Bijna op het punt staande uit elkaar te vallen rots op puinhelling
Rots in het Petrified Forest

Safford - Holbrook

Via de onverharde Black Hills Back Country Byway rijden we naar Clifton, een stadje met een enorme open mijn. Daar rijden we verder over de US 191, de Coronado Trail, met heel veel bochten. Het Petrified Forest ligt in een prachtig gekleurd landschap, en de versteende bomen voegen nog eens extra kleur toe. Via de Painted Desert rijden we naar Holbrook, waar we onderdak vinden.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Maandag 7-8-2000

Vroeg op, want we kunnen tot 9 uur ontbijt krijgen hier. Het is een Continental Breakfast, met koude eieren. Die proberen we warm te krijgen in de magnetron die er staat, maar die van Karin, Pieter en van mij ontploffen. Dat verhaal klopt dus echt!

Ernst lacht ons uit, uiteraard, en begint meteen te doceren hoe je die eieren dan wel warm krijgt in de magnetron: niet voluit zetten maar op defrost, en verdomd, zijn ei ontploft niet.

Hij zit helemaal glimmend aan zijn eitje, en wij hebben natuurlijk al lang zat van de lessen eieren warmmaken, als hij zijn eitje aantikt. Het ontploft op zijn bord ;-))))))))))))))))))))))))))))

*Red. Nou ja ontploft ? Mijn ei deed nog net Ploef, terwijl die van Karin tot hele kleine plakkerige klotestukjes was gedesintegreerd, wat ik eigenlijk bij een al gekookt ei ook helemaal niet verwachtte...

Ik eet een bagel met creamcheese, en we gaan met bijzonder goede bui op stap.

 

Stukje 70, een lange rechte weg, langs het spoor, met daarachter tabak.

 

Lang voor we moeten afslaan naar de 191, zien we een een onverharde weg met een bord: de Black Hills Backcountry Byway. Dit is de oude weg van Safford naar Clifton, langs een route die al gebruikt werd door de Apaches en de pioniers. Er is een weg aangelegd toen er koper in Clifton was ontdekt, met mijnen en allerlei bedrijvingheid daaromheen als gevolg.

 

De weg loopt door droog bergachtig gebied, met cactussen en creosotestruiken.

 

Grote gedeelten van deze oude weg zijn nu in privé bezit, maar als je de hekken maar weer dicht doet mag je overal rijden.

Het is een fantastsiche weg voor de Explorer, en je komt hier helemaal niemand tegen. De weg wordt duidelijk niet veel gebruikt: de bewegwijzering is nogal eens omgevallen of niet meer goed zichtbaar.

Op een gegeven moment komen we dan ook, helemaal verkeerd, weer uit op de 70, terwijl deze byway ons naar de 191 had moeten brengen, bij Clifton in de buurt.

 

Nou ja, dan maar zo verder...

 

Clifton. Een mijnstadje. Na Clifton een enorme open mijn, de Morenci mijn. Minstens zo groot als heel Delft. Hij gaat maar door die mijn: minstens zo groot als heel Utrecht. Minstens zo groot als heel Amsterdam!

 

De mijn is eigenlijk heel mooi om te zien, als je even kunt vergeten dat hier de bergen verdwijnen in het niets. Goud en zilver, wordt hier onder andere gedolven. Enorme vrachtwagens zien we beneden rijden, met erts, waarnaast gewone vrachtwagens speelgoedautootjes lijken.

 

*Red. Echt absurd, ik heb wel eens op zo'n erbij horende shovel gespeeld dacht ik, een hele grote in een steenbreek in België, maar toen er zo'n echte Amerikaanse vrachtwagen (ongeveer anderhalf keer zo breed lang hoog als een Nederlandse) langs een van die Monsters de mijn door kroop kwam het besef pas goed dat die kiepwagentjes die daar als mieren over de bodem kropen, toch echt een huis van drie verdiepingen in de schaduw zetten...

 

Dan de bergen in over de US 191, ook wel bekend onder de naam Coronado Trail . Uitzichten, haarspeldbochten, rotsen. Shit, waarom zijn we niet op de motor.

Na verloop van tijd naaldbos. Bochten en bomen, bomen en bossen, 90 miles lang. We blijven zo ongeveer op dezelfde hoogte. Ik word er een beetje misselijk van, op den duur.

 

Ruim over de helft een restaurant: Hannagan Meadow (foto van de website). (moet je je voorstellen: 90 miles alleen maar bos en bochten, en één herberg onderweg, en verder helemaal niks).

Binnen hangt een vreemd sfeertje: iedereen zwijgt. Blokhutachtig. Zoontje bedient. We eten hier hamburgers.

*Red. Je zou je haast gaan afvragen wat ze met hun klanten doen als die eenzaam en alleen binnekomen en er is verder niemand... Maar de hamburgers waren niet echt goor ofzo.

Als we weg willen regent het. Uitzicht op feeders die op een tafel staan. De hummingbirds trekken zich niets van de regen aan. De Rufous Hummingbird blijkt de baas te zijn over de andere soorten: die jaagt iedereen weg. Er verschijnt een kat. Het lijkt alsof de kolibrietjes hem pesten. De arme kat is bij lange na niet snel genoeg voor ze, en ze vliegen gewoon voor z'n neus.

Verder rijden, bomen en bochten, bochten en bomen, dat ik daar ooit nog eens zat van zou krijgen. Nou ja, in een auto...

Uiteindelijk Springerville, en daarna een min of meer rechte weg.

 

We komen een veld met bisons tegen. Later lees ik dat dit één van de drie kuddes van heel Arizona is.

 

Saint Johns . De 180, door de woestijn (absurd hoe verschillend de landschappen hier kunnen zijn), lang en recht. Dan rechtsaf, richting Petrified Forest .

We stappen eerst uit bij een winkel met allemaal troep, gemaakt van versteend hout. Hele tafels ervan kun je hier kopen en laten verschepen ("We ship all over the world").

Dan naar de ingang van het National Park. De man in het hokje heeft in Utrecht gewoond, blijkt als we een gesprekje voeren (hier voer je met iedereen gesprekjes), en zijn vrouw komt uit Aken. Hij raadt ons het museum aan, en de Blue Mesa. "Auf Wiedersehen", zegt hij als we wegrijden.

Binnen in het museum onder andere skeletten van dinosauriërs. De BBC-serie Walking with Dinosaurs schijnt op twee vindplaatsen van fossielen gebaseerd te zijn, en het Petrified Forest is daar één van.

 

En uitleg over de versteende bomen: lang lang geleden waren hier moerasbossen met vooral Araucaria bomen (dat zijn bomen die je in Nederland nog wel eens in voortuinen ziet: een soort naaldbomen, met vreemde schubachtige naalden, en heel houterig. Apeboom worden ze geloof ik genoemd).

Als zo'n boom doodging viel hij in het water, waar mineralen de plek van de zachte substantie van die bomen innamen, zoiets. Nou ja, dat moet Ernst maar uitleggen.

 

*Red. Als het hout verrotte werd de leemte opgevuld met verzadigde kwartsoplossing die dan na verloop van tijd (eeuwen en eeuwen) uitkristalliseerde tot prachtig agaat, maar die agaat had dus wel de structuur van de boom gevuld.

Eigenlijk is een boom een soort spons: hout bestaat voor een groot gedeelte uit miniscule buisjes moet je weten.
En de agaat vormde zich dus netjes in de langzaam wegrottende buisjes als het ware, en dan ontstaan er nieuwe "bomen" van glasharde Agaat...

Wel grappig in die junkwinkel prezen ze het aan al Tougher as Diamond, terwijl Agaat maat 6 op de schaal van Mohs doet en Diamant 10... ;-)

Maar desalniettemin is het in gepolijste toestand wel heel mooi, omdat het door de in het kwarts opgenomen andere mineralen de meest vreemde soms bijna fluoriscente kleuren krijgt, en dan in verschillende ringen of taartpunten weer andere kleuren in zo'n "boom".

Buiten is een wandeling tussen versteende bomen, met overal bordjes of je alsjeblieft niks wilt meenemen, en er van af wilt blijven. De Amerikanen klimmen natuurlijk overal op de bomen om het op video te zetten.

 

Het moerasbos inclusief de versteende bomen is in de loop der tijd helemaal onder het zand en dergelijke komen te liggen, en komt nu, door de erosie, langzamerhand boven. Hier wordt niets meer weggehaald; wat te koop is, komt allemaal van buiten het park. Al het versteende hout dat daar ligt wordt te gelde gemaakt.

*Red. Het vreemdste is wel dat de bomen die nu tot 60.000 kilo wegen de ondergrond onderzich comprimeren en dus beethouden en steun geven, waardoor de gigantische "bomen" (niet van die kleine kutconiferen als hier in de voortuin) helemaal bovenop soms hele dunne randjes komen te liggen. Ja moeder natuur heeft met die rare natuurkunde wel allerlei leuke beeldgrapjes verzonnen...

De kleuren zijn prachtig: geel, rood, bruin, groen, echt heel erg mooi.

 

Dan op naar de Blue Mesa. Je rijdt door een vlak landschap hier (met hier en daar een versteende boom).

 

En dan opeens uitzicht op echt blauwe bergen.

 

De structuur van de rotsen heet "Elephant Skin Rock". Dat hebben we al op veel plaatsen gezien, maar hier wordt erbij verteld hoe dat komt: er zit dan veel zout in de klei. Die zet elke keer uit als er regen valt, en het krimpt weer bij droogte.

 

De Blue Mesa is iets ongelofelijks moois. Het vreemde is dat je op weg er naar toe òp de Mesa (tafelberg dus) rijdt, er dan in afdaalt, en dan opeens helemaal midden in de fantastisch gekleurde bergen zit.

 

En daarachter een eindeloze vlakte...

 

We rijden verder, naar Newspaper Rock . Rotstekeningen.

Deze keer mag je er niet naar toe: je kijkt vanaf boven naar de rotsen benenden, die helemaal vol rotstekeningen zijn.

 

Het gaat om een aantal zwarte rotsblokken die aan de rand van een dal liggen. De tekeningen zijn gemaakt door het zwart weg te krabben. Vroeger was dit een route waar veel Indianen langskwamen, en dan konden ze het niet laten hier even een gezichtje of een hert of zo in te kassen.

 

Even verder Pueblo Puerco , ook weer met rotstekeningen (waarbij een vogel met kromme snavel die een kikker heeft gevangen: waarschijnlijk een Ibis).

*Red. Het is echt heel absurd om zo opeens in de prehistorie te wandelen je stelt je voor hoe ze hier al hoega hoega roepende in dierenvellen achter de Bison aan joegen, om dan als je je hersens even gebruikt tot een heel vreemd besef te komen...
Toen deze tekeningen werden gemaakt Had Hadrianus als een muur dwars door Schotland gebouwd, en hier Mosa Trajectum en nog wat steden achtergelaten... En de indianen gingen pas echte huizen bouwen toen wij hier de middeleeuwen doorworstelden...

 

Over het spoor (er was ooit een station, bij het Petrified Forest), en Interstate 40, de Painted Desert in.

Dezelfde rotsformatie van de Blue Mesa (Chinle), maar dan in alle tinten rood, oranje, rose en wit die je je maar kunt indenken. Op sommige plekken een laagje zwart basalt bovenop.

 

De Painted Desert ligt als een enorme halvemaan door de woestijn hier, en het is eigenlijk de rand van een tafelberg. Meestal rij je daar bovenop, en zie je dus helemaal niets van dit waanzinnig mooie landschap.

 

In het Petrified Forest National Park zijn een paar restaurant-achtige dingen, maar we zijn te laat: alles is al dicht. We zijn te moe, besluiten we, om de lange tocht (nog zo'n 200 miles) naar de Hopi te wagen, want daar is maar één restaurant, en als dat dicht is dan kunnen we echt nergens meer eten.

Dus over de I-40 (overal langs de kant Indian Jewelry plus stukken Petrified forest te koop, vaak in wigwammen, ook al hebben de Navajo nooit in wigwammen gewoond), naar Holbrook.

De Italiaan die we op het oog hadden is dicht, blijkt. Een paar Hopi Indianen die er voor staan zien dat ik teleurgesteld ben, en leggen uit hoe we bij het beste Mexicaanse restaurant van de stad kunnen komen: Romo's Café.

Het eten is redelijk lekker, en zo kunnen we toch nog met gevulde maag een Comfort Inn opzoeken. Morgen naar de Hopi!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: