Vreemd gevormde rots
De Bardenas Reales

San Juan de la Peña - Tarazona

We rijden via een spectaculair weggetje naar de weg naar Ayerbe, langs de Mallos de Riglos.

Van daaruit rijden we naar Uncastillio, met uitzicht over de Pyreneeën en roofvogels om ons heen. Het stuk naar Sos del Rey Catolico lijkt wel een circuit.

Via soms bijzondere en soms rechte wegen komen we uiteindelijk uit bij de zuidkant van de Bardenas Reales, waar we naar het noorden doorheen rijden.

We moeten dan deels weer dezelfde weg volgen, en komen uiteindelijk in Tarazona uit, waar het nog niet gemakkelijk blijkt om een slaapplaats te vinden.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

zaterdag 4-9-2010

Bij het ontbijt ontmoeten we twee Belgen. Ze hebben een prijsvraag gewonnen en zijn nu hier met het vliegtuig gekomen: ze hebben een aantal gratis overnachtingen, eten, en een gratis auto gewonnen.

Ze hebben het idee in een gat van niks terecht te zijn gekomen, en wij vertellen ze over het oude monasterio en de omgeving, maar ik weet niet of het overkomt.

Ik vertel ze nog wel even het begin van de route die wij gaan rijden, om ook met de auto te rijden. En dat ze het oude Monasterio moeten bekijken hebben we ze ook op het hart gedrukt. Ik ben benieuwd ;-)

 

Ernst pakt de bagage op de motor; ik doe een beetje mee met sjouwen, en ben verder vooral nog meer tips aan de Belgen aan het geven, en dan kunnen we gaan.

Terug zoals we gekomen zijn, via de A1603 naar Bernues.

Absoluut geen straf om dat weggetje nog een keer te rijden!

 

Het asfalt is prachtig, er zijn veel bochtjes, de rotsen zijn gekleurd, er is uitzicht over de Pyreneeën, en op sommige plekken, zitten er Bijeneters op de telefoondraden.

Meer vakantie dan dit kan ik me niet voorstellen!

 

Dan aan het einde van die weg slaan we rechtsaf, via Bernues, de A1205 op, richting Ayerbe.

Je daalt langzamerhand wat af, en rijdt tenslotte langs de Rio Gallego. Dat eerste stuk kom je geen spoor van bebouwing tegen, maar als je eenmaal bij de rivier bent aangekomen rij je af en toe door een dorp.

 

Na verloop van tijd kom je dan door een waanzinnig maanlandschap van grijze afgeronde rotsen, alsof er een kunstwerk van cement is neergelegd.

Links aan de overkant van de rivier zien we een enorme kloof; rechts "mallos", rotsen in diezelfde grijsachtige steen maar dan veel hoger. Ongelofelijk.

 

De allereerste keer dat we op de motor naar Spanje gingen reden we ook langs dit weggetje, besef ik.

Ook toen al stond ik er versteld van hoe Spanje vlak bij de grens met Frankrijk al zo volkomen anders kan zijn dan de rest van Europa. Alsof het een ander werelddeel is.

 

We komen uit op de A132, wat ik in eerste instantie niet in de gaten heb: ik rij wat op rechtdoor lijkt, naar het noorden.

We keren bij dit Hostal. Als het nog in werking is, is dit een perfecte locatie, vlakbij waanzinnige landschappen, in het noorden van Spanje.

 

Als we zijn gekeerd en naar het zuiden rijden, komen we even later bij de Rio Gallego uit, die we oversteken via een metalen brug. De rivier loopt hier door een kloof, en er is een waterkrachtcentrale die je kunt bekijken.

Je kunt ook omhoog lopen hier, voor een uitzicht over dat maanlandschap waar we net zijn doorgereden.

Op elk mogelijk plekje om te parkeren staan dan ook auto's.

 

Je rijdt hier weer met de Rio Gallego mee, door een kloof. De weg bestaat uit bochten, en al snel heb je uitzicht op de enorme Mallos de Riglos voor je, en op Mallos zonder naam (of met een voor mij onbekende naam) rechts van je.

Alweer: een ongelofelijk landschap.

Ondertussen vliegen overal Gieren.

 

De Mallos de Riglos zijn zo hoog dat ze gedurende lange tijd je uitzicht bepalen.

Ze zijn rood-oranje, maar dat is niet onder alle lichtomstandigheden goed zichtbaar. Eigenlijk moet je ze zien met de ondergaand zon er op!

 

Het is een erg mooie weg tot je bij de Mallos de Riglos bent (vanaf een eindje verder wordt de weg rechter). Veel bochten, goed asfalt en erg weinig verkeer.

 

Dit opschrift slaat op het plan om de Rio Gallego hier om te vormen tot stuwmeer.

In de verte zijn nog meer Mallos-achtige rotsen te zien. Het is dan ook erg begrijpelijk dat er veel protesten zijn tegen zo'n stuwmeer. Het landschap hier is heel bijzonder.

 

Dit is de Iglesia de Santa Maria in Concilio, dat langs de weg staat.

Een Romaans kerkje uit de twaalfde eeuw, gewoon "in het wild" ;-).

 

Als we Ayerbe binnenrijden slaan we direct rechts af, de A1202 op. Eerst daal je dan naar de Rio Gellego af, om hem voor de laatste maal over te steken. Dan klim je omhoog.

 

Vrijwel direct heb je alweer uitzicht over de Mallos de Riglos, ver weg, aan de overkant van de Rio Gallego.

 

Als we even stoppen om wat te drinken en van het uitzicht te genieten vliegen en drie roofvogels boven ons, en verderop wat Vale Gieren.

De roofvogels blijken een Havikarend, een Dwergarend en een Zwarte Wouw te zijn!

Even later horen we een "kie kie kie"-geluid. De een of andere Leeuwerik denk ik, maar ik zie nergens kleine bruine vogeltjes. Als ik de lucht afspeur blijken het drie Havikarenden te zijn, prachtig zwart-wit tegen de lucht afsteken.

Het is de allereerste keer dat ik hun geluid hoor.

 

We rijden verder, en nog heel lang kunnen we de Mallos zien liggen. En de Pyreneeën.

 

Het is een heel stil weggetje, de A1202. Deze motorrijder is een van de zeldzame tegenliggers.

Het is hier bijzonder aangenaam rijden: aan de rechterkant heb je uitzicht op de Pyreneeën, er zijn veel bochten, en het is lekker slecht asfalt.

 

Naarmate we kilometers maken, en de Pyreneeën minder te zien zijn, worden de rotsen waar we af en toe tussendoor rijden gekleurd. Vaak geel hier.

 

Het is droger geworden, en rotsiger. En net zo verlaten.

De A1202 is lang, en stil, en bochtig, en mooi!

 

We zijn het gebied binnengereden van de Cinco Villas, dat niet uit 5 stadjes bestaat, zoals de naam lijkt aan te geven, maar uit 31 dorpen en stadjes.

Hier rijden we Luesia in, met de resten van een castillo.

Er zijn ook nog twee Romaans kerkjes in dit dorp: vrijwel elk dorp binnen de Cinco Villas heeft een kasteel een een aantal Romaanse kerken.

 

Hier rijden we Uncastillo binnen, een "Villa Museo", zoals het zichzelf noemt.

Het castillo wordt gerestaureerd; beide torens horen bij het kasteel.

Uncastillo is echt een stadje, met een flink aantal (Romaanse) kerken, en uiteraard een kasteel.

 

Ik ben blij dat ik niet een paar seconden eerder de bocht nam waar deze auto door komt scheuren...

Verderop was mooi te zien dat er een afrit is naar de rivier die je hier links ziet. Het droge gedeelte daarvan is in gebruik als parkeerplaats. In droge tijden dan.

 

Het is tijd voor een pauze, dus we rijden het stadje in en stoppen bij een bar.

Er blijkt tot mijn verbazing niets te eten te krijgen in de bar. Lopend ga ik vragen bij de volgende bar, maar ook die kan alleen maar drank aanbieden. Heel vreemd voor Spanje!

Er zit niets anders op dan weer op te stappen en naar de volgende plaats te rijden.

Manouvreren is een crime voor mij: de Tenere is dan wel erg hoog...

 

De A1202 gaat richting Sadaba; onze route loopt via Sos del Rey Catolico, via de CV841.

 

Het blijkt een hele goeie keuze: het is een prachtweg, de CV841!

Het asfalt is van circuit-kwaliteit, de weg is een aaneenschakeling van hele mooie bochten waar je doorheen kunt kijken, en je hebt uitzicht tot in de Pyreneeën.

 

Hier in de hoogte staan windmolens. Je kunt ook aan alle kanten ver uitkijken: het zal hier inderdaad wel voortdurend waaien.

 

Het asfalt lijkt hier gerepareerd, maar ik kan me ook niet aan de indruk onttrekken dat de strepentrekkers iets te veel wijn op hadden...

 

Omlaag is de weg net zo perfect als omhoog. Dit is een weg om te onthouden!

 

We tanken bij binnenkomst in Sos de Rey Catolico, en gaan dan op zoek naar iets te eten.

Het stadje zelf ligt op een steile heuvel, en ik durf, moe en hongerig als ik ben, niet de steile klinkerstraatjes in met de Tenere.

Langs de weg om de heuvel heen is helaas geen bar of restaurant te vinden.

Er zit dus niets anders op dan weer verder te gaan: het is veel te heet om de motoren neer te zetten en te gaan lopen; het stadje is steil en groot.

 

De weg uit Sos del Rey Catolico is eerst nog net zo mooi als de weg uit Uncastillo: je rijdt in superbochten naar beneden.

Maar dan wordt hij kaarsrecht. Het is heet: ver over de 30 graden.

De enige afwisseling wordt gevormd door de Havikarenden die we onderweg zien. Deze hele streek zit vol met Roofvogels.

 

Uiteindelijk komen we in Sangüesa. We rijden het stadje in, maar vinden nergens een bar of restaurant. De straten in de binnenstad zijn verboden voor verkeer, of zijn eenrichtingverkieer op een manier waardoor je de binnenstad weer uitrijdt.

We rijden dan om het stadje heen, langs een stinkfabriek. Dat is lang geleden, dat we langs een fabriek reden die echt stinkt!

Tenslotte weten we niets anders meer dan terug rijden. En op de rotonde waar we bij binnenkomst langs kwamen zien we, verscholen, een restaurant liggen: we waren echt moe en hongerig dat we dat over het hoofd zagen!

Het heeft de vreemde naam Yamaguchi, maar gelukkig is het eten niet Japans of zo, maar gewoon Spaans, en erg lekker bovendien.

Ernst eet hier varkensschenkel, en die smaakt hem heel goed. Het is voor Spaanse begrippen erg duur, maar het ligt ook op de route naar Santiago de Compostella. Daar moet je vandaan blijven, wat eten en overnachten betreft...

 

We stappen weer op in de hitte, en rijden een stukje terug over de rechte weg. Dan slaan we naar rechts af.

We komen terecht bij het groenblauwe Canal de Bardenas, waarvan ik het bestaan niet kende.

 

Het is heel vreemd: de weg kronkelt heen en weer, en het kanaal loopt in een bak er overheen, zoals hier, of stroomt via een tunnel door de berg heen waar wij overheen rijden.

Je rijdt hier beslist niet langs een lange rechte kanaalweg.

 

We komen niemand tegen, behalve deze geiten die zo nieuwsgierig waren dat ze tot op het laatste moment midden op de weg bleven staan.

 

Tenslotte slaan we linksaf, naar het zuiden, de NA 534 op. We rijden dan over het kanaal heen.

 

Langs de weg zien we dit kerkje, de Ermita de San Zoilo, uit de 14de eeuw.

 

Er zitten nu veel rechte stukken in de weg, maar ook veel lekkere bochtjes, omdat er steeds bergen zijn om over heen te komen, om daarna weer een stuk over een vlakte te rijden.

 

De weg is smal, er is nauwelijks verkeer, en het verkeer dat we tegenkomen gaat bijna de kant in om ons lang te laten.

 

We bereiken Carcastillo. Ik zet in de Becker onverhard aan, en geef Arguedas aan als bestemming. Volgens de kaart zou de Becker ons dan door de Bardenas Reales moeten sturen.

Even later rijden we langs het Monasterio de la Oliva. Daar zijn we vaker langsgereden, en dan zag je overal Ooievaars op en rond het gebouw. Nu is alles verlaten, en zijn er ook geen ooievaarsnesten meer te zien: er is een verbouwing geweest. De Ooievaars zitten waarschijnlijk al in Afrika, maar ik hoop dat ze hier weer nesten gaan bouwen als ze terugkomen!

 

We hebben nog wat bochtjes tot aan Melida, en dan volgen we een lange rechte weg. Links van ons liggen, weet ik, de Bardenas Reales. Er staan windmolens.

Er komt een afslag naar Rada. Ooit zijn we daar afgeslagen, op zoek naar een toegang tot de Bardenas Reales, kan ik me herinneren, maar die was niet te vinden.

Rechts van de weg, even verder, zien we een heuvel met een kerkje er op, en een enorme muur er omheen. Dat is het oude Rada, Rada Viejo, met onder andere de resten van een Moors kasteel.

 

Via Caperroso draaien we de N121 op. Die is breed en snel.

Ik raak nu steeds in tweestrijd: links van ons liggen de Bardenas Reales, weet ik. Er zijn ook steeds onverharde paden die linksaf slaan. Maar van een vorige keer weet ik dat deze westkant van de Bardenas dat spectaculaire rotslandschap mist, en dat je, voor zo ver we toen ontdekten, daar vanuit deze kant ook niet kunt komen.

Ik stop op een parkeer plaats om te overleggen, en we spreken af dat we naar Arguedas doorrijden: daar is een ingang naar de Bardenas Reales.

 

Uiteindelijk slaan we linksaf naar Valtierra en als je dan rechtdoor rijdt kom je vanzelf in Arguedas.

Aan het begin van Arguedas staat een bordje linksaf, met Bardenas, en Ernst wil er al naar toe, maar ik weet van de vorige keer dat je dan in het westelijke gedeelte uitkomt, en dat je niet direct kunt doorsteken naar het mooiste gedeelte van de Bardenas.

We moeten, weet ik nog, Arguedas in, en moeten dan links aanhouden. Dan kom je zigzaggend uiteindelijk op een weg die de Bardenas in gaat.

 

Eerst ben ik er nog van overtuigd dat ik de verkeerde weg heb gevonden: er stonden nergens borden die aangaven dat we de Bardenas inreden, en we zien weliswaar links en rechts van ons in de verte tafelbergen uit het landschap verrijzen, maar zelf rijden we over een asfaltweg door een tamelijk saai landschap.

We zien ook een soort ranch met koeien met brede horens; in mijn herinnering waren de Bardenas leeg.

Maar mooi is het wel...

 

In mijn herinnering was de asfaltweg de Bardenas in ook niet zo lang, en het weggetje waar we nu over rijden is dat wel. Maar het landschap in de verte ziet er toch wel erg woestijn-achtig uit.

 

Tenslotte rijst er een heuvel op met allerlei gebouwe er voor. Iets van militairen: een groot gedeelte van de Bardenas Reales is militair oefenterrein, en daar kun je niet in.

 

Vlak voor de militaire gebouwen is er een wegwijzer linksaf. Je kunt ook geen andere kant op: de rest is met slagbomen afgesloten.

 

De weg wordt dan onverhard, en pas dan weet ik dat ik op het weggetje in de Bardenas Reales ben dat ik op het oog had.

Hier is een schematische kaart van de Bardenas Reales.

Wij zijn via de rode weg vanuit Arguedas aan komen rijden, tot aan het "Cuartal militair", en van daaruit zijn we via de blauwe route linksom verder gegaan.

Je kunt op de kaart goed zien dat er voor gemotoriseerd verkeer geen mogelijkheid is om van het westelijke gedeelte van de Bardenas door te steken naar het gedeelte rond het militaire terrein: je moet dan altijd via een aslfaltweg (rood).

Voor gemotoriseerd verkeer is het verboden om van de blauwe routes af te wijken. Er wordt hier streng gecontroleerd, en het is zaak om je er aan te houden: als ze hier te veel last van motorrijders krijgen, zal het niet lang duren voor je er helemaal niet meer in mag!

 

Het onverharde pad is hier erg goed onderhouden. Het is prima te doen. Ik ben blij: thuis, van te voren, leek het zo vanzelfsprekend om door de Bardenas Reales te rijden, maar hier was het eerst lastig te vinden, en vervolgens kreeg ik het benauwd: ik ben sinds het ongeluk bang om te vallen, en de Tenere is zo hoog dat een been uitsteken mocht ik dreigen om te lazeren niets uithaalt.

Maar ik vind het ongelofelijk mooi hier, en het rijden gaat perfect, en de Tenere trekt zich nergens iets van aan.

 

Je rijdt hier door een landschap van tafelbergen, door wat ik niet anders dan een woestijn kan noemen. Heel vreemd, heel onEuropees.

 

Als je dichtbij die tafelbergen komt zie je dat ze uit gekleurde lagen zijn opgebouwd.

Vaak zijn ze afgesleten tot vreemde vormen. Dit is de mooiste van allemaal: het Castildetierra.

 

We rijden verder, en kijken onze ogen uit. Wat je hier ziet zijn hele lage heuveltjes, waar je pecies dezelfde structuur ziet als bij de hogere rotsen: lagen gesteente, in verschillende kleuren, in wat in principe één tafelberg (of eigenlijk hoogvlakte) is, afgesleten zodat je de lagen ziet.

 

Na verloop van tijd kunnen we, volgens een wegwijzer, linksaf naar Carcastillo. Die wegwijzers staan gelukkig op heel veel plekken, zodat je steeds weet dat je nog goed zit (er zijn veel zijweggetjes).

Dat doen we, om te kijken waar het uitkomt. Een volgende keer kunnen we dan vanaf het noorden de Bardenas in.

 

Onderweg zien we ook veel vogels: Bijeneters, Zwarte Tapuiten, allerlei roofvogels, en veel kleine donkere vogeltjes waarvan ik geen idee heb wat het waren.

Soms rij je een poos over een vlakte, en soms kom je in een soort minigebergte, waar je een pasje oversteekt.

 

Vooral waar je zo'n minigebergte oversteekt is de weg hobbelig, maar de Tenere doet het zo perfect dat ik steeds meer vertrouwen en plezier krijg.

 

We houden onderweg nog een korte pauze om wat te drinken, en daarna gaan we weer verder. De zon staat steeds lager.

 

Tenslotte komen we, op een plek zonder borden, aan op de asfaltweg Tussen Sadaba en Carcastillo: de A1201. Deze plek zullen we onthouden voor een volgende keer.

We zullen sowieso nog een volgende keer naar dit gebied gaan: hier valt nog veel te ontdekken.

 

Zo komen we weer in Carcastillo uit, waar we geen plek kunnen vinden om te overnachten (ik zie pas hier thuis dat we het in het Monasterio de Santa Maria de la Oliva hadden kunnen proberen).

We vragen de Becker om ons via de snelste route naar Tarazona te brengen, en gaan rijden.

Zo komen opnieuw op de N121 terecht, nu in het avondlicht.

 

Onderweg dit metalen bord bij een Finca. Je ziet direct waar de ranches in Texas hun inspiraties vandaan hadden: het waren de Spnajaarden die daar het eerst waren.

 

De N121 gaat naadloos over in de N113.

Als we hier over het spoor rijden en alle Ooievaarsnesten zien, beseffen we dat we hier een keer in mei naar toe moeten komen, als we de Ooievaars op hun nesten kunnen zien.

 

Dan nemen we de NA160 richting Tudela, die aangenaam is, en zelfs niet helemaal recht. We zien daar op de akkers een groep Ooievaars, op weg naar het zuiden blijkbaar.

Uiteindelijk slaan we rechtsaf de NA6830 op, en die is opnieuw aangenaam.

Dan doemt Cascante op, met een kerk, in oker, bovenop een heuvel, de Basilica de Nuestra Señora del Romera.

Er zijn veel wijnhuizen hier: we zitten midden in de Rioja.

De N121 waar we dan op terecht zijn gekomen is ook niet kaarsrecht.

 

Tenslotte rijden we Tarazona in. Ik weet nog ongeveer hoe we moeten rijden voor Hostal Santa Agueda. Op de rotonde waar ik op de foto naar toe rij stond een bord voor dat hostal, dat een eenrichtsweg in wees, de verboden richting op. Hier rijd ik terug, beseffend dat dat blijkbaar toch de bedoeling is.

 

We rijden dus via de verboden richting de straat van het hostal in, en ik stop op het pleintje. Ik stap af, doe m'n helm af, en loop naar het hostal, en dan zie ik het al: Completo.

Ik loop toch maar naar binnen, waar de man bij de receptie het bevestigt: er is echt geen kamer meer. Verderop in de steeg is nog een hotel, vertelt hij.

Ook daar een bordje Completo, en ook daar wordt bevestigd dat het hotel echt vol is.

Ik loop terug. Het leuke van Tarazona is dat de binnenstad een oude Juderia en Moreria is, oftwel heel kromme straatjes, vaak heel steil, vaak met trappen. Dat is tegelijkertijd het lastige, als je een hotel zoekt.

Ik vraag of Ernst iets wil zoeken terwijl ik op de spullen pas.

Hij is een half uur weg. Ondertussen, paseo-tijd, komen er heel veel Spanjaarden langs lopen; twee gezinnen blijven vlak achter me kletsen.

Ik ben langzamerhand totaal op.

Wat trouwens opvalt is dat veel auto's de steeg de verkeerde kant inrijden. Het bord zal er wel staan omdat dat hoort, in een moderne stad, krijg je het idee. Maar het is natuurijk veel te lastig om je aan zo'n bord te houden!

 

Tenslotte komt Ernst terug: hij heeft iets gevonden!

We rijden met z'n tweeën door een wirwar van steegjes, tenslotte komt er een bocht naar links die ik niet kan nemen: links gaat omlaag en de steeg waarin we zitten stijgt en helt sterk naar links af, en de bocht is volkomen blind. Ik kan m'n linkervoet in de verste verten niet op de grond krijgen, en leun tegen de muur naar rechts, wachtend tot Ernst opmerkt dat ik er niet meer ben. Het winkelende publiek kijkt me verbaasd aan.

Ernst kan alles, en rijdt de SupertTenere naar het hostal en haalt de Tenere op.

We halen de bagage er af, en zetten die klaar op de patio voor het Hostal Palacete de los Arcadianos om zo naar boven te sjouwen. Ernst zet de twee motoren in de invalidenopgang naar de patio (verder kun je vandaar alleen met trappen en die hebben geen invalidenopgang, dus we kunnen ons niet voorstellen dat we iemand in de weg staan).

We sjouwen de bagage via veel trappen naar boven: het hostal zit in een gebouw met "gewone" appartementen.

Boven staat de eigenaresse. Er is een andere uitgang uit het gebouw, blijkt. De motoren kunnen niet bij de patio blijven, maar kunnen op het pleintje voor de "echte" ingang.

 

Ernst gaat eerst lopend op verkenning uit hoe hij van de ene naar de andere plek moet komen (dat is niet gemakkelijk, in zo'n Juderia plus Moreria) en komt er eerst niet uit tot we er achter komen dat er een heel klein steegje vanuit het pleintje loopt, naar het grote plein met het ayuntamiento (stadhuis). Van daar uit kun je weer verder, via stegen, tot de patio.

Een kwartiertje later heeft hij beide motoren opgehaald: hij is echt ongelofelijk!

 

Dan gaan we bier drinken. Als we via het kleine steegje naar boven lopen komen we uit op het plein met het stadhuis, het Ayuntamiento, en aan dat plein is een bar met terras.

Het terras is on-Spaans smerig. Ik haal binnen twee grote glazen bier en vraag wat er te eten is; niets.

Ik vraag ook waar een geldautomaat is, maar het meisje achter de bar zegt dat dat te lastig is om uit te leggen.

Tenslotte gaan we maar weg zonder te betalen; dat zullen we morgen wel doen.

 

We lopen terug door de nauwe steegjes. Het leuke van Spaanse steden is dat er altijd leven op straat is, en Tarazona is geen uitzondering.

Tot dat leven behoren ook kleine kinderen, zoals deze in een wagentje.

 

Ik typ mijn verhaaltje, en dan proberen we te slapen, wat nog lastig is: vlakbij zit een disco met erg harde muziek.

Oordopjes brengen uitkomst.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: