Groentemarkt, gezien van boven
Uitzicht uit het hotelraam

Figeac - huis

Ontbijten in de bar beneden het hotel. Besneeuwde passen rijden in de Cantal, waarvan sommige dicht.

Vlak voor Clermont-Ferrand scheiden onze wegen, en rijden Ernst en ik naar huis, waarbij we tenslotte de Roadrunner nog moederziel alleen achter moeten laten.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Zaterdag 8-1-2000

Deze keer had ik gevraagd of we om 8 uur gewekt konden worden. Ernst en ik hadden het plan bedacht om van hier uit in één keer door te rijden: dan zouden we de hele zondag kunnen uitslapen, en maandag weer fris zijn. Anders zou het zondagavond laat worden, en zou ik maandag nooit weer meteen op de been kunnen zijn.

Helaas betekende dat splitsen, want voor de andere drie was dat teveel van het goede :-(

Vandaag hadden we eerst de markt als kadootje, een prachtig gezicht, met bijbehorend geroezemoes, van boven! Daarna kregen we overheerlijke koffie en heeeeele verse croissantjes als ontbijt, van onze barman/hotelier.

De bar zat al vol met koffiedrinkende klanten. Het mooiste was nog dat sommigen brood bij zich hadden, dat vond de waard blijkbaar geen enkel probleem, dat ze dat hier binnen opaten aan zijn tafeltjes.

Het is dus echt het café voor de marktkooplui, waar we zijn aangeland. `

De garage wordt voor ons opengemaakt, en dan gaan we binnendoor naar Clermont-Ferrand, om nog even van de Cantal te genieten, en dan komt het moment van afscheid. Steffen moet in Clermont- Ferrand een nieuwe voorband zoeken, want die band had eigenlijk aan het begin van de vakantie al veel te weinig profiel, en hij blijft nu telkens achter omdat hij eigenlijk met een natte weg nauwelijks meer een bocht kan nemen.

Vandaag neemt Ernst de leiding, want we rijden nu niet op de kaart, maar gewoon op gevoel in de richting van Clermont-Ferrand. Eerst nog even over de grote weg naar Aurillac (is op de kaart een gele weg met groene rand, maar hij is zo "verbeterd" dat er eigenlijk geen zak meer aan is).

 

Van daaruit gaan we via witte weggetjes en weggetjes die helemaal niet op de kaart staan (en natuurlijk overheerlijk zijn om over te rijden: smal, gaten, grind, dus grip zat met sneeuw) richting Col de Peyrol, bij de Puy Marie .

 

En ja hoor, daar komen we alweer een bordje Col Fermé tegen ;-) Ook deze blijkt terecht gesloten te zijn: we komen er met geen mogelijkheid doorheen, zelfs lopend nauwelijks.

 

Een eindje terug konden we afslaan richting Col du Perthus, en die is volgens een bordje "Difficile", open dus! Helaas hebben we niet kunnen ontdekken wat er difficile aan was.

We zitten hier midden in de Cantal, vol niet meer werkende vulkanen. Je rijdt af en toe door bos, dan weer langs kale hellingen, alles ziet er woest en mooi en verlaten uit.

 

De RoadRunner heeft het erg moeilijk: als hij sterk omhoog moet trekken en boven de 4000 toeren komt begint hij te stotteren. Daar had ik al een paar keer last van bij inhalen, wat heel erg vervelend was: schakel je terug, omdat je er echt snel voorbij moet, gaat hij inhouden, en moet je opschakelen (max trekkracht ligt bij 5200 toeren...) om toch langs die vrachtwagen te kunnen en niet tegen die voorligger op te knallen...
En dan weet je ook nog eens dat Ernst ook achter je zit, en er natuurlijk helemaal niet op rekent dat je opeens niet meer kunt optrekken.

Hier moet ik dus opeens heel veel schakelen om hem niet al te veel dwars te zitten, maar hij komt omhoog. Ik red nog het leven van een kip (nou ja, het was veel makkelijker geweest gewoon over hem heen te rijden) en geniet van de leegte.

Tenslotte komen we op de N122 terecht, die we een stukje omhoog volgen (eten in le Lioran, erg taai vlees), waarna we weer een wit weggetje omhoog nemen, om zo'n beetje door te steken naar Clermont-Ferrand.

 

We tanken, en als Pernette geen wc kan vinden en er dus bij het eerstvolgende café/restaurant gestopt moet worden, besluiten Ernst en ik verder te gaan: wij willen graag deze dag thuiskomen, zodat we zondag lekker kunnen luieren voordat we weer van alles moeten.

Als we samen verder rijden moet ik mijn best doen me geen zorgen te maken ("Zouden ze wel weten dat het zaterdag is, en de winkels dus vroeg dicht gaan (het is dan al 3 uur en we zijn nog minstens 60 km langs kronkelweggetjes van Clermont-Ferrand verwijderd) en dat de winkels zondag sowieso dicht zijn, en dat het misschien nog niet zo makkelijk is zo snel een motorboer te vinden?").

Ze hebben het achteraf gezien ongelofelijk mooi op een presenteerblaadje aangereikt gekregen, die drie ;-)

Wij gaan in een grote boog om Clermont-Ferrand heen, en rijden nog flink verkeerd, en vanaf dat moment is het:

rijden rijden rijden, door mist en donker en regen, af en toe een McDonalds, af en toe door een mooie of bijzondere stad, tot de RoadRunner in België steeds moeilijker gaat doen: ik kan al lang niet meer inhalen (tenzij ik heel erg lang de tijd heb), maar nu begint hij ook bij niet- optrekken, en lagere snelheden te hakkelen en in te houden. Een aantal maal stoppen we en prutst Ernst aan contactjes, maar niks helpt. Het kost vele uren.

En dan tenslotte de beslissing om hem achter te laten, en alles over te pakken, en met twee Ortliebs, twee tanktassen, een rugzak, en twee personen op het eenpersoons Guzzizadel door te rijden naar Delft. Jezus, wat zit dat klereding klote.

En dan natuurlijk telkens die gedachte die door je hoofd flits, dat die drie sukkeltjes vast te laat zijn voor een nieuwe band, en als dat maar allemaal goed is gegaan... Beter dan bij ons ;-)

Die goeie Roland heeft vlak daarna samen met ons de arme Roadrunner opgehaald. Hij bleek een enorme hoeveelheid water en troep in de tank te hebben, en dat werd merkbaarder naarmate de tank leger was. Waarom zijn die Belgische tankstations ook niet gewoon 's nachts open...

 

© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: