Slingerende weg
Bijna in de Pyreneeën

Coussac-Bonneval - tussen Tolosa en Azpeitia

Vandaag komen we door Frans Baskenland, rijden de Pyreneeën over, en bereiken Spaans Baskenland.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Vrijdag 1-8-2003

We staan op met een knalblauwe hemel en een flink brandende zon.

 

We doen voor- achter- en bovenkant van de tent open.

 

Je hebt hier echt een prachtig grote plek voor tenten en motoren.

 

Inpakken in de brandende zon.

 

Er is een auto langsgekomen met iemand die de douches en wc's heeft schoongemaakt, er wordt vuilnis opgehaald, maar er is nog steeds niemand om aan te betalen.

We moeten hier nog maar een keertje langs, en dan voor twee nachten betalen!

 

Over kleine weggetjes met kleine bochtjes naar st Yrieix-la-Perche , dan de D704 naar Lanouaille , en de D705 en de N21 naar Périgueux .

 

Het volgende stadje heeft de vreemde naam Excideuil .

 

Het is hier flink heuvelachtig geworden, en het landschap bestaat uit kleine akkertjes en weilanden met stukjes bos ertussen. Hier en daar boerderijen en dorpen met oude huizen en veel bloemen, hier en daar een beekje, soms een enorm kasteel.

We zitten in de Dordogne, en ik kan me goed voorstellen waarom dat de eerste plek in Frankrijk was waar Nederlanders een tweede huisje wilden kopen toen de streek leegliep.

 

Bij Périgueux eten in een McD, waar ik eigenlijk helemaal geen trek in heb, en waar we een uur in de rij moeten staan.

Maar wanneer we verderrijden hebben we nog even zicht op de kathdraal van Périgueux, de cathédrale neobyzantine Saint Front

 

De N21 naar Bergerac is redelijk druk (hier op de foto even niet), maar inhalen maakt het eigenlijk extra leuk. De D933 naar Marmande is vooral in het begin lekker bochtig.

 

Na Marmande begint de ellende.
Eén lange rechte weg, via Casteljaloux en Mont-de-Marsan tot Orthez.

 

Gelukkig vinden we onderweg een terrasje om wat te drinken (het is echt verschrikkelijk heet), en om even bij te komen van het lange rechtuit rijden.

 

Eindeloos recht, eindeloos saai (vooral tussen Casteljaloux en Mont de Marsan door het bos), helemaal verschrikkelijk. Geen kont meer over.

Ik wil naar st Jean Pied de Port, vanuit Orthez , maar heb geen zin meer in dit soort wegen. Op de kaart vind ik een wegnummer, de D947, en een naam, Navarreux, om leuker terecht te komen, maar in Orthez zijn geen aanwijzingen te vinden hoe daar te komen, en ik dwaal door het centrum tot ik zie dat we weer in de richting van Mont de Marsan rijden. Snel terug!

Het is heet, en we moeten steeds stoppen om op de kaart en de borden te kijken, of gewoon voor een stoplicht. Wat kan Frankrijk hopeloos zijn.

 

Door een wonder, het kan niet anders, rijden we opeens toch echt op de D947,

 

en na een eerste stuk rechtuit met veel op-en-neer

 

en nog meer op en neer,

 

dan de allereerste flauwe bocht,

 

nog meer op en neer,

 

zien we voor het eerst de Pyreneeën.

 

En dan verschijnen de bochten van de uitlopers van de Pyreneeën.

 

En dan houden de bochten niet meer op.

 

Als er even een stukje rechte weg tussen zit staat daar wel weer een bord dat aankondigt dat er weer bochten aankomen.

 

En dan zijn er weer bochten. En wat zijn we ongelofelijk blij na dat ongelofelijk lange saaie stuk Frankrijk met lange saaie rechte wegen!

 

En de bochten gaan maar door...

 

We komen zelfs nog een stukje gravel tegen ter afwisseling.

 

De Pyreneeën komen steeds dichterbij.

 

Ze komen vaker in zicht doordat ze nu overal bovenuit steken.

En rijden we omhoog de Pyreneeën in!

Een stukje in de richting van Oloron ste Marie, en dan de D25 naar Mauléon Licharre .

 

We zitten hier in Frans Baskenland.

 

Dorpspleinen met bomen die schaduw geven, met witgeschilderde stammen.

 

We rijden door boerendorpen. Veeel grote schuren.

 

En grote kubusvormige huizen (van plm 20 x 20 meter en 3 verdiepingen hoog) met rood pannendak. De muren van onregelmatige stenen, met rechthoekige stenen op de hoeken en bij wijze van kozijnen bij ramen en deuren. De onregelmatige stenen worden wit bepleisterd; de rechthoekige blijven in zicht. Houtwerk rood of groen.

 

En steeds weer die bergen.

 

Iets drinken in Mauléon-Licharre. Een groot rechthoekig plein, zanderig in het midden, parkeerplaatsen er omheen.
Aan de overkant van onze bar de mairie in gele steen.
Vreemde muziek uit de luidsprekers, een soort kruising tussen doedelzakmuziek en de plaatselijke fanfare. Even later Manu Chao, en dan weer de Macarena.

 

We zijn nu uitgerust en opgefrist, en de wegen hier in de Pyreneeën (want daar zijn we nu toch eigenlijk zo langzamerhand wel in terecht gekomen) zijn heerlijk.

 

Door naar st Jean Pied de Port . De D198 laat enorme vergezichten zien, de dalen in. Je kronkelt hier door sappig grasland met wat bomen hier en daar ter stoffering, koeien,

 

en natuurlijk Baskische huizen. Een heel erg mooi weggetje.

 

Dan de D933 naar St Jean Pied de Port, die met scheurbochten omhoog loopt, en nog even een laatste stukje recht geeft: dat zullen we vanaf nu niet meer tegenkomen tenslotte.

In st Jean Pied de Port zoeken we naar de D15, maar als je weet dat die naar de pas van Izpegui (of Ispeguy) loopt is dat geen probleem.
Overal bordjes van de weg naar Santiago de Compostella hier (in Nevers trouwens ook al!).

 

Na st Etienne de Baigorry wordt het een geheel uit haarspelden en andere bochten bestaande weg. Deze pas is verre van hoog (672 m), maar heel erg mooi om te rijden.
Je bent al snel het bos uit en rijdt dan in met gras begroeide bergen. Verre uitzichten.

 

Na een blinde bocht opeens een paar paarden op de weg, van belletjes voorzien. Een camper die maar net op tijd kan stoppen.

 

Af en toe stoppen we, om terug te kijken. Op het eerste gebouwtje dat we zien staat met enorme letters "ETA" geschreven.

 

Bovenop de pas is de grensovergang. Geen hokje meer van de douane, maar we zijn wel in Spanje.

Je rijdt hier met grote sprongen naar beneden, steil dus, heen en weer, heen en weer, en dan rijd je weer in het bos.

De N121b via Elizondo en Irurita naar Oronoz , waar de borden me in de war brengen omdat je zo naar Iruna/Pamplona kunt terwijl er een kortere route is.
De weg is redelijk druk daardoor, maar je kunt hier en daar inhalen en de bochten zijn heerlijk.

Een stukje rode N121a naar het noorden, tot Doneztebe, en dan begint een aaneenschakeling van de mooiste wegen.
Het is hier heel lastig om de weg te vinden: er bestaan veel meer plaatsen en weggetjes dan op de Michelin 1:400.000 staan, en de namen liggen erg slecht in het gehoor en zijn dus moeilijk te onthouden.

Deze route rijden we nu alweer voor de derde keer (voor een deel althans), en sommige namen ken ik langzamerhand toch uit mijn hoofd.

In Doneztebe heb je de keuze om op twee manieren naar de Puerto de Usatequieta te rijden: via de N170, geel op de Michelinkaart, zonder groen randje, of ten zuiden daarvan, over de veel kronkeligere NA 4041, wit op de Michelinkaart, en voorzien van een groen randje.

De vorige twee keer was ik van plan om het witte weggetje te nemen en mislukte dat. Nu weet ik precies hoe ik daar moet komen, en ook deze keer heb ik de route langs het witte weggetje getekend, maar ben ik te moe: voor de derde keer nemen we de gele weg.

In Doneztebe een brommertje dat ons inhaalt. Helaas voor hem rij ik binnen de bebouwde kom heel rustig: dat ben ik nou eenmaal gewend om in Spanje te doen. Het brommertje scheurt het bos is, en even verder komen we hem tegen als hij aan het keren is, teleurgesteld dat we niet meespeelden.

Waarom deze weg geen groen randje heeft is me een raadsel. Je rijdt door een sappig bos in de bergen, de ene prachtbocht na de andere. Het houdt niet op, het is een superweg.
Links van je af en toe zicht op een woest riviertje, net zo bruisend als de weg waar je op rijdt.

 

Voor ons rijdt op een gegeven moment een Fransman met caravan, met een gewone auto daarachter, ook Frans.

 

Ik heb nog nooit een auto met caravan zo fantastisch door de bochten zien rijden. We blijven er een poosje achter rijden, en als we er langs kunnen en daartoe aanstalten maken gaan ze allebei opzij en houden in. Thumbs up!

De Basken hier houden van scheuren. Op precies dezelfde plaats als we ooit remsporen rechtdoor tegen een omgereden boom zagen gaan (daarachter in de diepte de rivier), zien we nu weer remsporen.

Elke tegenligger scheurt door de bochten.
Nadat het witte weggetje erbij is gekomen klimt de weg langzaam omhoog en worden de uitzichten weidser. Hier en daar een Baskisch huis. De bovenste verdieping is soms vakwerk. Schuren zijn altijd in vakwerk, dat is blijkbaar de tweede-keuze constructie hier.

Bovenop de Puerto de Usatequiata (695m, maar veel minder "pas-achtig" dan de Izpequi, vooral omdat hier bomen groeien en je er geleidelijk bent gekomen) staat een hotel.
Het is kwart over 9. Ik ga naar een kamer vragen; een kamer voor 3 kost 78 euro, en het hotel ziet er niet echt aanlokkelijk uit. Toch maar niet.

 

Afdalen naar Leitza, met van die hele overzichtelijke haarspelden de linkerkant op; de rechterkant om de berg heen.
In Leitza de borden naar Tolosa volgen, en de NA1320 en de GI2130 daarna zijn ook al zo fantastisch qua bochten.

Heel vreemd: je rijdt door sappige bergweides, langs woeste riviertjes, door mysterieuze bossen, en dan zie je om de hoek opeens een fabriek. Dit is het meest geÏndustrialiseerde gedeelte van Spanje, en dat merk je op deze manier.

 

Als we in Tolosa aankomen is het al donker.
We zijn hier al twee keer verdwaald: er zijn geen borden, maar we weten deze derde keer hoe we verder moeten.

We rijden langs het grand café waar we ooit met Steffen, Pernette en Hans hebben uitgerust, en dan rijden we de stad uit langs desolate flatgebouwen en febrieken, de GI2634 richting Azpeitia .
De weg is alweer even mooi; het lijkt bijna alsof de wegenbouwers er hier elke keer weer hun best op doen om de beste motorweg ter wereld aan te leggen.

Maar ik ben moe, en langzamerhand begint Baskenland onvriendelijk aan te doen: nergens een camping, nergens een hotel, en we zijn zelfs nauwelijks restaurantjes tegengekomen.

De mooiste wegen ter wereld maar geen plek om te slapen.
Mijn tempo wordt trager: ik kan niet meer.

Net als ik op mijn gloomiest ben zie ik een groot huis met verlicht terras vol mensen, en een groot bord met Restaurante Taberna (en een paar Baskische woorden).

En als ik gestopt ben zie ik zelfs ook een klein bordje met Habitaciones. We kunnen hier slapen!

 

We zetten de motoren neer, ik ga vragen of er plek is, en we krijgen een kamer voor ons drieën voor wel 24 euro.
Twee trappen op, een gang door met foto's van de oude baas en zijn vrouw, naar een kamer met twee bedden; de ene ietsje breder dan de andere. Ik vind alles prima.

We brengen de bagage naar boven (nou ja, vooral Ernst), en gaan buiten zitten aan één van de lange tafels.
Het is 11 uur, en we kunnen nog te eten krijgen. Hoera voor Spanje.

 

Lekkere grote glazen bier, een chuleto, een fileto en een escalope, brood, lekker in de olijfolie zwemmende salade, een halve fles lekkere witte wijn, ja, het leven is goed.

 

De bazin komt vertellen dat ze ook een kamer heeft met drie camas (bedden), dat is mejor (beter).
Daar ben ik het mee eens, en zo krijgen we na het eten een andere kamer, met 3 bedden, allemaal verschillend van afmetingen en ook hoogte.

Uitgeput! Slapen!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: