Paard en veulen, bergen aan weerszijden, wolken daartussen
Achter die wolken: de Mont Blanc

Col de la Madeleine - St Claude

We trekken verder door de Alpen. De Cormet de Roselend, vlakbij de Mont Blanc, is prachtig. We vinden een hotel in St Claude.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Woensdag 7-6-2001

Nog iets vergeten over gisteren: ik dacht dat ik me niks kon herinneren over Briançon, maar dat is niet waar. We moesten daar tanken, en de Roadrunner had al langer moeilijk gedaan met starten: knopje indrukken, er gebeurt niks, knopje langer ingedrukt houden, en dan doet ie het opeens wel.

Maar nu, na het tanken, was er geen leven meer in hem te krijgen.

Ik kreeg er zat van, heb ik hem verdomme tijdens die hele reis zo lief behandeld, krijg ik hem nauwelijks de Alpen op, en dan flikt hij me dit :-(

Ik schopte in zijn richting, en zei tegen Ernst dat ik verdomme wel een nieuwe zou gaan kopen. En daarna maak ik natuurlijk meteen excuses aan die arme motor die er ook niks aan kan doen.

***Red... Wel grappig dat je dan uitgerekend op een Fazer 1000 op de foto staat woest grimlachend ?

 

Maar goed, we zitten aan een mager ontbijtje, vergezeld van een trucker en een Chinees (zaten gisteren ook samen te eten, we kunnen er geen touw aan vast knopen), en een homo-paartje die zich nogal gedeisd houden.

En dan komt de dikke Duitser binnen, die een Duits*e* blijkt te zijn, om te betalen. Wat een rotstreek van die man van haar, om haar dit vuile werkje op te laten knappen. Ze werpt een hele boze blik in onze richting maar kijkt snel een andere kant op als ik "Hallo" zeg.

Als ze naar buiten loopt zegt Ernst dat hij er even over gaat praten want dit is te lullig. Heel goed idee, alleen spreek ik geen woord Duits, dus dit laat ik aan Ernst over.

Ze willen zo snel mogelijk terug naar Duitsland, zeggen ze, want die Fransen doen allemaal heel erg lullig tegen ze, en dan ook nog eens die vinger, dat hadden ze nog nooit meegemaakt.

Ernst legt uit hoe Fransen in de bergen rekening met elkaar houden, als er een achteropkomer is die sneller is, en vraagt of ze ons niet in hun spiegels hadden gezien.

Dat was helemaal niet nodig, in de spiegels kijken, meldt de Duitser, want ze reden zo hard, harder kon niet, wat wij deden was totaal onverantwoordelijk.

Ernst legt uit dat wij al wat jaartjes meegaan, en dat dit een heel normaal tempo voor ons is, en vraagt of de Duitsers graag hadden gewild dat wij de rest van de Col achter hun aan hadden gereden, zoekend naar een gaatje om toch in te halen.
Langzamerhand begint het ze een beetje te dagen, maar ik heb het idee dat ze eigenlijk nog steeds van mening zijn dat ze gewoon niet ingehaald mogen worden, en dat al die Fransen en wij die dat toch deden verschrikkelijk asociaal zijn, en dat ze zullen blijven proberen dat inhalen te verhinderen.
Aan sommige mensen valt niks uit te leggen...

Het is een beetje aan het miezeren, als we vertrekken. Van de Col de la Madeleine herinner ik me eigenlijk niks meer, vreemd genoeg.

***Red... Vast wel, want het was er glad en we reden heel vaak in donkere tunnels van zwaar loofbos, alsmaar naar beneden zoevend, met miezer, dichte mist, dan wolk, en dan heel af en toe een vette zonnestraal om het grijs te breken, echt heeerlijk melancholisch boswandelen.
En een meertje zo boven op de berg als ik me niet vergis, teveel indrukken maken een soepzooitje van mijn geheugen, heerlijk !

 

Daarna een rode weg naar het oosten, de N90, tot aan Bourg St-Maurice, en daar linksaf de D902 op, een wit weggetje. Een wit weggetje op zijn allermooist. We zitten hier in het gebied van de Mont Blanc (is niet te zien, zit voorlopig achter de bergen naast ons). Het is nog steeds bewolkt, en een beetje regen, en die bergen hier zijn gewoon fantastisch mooi met dat weer: woest, kaal, afgewisseld met bos en watervallerige riviertjes.

We gaan de Cormet de Roselend op. Het weer wordt slechter en slechter, wij (vooral ik) worden kouder en kouder, en het blijft gewoon een verschrikkelijk mooi gebied. Je voelt gewoon dat die Mont Blanc hier in de buurt belachelijk groot en hoog staat te wezen.

Een bordje naar een Refuge, een paar kilometer verder een zijweggetje op. Doen natuurlijk, opwarmen!

Er staat nog een motor voor de deur, van twee Nederlanders blijkt, als we binnenkomen. Behalve die Nederlanders zit de waardin te eten aan een lange tafel, samen met de werklui die iets aan de Refuge aan het opknappen zijn.

Ik krijg de één of andere Alpenovenschotel met kaas en uien en aardappelen, waanzinnig lekker, ben alleen vergeten hoe het heette. Ernst eet iets zonder kaas, en er is hele lekkere mousse au chocolat toe, zelfgemaakt. Het is hier heel erg gezellig, en ze zijn (is eigenlijk heel normaal natuurlijk, in Frankrijk) heel erg aardig.
Hier zou ik best een keertje willen slapen, zoals die Nederlanders gaan doen!

***Red... Auberge Refuge de la Nova, Vallée des Chapieux, voorheen Edelweiss ;-)

 

Achter deze paarden zijn voornamelijk witte wolken te zien. Daarachter ligt de Mont Blanc, nog witter te wezen...

Een bordje rechtsaf naar een Col, voor voetgangers. We komen hier een keertje terug op de XT's, of desnoods op de BMW's, en dan hier slapen, dan kunnen we zonder bagage die pas verkennen (liefst als het weer wat beter is).

De pas blijft mooi mooi mooi, heel erg leeg, met een lekker smal weggetje dat alle kanten op loopt.

 

Tenslotte toch uitkomt bij Beaufort, waarna we rechtsaf slaan de D218 op. Althans, dat is de bedoeling. Het probleem is dat we een D218B vinden, en een D218A, en een D218C, en we hebben geen idee welke we moeten hebben. De B gaat heel erg steil omhoog zodat de Roadrunner helemaal amechtig wordt, en tenslotte is er werk aan de weg, en kunnen we er echt niet langs.

Dan maar de grotere wegen: via Albertville naar Annecy .

Er staat één groot huis, op een schiereilandje, dat we wel zouden willen hebben. Het is een lieflijk meer, en er staat nog veel bebouwing van vervlogen tijden, van toen dit ook al toeristisch was.

Annecy heeft een mooi oud centrumpje, en dan zitten we op de N508 richting Bourg-en-Bresse, en het is er stervensdruk.

Rechtsaf in Bellegarde , het is wat zoeken maar het lukt, en dan rijden we op de D991, en zijn we definitief uit de Alpen. We rijden in de Jura .

 

Ik herinner me nog goed hoe ik vroeger, na een zomervakantie in het zuiden waar alles dor en bruin was, helemaal verliefd werd op de Jura als we daar we op de terugweg door kwamen. Hardstikke groen en glooiiend en bos en weilanden. Een soort Luxemburg maar dan heel erg uitvergroot (ook in de hoogte).
Maar na de Alpen heeft de Jura natuurlijk moeite met indruk maken.

***Red... Nogal ja, ik vind het maar saai enzo, niks wat mijn hart sneller doet kloppen, beetje op beetje neer, en niet eens lekkere luxemburgse prutsbochtjes, het is wel mooi, maar allemaal veel te netjes, ook het bos is opeen erg cultuurbos, of allemaal sparren of allemaal berken, niet die lekkere veelvoud die je in de Alpen tegenkomt ;-(

We rijden hoog, en het is erg koud. Ik ben helemaal verkleumd. We komen in een dorpje met drie hotelletjes, alledrie met een terras, maar geen van drieën in de zon. Ik ben zo stom om door te rijden omdat we niet in de zon kunnen zitten. Hier had ik natuurlijk gewoon moeten stoppen, dan hadden we hier kunnen blijven eten en slapen.

***Red... 14,5 graad was het hier, heerlijk in vergelijking met de rest van de dag, tja dat is veel te luxe, dat is niks voor een Stuurman...

 

We rijden door, komen aan in Mijoux dat helemaal verpest is door de wintersport, en ik heb al lang in mijn hoofd dat we in St Claude een hotel zoeken: een provinciestadje in de Jura, dat moet wel iets leuks zijn.

Het belooft wat, want we rijden omlaag en omlaag en omlaag en omlaag langs een fantastische weg, het wordt warmer en warmer, de voortekenen zijn goed!

We rijden tenslotte St Claude binnen, en het staat er helemaal vast: wat moet dit een levendig stadje zijn! We kunnen maar één hotel vinden, hotel de la Poste, met, zo blijkt, de meest stinkende kamer die we ooit hebben gehad (waarschijnlijk alle spuitbussen ongedierteverdelgingsmiddel die ze maar konden krijgen in één keer leeggespoten, zo ruikt het). Maar goed, we hebben een kamer: ik kan niet meer.

 

***Red... De kamer zelf vond ik zo een naargeestige deprimerende troosteloosheid, dat ik alleen het lampje vastgelegd heb, wat eigenlijk alles in 1 statement zegt, en let wel dat is een understatement...

We maken een wandelingetje, en het rare is: het is in principe een prachtig stadje. Met kloof met rivier er in er dwars doorheen (zoals Luxemburg-stad), maar daar staan wat oude huizen aan, en heel wat lelijke flats.

St Claude ligt dicht bij Zwitserland (Geneve), dus waarschijnlijk wordt het alleen gebruikt door mensen die daar veel geld willen verdienen, en in de tussentijd goedkoop willen wonen en geen geld willen uitgeven. Het ademt echt een hele trieste sfeer uit, en dat terwijl er heel veel oude huizen staan, en je kunt zien dat het vroeger een leuk levendig stadje moet zijn geweest.

Een plek zoeken om te eten is dan ook een groot probleem: er zijn hier geen restaurantjes. Tenslotte vinden we er eentje, maar daar maak ik mezelf onmogelijk door om kaas te gaan vragen bij mijn pasta. Onze dame voelt zich blijkbaar op een fout betrapt of zo, en doet verder zo onvriendelijk mogelijk. Helpt ook al niet om de spirits up te liften.

Tsja, en dat is het dan, de Alpen uit, gevangen in St Claude :-(

***Red... Eigenlijk een heel opvallend gebeuren, naarmate jezelf een beetje down bent (het afscheid van een wederom fabeltastiche vakantie zit er tenslotte aan te koemn) straal je dat kennelijk zo uit op de hele wereld dat die ook gloomy en unhospitable wordt, al was het wel absurd dat 5 van de 6 restaurants die we gevonden hadden dicht waren of net gingen om 6 uur dus...
Ja Sint Klote dat was het, wat een trieste bende, verpest door een gemeentebestuur dat in de jaren 70-80 een aantal vernieuwingen (zeg maar vernielingen) had aangebracht in het stadje, het laatste restje trots van de oude stad brekend, met gifgroen gespoten buiswerk als een rare tweetykooi op een oude kerk geplakt, en een leuke fontijn vervangen door strak en liefdeloos marmer ;-(

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: