Twee motoren in de mist
Mist op de Col d'Aubisque

Le Puy - Eaux-Bonnes

Verder rijden door Frankrijk, waarbij we de Gorges du Tarn tegenkomen. Daarna is het een kwestie van gewoon stug volhouden voor we in de Pyreneeën aankomen.

In het Franse gedeelte van de Pyreneeën, in Eaux-Bonnes, vinden we een prachtig ouderwets Hotel de la Poste.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Vrijdag 19-5-2000

Gisteravond hadden we al vier sjoppers zien staan op de parkeerplaats, en vanochtend, al om een uur of 8 (!) zien we wie daar bij horen: vier Duitsers op middelbare leeftijd, op sloffen.

Het ontbijt mogen we halen aan een redelijk uitgebreide ontbijtbar, en vandaag begin ik met wat deze vakantie traditie zal blijken: ik stel niet alleen het ontbijt samen voor mezelf, maar ook voor Ernst. Dat heeft het nodige heen- en weer-geloop tot gevolg, met glazen jus d'orange en bordjes met ham en gekookte eitjes en dergelijke, en elke keer weer proberen de vier eenzame sjopperaars tevergeefs onopgemerkt naar me te kijken. De bevreemde blikken daarna naar Ernst laten al helemaal merken wat ze denken: "Waarom hij wel en wij niet???".

*Red. Tja de moeder van aller geluk, is gelukkig hardstikke gek (op mij ;-þ)

Als we naar de motoren lopen zien we de sjopperaars bij de Roadrunner en de R3B staan, met blikken die zowel bewondering als bevreemding laten zien. Als ze ons ontwaren snellen ze naar hun eigen motoren, maar ze durven toch nog hallo terug te zeggen als wij ze begroeten. Ik doe natuurlijk extra mijn best om zwierig het haarspeldje te nemen en lekker op te trekken ;-)

*Red. Ja en ze keken al zo zuur toen ik de R3B zonder enig probleem voor hun Sjoppertjes langsdraaide terwijl zij veel te traag ruimte probeerden te maken, nergens voor nodig, maar wel heel cute, ja eigenlijk zijn al die sjopperraars schattig... ;-)

Al om 9 uur op weg, een unicum!

 

Het is erg koud, en erg mooi. We rijden langs de rand van de Cevennen . Overzichtelijke bochten, groen (meestal in de vorm van gras), stenen "heggetjes" alsof je in Schotland bent, golvend landschap. Eenzaam. Hier en daar een dorpje, in de bekende Franse bruingele steensoort, lekker slordig. Steenkoud.

Tijdens een handenwarmstop (voor Ernst, want het enige dat warm aan mij is zijn mijn handen, leve de handvatverwarming) zie ik dat we na Mende de Gorges du Tarn kunnen nemen. Doen dus!!!

Langs een wit weggetje rijden we er naar toe. Eerst gaan we met haarspelden omhoog, en dan rijden we over een mooie kale onherbergzame hoogvlakte (ik heb altijd een voorkeur voor hopeloze onherbergzame gebieden, en vooral voor alles wat daar nog weet te leven. Het mooist verbeeld werd dat door dat meisje uit die film ( Juliette Lewis als Adele in Kalifornia ) met haar cactus, die met haar hopeloze vriend was meegelift met een stel waarvan de intellectuele vrouw zo graag naar Californië wilde).

Het mooie van deze hoogvlakte is dat er een moment komt waarop je naar de Gorges du Tarn afdaalt, en dat gaat met adembenemende uitzichten gepaard, precies in een grote bocht in de Tarn .

Het duurt een poos (en vele foto's) voor we helemaal beneden zijn, en we moeten even de ogen sluiten voor alle souvenirwinkels en dergelijke, maar dan zitten we er echt midden in. Absurd hoge loodrechte rotswanden naast je, en overal natuurlijk roofvogels erboven zwevend, die er weer achter verdwijnen zodra ik mijn kijkertje tevoorschijn heb gehaald. Van sommige huizen verbaas ik me er over hoe de bewoners daarthuis komen: die moeten wel allemaal bergbeklimmer zijn.

*Red. en dan zie je daar beneden terwijl je foto's maakt een bus om zo'n uitstekende rotspunt rijden, helemaal op de verkeerde weghelft anders past het niet, moet er niet aan denken dattie tegenligger is als je net lekker die bocht wil nemen ;-(

Het enige jammere is dat we de Gorges in de verkeerde volgorde rijden: de meest spectaculaire rotsformaties zijn in het begin; alles wordt steeds lager.

 

Precies op tijd, in Millau , aan het einde van de Gorges, is een tankstation, en vlak na Millau, alweer precies op tijd, een McDonalds.

Hup, verder, naar Albi , en Montauban .

Het begint minder koud te worden. Af en toe wolken, maar veel zon. Bochten, heuvelachtig landschap, kaal. De kilometers beginnen langer te worden, wat ik merk aan de frequentie waarmee ik op de teller kijk. Ik maak steeds rekensommetjes aan de hand van de borden die aangeven hoe ver de volgende stad is, en probeer pas na een x aantal kilometers weer op de teller te kijken en dergelijke.
Als het echt mooie wegen zijn heb ik daar helemaal geen tijd voor ;-)

We houden even een pauze op het gras van de oprijlaan van een riant huis dat "La terrasse" heet.

*Red. Awelle la vie est belle...

In opperbeste stemming vertrekken we richting Auch, en die stemming hebben we hard nodig, want dit is een echt saai stuk. Het volgende stuk, van Auch via Tarbes tot aan de Col d'Aubisque , hebben we samen met Hans en Steffen en Pernette, van de winter, op de terugreis uit Bilbao, in omgekeerde volgorde gedaan.
Het eerste stuk is heerlijk rijden, bochten, mooie dorpen met overdekte markten. Dan via een brede rode weg naar Tarbes en naar Lourdes weer af en toe leuk.

*Red. en nu hadden we de hele tijd het uitzicht op die gigantische Kathedraal van Auch die Pernette maar niet zag !?! (volgende keer toch maar fotograferen al is het dan geen origineel plaatje)

We besluiten niet al in Lourdes een hotel te nemen: vandaag willen we midden in de Pyreneeën eindigen!

 

In Argèles gaan we rechtsaf, richting Col d'Aubisque, met daarvòòr de Col de Soulor.

De bergen links van ons waren de vorige keer nog helemaal wit. Deze keer is alles wat we zien groen, maar erg veel is dat niet: er is dikke mist.

*Red. Argèle is dat niet een mooi woord voor vrieskou ? Waar heb je je lekker warme jas nou ???

Vòòr de Col de Soulor een bordje:

Col de Soulor: ouvert

Col d'Aubisque: FERMÉ!!!!

Nee hè, niet alweer! Deze keer willen we hem echt doen!

De Col de Soulor is prachtig in de mist: we kunnen een paar meter vooruit kijken, net zoveel dat we de kippen die op de weg scharrelen kunnen ontwijken. We ruiken meer dat alles groen is dan dat we het zien.

 

Dan een bekend punt: het begin van de Col d'Aubisque, met het bordje dat auto's 's morgens alleen de ene kant op mogen rijden, en 's middags alleen de andere kant. Plus natuurlijk de mededeling dat de Col "fermé" is.

Iedereen die Ernst een beetje kent, snapt dat hij zich niks van dat bordje aantrekt. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ook ik die col op wil, maar me ondertussen alle mogelijke zorgen maak die je je in zo'n geval kunt maken:

"Waarom zou die Col gesloten zijn, er zullen wel enorme gaten in de weg zitten die je niet op tijd ziet, zodat je zo de peilloze diepten in rijdt enzo", bijvoorbeeld.
In dit geval komt daar nog bij, dat zowel Ernst als ik enigszins genoeg hebben van de hamburgers van McDonalds, en hebben besloten dat we vanavond rond etenstijd een hotel zoeken, en daar eten (wat meteen de mogelijkheid schept wijn erbij te nemen, mmmm). Behalve dat ik onszelf afgronden in zie rijden, zie ik ook allerlei heerlijk eten voor me de mist ingaan, omdat het NU etenstijd is, en Col d'Aubisque natuurlijk uren gaat duren.

Enigszins bezwaard rij ik dus achter Ernst aan, die zoals altijd geen enkel probleem ziet. De mist is echt van het erwtensoep-type: je ziet gewoon helemaal niks.
We kruipen dus vooruit, over een smal, behoorlijk door vorst beschadigd weggetje. Inplaats van een plotseling gat in de grond, stuiten we opeens op een grot, waar we in schijnen te moeten rijden, maar waarin het aardedonker is. Je kunt niet eens *zien* of daar geen enorm gat in de grond zit; je kunt zelfs niet zien of je niet tegen de achterwand rijdt.

*Red. je kent het wel zo gat waar zomaar een Balrog uit kan springen... Brrrr....

Na drie keer diep ademhalen wagen we ons in de grot, die uiteraard een tunnel met bocht blijkt te zijn, wel met enorme gaten in het wegdek, maar toch weer niet echt van het type waar je met motor en al doorheen valt de diepten in. Behalve erg mistig, is het ook erg koud. We rijden vrijwel stapvoets. Dan komen we een slagboom tegen, en die staat omhoog! Zou alles dan toch nog goed komen?

Even later, als we naar mijn gevoel niet eens zo heel veel gestegen zijn (ik dacht dat we nog minstens 1000 meter omhoog moesten), staan we opeens op een heel bekende plek: het begin van de Col van de andere kant, waar Hans MagnaBagger zich van de winter meteen hardstikke vastreed met zijn koffers in de sneeuw!

 

Als we stoppen en elkaar bekijken, zien we de ijspegels overal hangen: ijs aan alle haartjes in onze gezichten. Op de foto al weer een beetje gesmolten).

 

Gourette, waar we van de winter een hotel hadden, blijkt zo'n wintersportplaatsje te zijn dat helemaal uitgestorven is buiten het seizoen, maar in Eaux-Bonnes , het volgende plaatsje (*de* plek om van je "rynchitis" af te komen volgens de bordjes) spot Ernst een Hotel de la Poste . Zoals gewoonlijk doe ik mijn helm af en probeer mijn haren wat op orde te brengen in de hoop dat ze niet zeggen dat ze vol zijn, en als ik naar binnen ga, zegt een heel vriendelijk oud dametje dat er niet alleen plek is, maar dat we zelfs nog kunnen eten!

Ze laat me de kamer zien (ze blijkt er later eentje te hebben uitgekozen met uitzicht op het plaatsje achter het hotel waar we de motoren mogen stallen), en ik zie meteen al dat dit het prachtigste hotel is dat ik ooit heb gezien. Het stamt zo te zien uit de jaren twintig, toen Eaux-Bonnes waarschijnlijk een bloeiend kuuroord was.
Er zijn twee verdiepingen met kamers, rond een open binnenruimte, waar beneden een niet-meer-werkende fontein staat, een biljart, en een voetbalspel: de "Salle des Jeux", in het sous-terrain.

 

Onze kamer zelf is ook helemaal jaren twintig, met prachtig bureautje en al.
De badkamer is in de jaren zestig gemoderniseerd, maar er hangen nog de oude houten haken voor de handdoeken, en er staat een oud houten toilettafeltje.

 

Die arme Ernst staat buiten nog te blauwbekken, en weet helemaal niet wat hem te wachten staat.

*Red. waarschijnlijk zullen de meesten het niet begrijpen maar ik heb een heel CFcardje volgeschoten met het Hotel, want dat zoiets zo ongeschonden door de tijd overeind is gebleven vind ik een waar mirakel, het zou zo een film kunnen zijn geweest met ons in de hoofdrol, zeker zoals de oude Dame zich over ons ontfermde, zeker bij het ontbijt... Ik stond er echt perplex van... Maar dat wordt geloof ik pas morgen vervolgd ;-þ

Hetzelfde lieve omaatje bedient ons ook tijdens het eten (ik had asperges vooraf, en Escalope de Veau als hoofdgerecht, en we hadden er een heerlijke witte wijn uit de streek bij), en ze maakt met alle gasten, inclusief ons, een praatje.

Ze is erg onder de indruk van het feit dat we via de Col d'Aubisque zijn gekomen ("mais le brouillard, c'est dangereux, c'était fermé parce que le brouillard!"), en van het feit dat we morgen richting Madrid willen. Ze kijkt goed of we wel genoeg gegeten hebben. Heerlijk, als er zo over je gemoederd wordt.

*Red. bijna zo lief als mijn reisgezel...

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: