Schaduw van motorrijder tegen oranje wand
Spookrijder in het licht van Spanje

El Rocio - Antequera

We beginnen met vogels kijken, vanuit een ander bezoekerscentrum in de Coto Doñana.

Dan steken we de hete vlakte over, vanuit Sevilla naar de bergen bij Ronda. Dat is prachtig motorrijdersgebied, en we rijden door tot Antequera.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Maandag 29-5-2000

Vandaag gaan we weer verder, zo'n beetje in de richting van Granada, want de Engelssprekende medewerker van het ministerie van Agricultuur in dat dorpje waar we vastzaten op het lemen weggetje had ons verzekerd dat naast Cordoba ook Granada heel erg de moeite waard was.

Maar eerst gaan we langs het bezoekerscentrum van de Doñana aan de noordwestkant van het park, José Antonio Valverde Cerrado Garrido, dat ons was aangeraden door de medewerkster in het centrum waar we gisteren waren.

En uiteraard halen we, voor we vertrekken, lekker een ontbijtje in ons restaurant aan de overkant.
Deze keer gaan we niet bij het raam zitten, maar buiten, op het terrasje, waar twee tafeltjes staan, waarvan één met vier stoelen, waarvan twee bezet.

Ik ga binnen dus maar even vragen of we buiten koffie en tostada's kunnen krijgen, en dat is geen enkel probleem, zegt de ober. Hij loopt met me mee naar buiten, en pakt zonder iets te vragen de twee lege stoeltjes weg bij de mensen aan het andere tafeltje.

Die beginnen, in het Engels, hevig te protesteren: ze zijn aan het wachten op twee andere Engelsen.

Een beetje mopperend haalt onze ober dan maar twee stoeltjes van binnen: hij heeft het niet zo op Engelsen, die doen zo moeilijk ;-)

*Red. Hij verving toen ook het wiite campingtafeltje door een sierlijk houten, maar toen de chef even later even kwam kijken wat de brave borst aan het doen was, moest het witte tafeltje weer onder de schakelkast, waarschijnlijk wegens brandgevaar ofzo...

 

Vertrekken na zo'n lekker ontbijt is altijd een feest, en aangezien de wegen helemaal leeg zijn, en er daardoor geen sporen zijn gemaakt, is het zand gemakkelijk te berijden. Af en toe kan ik zelfs een beetje gasgeven om het idee te krijgen dat zandrijden eigenlijk een makkie is ;-)

*Red. Als je gasgeeft *is* het een makkie, al blijft het lijken op rijden met twee lekke banden...

We moeten, volgens de erg ingewikkelde routebeschrijving die we hebben meegekregen, eerst terug naar Villamanrique de la Condesa , daar op een bepaalde manier door het dorp heen rijden, en dan met allerlei vreemde aanwijzingen via allerlei onverharde wegen die niet op mijn 1:400.000 Michelinkaart staan, zouden we uiteindelijk bij dat centrum uit moeten komen.

Villamanrique de la Condesa lukt natuurlijk prima. Ook door het dorp heen lukt, en al snel zitten we op de onverharde wegen. Geen zandwegen, maar gewoon stenig. Af en toe met enorme gaten, daar moet ik met al mijn bagage een beetje voor uitkijken, maar verder kun je er gewoon met 120 overheen stuiven.

Alleen die aanwijzingen... Gelukkig staan er hier en daar bordjes naar het centrum, maar op een gegeven moment ben ik die kwijt. Het is vreemd genoeg een wirwar van onverharde wegen hier, terwijl er nauwelijks wegen op mijn kaart staan.

Na verloop van tijd kom ik er achter dat de aanwijzing (eigenlijk in het Engels) "rechtsaf, en dan na drie bruggen links", meestal inhoudt dat die derde brug dan een brug is die je linksaf leidt. Gewoon verkeerd vertaald uit het Spaans blijkbaar. Voor ons zou er moeten staan dat je na de tweede brug linksaf een brug over moet.

De bordjes zijn verdwenen, en we hebben de verkeerde aanwijzingen opgevolgd, oftewel, we zijn verdwaald.

 

Maar zoals altijd, komt precies op dat moment de oplossing: we hebben de grens van het park bereikt (te zien aan de bordjes), en kunnen, aan de hand van het kompas van de Ixis, en de kaart waar het centrum op staat, deduceren waar we zitten, en dus waar we naar toe moeten.

En zo bereiken we alsnog het bezoekerscentrum, in deze wirwar van onverharde wegen, in het niets.
Alles waar we hebben gereden was vlak. Soms kwamen we langs moerassige stukken, soms langs weilandachtige gedeelten, en soms werd er rijst verbouwd, of aardbeien.

*Red. Ja die aardbeien, ongelooflijk hoe je dat ruikt daar, hier *proef* je de aardbeiensmaak niet eens zo intensief zoals je het daar alleen al *ruikt*, en dan krijg je zulke aardbeien te eten, en vraag je je echt af of hier in Nederland speciaal calvinistisch fruit geteeld word, met een niet te uitgesproken smaak.
Maar nog even over het verdwalen, zoals altijd bleek het weer dat als je dan denkt dat je helemaal fout zit, het allemaal reuze meevalt want we zaten alleen maar helemaal aan de andere kant van de weg waar het bezoekerscentrum aan ligt...

We kunnen ons niet voorstellen dat het hier zal sterven van de bezoekers, en we zijn inderdaad de enigen, hoewel we, als we hier weggaan (na een uur of twee) verdomd nog twee Engelsen tegenkomen.

 

Binnen in het centrum loop je eigenlijk recht af op de enorme ramen van het plafond tot de vloer aan de overkant van de ruimte, en daar meteen achter is een grote plas water, vol met eenden. Meteen de kijker erbij gehaald natuurlijk, en hier stikt het echt van de Krooneenden , en dat met het meest perfecte licht dat je je maar kunt wensen. Die snavels lijken wel van plastic, zo rood.

Ernst probeert ze op de foto te krijgen, en ik besteed eerst al mijn tijd aan de Krooneenden, want ze zijn echt prachtig, en speur dan alle aanwezige eenden af om te kijken of er misschien ook Marmereenden (Cerceta pardilla, Marbled Duck, Marmelente) tussen zitten, slanke kleine bruin-gemarmerde eendjes, die nog zeldzamer zijn.

Op een gegeven moment heb ik er eentje op het oog, maar het licht is erg slecht, en na verloop van tijd kom ik helaas toch tot de conclusie dat het wel een vrouwtje Krooneend zal zijn.

*Red. Eigenlijk zijn vogelkijkers van die PK-hongerige motorrijders, ze willen altijd een nog zeldzamere vogel gespot hebben... "ik heb lekker een Marmereend gezien, en de eieren van een Zwarte Ooievaar in mijn handen gehad"

 

We gaan even wat drinken in het café naast de uitkijkruimte, want het is erg warm. Ook in het café kun je naar buiten kijken, maar hier heb je vooral uitzicht op een stuk met veel riet.

Ik zie meteen al Kleine Zilverreigers (Garceta comun, Little Egret, Seidenreiher) rondvliegen, en dan komen er ook nog Ralreigers (Garcilla cabgrejera, Squacco Heron, Rallenreiher) bij, en Koereigers (Garcilla bueyera, Cattle Egret, Kuhreiher) , en dan komen er zelfs Zwarte Ibissen (Morito, Glossy Ibis, Braunsichler, ok, de laatste keer..) aanvliegen, die hier volgens mijn vogelboekje helemaal niet broeden!

 

Het is echt heel mooi, want hier zitten net zoveel vogels als in El Rocio, maar dan hele andere soorten. Volgens mij zijn we hier echt precies in de juiste tijd gekomen om zoveel te zien, want als je eerder komt is er nog zoveel marisma nat dat de vogels helemaal niet zo dicht aan de randen hoeven te komen, en als je later komt is er zoveel drooggevallen dat veel vogels alweer op weg zijn naar nattere gebieden.

 

Er is een fototentoonstelling over de Doñana, met foto's van de dieren die er voorkomen (onder andere dat Marmereendje), en een heel verhaal over alle menselijke activiteiten die hier altijd hebben plaatsgevonden, en waar het park ook de ruimte voor wil blijven geven.

Ernst is nog bezig alles te lezen en te bekijken, als ik al lang weer klaar ben, en dus maar weer even vogels ga kijken.

En wat zie ik, helemaal perfect uitgelicht, geen twijfel over mogelijk, precies zoals hij in mijn vogelboekje staat? Een Marmereendje!

Ik ren naar Ernst toe, "Een Marmereendje! Echt, een Marmereendje!" uitroepend, en hij komt meteen mee, om hem nog net heel eventjes te kunnen zien zitten, want zodra hij z'n camera klaar heeft vliegt het eendje er vandoor ;-) Maar ik heb hem lekker toch gezien ;-)

*Red. Pfftt.. Ik heb lekker een zwarte Ooievaar gezien, en een BSK ;-

 

Het is inmiddels alweer een uur of twee geworden. Tijd om de Doñana maar eens echt te gaan verlaten.

We gaan langs een andere weg terug, een beetje op gevoel, en proberen zo uit te komen bij Colinas, waarvandaan we verder richting Sevilla kunnen rijden.
We komen niet echt helemaal perfect uit, maar dat is geen wonder, want het volledig ongedocumenteerde off-road stuk is een kilometer of 60 lang, dus dan is het niet zo vreemd om tien kilometer westelijker dan de bedoeling weer op een asfaltweg te komen.

Het is jammer om weer op asfalt te komen, want het was heerlijk rijden, en onderweg zagen we natuurlijk ook nog weer de nodige vogels: heel erg veel Purperreigers , en een groot aantal Vale Gieren , en Dwergarenden .
Het enige nadeel hier is dat er weinig bochten zijn, maar je kunt zwerven en dwalen en zwerven en het gaat maar door.

 

*Red. Maar de bochten die er waren waren wel heel erg lekker van die mooi overzichtelijke sweepers, waar je heerlijk driftend doorheen kon, dat is wel het voordeel van Fotograferen, daarna mag je weer effe lekker blazen ;-)
En zeker door dat Naaldbomenbosreservaat zaten een aantal heerlijke bochten.

Maar goed, langzamerhand komen we weer in de bewoonde wereld, eerst nog via een asfalt-met-gaten-weggetje, maar dan op een echte flink opgeknapte gele weg.

We moeten de Guadalquivir oversteken, en op mijn kaart staat er voor Sevilla eigenlijk geen mogelijkheid, maar Ernst z'n gevoel zegt dat we dat moeten kunnen omzeilen.

Hij rijdt dan ook La Pueblo del Rio binnen, een wat grotere plaats die aan de rivier ligt. Het is warm, bloedheet eigenlijk, hier in deze vlakte.

Ik sta er eigenlijk al helemaal niet meer verbaasd van dat hij inderdaad een pont vindt, want zo gaat dat bij Ernst, maar mijn wat pessimistischere gedachten over zo'n pont klopten ook aardig, want hij is al lang uit bedrijf.

Omkeren dus. Wat niet zo makkelijk gaat, als het straatje naar het voetveer te smal is om in één keer te draaien, en naar beneden afloopt. Gelukkig helpt Ernst me door de RoadRunner achteruit omhoog te trekken, want ik kreeg het alleen bijna niet voor elkaar.

Nu ben ik echt helemaal nat van het zweet.

We rijden verder, Ernst voorop, ik er achteraan. Ernst stopt, aan de rechterkant van de weg, in de zon. Ik denk dat hij een foto wil maken, en stop daarom links, in de schaduw. Maar het blijkt dat hij wil omdraaien, want de weg loopt dood. En nu zit ik weer precies aan de verkeerde kant om lekker te kunnen keren, want de weg loopt af naar rechts :-(

Deze keer laat ik me niet helpen en het lukt, maar elke keer stilstaan of langzaam rijden voel ik weer hoe verschrikkelijk heet het is, en wil ik alleen maar rijden rijden rijden.

Uiteraard komen we weer uit in een doodlopend straatje. Ernst keert, en ik was al bezig te keren, maar dan zie ik dat hij de stoep oprijdt omdat hij aan de overkant van een grasveldje de grote weg ziet. Ja, kan ik godverdegodver zeker weer een keer keren, om die stoep op te rijden, want ik ben al te ver!

Ik krijg verschrikkelijk de pest in, geef een hengst aan het gas, en scheur met rokende banden (en rokende koppeling) terug, om ergens rechtsaf te slaan, op zoek naar de grote weg. De aanwezige Spanjaarden bekijken alles met grote ogen natuurlijk. En ik kom vast te zitten achter een sukkelende lesauto die niet door de straatjes durft omdat ze zo smal zijn!!!
AAAARRRRGGGGHHHHHH
Uiteindelijk kom ik op de grote weg aan, waar Ernst al staat te wachten.

*Red. Ja ze is een heel bedeesd en voorzichtig rijder... ;-) Maar als ze een bui heeft kun je eigenlijk beter midden in een openveld gaan zitten hurken...

Even later komt er een splitsing, waar we kunnen kiezen om verder te gaan door het centrum van Coria del Rio , of via de grote weg er omheen.

Ernst stopt, en vraagt aan me wat ik wil. Wat IK wil? Ik kan verdomme helemaal niks meer beslissen, ik ben veel te moe en warm en zweterig.
Dan blijf ik hier staan, zegt Ernst, want die wil natuurlijk niet de volgende kwaaie bui van mij op z'n geweten hebben.

En Stuurman geeft weer een ruk aan haar gas, en daar gaat die arme BMWkoppeling weer, de grote weg dan maar.
Die klere zon van Spanje ook, kunnen ze daar niet wat aan doen?

Nu kan ik een eindje doorrijden, en ik koel wat af, en krijg het zelfs voor elkaar om sorry te zeggen.

In Sevilla zie ik de brug al liggen, maar op de een of andere manier komen we er maar niet overheen (ik rij inmiddels weer voorop). Gelukkig ziet Ernst waar we heen moeten, en loodst ons over de brug, alleen neemt hij daarna de verkeerde afslag, ook al bleef ik heftig nee-schuddend zo lang mogelijk op de baan voor rechtdoor rijden.

We stoppen even, om tot de conclusie te komen dat we zo snel mogelijk pauze moeten houden en wat moeten eten en drinken, en rijden dan weer verder over de rondweg door Sevilla, en nemen de afslag naar Utrera, de A376, die ons uiteindelijk naar Ronda zal voeren.

Het blijkt een saaie weg te zijn, door een saaie (graan)vlakte, een eindeloze saaie vlakte, heet, en vrijwel onbewoond. We rijden en rijden, en pas na meer dan 60 kilometer vinden we eindelijk een café-restaurant-achtig iets langs de kant van de weg, met een beschaduwd terras.

*Red. Voor de vleesliefhebber zijn die WegrandCafé's een oase, helemaal vol met heerlijke Hammen, en allemaal Chorizo's en en en, Hmmm... Maar ook de niet vleeseters worden verrast met allerlei prachtig Moorse Oase'n met dadelpalmen en al...

We zijn nog nooit zo hard toe geweest aan een drinkpauze in de schaduw. Een liter water en vier Kas limons gaan naar binnen, en chips natuurlijk, voor het zout.

 

Ons doel voor vandaag is Antequera, en we zijn eigenlijk veel meer opgeschoten dan we hadden verwacht, want zo'n saaie weg zonder bochten rijdt natuurlijk heel erg snel.

We besluiten daarom dat we onszelf wel mogen verwennen met wat extra bergweggetjes vandaag.
Na niet al te lange tijd komen we terecht op de grote (rode, maar wel met groen streepje) weg tussen Jerez en Ronda. Die rijden we niet helemaal: we nemen de afslag naar Zahara de la Sierra, om daar een rondje in de bergen te gaan rijden over witte en gele wegen door de Sierra Margarita en de de Sierra Ubrique, om uiteindelijk weer bij Ronda uit te komen.

Het weggetje naar Zahara de la Sierra kronkelt meteen al dat het een lieve lust is, en loopt omhoog, langs een stuwmeer.
We zien Zahara de la Sierra al van verre liggen: een dorpje dat op een bijna absurde manier aan een berg zit vastgeplakt, met een kasteel helemaal bovenop. We mogen er vlak omheen rijden, en dan nemen we een weg die ons omhoog voert, weg van het stuwmeer.

 

Hier hebben we het mooiste weggetje van Europa te pakken, dat is duidelijk. Het is mooi asfalt (de Mantra zou hier ongelofelijk tot z'n recht komen), het is de ene haarspeldbocht na de andere, met duizelingwekkend mooie uitzichten van de bergen aan de andere kant van het stuwmeer, en het allermooiste is dat de weg hier op zo'n manier onder en achter en over elkaar heen loopt dat je helemaal geen idee meer hebt welke richting je uitgaat.

Je ziet boven je een stukje weg, maar om daar te komen ga je eerst helemaal aan de andere kant van de berg langs, waar je via allerlei haarspelden weer terugrijdt, en dan ben je eindelijk bij het stuk weg dat je zag. Ernst heeft er foto's van, daar is het misschien een beetje op te zien.

 

Ik heb een vreemde ervaring, op dit prachtige asfalt: het lijkt net of mijn motor enorm onderstuurt, want ik kom steeds veel meer buiten in de bocht uit dan mijn bedoeling is.
"Zal wel door al die bagage komen", denk ik, maar dat kan niet natuurlijk, want die heb ik al de hele vakantie lang er op zitten.

*Red. Hoe meer bochten ze rijdt hoe platter ze gaat, wanneer gaat ze plat ?

We komen bij een splitsing: we moeten om het Parque Natural de la Sierra Grazalema rijden, en dat kan linksom of rechtsom.

We kiezen voor rechtsom, en we moeten natuurlijk ooit nog eens terugkomen om te kijken of linksom niet nog veel mooier is ;-)

 

Het rechtsom weggetje is weer een aaneenschakeling van lekkere bochten, tot El Bosque , van waaruit een wat te drukke weg naar Ubrique leidt.

Maar daarna zitten we weer in de eenzaamheid, met bochten en bergen en bos en weitjes. Het is bocht na bocht na bocht na bocht: het houdt maar niet op. Enige minpuntje is dat rare""ondersturen" van de Roadrunner.

Uiteindelijk komen we weer op de rode weg naar Ronda, die ook door de bergen loopt, en die ook een mooi uitzicht biedt, maar die na al die smalle paadjes veel te breed is naar mijn smaak.

 

Ronda laten we helaas rechts liggen: daar moeten we een volgende keer beslist naar toe, want uit de boekjes weet ik dat het een stadje is met een kloof in het midden, dus Ronda is een van de vele redenen om hier weer terug te komen.
Maar vandaag gaan we door richting Antequera, door de Serrania de Ronda .

*Red. Is echt helemaal wat voor iemand met hoogtevrees, want het Parador hangt precies aan de rand van die Canyon...

 

De weg is geel, en heerlijk. De bergen hier zijn denk ik het mooiste van wat ik tot nu toe heb gezien. Heel anders dan de bergen aan de andere kant van Ronda, waar de wegen zo fantastisch kronkelden: hier is alles glooiiender, zodat de bochten langer zijn, en de uitzichten verder.

Er is hier ook nauwelijks bos, maar daardoor heb je de gelegenheid om vooral de rotsen goed te zien. Die zijn hier elk moment anders: dan weer grijs met groeven in de lengte, en bijna afgerond; dan weer bruin, en bijna stekelig, met overal grotten en gaten, dan weer rood, dan weer geel, steeds verschillend van structuur. Je rijdt zo'n heerlijk lange bocht om (de snelheden liggen lekker hoog hier), en bent elke keer benieuwd naar het volgende schouwspel. Echt adembenemend.

*Red. En iedere keer neemt ze de bochten weer helemaal ouwerwets in vijf of zes stukken, zou de reis toch teveel zijn voor het kleine meisje ???

 

We boffen dat we dit nog voor het donker rijden! Het begint te schemeren als we de rivier de Guadalhor oversteken, bij Pizarra, om van daaruit naar het noorden te rijden, naar Antequera.

Na Pizarra passeren we eerst een aantal dorpjes, en als we zo'n dorpje uit zijn, zie ik links van me, op de telefoondraad, drie Steenuiltjes zitten.

Ik wijs naar de derde, om Ernst er op opmerkzaam te maken, wat ik altijd doe als ik vogels zie, maar in tegenstelling tot alle andere vogels die ik zo op de draden heb aangewezen, heeft dit uiltje in de gaten dat ik naar hem wijs!
Hij tuimelt bijna van z'n draadje af: je ziet hem echt helemaal schrikken. Maar hij vliegt niet op. Je ziet z'n kopje helemaal met me meedraaien, en blijkbaar heeft hij geconcludeerd dat ik niet gevaarlijk ben.

Ik laat Ernst even tot naast me op rijden, en vraag dan enthousiast of hij dat uiltje ook heeft gezien.
"Dacht je nou echt dat ik op uiltjes ga letten als ik bijna over een hond ben gereden?", snauwt hij !
Shit!!! Even terug, op een brug, stond er inderdaad een hond naast de weg. Die is dus blijkbaar na mij overgestoken, en bijna onder Ernst z'n wielen terecht gekomen.

*Red. Stom beest blijft eerst netjes zitten maar precies als ik eraan kom, steekt ie over naar zijn bazin, ziet me dan aankomen, en draait terug, maar nee toch weer naar de bazin, ik rem wat ik remmen kan en kom met rokende voorband tot bijna stilstand om hem net aan te raken waarna ie met een duf sprongetje weer aan de linkerkant van de brug op het stoepje terechtkomt helemaal bibberend van de schrik, en de Bazin helemaal over de rooie, terwijl ik er nou juist niet overheen ben gereden.

Het is nu echt donker. De weg kronkelt en kronkelt: we kunnen aan alles merken dat dit een prachtweg is, en later lees ik in de boekjes dat we door een spectaculair landschap zijn gereden, met bizarre rotsformaties. Dat moeten we dus maar een keertje overdoen in het licht!

Het is laat, en we zijn moe. Als we even stilstaan om een mars te eten en wat te drinken, hoor ik een Nachtegaal zingen. Dan is de schemer echt helemaal afgelopen, want die zingen echt het liefst in de nacht.

In Antequera volgen we de langzamerhand bekende bordjes met Parador.

Er blijkt een kermis naast het hotel te zijn, met flink veel lawaai, dat op onze kamer ook nog is te horen. En dit parador is niet in een mooi oud gebouw, maar helemaal gloednieuw.

Maar het pluspunt is dat ze erg aardig zijn (in Spanje hebben we trouwens nooit last gehad van vervelend doen omdat we er zo smerig en zweterig en als motorrijders uitzien, ook niet in deze voor Spaanse begrippen toch dure hotels), en vooral dat we nog eten mogen bestellen ook al is het restaurant eigenlijk al zo'n beetje dicht (het is al 11 uur geweest).

De Gazpacho is heerlijk, en als we naar onze kamer teruggaan is de kermis ook verstomd. Om te gaan slapen hebben we de keuze uit twee medium sized bedden, plus nog een smalle. Een medium wordt het dus. Slapen!!!

*Red. En we mogen dit keer de motoren op de speciale motorparkeerplaats zetten... De beste man interpreteerde de strepen van een verdrijvingsvlakje op de parkeerplaats als motorparkeerplaats omdat iemand zijn Piaggio netjes in zo'n "vakje" had gezet, en hij helpt Syl zo hard met duwen dat ze bijna tegen een luxe BMWcabriolet aanlazert ..

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: