroming die hier in april 2006 was: die heeft hoogstwaarschijnlijk aan de verwaarloosde staat bijgedragen).

We slaan daar linksaf, richting Piestany.

We rijden nu op een prachtige motorrijdersweg, een en al bochten, en op en neer, door bos.

 

Temidden van die idylle zie je dan opeens zo'n niet thuis te brengen bouwwerk, met evenmin thuis te brengen opschriften.

 

En even later zie je weer een prachtige boerderij.

 

Het leuke is dat het een echte Trickerweg is: onoverzichtelijke bochtjes.

 

De Karpaten (of liever gezegd de uitlopers daarvan) zijn verantwoordelijk voor deze heerlijke bochten.

 

De foto van het bordje met deze mooie naam zou niet op de site komen te staan, ware het niet dat we een eindje verderop...

 

... dit vreemde monument-achtige ding boven het bos zagen uitsteken.

En toen ik een link zicht bij de plaatsen waar we doorheen kwamen, bleek dat op de site van Brezova Pod Bradlom dit monument op de voorpagina staat.

Het antwoord blijkt, in het Engels, op deze site voor musea te staan:
"When in 1928 on the top of the mountain Bradlo the mound of General Milan Rastislav Stefanik was built, the town became known as "Brezova pod Bradlom". Stefanik was an astronomer, later he became a politician, soldier and one of the three founders of former Czechoslovakia. The mound was designed by Dusan Jurkovic, our most renown architect and a local of Tura Luka. He is buried on the local cemetery. Brezova played also an important role during the revolution of 1848-49. Here the leaders of the Stur Movement gathered."
Er ligt dus een van de stichters van Tsjecho-Slowakije begraven.

 

In Brezova Pod Bradlom kwamen we nog deze prachtige poging tegen om vrachtwagens uit het centrum te weren. Trickers werden wel toegelaten.

 

Motorrijders zijn geen onbekend fenomeen in Slowakije, maar erg veel zie je ze nou ook weer niet. Deze jongetjes vinden het leuk motorrijders voorbij te zien rijden.

 

En de weg blijft heerlijk...

 

In Kosariska zien we een Restauracia langs de weg. Het is tijd om te eten, alleen hebben we nog niet gepind bij een bancomat.

Engels spreken ze er niet, maar wel Duits. Pivo (bier) en voda (water) weet ik sowieso te bestellen, en verder is er een Duitstalige kaart, met allerlei Schnitzel-achtige gerechten.

Het is een grote vierkante betegelde ruimte, waarvan de meeste tafels gereserveerd zijn. We kunnen nog net terecht, en terwijl we aan het eten zijn, om plm 7 uur, loopt het helemaal vol.

Het eten is echt erg lekker (ik had een schnitzel die bedolven was onder de knoflook: heerlijk!), een pivo is hier een bier en geen biertje (een halve liter is de standaard), en dan is het geen probleem dat de koffie nescafe is. Bij elkaar is het 8 euro.

 

Inmiddels is het bijna donker.

Buiten, als we ons weer in onze regenspullen hijsen, vraagt een man vanaf het terras: "Hollanski?". We worden uitbundig uitgezwaaid, nadat we met een "doviden" zijn opgestapt.

 

Als we Vrbové binnenrijden is het helemaal donker geworden. De bancomat daar doet het niet.

Dan komen we in Piestany , met vreselijke buitenwijken (in de stadjes hiervoor hebben we hier en daar één zo'n woonkazerne gezien).
In één zo'n blokkendoos zit een hotel, dat we maar overslaan.

We rijden het centrum in. Pas de derde bancomat geeft geld.

Het is overal donker: er is nergens straatverlichting. Er is een groot voetgangersgebied, en daarbuiten is vrijwel geen huis zelfs maar met neon verlicht. Hier en daar spotten we een bar, hier en daar een winkel.

Ernst gaat voorop rijden, en vindt, uiteraard, een hotel. Villa Anna Mary (nu ik Piestany via google opzoek, blijkt dat het een spa-stad is, met allerlei hotels met geneeskrachtige baden en dergelijke, maar die worden dus nergens aangegeven, althans niet op een manier die zichtbaar is 's nachts).

Voor 1200 SK, oftewel zo'n 30 euro krijgen we een grote kamer met tweepersoonsbed, douche en wc, en zelfs een TV, inclusief ontbijt.

We hebben voor vandaag wel bier genoeg gehad, dus we laten het vlakbij gelegen terrasje voor wat het is. Foto's kopieren, verhaaltje schrijven, slapen.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: