Een weg, volledig met ijs en sneeuw bedekt
Het (lange) gesloten gedeelte van de col d'Aubisque

Gourette - Barèges

We dwalen door de Pyreneeën, waarbij onze route medebepaald wordt door passen die gesloten zijn.

Veel sneeuw vandaag, en tenslotte zetten we onze tent op, hoog in de bergen.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

Donderdag 6-1-2000

Om 1/2 11 werden we wakker gemaakt door Hans, uiteraard na heerlijk geslapen te hebben na onze nachtelijke wandeling.

Geen ontbijt deze keer: meteen inpakken, en dan koffie drinken tot de rest ook klaar is. Eén uur vertrek.

We hebben bedacht dat we toch even gaan kijken of we niet door kunnen. Het punt waar de Col d'Aubisque is afgesloten is namelijk het hoogste punt. Als we alleen maar een paar honderd meter omlaag moeten is het misschien te doen.

We zitten hier als het ware bijna in de rechterbenedenhoek van een rechthoek, met de weg naar de Col d'Aubisque als onderste lijn (loopt nog een paar kilometer verder);
de saaie weg door het dal als de linkerzijde;
een dwarsweg noordelijker als bovenkant;
en dan weer een weg terug naar het zuiden als rechterzijde.

Onze weg gaat, na die rechterzijde ontmoet te hebben, verder, en daar willen we naar toe.

Het zou dus heel gemakkelijk zijn als we gewoon doorkonden, ook al omdat de rechthoek niet echt een rechthoek is: de bovenzijde loopt flink schuin omhoog, zodat de rechterzijde heel lang is.

Gisteren reed ik omhoog met Pernette achterop, wat me het mooie gevoel gaf over de RoadRunner dat die toch altijd alles maar zonder enig mankeren trekt; vandaag rij ik zonder achteropzitter, en kan ik nog extra genieten van de bochtjes die ik alweer ken.

Bovengekomen ga ik eerst maar even vragen in de Refugio. Volgens de jongen daarbinnen is het absoluut onmogelijk: er zijn lawines geweest, en daarom hebben ze een deel van de weg gebruikt voor de piste.

 

Er worden flink uitgebreid foto's gemaakt van het wijdse sneeuw-uitzicht, en ik mag nog even genieten van een Sneeuwvinkje.

Ik was trouwens gisteren helemaal vergeten te vertellen dat we vrijwel geen verkeer tegenkomen, nergens (behalve op de saaie rechte weg), dat maakt alles nog mooier!

 

Maar goed, we gaan dus terug. Tot Laruns beslist geen straf, en het stukje van Laruns tot boven is eigenlijk zo over.

We slaan rechtsaf in Louvie-Juzon , en uiteraard is het weer een prachtig weggetje door besneeuwde bossen ;-).

De grote verrassing is de lange rechterzijde, van Asson tot de Col de Soulor, door de Vallée d'Ouzoum, tot vlak na de Col d'Aubisque: een heel smal weggetje, langs de Ouzoum, dat op een groot aantal plekken in tweeën wordt gesplitst: één voor elke richting.

Het vreemde is dat je in bochten toch nog steeds voorzichtig bent ivm tegenliggers om de bocht, die er helemaal niet kunnen zijn.

We rijden over oude bruggetjes, en overal staan oude boerderijen, sommige gewoon op z'n Frans bijgehouden (dat wil zeggen dat het totaal niet uitmaakt hoe schoon en netjes het er uit ziet, als alles het maar doet), sommige vervallen.

Hier zou ik echt elk huis zo willen hebben, om te gaan wonen en motorrijders bij te laten komen van hun drukke bestaan in Nederland. Gewoon een willekeurig huis uitzoeken en klaar!

Je kunt aan de enorme korstmossen zien dat het hier ook echt schoon is. Ik hoop dat dit weggetje altijd zo zal blijven als het nu is!

 

Vanaf Arbéost begint de weg te stijgen, en zitten we al snel weer in de sneeuw.

Op de Col de Soulor zien we dat we er goed aan hebben gedaan terug te gaan: het was niet een paar honderd meter, maar een aantal kilometer die we op de Col d'Aubisque door de sneeuw hadden moeten ploeteren, en beslist niet alleen omlaag. We hadden aan de Magna gezien dat omhoog gewoon onmogelijk was. Dat was helicopterwerk geworden ;-)

 

We rijden door over een weg met sneeuw en uitzichten, tot in Argèles-Gazost, waar we rechtsaf slaan, de Gorges de Luz in.

De naam klinkt veelbelovend, en het is een gele weg met een groene rand, maar hij gaat richting Gavarnie (is volgens mij *het* wintersportcentrum van de Franse Pyreneeën), en daardoor behoorlijk druk. In Luz-St-Sauveur raken we het Gavarnie-verkeer kwijt, en rijden we op een weg die hoger en hoger klimt. We zijn op weg naar de Col du Tourmalet, 2115 meter hoog.

We zien eigenlijk al redelijk snel een bordje dat die gesloten is, maar ja, wat is gesloten, dat willen we toch graag met eigen ogen zien nietwaar?

Op een gegeven moment denk ik dat de weg stopt: het verandert in een parkeerplaats voor skiërs, met een soort koek-en-zopie achtige tent erbij. Maar verdomd, hij gaat nog verder.

We rijden omhoog tussen de skiërs.

 

Er ligt steeds meer ijs op de weg, en als er een bocht aankomt die helemaal met ijs bedekt is, gaan Hans en Ernst de boel verkennen. Als het te doen is komen ze me wel halen.

Even later komen Steffen en Pernette er ook aan, en bij Steffen kriebelt het natuurlijk: Pernette stapt af, want met iemand achterop is zoiets niet te doen, en Steffen gaat naar Hans en Ernst toe.

Ondertussen worden Pernette en ik omringd door politiebusjes, een stuk of zes, vol met politieagenten. Geen idee wat die allemaal komen doen.

Na een poosje is er eentje bij die naar me toe durft te komen, en dan staat er al snel een heel groepje om de motor. Of dit nou een Paris-Dakar motor is, en hoe zwaar hij is, en hoveel CC, en hé, dat zijn bergbeklimmershandschoenen, hé, het is zelfs Mammut, kijk, wij hebben broeken van Mammut, goed spul!
En dat ijs, dat vinden ze maar niks, daar moet ik niet op gaan rijden...

Ik wil juist erg graag, maar als ik alleen ga en ik glij uit, moet ik hulpeloos wachten tot iemand me wil helpen dat klote zware ding op te tillen, dus dat zie ik niet zitten.

Steffen is intussen teruggekomen, en meldt dat de eerste bocht het ergste is, dat het daarna wel te doen is.

Eindelijk komen Hans en Ernst ook, die dachten dat ik wel met Steffen omhoog zou komen... Hadden we Pernette zeker in haar eentje moeten laten staan...

Ik dacht al dat ik het boven dus helemaal niet meer te zien zou krijgen, maar daarbij had ik niet aan de snode plannen van Hans gedacht: die wilde zo graag bovenaan, waar een parkeerplaats was, en waar de weg echt ophield (was trouwens nog niet echt bovenaan de pas), kamperen!

Omdat het bevoegd gezag toch in de buurt was, vroeg Ernst aan ze of dat permetté was. Degene die hij aansprak vond van niet, maar toen kwamen mijn metgezellen erbij staan, en die vonden dat er eigenlijk geen enkel bezwaar tegen te bedenken was:
we kregen officieel toestemming!

Omhoog dus, wat prima ging, ook de bocht met ijs, tot aan het punt waar alles met sneeuw was bedekt, en de skiërs overstaken. Het laatste stukje tot de parkeerplaats.

Ik reed daar omhoog, en op zich ging het goed, alleen begon mijn achterwiel zo te glijden dat ik recht afreed op de Eend (de auto-Eend uiteraard) die daar op het punt stond naar beneden te rijden.
Ik kon stoppen zonder te vallen, maar kon vanaf dat punt niet meer om hem heen rijden zonder te vallen.

Hij zag mijn benarde positie aan met een grijns, en reed toen de eend een stuk achteruit. Gered! Daarna ben ik ook nog al glibberend en glijdend de parkeerplaats overgestoken, tot aan het plekje dat Hans had uitgekozen.

Blijkbaar keek ik nogal benauwd, want ze begonnen er allemaal over dat ik het zeker niet zag zitten, kamperen in de sneeuw. De sukkels. Dat niemand snapte dat ik er alleen maar over in zat dat ik dat glibberige stuk ook weer omlaag zou moeten rijden, om te gaan eten, en vervolgens in het donker weer omhoog, en dan morgenochtend weer omlaag!

Ernst komt dan natuurlijk meteen met het stupide idee dat ik om te eten wel bij hem achterop kan, maar dat zie ik nog veel en veel minder zitten natuurlijk!!!

 

Ondertussen is Hans begonnen met zijn proef: kan hij de aluminium harinkjes, waarvan hij er een stuk of duizend nodig heeft om die katoenen tent een beetje windvast neer te zetten, in het ijs gehamerd krijgen?

Helaas, iedereen die ijs en aluminium kent weet het antwoord al: met geen mogelijkheid. Hij wordt verplicht de volgende keer een koepeltentje mee te nemen (die van ons had er kunnen staan, maar daar passen toch geen 5 mensen in), of in ieder geval rotspennen.

Ondertussen kijk ik rond.

Overal skiërs, met overal de sporen ervan in de sneeuw, wat een heel mooi effect geeft. Bovendien, wat veel mooier is: zwermen Alpenkauwen (hebben we al eerder onderweg gezien), die familie van onze Kauwen zijn, maar dan met een hele melodieuze stem, en een knalgele snavel. Die zitten altijd bij de sneeuw, in grote groepen, en hebben zo te zien altijd lol.

Er zitten hier ook AlpenKraaien , die liever met z'n tweeën zijn, een rode snavel hebben, en zo mogelijk nog meer houden van idiote kunstjes uithalen in de lucht.

En dan zie ik ook nog eens twee Raven, de Meester-acrobaten in de lucht...

Ik vergeet bijna mijn dilemma bij het naar beneden gaan: Ernst zegt dat ik onherroepelijk omlazer als ik dat besneeuwde stuk zelf doe, omdat hij het alleen maar redt door telkens zij lange benen te gebruiken.

Maar als ik de RoadRunner door Ernst naar beneden laat rijden vind ik dat een afgang en krijg ik de pest aan mezelf. Maar om nou met al die bagage om te donderen, en weer een spiegeltje of wat te breken, dat zie ik ook weer niet zo zitten.

Tenslotte bedenken we het compromis dat ik hem op de parkeerplaats naar beneden rij, en dat Ernst het laatste stukje met de sneeuw doet.

Het is alweer donker geworden (is het enige nadeel van de winter, zeker als je zo laat bent vertrokken...).

 

We rijden terug, en nemen gewoon de eerste camping die we vinden, in Barèges, en die is open! Het is een mooi plekje, aan het water, met uitzicht op een ruïne.

Het vreemdst is eigenlijk nog een verlichte kerstboom ergens bovenop een berg. In het donker zie je de hele berg niet meer, maar wel de kerstboom.

Als ik naar de receptie van de camping loop zitten daar mensen! Ze zijn heel erg verbaasd motorrijders te krijgen, die kamperen. "N'est-ce-pas froid?" vragen ze. En ik natuurlijk hardgrondig "Oui!!!".

We eten in het meest afzichtelijke wintersportrestaurant dat je je maar voor kunt stellen, en het eten smaakt ook navenant. Wat al die mensen te zoeken hebben op wintersport is mij een raadsel...

Koffie zoeken we daarom ergens anders, en zo komen we in de buurt van de ruïne terecht bij een hotel, waar we in grote luie stoelen en zachte banken kunnen wegduiken om een grote kop koffie te drinken. Heerlijk.
Alweer Fransen die zich niet aan de vooroordelen houden.

En nu is iedereen natuurlijk heel erg benieuwd hoe alle slaapzakken zich zullen houden, want vannacht vriest het...

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: