Uitzicht op stoffig landschap, met links tafelberg en recht vooruit bergen
De Burr Trail
Bryce Canyon - Valley of the Gods

We bekijken Bryce Canyon uitgebreid voor we vertrekken.

Bij Boulder bezoeken we het Anasazi Museum, rond bouwwerken van Indianen die hier lang geleden hebben geleefd.

Even verderop volgen we de Burr Trail, een onverhard pad door een canyon landschap.

Wanneer de weg over een vlakte voert komen we de Natural Bridges Monument tegen, en aan het einde van de vlakte daalt de weg spectaculair af naar de Valley of the Gods.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Donderdag 20-7-2000

Ontbijten in het Western-achtige gedoetje. De ruimte is helemaal fake, maar de waitress is erg lief (tegen Pieter, die ham in plaats van bacon wilde op zijn eieren: "I told the cook that you are a young girl, because he likes them, so remember, when he asks, tell him you are a young girl!").

Op tafel liggen een aantal "Grandma's Little Books".
Volgens de achterkant het perfecte kado voor iemand die je eigenlijk niet mag, maar die je wel een kadootje moet geven, omdat ze nauwelijks iets kosten, die boekjes.

 

Bryce. Deze keer rijden we door naar Inspiration Point .

 

We zien Clarck's Nutcrackers, ook weer van vlakbij, die met Squirrels (jonkies en volwassenen) ruzie maken over de piñon nuts die er liggen.

Een klein jongetje voert de squirrels. Een ouder Amerikaans echtpaar zegt dan tegen mij dat ze laatst in Aspen (ligt in de Rockies) ook een squirrel voerden, en dat ze binnen vijf minuten omringd werden door squirrels, die zelfs tegen ze op begonnen te kruipen. ""t was even rather scary, actually".

 

Een informatiebord over Bryce. De canyon is genoemd naar het echtpaar Bryce , die zich hier als eersten vestigden, en hier koeien hielden. De man van het stel, Ebenezer Bryce, schijnt zich slechts eenmaal uitgelaten te hebben over wat hij van Bryce vond: "It's a hell of a place to loose a cow."

 

Vandaag lopen we langs de bovenrand. We zijn een stukje verder dan gisteren. Het zijn steeds amfitheaters waar je van boven in kijkt, en vandaag zijn we in de tweede, als het ware.

 

Rood, wit, oranje, geel, bomen ertussen, en hier en daar een natuurlijke brug van steen.

 

We zien een oude man, fotograaf, met zo`n "echt" fototoestel met een statief en een doek er overheen.
Hij wil plaatsmaken voor Ernst, maar die wil natuurlijk just plaatsmaken voor hem. Later in Santa Fe zullen we zien dat hij een aantal oude expedities heeft nagereisd, en onderweg foto's heeft gemaakt van de situaties die die expedities beschreven hebben.

 

Hier zie je heel mooi "ramen" ontstaan: op precies dezelfde hoogte overal, is er zachter steen als de rest. Dat slijt dus harder weg, en daar zie je een soort alcoven, en hier en daar zijn ze helemaal doorgesleten, zodat het ramen zijn.

 

Het eerste waar je aan denkt als je dit alles ziet, is, zoals ik al zei, Middeleeuwse steden en kathedralen.

 

Soms lijkt het zelfs alsof het cement er nog bovenop ligt.

Ik kan me voorstellen dat de Indianen hier op geen enkele manier op het idee gekomen zijn om zelf steden en kathedralen te bouwen (de steden die ze ooit gebouwd hebben, zijn toch echt niet vergelijkbaar met wat er in Europa gebeurde in die tijd): het heeft geen enkele zin om hier tegen op te boksen: dat kunnen wij gewoon echt nooit.

 

Ik was heel benieuwd wat de Indianen er in zagen, want die hadden natuurlijk niet de mogelijkheid om er steden of kathedralen in te zien. Ze zagen er Red rocks standing like men in a bowl-shaped canyon in, en in sommige gevallen kun je er inderdaad niets anders dan dat in zien.

Volgens oude verhalen zouden het dieren zijn die net als mensen "slecht" waren geworden, en door Coyote versteend werden. Voor de Indianen was dit dus nogal een creepy place.

 

De jongens zitten een beetje verveeld op een steen te klagen over de hitte, terwijl Karin en Ernst en ik er maar geen genoeg van kunnen krijgen.

 

Vandaag dus maar niet in de canyon afdalen. Nog één keer kijken en dan verder!

De 12 West, naar Escalante. Daar even een café in, want we hebben besloten dat we wat vaker moeten stoppen: Ernst en ik zijn nogal geneigd door en door en door te rijden.
We mogen daar niet met blote voeten naar binnen, en worden heel onvriendelijk behandeld. Voor het eerst sinds we in de States zijn geven we iemand geen fooi.

 

Verder, richting Boulder. Eén en al heerlijke (Mantra-)bochten en uitzichten.

Bij Boulder bekijken we het Anasazi Museum en village.
Er wordt heel vriendelijk gevraagd of we geen foto's willen maken, dus dan doen we dan ook niet. Maar deze Nederlandse motorrijders die voor de ingang geparkeerd stonden mochten natuurlijk weer wel.

Van het dorp is maar een klein gedeelte opgegraven, maar je kunt gewoon lopen tussen wat is opgegraven, en naar binnen kijken en je verbazen over hoe klein de ruimtes zijn.

 

Vanaf Boulder nemen we de Burr Trail, rechtsaf van de 12. De eerste 22 miles zijn geasfalteerd (maar erg mooi, met bergen in alle geuren en kleuren, en door canyons waar we steeds stil moeten gaan staan om foto's te nemen.

 

Dan wordt het unpaved, tot we over Hall's Creek zijn. Paved door Long Valley, weer een canyon. Rode rotswanden, ongelofelijk mooi. Weer unpaved. We rijden het Capitol Reef National Park in.

 

We rijden over een waanzinnig steil weggetje naar beneden: de Waterpocket Fold , een rug van sterkere zandsteen dan wat zich aan weerszijden bevond. Het "Reef" van het Capitol Reef National Park slaat op deze rug.

Haarspelden die de Explorer maar net haalt, qua draaicirkel. De remmen houden het niet meer, en hij remt bij lange na niet genoeg af op de motor in z'n 1. We moeten dus af en toe stil gaan staan door hem in z'n achteruit te zetten, en te wachten tot de remmen weer een beetje zijjn bijgekomen.

 

Als we beneden zijn aangekomen, en terugkijken, zien we alleen wat een loodrechte wand lijkt: het weggetje is helemaal niet te zien! In het panorama dat op de URL te zien is, gaat het om de rode wand die je achter de auto ziet, tussen de witte bergen door. Als je goed kijkt zie je daar zigzaglijnen lopen, de weg.

 

Het landschap blijft vreemd: spierwitte bergen,

 

blauwe bergen,

 

groene en gele bergen.

 

Rijden langs de Coalbed Mesa, op zwarte "voeten" met daarachter de "granieten" Henry Mountains .
Dit is voor het eerst dat we bergen zien die er "Europees" uitzien. Alles wat we tot nu toe hebben gezien is zandsteen (dat op stalachnieten-achtige manier slijt), of vulkanisch (dat helemaal de meest idiote vormen heeft). Dit zijn "gewone" bergen, zoals je ze in de Pyreneeën of de Alpen kunt zien (nou ja, erg gewoon zijn ze nou ook weer niet: waar in de Alpen vind je bisons?)

Tenslotte komen we bij Lee's Ferry bij Bullfrog, waar we Lake Mead over gaan steken (stuwmeer van de Colorado). Een interessant-doenerig mannetje leidt ons de ferry op: hij zegt niet waar ik moet gaan staan, maar hij laat me eerst naar voren sturen, dan naar links, dan weer naar rechts, dan weer naar links, enzovoort, zonder enig idee te geven over wat nou precies de bedoeling is. Een soort Ernst, zeg maar.

Op het water is het nauwelijks koeler als op de weg: dik in de veertig graden.

Vanaf Hail's Crossing aan de overkant, een lange, saaie weg. Net op het moment dat je denkt dat het de eerstvolgende 300 miles wel zo door zal gaan rij je de Clay Hills in, met hele mooie bochten. Dan weer semi-recht (de 276).

 

Over naar de 95, waar we een bordje zien naar de Natural Bridges, waar we natuurlijk even gaan kijken.

 

Je rijdt een rondje langs de drie "bruggen" (waarvoor je wel steeds een eind moet lopen, helaas voor de kinderen), met uitleg op informatieborden:

 

Die bruggen krijg je als de rivier door een zandstenen canyon stroomt, en kronkelt: In zo'n kronkel, waar de stroom zeg maar bijna weer bij elkaar komt, slijt het onderste stukje zandsteen van weerskanten steeds verder weg, tot er een doorbraak is, en dan gaat het water er doorheen, zodat de opening groter wordt. Als het gesteente daarboven harder is, blijft er een brug staan.

 

Een hagedis...

 

Verder, over de 261, naar het zuiden.

We zien Bear Ears, een berg die op bere-oren lijkt (nee, staat niet op de foto...). Changing Woman, een Indiaanse vrouwelijke krijger, was in de charmes van Coyote getrapt, en trouwde met hem. Haar broers begrepen dat ze nu evil zou worden, en veranderde haar in een beer, sneden de oren er van af, en gooiden die weg, om haar macht te breken.

Was trouwens heel aangenaam voor mij om over Changing Woman te lezen, want ik wilde vroeger altijd later Indiaan worden, en kan me de dag nog herinneren dat ik besefte dat ik helemaal geen stoere krijger kon wordewn, maar gewoon saai zaden moest zoeken en koken enzo. Het kan dus wel!!!

 

Veel vogels vliegen op van de kant van de weg. Mourning Doves, Western Meadowlarks, Ravens , Quail-achtigen, Mockingbirds. Squirrels, konijnen, een haas.

 

Dan, zonder enige aanleiding, verdwijnt het asfalt,

 

een fantastische afdaling van de Cedar Mesa naar de Valley of the Gods.
De zon gaat onder, precies tegenover ons. Prachtig licht op vreemde eenzame rechtopstaande rotsen.

 

Vlak na de afdaling een bordje Bed & Breakfast , linksaf, op een dirtroad die door de Valley of the Gods leidt.

 

Dat teken moeten we natuurlijk volgen...

Een heel mooi huis: grote stenen, houten veranda, houten dak, een Kokopelli windwijzer, een tuin met struiken en woestijnbloemen en stenen (inclusief turquoise), boompjes, een feeder voor de Hummingbirds, stoelen met kussens, buiten een tafel, stoelen, het fornuis.

 

Als ik naar binnen ga zegt ze dat ik heel erg geluk heb: ze zijn altijd maanden van te voren volgeboekt, maar vandaag zijn ze gesloten, en het lijkt haar heel erg leuk om ons als gast te hebben!!!

Voor de kinderen een kamer met 1 groot bed en een divanbed; voor ons 1 groot bed, een badkamer en een eigen terras! Heerlijk dik tapijt op de grond, superzachte lakens, enorme balken die het plafond dragen. Dit is de mooiste kamer waarin ik ooit heb geslapen.

Eten heeft ze helaas niet, omdat ze dicht is, maar ze verwijst ons naar San Juan's Restaurant in Mexican Hat , een minuut of tien hiervandaan rijden.

Eenmaal daar (we rijden eerst nog mis in het donker, en ik moet mijn uiterste best doen om alle overstekende konijnen te sparen) moeten we lang wachten op het eten, dat wordt opgediend door Navajo's, maar het smaakt prima.

 

Terug, weer steeds remmen voor suïcidale rabbits. Sterren, de melkweg. Slapen. En dromen over Bryce natuurlijk, en ons alvast verheugen op de Valley of the Gods bij daglicht.

Dit reisverhaal gaat verder met de eerste dag in de Four Corners Area .

Uiteraard is er van de Four Corners Area ook een overview .

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: