Zon en schaduw op rode bergen
Cliff Dwellers: het lijkt wel de schedel van een prehistorische reus

Toroweap - Kanab

Opstaan in Toroweap, en naar de rand van de Grand Canyon lopen.

We rijden terug, om door te rijden naar de North Rim.

Vandaaruit rijden we langs de Vermillion Cliffs, en komen tenslotte aan in Kanab.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag 18-7-2000

Om 6 uur opstaan, als het nog niet echt heet is. Ontbijten met broodjes, koekjes, Sprite en water. De maan staat nog even vol in de lucht, en verdwijnt pas na het ontbijt.

 

Van dit panorama is een grotere versie (51 KB) beschikbaar.

 

En ook van dit panorama is een grotere versie (52 KB) beschikbaar.

 

Inpakken. Dan lopen we naar de richel die Ernst ontdekt heeft ( Lava Falls Overlook,

 

van waar je door de canyon kunt kijken, richting westen. Overal zijn vogeltjes; ik krijg ze alleen nooit goed te zien.

 

Naar links kun je de diepte in kijken. Het lijkt zo'n lullig stroompje, die Colorado, maar dat is het dus niet, het is gewoon verschrikkelijk diep. Als je goed kijkt zie je hier wat "mos" langs de kanten. Dat zijn dus bomen...

 

Van dit panorama is een grotere versie (22 KB) beschikbaar.

 

Het is een wonderbaarlijk mooi plekje.

 

Hier kun je beneden weer goed die bomen zien, althans, iets vaag klein groens.

Ik ben niet echt lekker opgestaan, en kan niet zo goed tegen het geklets, en al helemaal niet tegen gekibbel. Laten ze hun kop houden, zodat ik hier naar de stilte kan luisteren, denk ik steeds ;-)

 

Rijden. Ernst wil naar Mount Trumbull. Je blijkt er alleen omheen te kunnen rijden. Op weg er naar toe zien we dit eenzame werktuig voor de wegenbouw, en even verder, in het bos, een donkergrijze eekhoorn, met witte staart. Later blijkt dat dit een hele zeldzame is, de Kaibab Squirrel .

 

Mount Trumbull is een bergje van niks, begroeid met dennen. Daar blijkt het om te gaan, volgens het informatiebord dat ook hier langs de dirtroad staat. Dit is het hout dat gebruikt werd om "the Castle" van Pipe Springs te bouwen, en voor alles wat van hout is in St George.

 

De wegen waar we over rijden dateren uit de tijd dat het hout hier met paard en wagen werd vervoerd.

Ernst rijdt nu. Ik word misselijk :-( Op de één of andere manier hebben we een andere weg dan op de heen weg: die naar Colorado City. We komen nog door een veld vol zwarte steen/lavabrokken: aslof de heer van Mordor een pestbui had en er mee ging smijten.

 

**Red. Zo erg is het nou ook weer niet als ik rijd, verdomme, voel ik me beter, ga jij zitten miepen ;-(

Bijna aan het einde van de weg zien we twee Roadrunners, maar Ernst is helaas te ver doorgereden: het heeft geen zin meer om terug te rijden.

 

Dan de 389 naar Fredonia, en verder, de 89 East, en dan bij Jacob Lake rechtsaf, naar de North Rim van de Grand Canyon. Die is op z'n diepst bij de South Rim , maar daar is dan ook een hele toeristenkermis: daar moet je in de file om de canyon te kunnen bekijken, en eet je bij McDonalds. De North Rim heeft maar 10% van het aantal bezoekers van de South Rim.

Van dit panorama is een grotere versie (256 KB) beschikbaar.

**Red.Ach het is volgens mij niet minder overweldigend, en hier zijn stukkies met nauwelijks hek of wat dan ook voor de semi-pijlloze diepten...

 

Op die 89 South kun je op een gegeven moment achterom kijken, als de weg weer omhoog klimt, het Kaibab plateau op. Daar heb je een fantastisch uitzicht op de drie grote trappen, de Grand Staircase.

 

de Vermillion Cliffs vormen de eerste trede. Dan een stukje hoogvlakte en vervolgens de White Cliffs (waar Zion deel van uitmaakte). En nog veel verder weg zijn de Pink Cliffs te zien.

 

Wij klimmen verder omhoog. We rijden door Alpenweiden en dennebossen, alleen is het hier nergens zo steil als in de Alpen.

 

Vlak voor de North Rim draaien we linksaf, naar Point Imperial, met uitzicht over Navajoland.

 

Hier kun je de Colorado River zien kronkelen door de hoogvlakte (dat wil zeggen, de kronkelige crack in de vlakte), tot een punt waar de Vermillion Cliffs eindigen, en de Echo Cliffs beginnen (met een lager punt daartussen).

 

Van dit panorama is een grotere versie (145 KB) beschikbaar.

**Red. Is inderdaad absurd dat zo'n nietszeggend schaduwstreepje in een schijnbaar oneindige vlakte, de grand Canyon is, je zou er toch met je XT lekker aan het baggereeeeeeeeeen zijn geweest.

 

Verder, naar Cape Royal , met weer uitzicht over Navajoland en de Grand Canyon. Veel hoger en breder hier dan "bij ons".
Op de parkeerplaats roep ik naar Pieter dat hij de deur dicht moet doen (de auto is anders binnen de kortste keren gloeiend heet). Prompt gooien alle automobilisten hun deur dicht! Hmmmm, zou ik dan toch gezag hebben?

 

De kinderen en ik zijn op. We hebben honger en zijn moe. Het is half vier, en we hebben alleen wat droog brood als ontbijt gehad, en zijn al sinds 6 uur op. Het derde uitzichtpunt onderweg, volgens Ernst het mooiste, daar heeft alleen Ernst nog maar de energie voor.

**Red. Het is ook altijd wat met die mensen, willen ze niet eens al die mooie verschillende landschappen opvrten omdat ze honger hebben...

Verder naar het bezoekerscentrum van de North Rim. Iedereen rijdt hier heel erg langzaam (je mag officieel maar 15 miles), en dan remmen ze ook nog eens voor de bochten! Ik haal sommigen een beetje asociaal in, althans, ik vermoed dat ze er wel zo tegen aan kijken. "Sorry, I'm European", mompel ik maar steeds.

Parkeren op de North Rim, een heel eind lopen (in de bloedhitte dus), naar de Lodge, waar een restaurant is, waar je voor moet reserveren. Het ergste is dat we daar pas op z'n vroegst over anderhalf uur terecht kunnen! Dat trek ik niet. Het cafetaria, dat wel open is, ziet er verschrikkelijk uit.

 

Terug dus, naar Jacob Lake .
Ruzie met een grote 4x4 voor me, waar ik telkens nogal een beetje bovenop zit in de bochten omdat hij daar zo absurd langzaam rijdt. In een bocht naar rechts trapt hij z'n rem tenslotte helemaal in, en dan haal ik hem maar in, maar dat was niet de bedoeling. Hij zit schuimbekkend achter z'n stuur, en maakt het middelvingergebaar. Helaas kijk ik net naar een prachtig hert links, anders had ik hem een kusmondje toe kunnen werpen ;-)

**Red. Gelukkig kon ik wel even terugkijken ;-) Was ie geloof ik niet zo van gecharmeerd, hij keek alsof ie een acute aanval kreeg van Obstipatie... Hij liep in ieder geval errrug rood aan...

Eten in een restaurant in Jacob Lake, bij het raam, met uitzicht op een fonteintje, met een beeldje van diezelfde donkergrijze eekhoorn met witte staart. Hier leren we dat dat een hele plaatselijke zeldzame eekhoorn is.

Een klein Boomklever-achtig beestje: de Pygmy Nuthack.
Een bruinig vinkje met rood petje: Cassin's Finch. En squirrels natuurlijk (de gewone grijze).

 

On the road again, de 89 East verder rijden. Helemaal langs de Vermillion Cliffs (links), met rechts de vlakte waar diep beneden de Colorado River loopt.

 

De Cliffs hebben kantelen bovenop, en enorme voeten onder. Af en toe rijden we door die voeten heen. De kantelen zijn hoekig, en de voeten zacht afgerond. Heel vreemd. En alles vermillion natuurlijk.

 

Cliff Dwellers : een aantal rotsblokken die vreemd genoeg bijna allemaal op schedels lijken,

 

waarvan er twee gebruikt zijn als achterwand en dak voor een trading post

 

en een schuurtje.

 

Navajo Bridge over de Colorado River (op het punt tussen de Vermillion Cliffs en de Echo Cliffs), waar we hem eindelijk weer te zien krijgen. Kraampjes langs de weg met Indian jewelry (de bordjes "open" hangen er wel voor, maar nergens is iets of iemand te zien).

 

Nu rijden we langs de Echo Cliffs. Rozer, anders. Hier en daar een gedoetje van Indianen. Bij Bitter Springs rijden we de Echo Cliffs in, via Antelope Pass. Bochten, bochten, rotsen, kleuren. Omhoog.

Verderop Page (alweer in de vlakte). Niks om te overnachten. Het meer erachter (het stuwmeer) ziet er weird uit, met de Echo Cliffs die er uit steken. Op een heel vervreemdende manier mooi.

***Red. Ik vind het niet mooi, ik blijf het doodzonde vinden, zo'n doods meer waar ooit de meest fabeltastische uitzichten waren, en een snelstromende rivier ;-(

De 89 West, richting Kanab. De zon gaat voor ons onder (wel mooi, maar je ziet geen zak). De weg is voornamelijk recht. Af en toe bochten, een kleine pas, maar vooral rechtuit, gaap.

De naald van de benzine zit in het rood. Eigenlijk al een tijdje. In Page dacht ik dat er tussen Page en Kanab wel iets van benzine zou zijn, maar niets...

Ik ga langzamer, schakel hem in neutral als we naar beneden rijden. Een stukje voor Kanab zie ik een hele ouderwetse benzinepomp (dat blijkt later een stuk décor voor westerns te zijn, maar werkt wel), maar die is dicht.
Gelukkig halen we Kanab, tanken! 18,06 gallon. Volgens het boekje, dat we later bekijken, hoort er 21 in te kunnen. Het rode gebied kun je dus heeeeel lang in rijden.

Slapen in een motel, een blokhut-achtig dingetje.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: