Versierd huis
Huis met schilderingen in Saarbrücken

Mheer - Abreschviller

Op weg naar Spanje, via de Ardennen, een stukje van de Eiffel, en de Vogezen.

Eerste stop vlak voor de Col du Donon.

Dit reisverhaal begint met dag 1.

dinsdag 24-8-2010

We zouden deze keer eens niet naar Spanje gaan. Chemnitz zou het doel zijn: Dresden bekijken, dwalen door het Ertsgebergte en het ElbSandstein gebergte, en uitstapjes maken door Tsjechië en Polen zou het worden.

Maar tegen de tijd dat onze plannen vaste vorm aannemen, blijkt het al wekenlang zwaar te regenen in die contreiën: ondergelopen huizen en kelders, mensen die verdrinken, ingestorte wegen.

We zijn geen regenliefhebbers. Het doel wordt dus veranderd in Spanje!

Op de bonnefooi maak ik een globale route, die via de Vogezen en de Alpen naar de oostelijke Pyreneeën loopt, en daar Spanje binnen gaat. Daar kijken we wel verder.

Vreemd genoeg hebben we beiden opeens nog meer zin om op vakantie te gaan ;-)

Vanwege diezelfde regen stellen we ons vertrek (in het weekend) nog twee dagen uit, zodat we met droog weer op pad kunnen gaan.

Dit wordt de eerste grote reis voor de SuperTenere. We zijn benieuwd hoe Spanje hem zal bevallen!

 

Onze opdracht deze vakantie is om het rustig aan te doen. Ik kan minder aan dan voor m'n ongeluk, en ben daar nog steeds niet aan gewend zodat ik steevast meer doe (werk, sites bouwen, kilometers rijden, alles) dan ik eigenlijk aan kan.

We rijden daarom naar Spanje via een route die zoveel mogelijk vanaf het begin mooi is: het is vakantie vanaf dag 1, en al zouden we er 10 dagen over doen voor we in Spanje zijn, dan is dat geen probleem.

Via bekende weggetjes brengt de Becker ons naar Aubel. Vandaar brengt hij ons (zo rijden we zelf vrijwel nooit) naar Verviers (wat je op de foto ziet is het station).

Verviers is een erg Frans aandoende stad, vlak over de grens. Altijd leuk om doorheen te rijden.

 

Het is hier en daar druk verkeer in Verviers, er zijn steile straatjes met haakse bochtjes: dit is een prima training voor mij op de Tenere.

In Nederland voel ik me als een vis in het water op de Tenere, ook al krijg ik maar één teen van één voet aan de grond. Maar in Spanje hebben veel dorpen van die afschuwelijk steile straatjes, en daar zal ik ook uit de voeten moeten kunnen...

 

Ook al rijden we hier heel vaak in de buurt, het blijft een feit dat de Belgische Ardennen een prachtig gebied vormen.

Hier het poorthuis van een ziekenhuis in wat ik maar altijd de "Spa-stijl" noem, natuursteen aan de onderkant, en vakwerk (of zou het alleen versiering met latjes zijn?) aan de bovenkant.

Het is de ingang van een ziekenhuis: het Centre Hosplitalier Peltzer-La Tourelle, site centre Princesse Astrid, bij La Gleize.

 

In Trois-Ponts is het tijd voor een frietje, en dat eten we op het plekje waar we dat altijd eten: in de bocht voor de splitsing naar Vielsalm.

Je hebt van dat plekje uit een perfect gezicht op de weg. Elk weekend zie je daar een enorme hoeveelheid motoren, en vaak ook klassieke auto's.

Het is nu dinsdag, dus zijn er minder motoren en klassieke auto's dan we gewend zijn, maar het is er altijd levendig.

Erg leuk was het om vanaf het terrasje de SuperTenere bewonderd te zien worden. De man op de foto heeft hem echt van alle kanten bekeken, op de tellers proberen te kijken (is een nadeel van die elektronische displays: je kunt aan een geparkeerde motor niet meer zien hoe hard hij kan en hoeveel hij heeft gelopen!), en hij ging er zelfs voor op z'n knieën.

 

Tijd om op te stappen. Been over het zadel schuiven, wachten tot Ernst ook zo ver is, wegrijden, en dan mezelf op het zadel schuiven.

 

In Trois-Ponts slaan we de altijd weer heerlijke weg naar Vielsalm in. Scheurbochten, tot aan Grand-Halleux, waar we linksaf slaan, een voor mij tot nu toe onbekend weggetje.

Het bord dat aangeeft dat zwaar verkeer hier weg moet blijven is altijd veelbelovend: het is een heerlijk weggetje, onthouden!

 

Een idyllisch weggetje is het. Symbool daarvoor staat de wei met varkens waar we langs komen. Ze rennen vrolijk door elkaar, en zijn erg nieuwsgierig naar de motoren.

 

In Sankt Vith slaan we de ons bekende weg naar Pronsfeld in, de N646 (in Duitsland de L16). Dit is van het begin af aan een heerlijke weg: heel veel verschillende soorten bochten, en afwisselend, door bos, door akkerland, door dorpjes.

Wanneer je Duitsland binnenrijdt lijkt het landschap onmiddellijk ruimer, terwijl ik niet eens het idee heb dat de dorpen hier werkelijk verder uit elkaar liggen.

 

Wat ook opvallend is, is dat de huizen en de kerken er meteen echt Duits uitzien: keurig netjes en schoon, gepleisterd, maar dan heel strak. Comfortabel, met misschien wat minder charme dan rommelig België, maar met veel meer kwaliteit.

 

Het is winderig, maar droog, en vaak zonnig.

We zwerven, op aanwijzingen van de Becker, door de Eifel, vaak via de smallere wegen.

Heel terecht dat de Eifel zo'n motorrijdersgebied is!

 

Als we een bord zien met "Umleitung" vanwege wegwerkzaamheden, gaan we uiteraard kijken of we er door kunnen. En dat lukt.

Wegwerkzaamheden zijn in de Eifel de enige mogelijkheid om legaal onverhard te rijden.

Ik geloof dat dit Mauel is, maar weet het niet helemaal zeker.

 

En dan gaat het verder, langs riviertjes vaak, waarvan we de bochten mogen lenen.

 

We blijven langs smalle weggetjes rijden, tot we op de L46 terechtkomen, die met erg mooie bochten naar beneden gaat, in de richting van Trier.

Daar worden we naar een snelwegachtige weg geleid, de 52. We nemen meteen de eerste afslag er weer af, de Becker negerend. Dan rijden we weer over een lief klein weggetje.

Het wordt tijd voor een pauze. We stoppen bij een restaurant, dat dicht blijkt te zijn.

Verder dus. Overal Weinhauser, erg veel wijnhellingen ook. Maar al die Weinhauser, meestal van restaurant voorzien, zijn dicht.

Tenslotte vinden we een dicht restaurant waarvan het terras toegankelijk is. Daar stoppen we, en we eten en drinken van onze eigen meegebrachte voorraad.

 

Het blijft mooi rijden: de Becker vindt erg leuke weggetjes als je hem de kortste weg laat zoeken. Maar in de buurt van Saarbrücken komen we terecht op een drukke weg door bebouwing, met heel veel stoplichten en file.

In Saarbrücken zelf is het overal 30 km/u. We kruipen vooruit.

 

Dat kruipende verkeer zorgt er wel weer voor dat je de huizen extra goed kunt bekijken, en in dit geval was dat een feest.

 

Eindelijk zijn we Saarbrücken uit, en dan rij je meteen door bos, en kom je bordjes chute de pierre tegen. Je zit dan vrijwel meteen in Frankrijk.

Maar helaas verandert de bosweg daarna weer in een soort snelweg.

Die verlaten we weer zo snel mogelijk, en dan komen we in Sarreguemines terecht. Het is er druk (het is langzamerhand spitsuur), en verwarrend: als je niet heel lang van te voren juist bent voorgesorteerd (betonnen randen zorgen er voor dat je niet meer kunt wisselen), moet je opeens via de brug naar de overkant van de rivier de Sarre, terwijl dat absoluut niet de bedoeling was.

Eenmaal Sarreguemines weer uit zijn er veel rechte wegen die op en neer gaan: saai rijden. Tenslotte, na een opgebroken weg, komen we op ons terrein: smalle weggetjes die door Frans land en soms dorpen slingeren.

Lekker rijden, en af en toe zo'n Frans dorp waar de voortuinen van asfalt of beton zijn, wat het effect heeft van enorm brede stoepen en/of parkeergelegenheid voor auto's.

We krijgen honger, maar vinden we nergens een restaurant, werkelijk nergens!

Tenslotte rijden we door Walscheid waar je langs rode rotswanden rijdt, en langs herinneringen uit WOII, vliegtuigen.

Maar er is geen hotel, en het enige restaurant van het plaatsje is dicht op dinsdag.

De Becker wil een afsteekje nemen via Nonneburg, maar het is tijd om iets te eten en te slapen te vinden, dus houden we de grotere weg aan. Dat afsteekje moeten we zeker nog een keer verkennen, het ziet er veelbelovend uit op de kaart!

 

Het volgende dorp is Abreschviller. De Col du Donon is linksaf; het dorp rechtsaf. We kiezen voor de Col: er is een hotelletje te zien.

Dat hotel blijkt te koop te staan, en verlaten. Verder rijdend zien we dit hotel, voor "bikers", Suzuki rijders, zelfs specifiek, volgens het bordje. We hebben dan wel twee Yamaha's, maar ik ga toch naar een kamer vragen. Ze zitten vol, maar in het dorp zou hotel des Cigognes zitten.

 

We rijden het dorp in, en het eerste hotel dat we vinden heet Hotel du Donon. Geen Cigognes (Ooievaars), maar elk hotel is goed, wat mij betreft. Ik ga binnen vragen; er zijn kamers, 40 euro, en we kunnen nog eten, ook al is het al een uur of 9. Doen!

Ernst bindt de motoren aan elkaar, op het pleintje, waarbij de SuperTenere geheel achter de Tenere schuil blijkt te kunnen gaan.

Een heel menu is niet meer mogelijk, maar we krijgen allebei wat te eten, glas bier erbij, daar waren we aan toe.

Het eetzaaltje ligt naast het café, en heeft geen ramen. Het is allemaal lekker knullig, net als de kamer: een lekker goedkoop Frans hotelletje.

 

Na afloop maken we nog een wandeling door het dorp, waarbij we het toeristentreintje tegenkomen, waarmee je een stuk de Donon op kunt (over het spoor dat voor bosbouw werd gebruikt).

Er is ook een camping en een gite: we zitten hier echt in het beginnetje van de Vogezen; de vakantie is begonnen.

 


© Copyright - Auteur: Sylvia Stuurman , Foto's: Ernst Anepool .
Copyright 1993-nu.
Voor commentaar, e-mail adres: sylviastuurman@gmail.com
 
terug Code voor foto: