Water dat wit schuimend op rotsen spat
Een hele rustige golf van Biskaje

Bilbao - Puente de la Reine de Jaca

We vertrekken uit Bilbao, en komen na wat zoekwerk in Getxo terecht. De weg langs de Golf van Biskaje is fantastisch.

Als we door Pamplona rijden is het alweer donker.

Een eind verder naar het oosten, na tevergeefs een camping gezocht te hebben, vinden we een hotelletje, in Puente de la Reine de Jaca.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Dinsdag 4-1-2000

Voor we inpakken kijken we nog éénmaal uit ons hotelraam uit over Bilbao.

Er wordt een stoep gelegd, langs het water, naar het Guggenheim. Het gaat met een ongelofelijke hoeveelheid geduld, en gevoel voor detail.

Om een uur of twaalf is iedereen gepakt en gezakt (wat een raar woord eigenlijk).

Er was nog wat gezeik met een over-gehoorzame Bask die vond dat wij de motoren niet voor de parkeergarage mochten neerzetten, en Steffen en Ernst namen de schone taak op zich deze man wat burgerlijke ongehoorzaamheid te leren, wat niet mocht baten. Ze hadden de RoadRunner daarvoor gebruikt, dus wie mocht dat loodzware kloteding met bepakking en bezakking (oh, dat zijn natuurlijk die Ortliebs) achteruit duwen? Jaja...

 

Maar toen Hans en ik met z'n tweeën de motoren stonden te bewaken omdat de rest nog van alles moest doen, kwam er een aardige Bask de BaggerMagna en de R3B bewonderen, en met handgebaren wist hij duidelijk te maken dat hij zeker wist dat ze allebei tegen loodrechte rotswanden konden klimmen, dus die maakte alles weer goed ;-)

We beginnen onze reis naar huis met naar het noord-westen te rijden, naar Getxo, de havenplaats van Bilbao, om van daaruit langs de Atlantische kust te rijden.

Ernst en ik hebben een stukje daarvan deze zomer ook gereden, met Pieter achterop. Ons doel was toen Donostia, San Sebastian, wat volgens de boekjes een prachtige badplaats moest zijn, maar wat in de praktijk een aaneenschakeling van hotels bleek te zijn.

Getxo (spreek uit "Getsjo", de "x" staat voor een "sj" in het Baskisch) is een veel en veel leukere badplaats, met mooie huizen van rijke Bilbaoers uit vroeger tijden.

 

Vanaf Getxo is het even zoeken naar het kleine witte weggetje dat ik op het oog heb, maar het duurt niet lang voor we de Atlantische Oceaan in beeld krijgen.

Het is meteen een prachtig beeld: een baai, met rotsen aan twee kanten. Er loopt een Witte Zilverreiger de vloedlijn af te schuimen, en de golven spatten voor onze ogen op in enorme schuimkoppen.

Er is niet echt heel veel wind, maar toch blaast die bij de schuimkoppen wat verder in zee hele nevels omhoog, en als daar dan precies de zon achter schijnt krijg je een pracht van een regenboog.

Ernst maakt een paar honderd foto's, en dan rijden we verder. We rijden over een heerlijk bochtig weggetje, met uitzicht op de Oceaan, en af en toe de lucht van Eucalyptus, want daar bestaat het bos uit waar we af en toe doorheen rijden.

 

In Bermeo is een cafétje, waar we ons laven en eh, hoe noem je dat? spijzen?, en daarna moeten we (nee, mogen we) een grote omweg maken langs een rivier, tot de eerste brug landinwaarts.

Als we vervolgens weer aan de kust uitkomen, zijn we op het stuk aangeland dat we van de zomer hebben gereden. Toen was de weg helemaal vol, inclusief caravanrijders die de boel natuurlijk helemaal ophouden.

Maar nu!!! Dit is een weg waar je de ene bocht na de andere rijdt, op mijn favoriete soort asfalt vol hobbels en kuilen.

De weg is smal, het uitzicht grandioos.

Soms heb je dat, dat het is alsof je de weg helemaal aanvoelt, en er bijna geen verschil meer is tussen de motor en jou. Dat heb ik nu, op deze overheerlijke weg!

Op geen enkel punt dat gevoel van "shit, een knijpende bocht, remmen", of "godverdomme Stuurman, die had je twee keer zo hard ingekund", enzo. Alles gaat helemaal lekker, en de BMW spint er bijna van.

In een rechterbocht kom ik een tegenligger tegen die zich geheel op mijn weghelft bevindt. Hij schrikt zich een ongeluk, en gooit zijn stuur naar rechts. Ik schuif een stukje op, en achteraf blijkt hij mijn koffer geschampt te hebben, maar ik schrik er niet eens van, en het ritme van de weg is ook niet verstoord!

Nog mooier is eigenlijk die arme voetganger, die, ook alweer in een bocht naar rechts, nogal midden op onze kant van de weg liep. Ik kom er aanrijden, hij schrikt zich een ongeluk, springt voor me opzij terwijl ik om hem heen stuur, gaat weer terug naar links, springt opzij voor Ernst, en herhaalt dat ook nog eens voor Hans en dan voor Steffen ;-)

Kilometers en kilometers duurt dit aardse paradijs, en dan wordt het een rode weg.

 

Veel te breed voor het paradijs, maar nog steeds het uitzicht, en nog steeds mooie bochten, hier zelfs af en toe met water dat van diep beneden via de branding over de weg gegooid wordt.

Vlak voor San Sebastian verandert de weg in semi-snelweg, en dan is het echte mooie deel afgelopen.

Voor een tussendoor plasstop steken we met heel veel moeite de weg over (het is hier heel erg druk), waar een hotel-restaurant-benzinepomp is. Dan maar meteen een broodje eten, en dan maar meteen tanken.

Deze plek kennen we: van de zomer kwamen we uit de Picos, hebben in San Sebastian het lunapark opgezocht (véél minder mooi dan dat van Barcelona), maar we konden nergens een plek vinden om te slapen. Toen we hierlangs kwamen, konden we ons niet voorstellen dat iemand hier zou willen slapen, in dit verschrikkelijk lelijke hotel op deze verschrikkelijke plek.

Maar het was vol! Toen zijn we van hieruit doorgereden, zo snel mogelijk kleine weggetjes opzoekend, en hebben we pas om een uur of 3 's nachts de tent op een camping bij iemand anders z'n plekje erbij gezet. Alles wat we daartussen tegenkwamen zat zo hutjemutje vol dat zelfs dat onmogelijk was. Een vervelende plek dus...

 

Een klein stukje verder gaan we rechts af, richting Pamplona. Helaas is het in de tijd dat we binnen zaten helemaal donker geworden.

De weg naar Pamplona is druk, en als we de borden Pamplona tegenkomen weet ik niet welke richting we verder ook alweer moesten hebben, dus rij ik maar het centrum in.

Ik ben een beetje op. Zo'n paradijs-weg waar alles perfect gaat, vergt alles van je concentratie. En dan heb ik eigenlijk helemaal geen zin meer in de concentratie van in het donker met dat bekraste vizier al die vrachtwagens voorbij proberen te komen. Dus Ernst gaat voorop rijden.

We waren eigenlijk van plan vanuit Pamplona een gele weg te volgen naar het oosten, en dan van daaruit omhoog te steken, de Pyreneeën in. Daar liggen zo te zien wel campings, en dan kunnen we morgenochtend meteen beginnen aan onze pas naar Frankrijk (waarvan we moeten bekijken of die wel open is).

Omdat we nu tijd zat hebben hoeven we nu niet meer in hotels te overnachten: we willen kamperen!

In het donker lijkt dat toch een minder goed plan: die gele weg bestaat uit allerlei aan elkaar geregen stukjes weg, zodat je voortdurend op de kaart moet kijken.

 

Ongeveer paralel aan die gele wegen, iets zuidelijker, ligt een rode weg, de N240, die langs een meer komt. Daar zullen ongetwijfeld campings zijn, en die rode weg is veel makkelijker te volgen in het donker. Doen dus.

Het eerste stuk is recht en saai, maar uiteindelijk wordt het een mooie bochtige weg. Het mist weer een poosje, en als het opklaart is het eigenlijk een hele mooie weg om in het donker te rijden ;-)

Helaas, de campings zijn erg schaars. We komen er welgeteld één tegen, en die is hermetisch afgesloten, met hek, en voor de zekerheid een blaffende hond daarachter.

We kunnen wel op de bonnefooi naar het noorden gaan rijden, de bergen in, maar de kans is groot dat we alle campings in deze staat zullen aantreffen. Bovendien beginnen we een beetje een benzineprobleem te krijgen.

Op borden hebben we gezien dat Jaca nog een kilometer of 30 is. Dat moet makkelijk te halen zijn. We besluiten daarheen te rijden, als we dan een camping vinden onderweg is dat prachtig; anders zoeken we toch weer een hotelletje.

 

Voor Jaca, in Puente de la Reine de Jaca (ja, er zijn meer mooie namen op deze wereld) zien we een hotelletje, Hotel Anaya. Doen? Doen.

De motoren mogen met z'n allen onder een afdakje, en in de ruimte van de bar (wat later tegelijkertijd de leefruimte van de hotelfamilie blijkt te zijn) is de open haard aan!

Grote glazen bier bij de open haard, als je helemaal moe en voldaan bent van het motorrijden, met die herinneringen aan die echt allermooiste weg ter wereld, waar je ook nog eens helemaal gereden hebt op een manier dat het helemaal goed voelt, bestaat er iets mooiers?

En dan hebben we ook nog het vooruitzicht van morgen de Pyreneeën in!!!

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: